Conjunctie – conjunctief en digitalisering

In het Nederlands wordt de conjunctief meestal in wensen gebruikt. In het Duits wordt hij ook ingezet als er iets van of over anderen wordt gezegd waarvan men niet helemaal zeker is of dit overeenkomt met de waarheid. “Het zou kunnen dat…” drukt vooral ook die onzekerheid uit. Wikipedia zegt over de conjunctief of aanvoegende wijs: “Deze wijs drukt een handeling uit die (nog) niet heeft plaatsgevonden voor zover de spreker zich daarvan bewust is. Dit heet ook wel een irrealis, die plaatsvindt bij het verwoorden van een wens, aansporing, mogelijkheid, voorwaardelijkheid, onwerkelijkheid, onzekerheid, twijfel, toegeving of doelgerichtheid.” (http://nl.wikipedia.org/wiki/Aanvoegende_wijs) Daarom is de conjunctief bij uitstek de taal voor de utopie, de formulering van een plaats of situatie die er (nog) niet is maar die misschien wel hartstochtelijk gewenst wordt. In het programma Kultur am Sontag op de Duitse radiozender WDR3 kwam dit in een gesproken column vandaag naar voren (Ein Zwischenruf von Kersten Knipp). In deze column werd helder gemaakt waarom radicale groeperingen vooral op internet gedijen omdat ze daar in de taal van de utopie kunnen blijven spreken en hun hartstochtelijke verlangens de wereld inzenden via de middelen die daarvoor zijn. Er is weinig of geen tegenspraak en gelijkgezinden vinden elkaar snel en hokken dan samen. Als ze in real life gaan demonstreren voor hun zaak wordt al snel duidelijk hoe onhaalbaar en hoe onrealistisch veel idealen zijn en blijkt hoeveel haken en ogen zitten aan de realisering van hun doel. Goed voorbeeld is IS dat een islamitisch kalifaat wil vestigen over de hele wereld, de neo-nazi’s die terug willen naar een dictatuur van rechts, rechts en links radicalen die revolutie prediken en algehele opstand. Zij gedijen bij chaos en bij geweld, zij zouden het liefst de wereld in brand steken. De staat en de middelen die worden ingezet door de staat via de concrete politieagenten voorkomt (tot nu toe in het Westen) dat botsingen tussen radicale groepen ontaarden in massale vechtpartijen met misschien talloze slachtoffers als deze groeperingen de straat opgaan om aandacht te eisen voor hun opvattingen. Ook is het bereiken van het doel voor deze clubs niet hoofdzaak, niet het behalen van de revolutionaire doelen staat centraal, maar het doel is de weg zelf ernaar toe volgens onze columnist. Dan blijft het radicale vuur branden en hoeft men zich niet te conformeren aan de bestaande orde en de dagelijkse realiteit. Deze radicalen blijven dus steken in een wensdenken en dit wensdenken is de core-business van hun optreden: film, video, teksten, foto’s, tekens, alles wordt ingezet om deze wensen zichtbaar te maken en via deze middelen te werven voor hun doel. Velen voelen zich aangesproken, zijn geraakt omdat hun eigen context in hun ogen geen of te weinig mogelijkheden biedt om zich te ontwikkelen, of omdat ze zoveel onrecht ervaren dat ze wel in opstand moeten komen. Syrië is daar een goed voorbeeld van. Het wordt (bijna) als een religieuze plicht gezien om daar te gaan helpen of te gaan vechten tegen de onderdrukking van de dictatuur van Assad.

Dit patroon zien we terugkeren in de geschiedenis van de mensheid: overal waar geworven wordt voor een strijd tegen een onderdrukkende vijand nemen velen de uitdaging aan en gaan op weg. Als er dan ook nog rijke buit wordt beloofd, hoge beloningen en een nieuwe hemel op aarde is het hek van de dam en zijn de vrijwilligers niet meer te houden. De kruistochten is er een goed voorbeeld van. De oorlogen in de middeleeuwen waren allemaal oorlogen met legers van vrijwilligers, dus huurlingen. Beroepslegers bestonden toen niet. Soldaat zijn was vooral een roeping, gelokt door rijke buit en door avontuur. Logisch dat bij de verovering van een stad of vesting de soldaten zich te buiten gingen aan moord, verkrachting, doodslag want zij waren overwinnaar en hadden dit verdiend. Kruisvaarders die Jeruzalem veroverden in 1099 tijdens de eerste kruistocht waden tot aan hun knieën door het bloed van de slachtoffers die gedood waren als je de overlevering mag geloven. Zo hoog zal het bloed niet hebben gestroomd maar dat er velen zijn omgekomen blijkt uit het feit dat velen in de Islam nog steeds wraak willen nemen voor dit optreden en dat de Westerse landen nog steeds vanuit een radicaal islamitisch standpunt worden weggezet als kruisvaarders. Kruisvaarders en Joden die hebben het gedaan, die zijn de grote boosdoeners in dit zwart-wit denken.

De projectie van alle haat en onlustgevoelens op andere groeperingen zoals het Westen en de Joden vanuit Islamitische staten is ook een vorm van wensdenken, een soort van conjunctief, want het zal nog maar moeten blijken of ze dan ook gelijk hebben met hun verkettering. Adolf Hitler wordt in veel arabische landen beschouwd als een held omdat hij de Joden wilde vernietigen. Het bestaan van een staat als Israel midden in het arabische land is dan in hun ogen ook een gotspe die er niet mag zijn. Maar dat is feitelijk een gedwongen cadeau van het Westen, de Engelsen, na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Feit is echter ook dat veel Palestijnen die oorspronkelijk het land bewoonden en nog bewonen daarvan de rekening hebben betaald en nog steeds betalen. Israel is in principe een land waar beide groeperingen zouden moeten kunnen wonen in vrede en harmonie, maar de praktijk is helaas anders. Ook hier weer utopie die het politieke handelen aanstuurde maar die in de praktijk anders uitpakt. In feite zie je hier heel concreet hoe utopie uitgewerkt wordt in de realiteit en wat er dan nog van over blijft. Niet dat het streven naar vrede van beide kanten niet bevorderd moet worden, maar het is niet vanzelfsprekend dat de partijen dit dan ook willen. Als ze liever ervoor kiezen om de ander als vijand af te schilderen om zichzelf daardoor te profileren, zich zogenaamd te beschermen (zie de muur om Palestijns gebied, ook een gotspe), en om wat voor reden dan ook (al dan niet historisch beargumenteerd) dan is praten over vrede of het opleggen van vrede door de andere mogendheden in bilateraal overleg een kansloze zaak. Maar hoe moet dat dan met het oog op de toekomst? Blijft het een toekomst waarin alleen maar gevochten zal worden, alleen maar onderdrukking, voorkoming van aanslagen en telkens weer nieuwe gevechtsrondes? Besta je daarom om maar van het ene in het andere gevecht verzeild te raken, van de ene in de andere crisis?

De nieuwe digitale werkelijkheid zet de realiteit die er al was en die er is voort met andere middelen. Nieuws is al lang niet meer onafhankelijk en objectief, als het dat ooit geweest is. Misschien is nieuws ook wel bij uitstek conjunctief: van horen zeggen…Er zitten altijd meer kanten aan de zaak die niet zichtbaar worden gemaakt omdat de zaak te complex, te onoverzichtelijk is en omdat het nieuwsuur maar zoveel minuten telt. Er moeten dus keuzes worden gemaakt en dat zijn altijd keuzes vanuit eigen perspectief.

Misschien worden we door de toenemende invloed van de digitale werkelijkheid en ons gedrag dat we hierop aanpassen wel meer en meer ingezogen in de wereld van de conjunctie en weten we op een bepaald moment gewoon niet meer wat waar en wat onwaar is. Het feit dat we overspoeld worden met informatie is voor de waarheid van deze stelling het belangrijkste argument. Waaraan kunnen we onze opvattingen nog meten, welke middelen hebben we in handen om onze vooroordelen zoveel mogelijk uit te schakelen? Hoe krijgen we een wijde blik, hoe meer diepgang, hoe maken we goede keuzes? Als we in de digitale conjunctief blijven hangen verliezen we ook langzaam alle grond onder onze voeten en worden we zelf wezens van onbestemdheid. Bijvoorbeeld ook op het terrein van gender: zou de modewereld een voorgevoel hebben en tot uiting brengen waarin het onderscheid tussen man en vrouw langzaam vervaagt? Zijn de Russen rond Poetin daarom zo fel tegen homo’s en tegen homoseksualiteit dat ze als een Westers decadent fenomeen beschouwen? Met het verleden zijn we ook alle (vermeende) duidelijkheid verloren en moeten we een weg vinden in totaal nieuwe onzekerheden. We zijn deel van netwerken en we kunnen ons er niet en nooit meer uit los maken. Daarmee moeten we dan maar leren leven. Er is geen andere weg! We zijn met alles en iedereen verbonden en dat schept nieuwe mogelijkheden maar heeft ook nieuwe ongekende verantwoordelijkheden.

John Hacking – 15 maart 2015

Een gedachte over “Conjunctie – conjunctief en digitalisering

Reacties zijn gesloten.