Briefje

briefje keulen

Briefje

Het begrip taal en ‘het spreken’ zijn in het Nederlands onderscheiden. In het Duits is er een woord voor ‘Sprache’. ‘Sprache spricht’, taal spreekt. Niet alleen doordat er een spreker optreedt die taal hanteert maar ook omdat taal het in zich heeft om te spreken, of met andere woorden zich te tonen. Taal laat zich zien. Een voorbeeld: de taal die iemand spreekt laat een duiding toe op zijn persoonlijkheid, zijn afkomst en zijn denkbeelden, zijn politieke en geestelijke context, de cultuur waaruit hij stamt. Niet dat die duiding altijd perfect verloopt. Een taal die geduid wordt vraagt om een analyse-instrument en dat laatste kan een taalwetenschapper leveren. Je kunt dan kijken naar factoren die een rol spelen vanuit de grammatica, naar veel voorkomende termen, naar begrippen en het gebruik ervan door groepen van mensen in bepaalde tijden. Zo is een blanke taal voorstelbaar, een zwarte taal, een westerse en een oosterse taal. Denkpatronen die onder het gebruik van een taal liggen kunnen anders zijn. Als begrippen en teksten eindigen in iets onbepaalds zoals in de uitspraak van de gesprekspartner van Martin Heidegger die zegt: „Uns Japaner befremdet es nicht, wenn ein Gespräch das eigentlich Gemeinte im Unbestimmten läßt, es sogar ins Unbestimmbare zurückbirgt“ hoeft dat in de oosterse cultuur geen probleem te zijn maar in de westerse cultuur kan het bevreemding oproepen.

In onze westerse taal zijn we gewend om taal in te zetten om iets te bereiken: dat wat we willen zeggen mag en moet soms effect sorteren. Daarvoor zetten we onze taal in. Het gebruik van pejoratieven, woorden die ongunstige associates oproepen is een negatief voorbeeld hiervan. De ‘Partij voor de Vrijheid’, een naam die  in mijn ogen op zich al een leugen in meervoud is omdat de partij een eenmanszaak is onder het dictaat van de partijleider die als enige lid is, en die het begrip vrijheid wel erg smal invult, namelijk alleen voor geboren en getogen Nederlanders in Nederland, die partij doet regelmatig van haar spreken door haar ‘smalend’ taalgebruik waarmee critici en tegenstanders in de hoek worden gezet. Mensen openlijk voor schut zetten in het publieke debat en in de media ook al zijn het collega’s die hetzelfde werk verrichten in de tweede kamer getuigt niet alleen van weinig respect maar is in mijn ogen schaamteloos en verdient repliek.

Taal wordt hier ingezet om politiek gewin te behalen. Taal wordt instrumentaliserend gebruikt als een soort van hefboom om stemmen te winnen en tegenstanders te vellen. Stemmingmakerij tegenover de opvang van vluchtelingen is er een duidelijk voorbeeld van.

Taal is niet in de politiek een handig instrument, taal wordt ook gebruikt om mannen en vrouwen te onderscheiden en de culturele verschillen tussen culturen goed te praten. In culturen waarin vrouwen een ondergeschikte rol spelen, en dat zijn al die landen en religies waar de vrouw slechts de 2e viool mag spelen omdat ze vrouw is, geen stemrecht, niet mogen auto-rijden, niet mogen werken, alleen maar voor huis, haard en kinderen zorgen, geen media-optredens en vooral gekluisterd door kledingsvoorschriften, wordt de taal ingezet om dit onderscheid te funderen. Religieuze schriften worden uit de kast gehaald om die claims te onderschrijven. Bij problemen hebben de vrouwen het gedaan en niet de mannen zoals bij overspel, seksuele intimidatie, verkrachtingen. Voorbeelden zijn er talloos. In mijn ogen hoort elke cultuur en elke godsdienst die vrouwen op die manier ondergeschikt maakt aan de man niet tot de beschaving maar tot een onderdrukkend systeem dat nu niet en nooit kan worden goed gepraat. Waarom zou de vrouw minderwaardig moeten zijn aan de man? Is de man dan zo’n hoogtepunt in de schepping?

Afgelopen week werd bij een van de verdachten van de aanrandingen in Keulen op Oudejaarsavond een briefje gevonden met denigrerende teksten over vrouwen en over hun lichaam. Dit briefje maakt meteen in alle duidelijkheid helder hoe sommige mannen aankijken tegen vrouwen. Argumenteren dat dit in hun cultuur opgesloten ligt is in mijn ogen van nul en generlei waarde. Wordt wakker, we leven in 2016 en niet in de middeleeuwen of in de slaventijd. Vrouwen behandelen als vlees, als koopwaar, als gebruiksartikel en er naar handelen is niet alleen gruwelijk en afkeurenswaardig maar moet worden bestreden. En met strijd bedoel ik strijd: het benoemen van de dingen bij hun naam. Als je als niet westerling, als vluchteling, als asielzoeker, als autochtoon, als geboren en getogen Nederlander je zo opstelt tegenover vrouwen, want het is niet alleen een kwestie van vreemdelingen die ‘testosteronbommen’ vertegenwoordigen volgens meneer Wilders, het is een zaak van alle en voor alle mannen. Bestrijden van dit gedrag kan op veel manieren: door het te thematiseren, door de andere kant van het verhaal te laten zien, hoe vrouwen dit ervaren, door terug te spelen op de man, stel dat je zelf als man zo wordt behandeld in de samenleving, door opvoeding, onderwijs, voorlichting (niet meer de jongetjes voortrekken als prinsjes), (hoe zo is een jongetje meer waard dan een meisje bij de geboorte? Wat een gotspe!) etc. etc.

Maar strijd is ook straf: streng straffen van daders van dit geweld tegen vrouwen. Alleen opsluiten zal niet helpen want daarmee veranderen geen denkbeelden. Als in de traditie van de Islam het volgens de Sharia niet gebruikelijk is om openlijk over seksualiteit te praten, iets wat in onze Nederlandse cultuur ook niet overal het geval is, ondanks de vele afbeeldingen van naaktheid, de films met seks, de pornografie als grootste internetafdeling, dan zal er waarschijnlijk niet zoveel veranderen in de maatschappij. Zeker niet als (oude) mannen de scepter blijven zwaaien, die denken dat en die volhouden aan het idee dat vrouwen het zwakke geslacht zijn en daarom beschermd moeten worden door allerlei voorschriften. Waarom geven die mannen zelf niet het goede voorbeeld en laten ze de vrouwen vrij en onderwerpen ze daarvoor in de plaats zichzelf aan allerlei regels en plichten, zoals vrouwen niet aanraken, niet nafluiten, niet seksistisch over hen praten, geen haantjesgedrag en seksuele intimidatie. Tijd voor de mannen om eens een beslissende stap in de evolutie te zetten en niet hun seksuele lusten hun gedachten te laten bepalen, maar hun ethische opvattingen, hun voorbeeld gedrag, hun nieuwe kijk op de relatie man-vrouw.

Seksuele driften zullen er altijd zijn, maar zoals als Freud al honderd jaar geleden helder heeft gemaakt is het teken van ware cultuur het uitstel van de uiting van de drift, de sublimatie ervan, de drift op een hoger niveau brengen in kunst en cultuur. In mijn ogen zijn we erger dan apen als seks onze voornaamste drijfveer is. Daarmee bouw je geen beschaving op en geef je geen beschaving door. De taal maakt dat meer dan eens duidelijk en het gedrag dat erop volgt nog meer. Woorden en daden zijn gevraagd om een beslissende stap voorwaarts te zetten in onze maatschappij en iedereen is gevraagd want niemand valt hierbuiten.

 

John Hacking

15 januari 2015

 

Citaat uit: Martin Heidegger. Unterwegs zur Sprache, Pfullingen 1959 (Verlag Günther Neske) p. 100

 

1blueyellow2