Schurkenstaat

Schurkenstaat

Het is naïef om te denken dat het onwaarschijnlijk is dat je zelf nooit zou meedoen aan onmenselijke praktijken als de politieke situatie in je land drastisch veranderd is omdat er een fascistoïde partij met een dictator aan de macht is gekomen. In elk mens schuilt een monster, in elk mens een beul, in elk mens een crimineel. Maar het omgekeerde is (waarschijnlijk) ook waar. Hoewel degenen die aanleg hebben tot het toepassen van (on)menselijk geweld en die ervan genieten, meestal nooit zullen uitgroeien tot een ‘heilige’, tot ‘martelaar’, tot iemand die kiest voor ‘vrijwillig’ ‘slachtofferschap’ als laatste daad van verzet. 

Amanda Taup schrijft in de New York Times een interessant artikel met als thema de vraag hoe autocratische leiders aan de macht kunnen blijven door mensen aan zich te binden, met name niet alleen vrienden en medemachthebbers, niet alleen een rijke elite die het regime ondersteunt, maar vooral mensen op de werkvloer. Welke mechanismen spelen er waardoor mensen meedraaien in een schurkenstaat die onmenselijkheid in beleid en uitvoering tot adagium heeft gemaakt omdat deze vorm van terreur effectief is. Tegenstanders vastzetten, de mond snoeren, martelen en tenslotte vermoorden, snel via executies of langzaam door de hongerdood of door arbeid en het onthouden van medische verzorging. We zien het nog dagelijks gebeuren in gevangenissen in China, Israel, Iran, Turkije, El Salvador, Rusland, en tal van andere landen waar autocraten de lakens uitdelen en die de oppositie geen duimbreed ruimte geven. 

Amanda Taup schrijft (hier in een vertaling uit het Engels via Google translate):

Zelfs de meest bekwame autocraten kunnen niet alleen regeren.

In Rusland heeft Vladimir V. Poetin zijn kring van zorgvuldig uitgekozen oligarchen nodig; in Iran beschermen de Revolutionaire Garde en haar bondgenoten in het bedrijfsleven de macht van het regime; Viktor Orbán transformeerde Hongarije in een ‘gekozen autocratie’ met de hulp van een paar cruciale rechters, politieke handhavers en bevriende magnaten. Maar om het vuile werk van machtsconsolidatie en -behoud daadwerkelijk uit te voeren, zijn dergelijke leiders afhankelijk van de hulp van een veel groter aantal mensen op lagere en middenniveaus: militairen, geheime politie en bureaucraten.

Toch besteedden onderzoekers tot voor kort weinig aandacht aan hoe leiders werknemers op de werkvloer overtuigen en rekruteren om aan hun eisen te voldoen. De drijfveren voor loyaliteit onder de elite zijn uitgebreid onderzocht, maar de gewone werknemers zijn tot nu toe een soort black box gebleven. Bij gebrek aan concrete data gingen onderzoekers er vaak van uit dat zij meewerken vanwege ideologisch extremisme, angst voor vervolging of een combinatie van beide.

Nieuw onderzoek, gebaseerd op een buitengewone dataset uit de Argentijnse Vuile Oorlog in de jaren 70 en 80, suggereert een heel andere verklaring. Het blijkt dat de carrièredruk die werknemers overal ter wereld kennen – de wens om een ​​vastgelopen carrière nieuw leven in te blazen of een kleine promotie te krijgen – voldoende kan zijn om lagere en middenkaderfunctionarissen ertoe aan te zetten hun professionele verplichtingen, fundamentele normen en zelfs de basisprincipes van moraliteit te schenden. De mensen die deze beslissingen nemen, zo suggereert het onderzoek, zijn noch extremisten noch slachtoffers. Het zijn vaak gewoon doorsnee werknemers die op zoek zijn naar een manier om vooruit te komen.

“Een carrière maken in een dictatuur”, een nieuw boek van de twee Duitse politicologen Adam Scharpf en Christian Glassel, leest als een kruising tussen Hannah Arendts ideeën over de “banaliteit van het kwaad” en een handleiding voor het bedrijfsleven over hoe je het meeste uit minder presterende mensen kunt halen.

Hun diepgaande studie van het Argentijnse leger tijdens de periode van staatsgrepen en gedwongen verdwijningen toonde aan dat minder presterende mensen – die zij “carrièregedreven” individuen noemen – de gelederen van de geheime politie vulden. Die dienst stelde hen in staat om de gewone militaire hiërarchie te omzeilen, zo blijkt uit het boek, en promoties en carrièrekansen te benutten die ze anders nooit hadden kunnen bereiken.

Het blijkt dat aspirant-autoritaire leiders hun regimes niet hoeven te bemannen met ideologische fanatici, extreme verleidingen hoeven te bieden of draconische straffen hoeven op te leggen om succesvol de macht te grijpen. Ze hoeven alleen maar te ontdekken hoe ze hun ideale arbeidspool kunnen bereiken: de gefrustreerde en middelmatige mensen.

Hun conclusies hebben implicaties voor landen over de hele wereld die worstelen met de stabiliteit van hun democratieën – waaronder de Verenigde Staten.

Amanda Taup maakt duidelijk dat dit gevaar om gefrustreerde en in de maatschappij slecht of middelmatig presterende figuren te werven voor acties waarin onmenselijkheid de boventoon voert, actueel is. Niet alleen in de geschiedenis is dit zichtbaar maar ook nu heden ten dage. De meest wrede beulen en onderdrukkers, bewakers en politie/geheime dienst leden willen in de ogen van hun bazen niet alleen een wit voetje halen, maar vooral stijgen op de maatschappelijke ladder. Uitgroeien tot belangrijke schurk in de schurkenstaat. Hoewel ze het zelf zo niet zullen beleven. En ook de buitenwereld, zelfs de naaste familieleden en vriendenkring heeft vaak geen idee van wat zich werkelijk afspeelt in de detentiecentra. Dus de schurken kunnen de schijn ophouden dat ze belangrijk werk verrichten voor de overheid. Hun promotie is daarvan het bewijs. Het feit dat ze het vieze werk opknappen voor de machthebbers en hun vazallen staat niet ter discussie en wordt verborgen gehouden voor de openbare mening. Daarom zijn kritische journalisten in hun ogen naast de vervolgden en de zogenaamde vijanden de grootste bedreiging voor hun bestaan als schurk met navenante (lucratieve) beloning. Al is het maar de zekerheid van een baan of inkomen. 

Iedereen is in principe omkoopbaar, iedereen kan zwichten voor bedreigingen, voor het eigen leven, het leven van je dierbaren, en niet alleen door het bieden van grote sommen geld. In een dictatuur wordt elk middel aangrepen om mensen onder druk te zetten en te manipuleren. Taub verwijst naar de beruchte groep beulen die in Argentinië het vuile werk opknapten voor het leger en het Videla-regime. Ik heb er zelf in de jaren tachtig van de vorige eeuw onderzoek naar gedaan. Ze schrijft:

Hoe slechter het academische dossier van een officier op de militaire academie was, hoe groter de kans dat hij bij Bataljon 601 terechtkwam. Eenmaal binnen werden de slechtst presterende officieren toegewezen aan de meest brute eenheden, waar ze de dagelijkse taken van marteling en moord uitvoerden. Dit werk was zo moreel verwerpelijk dat het een ernstig risico op zowel sociaal stigma als psychisch trauma met zich meebracht. Maar dat betekende wel dat de carrièrebeloningen voor het uitvoeren ervan het meest waardevol waren. Een periode als monster kon zelfs de meest rampzalige onderpresteerder rehabiliteren.

Ze geeft ook nog andere voorbeelden die uit de geschiedenis bekend zijn:

Zo ontdekten de heren Glassel en Scharpf bijvoorbeeld dat superieuren binnen de nazi-bureaucratie handig gebruik maakten van de carrièredruk om commandanten te rekruteren voor de Einsatzgruppen, de mobiele moordeenheden die de ‘Holocaust met kogels’ in Oost-Europa uitvoerden. Veel van de rekruten hadden een achtergrond die hen benadeelde, zoals een strafblad met disciplinaire maatregelen, een onduidelijke ‘raciale zuiverheid’ of een gebrek aan militaire en politie-ervaring. Door hun ijverige dienst in de moordeenheden konden ze hun carrière verbeteren.

In de Sovjet-Unie rekruteerde de NKVD, de geheime politie die honderdduizenden mensen vermoordde tijdens de zogenaamde Grote Terreur van 1937, ‘bewust mensen met gebrekkige formele vaardigheden en kennis’, schrijven Glassel en Scharpf, vaak met niet meer dan een basisschoolopleiding. Hogere commandanten wakkerden de faalangst van hun ondergeschikten aan door een competitie tussen verschillende afdelingen te creëren om te zien wie de meeste mensen kon arresteren.

Het is bekend dat de moordenaars in de vernietigingskampen Sobibor, Treblinka en Majdanek het handwerk hadden geleerd tijdens de grootschalige euthanasie op geestelijk en lichamelijk gehandicapten waarbij de lijken na vergassing werden verbrand in crematoriums. Deze ‘vrijwilligers’ die hier hun moordkennis hadden opgedaan werden ingezet om later dit allemaal toe te passen op industriële schaal. Er zijn heel wat studies verschenen over deze donkere figuren en schurken na afloop van Wereldoorlog Twee. Ook Nederlandse “vrijwilligers” hebben in deze kampen gediend als bewaker en als uitvoerder van de nazi-bevelen om de gevangenen uit te roeien door geweld (gaskamer) en door arbeid. Taub verwijst naar Hongarije onder Orban hoe een proces van ontmenselijking en toenemende onderdrukking geleidelijk aan kan verlopen. Je hoeft de politieke leiders die van alles en nog wat beloven aan hun kiezers, niet op hun “blauwe” ogen te vertrouwen! Uiteindelijk ontpoppen ze zich als autocraat, dictator, schurk die enkel uit is op macht en financieel gewin. Hun paleizen leggen daarvan getuigenis af: zie Rusland, zie Turkije, zie Hongarije…Het “volk” is daarbij de verzameling idioten die op dergelijke figuren hun hoop heeft gevestigd, maar alleen de loyale aanhangers mogen eten uit de ruif van gestolen goederen en gelden. Taub beschrijft de methode Orban, (grote vriend van de leugendracula van de Partij Voor Verdraaiing en bewonderd door de leden van de Partij voor Demagogie in Nederland) als volgt:

In het moderne tijdperk winnen autocratische leiders vaak de macht via verkiezingen en ontmantelen vervolgens de checks and balances om de macht in eigen handen te concentreren. (…) Aanvankelijk benoemen gekozen aspirant-autocraten vaak “loyale verliezers” op belangrijke posities om hun machtsgreep te bekrachtigen, zegt Frantz. “De leider weet dat mensen eerder loyaal zullen zijn als ze weinig andere carrièremogelijkheden hebben, dus als ik het over verliezers heb, bedoel ik dat letterlijk,” zegt ze.

Neem bijvoorbeeld Hongarije onder de heer Orbán. Hij werd voor het eerst gekozen in 2010. In 2022 nam het Europees Parlement een resolutie aan waarin werd gesteld dat Hongarije geen democratie meer was, maar een “electorale autocratie”. Om dat te bereiken, vertrouwde hij op een handjevol loyalisten aan de top, plus een klein percentage ambitieuze mensen op middenniveau die de politiek als de weg naar succes zagen, zeggen experts. “Er waren bepaalde instanties die het vuile werk opknapten”, aldus Kim Lane Scheppele, hoogleraar aan de Princeton University die onderzoek heeft gedaan naar de democratische ineenstorting in Hongarije. Ze wees met name op het Nationale Bureau voor de Rechtspraak, dat rechters selecteerde en hun promoties controleerde. Dit bureau werd geleid door een loyalist van Orbán. Op de lagere niveaus van het rechtssysteem voerde een klein percentage ambitieuze individuen de agenda van de regering uit. “Vijf of tien procent van de rechters, de carrièremakers, doen gewoon het ‘vuile werk’ om hun carrière vooruit te helpen”, aldus Attila Vincze, onderzoeker rechtsgeleerdheid aan de Masaryk Universiteit in Tsjechië, die heeft onderzocht hoe Orbán de rechtbanken heeft gekaapt.

Het is niet voor niets dat Orban zich een grote vriend noemt van de narcist en geldwolf in het Witte Huis die, met goedkeuring van zijn partij, de meest corrupte president geworden is in de Amerikaanse geschiedenis en die wetgeving ondertekent die hem en zijn naaste familie tot in eeuwigheid moet vrijstellen van vervolging voor financiële malversaties en corrupt gedrag. Waaronder het liegen tegen de belastingdienst etc. etc. De handel in cryptovaluta en de wijze waarop dat plaatsvindt door “bevriende” staatshoofden uit te nodigen hierin te investeren, waardoor daarna alle wensen kunnen worden vervuld, maakt dat meer dan duidelijk. Autocratie om er zelf steenrijk van te worden. En alle weerstand tegen dit beleid wordt met harde hand onderdrukt. Taub beschrijft wat er op dit moment in de VS plaatsvindt:

Hoewel de heer Trump de Republikeinse Partij niet heeft opgericht, heeft hij deze de afgelopen tien jaar wel hervormd tot een institutie die om hemzelf draait. En een aantal van zijn kabinetsleden en politieke benoemingen, met name tijdens zijn tweede termijn, lijken te passen in het stereotype van loyalisten wier cv’s hen waarschijnlijk geen functies in een andere regering zouden opleveren. De schijnbare pogingen van de Trump-regering om politieke controle over de strijdkrachten, evenals de FBI en ICE, te verwerven, zijn daarom zorgwekkend (…)

De heer Glassel en de heer Scharpf vrezen dat de geplande uitbreiding van ICE door president Trump, met name, een ideale plek zou kunnen creëren voor “misbruik” door ambitieuze onderpresteerders die ingezet zouden kunnen worden voor antidemocratische doeleinden. De bezorgdheid is des te groter gezien de bestorming van het Capitool aan het einde van Trumps eerste ambtstermijn, zij het door een minder georganiseerde groep loyalisten.

Het draaiboek voor een leider om een ​​loyale veiligheidsdienst te creëren, zo stelden ze, is het opzetten of herbestemmen van een instelling die kan dienen als een “tweede ladder” voor carrièrepromoties, deze royaal van middelen te voorzien en ervoor te zorgen dat de drempels om er aangenomen te worden laag zijn, waarmee wordt gesignaleerd dat het carrièrekansen biedt aan mensen die elders geen baan kunnen vinden. (Het schrappen van andere overheidsbanen of het inkrimpen van budgetten kan een grotere pool van potentiële rekruten creëren.) De leiding geeft vervolgens een signaal van straffeloosheid voor mensen op die tweede ladder, om hen ervan te verzekeren dat ze geen consequenties zullen ondervinden voor wangedrag.

De regering lijkt aan al deze voorwaarden te voldoen, ook al zijn Trumps intenties onduidelijk. (De president heeft openlijk gesproken over een derde termijn in strijd met de Grondwet en de noodzaak van verkiezingen gebagatelliseerd.) ICE blijft een anti-immigratieorganisatie, maar zal naar verwachting radicaal worden uitgebreid, met een budget dat andere federale wetshandhavingsinstanties in het niet zou doen vallen als het huidige financieringsvoorstel wordt aangenomen. De regering-Trump heeft de werkgelegenheid bij andere federale instanties drastisch verminderd, waardoor duizenden mensen werkloos zijn of vrezen dat ze dat binnenkort zullen worden. En topfunctionarissen in de regering, waaronder vicepresident JD Vance en Stephen Miller, Trumps plaatsvervangend stafchef, verzekerden ICE-agenten expliciet van “immuniteit” nadat immigratieagenten in januari een demonstrant in Minneapolis hadden gedood.

Tegelijkertijd is het gemakkelijker dan ooit geworden om ICE-agent te worden. Ryan Schwank, een voormalig instructeur van de trainingsacademie, getuigde in februari voor het Congres dat nieuwe cadetten “afstuderen aan de academie ondanks wijdverspreide zorgen onder het trainingspersoneel dat zelfs in de laatste dagen van de training de cadetten geen gedegen begrip kunnen tonen van de tactieken of de wetgeving die nodig zijn om hun werk uit te voeren.” ICE-rekruten hoeven nu nog maar negen praktijkexamens af te leggen om af te studeren aan de trainingsacademie, vergeleken met 25 examens die in een trainingsprogramma van juli 2021 stonden vermeld. Het is een goede carrièremogelijkheid voor iemand die carrière wil maken.

ICE als monsterfabriek, als organisatie die ‘mislukte’, gefrustreerde en mensen met een minderwaardigheidscomplex aan werk helpt met een zekere status en vergoeding. Loyaliteit aan het regime is in feite het enige criterium. Elke vorm van onmenselijkheid in het handelen van deze club ‘volgelingen’ wordt achteraf goedgepraat en van een stempel voorzien dat de onvermijdelijkheid van het handelen sanctioneert, zonder repercussies zoals aanklacht en vervolging. In feite is dat het einde van de rechtstaat. Het Amerikaanse Gerechtshof dat dit alles laat passeren is (ook de hoogste instanties) dus medeverantwoordelijk voor de uitwassen van deze schurkenstaat gepleegd door de lakeien van de machthebber in het Witte Huis. Is dit overdreven? Ik denk het niet. Het is voor iedereen zichtbaar. Steun aan deze figuur en bewondering voor zijn handelen getuigt van hetzelfde wangedrag en uiteindelijk onmenselijkheid. De prijs die wordt betaald is het verlies van menselijkheid – een verlies dat moeilijk is terug te draaien. Krokodillentranen helpen niet als het leed is geschied. De dood en de verminking van de slachtoffers van onmenselijk handelen spreken een eigen taal: de gedode Palestijnen, waaronder veel kinderen, de verminkte en gedode Syriërs in het Syrië van Assad, de slachtoffers in Soedan van de strijdende partijen die van geld en wapens worden voorzien door coalities die uit zijn op goud, winst en invloed, schurkenstaten, ook al moorden ze zelf nog niet, de vervolgde Oeigoeren (en Nepalezen) in China, massaal opgesloten in concentratiekampen, de Rohingya in Myanmar, en tal van andere groeperingen elders in de wereld…

Een gedode onschuldige is een teken, het is een bewijs van onmenselijkheid – hoe hard de overheid ook schreeuwt dat dit gerechtvaardigd is, dat het legitiem is om te doden, te moorden etc. De uitvoerders en de aanstichters, de opdrachtgevers en de zwijgende ondersteuners, het zijn monsters – pionnen in een schurkenstaat – een perversie van een menselijke samenleving.

John Hacking 

25 mei 2026

Het hele artikel:


Getto 1941 Krakau

Dank je wel voor je reactie - Thanks a lot for reacting