Imago

Wie je bent en wat je doet heeft effect. Mensen om je heen ontlenen er hun beeld van jou aan. Wat je zegt en wat je doet heeft een uitstraling en die uitstraling wordt opgepakt en vertaald in een indruk, een beeld, een imago. Imago heeft met reputatie te maken. Hoe wordt er aangekeken tegen jou, welk beeld heeft men van jou? Is dat positief of is het negatief. Dat is weer afhankelijk van je eigenschappen, het oordeel over je optreden, je woorden, je daden. Kortom een kluwen van ervaringen die geordend worden en die vertaald worden in een opvatting over jou. Oordeel en vooroordeel lopen vaak door elkaar heen. Niet alle indrukken zijn voor correctie vatbaar en controleerbaar. Imago is een ‘heikel’ onderwerp, zeker als je ter discussie staat in de media. Mensen nemen tegenwoordig de vrijheid om een oordeel over jou te vellen ook al kennen ze je niet en hebben ze slechts via sociale media iets over je gehoord. Staat dat niet aan, dan vallen ze over je heen en is de kritiek soms niet mals. Bevalt het wel, dan wordt je opgehemeld, ben je de held van de dag.

Toch is het vreemd dat beelden en indrukken zulk een effect hebben. Of is het vanzelfsprekend omdat we eenmaal talige wezens zijn die leven van woorden en beelden? We leven in het tijdperk van de beelden en de verbeelding. Meer dan ooit zijn we in onze menselijke geschiedenis aanbeland bij een wereld die grotendeels uit beelden bestaat. Onze media, onze communicatiemiddelen, het is vooral beeldtaal. Het commentaar is vaak summier, de beelden moeten voor zich spreken. Maar er is ook, kun je zeggen, soms een vorm van inflatie. Als beelden als afgezaagd, ouderwets, achterhaald worden beschouwd, als de toeschouwer te weinig zeggingskracht ervaart. Media die steeds gruwelijker beelden publiceren om aandacht te trekken, steeds meer details die je eigenlijk liever niet wilt zien. Bijvoorbeeld in de verslaglegging van een oorlog of de gruweldaden van een terroristische organisatie die op die manier hoopt te scoren in het zaaien van terreur en angst. Waar is de grens? Wie tempert de kracht van deze dynamiek en kan dit wel worden tegengehouden? Misschien alleen maar tegen de prijs van censuur, het einde van de vrije nieuwsvergaring?

Er is waarschijnlijk iets in ons brein en in onze perceptie waardoor we door beelden geraakt kunnen worden, waardoor onze afstand tussen onszelf en de werkelijkheid die verbeeld wordt, overbrugd wordt. Beelden die deze afstand moeiteloos overspringen omdat wij de beelden gretig oppakken en zonder remming in onze perceptie verwerken tot een indruk, een oordeel, een gedachte. Fascinerend eigenlijk om stil te staan bij onze manier van waarnemen, bij het opnemen van beelden en het effect ervan op ons oordeel. Hersenonderzoek is bij mijn weten nog niet zover om deze hele trits van oorzaak en gevolg, van effecten en van processen die hierbij plaatsvinden te duiden en wetenschappelijk te onderbouwen. Want het meten van hersenactiviteit is een ding maar de duiding van wat je met je meetinstrument waarneemt is heel iets anders. Annemarie van Stee schrijft hierover in de Trouw op 3 april 2016 een interessant artikel: Zoek jezelf niet in het brein. Een essay over de grens van het kennen. Als je jezelf al niet echt tegenkomt in het brein en in het breinonderzoek, maar slechts duidingen en effecten, dan is het onderzoek naar imago en imagovorming even goed prematuur.

We nemen waar via ons lichaam, via onze zintuigen. Maar er is nog een interessant effect dat vooral bij traumatische gebeurtenissen optreedt. Ons lichaam heeft een geheugen voor tragische dingen die jou zelf betreffen. Mensen leggen hiervan getuigenis af in allerlei therapeutische settingen waar gebeurtenissen soms stem krijgen. Verdrongen herinneringen komen boven, pijn wordt opnieuw gevoeld, visualiseringen helpen je het verleden terug te halen, oude beelden boven te halen. Ervaringen en herinneringen die je al lang dacht kwijt te zijn ploppen opeens op en bepalen je stemming en je gevoel. Dat is niet alleen een kwestie van perceptie en van zintuigen activiteit. Ergens in het lichaam of de geest is er een reservoir (metaforisch gesproken) waar veel ligt opgeslagen. Op de goede knoppen drukken en het komt te voorschijn, zo lijkt het wel. Als je hieraan denkt zou je jezelf misschien kunnen voorstellen als kind. Wat was toen je imago, welk imago heb je van jezelf? Welk soort kind was je, wat deed je, waar raakte je van onder de indruk, hoe zag je dag eruit? Ik kan me herinneren dat ik als kind behandeld werd als een soort van kleine volwassene na mijn eerste communie (7e levensjaar). Tenminste op het terrein van kleding: kostuum, stropdas, hemd en zelfs manchetknopen. Vooral dat laatste inclusief de stropdas is kleding voor volwassenen. Nu zou waarschijnlijk dat niemand meer bedenken om kleine uitvoeringen van volwassenen te creëren op het gebied van kleding, hoewel er uitzonderingen zijn en hoewel er soms een statement mee wordt gemaakt.

Als ik terugdenk aan mijn kindertijd kan ik me heel veel herinneren dat nog steeds een effect heeft op de beleving van mijn huidige realiteit. Het onderzoekende, nieuwsgierige, het verkennende, het aftastende, het dieper willen graven in zaken, het zijn allemaal kenmerken die toen ook al mijn houding karakteriseerden. En vooral dan mijn interesse in de werkelijkheid van het ‘hogere’, het alledaagse overstijgende, het transcendentale, het religieuze. Ook als kind sprak me dat aan en was ik hiermee bezig en toen ik kon lezen ging mijn interesse ook naar de randgebieden van onze alledaagse werkelijkheid: sprookjes, heksen, tovenaars, zoektochten, helden, avonturiers. Eigenlijk doe ik nu niets anders. Ik verken nog steeds zingeving en religieuze dimensies en dieptes van het leven. Ik ben geen priester geworden maar zit wel in hetzelfde kader, dezelfde werkomgeving. En hierin valt nog een wereld te ontdekken. Zeker tegen de achtergrond van de wereld zoals die gestalte krijgt in het handelen en denken van mensen en in de concrete vormen. Ik blijf me verbazen dat er in dit koude universum een kluwen van leven bestaat in zoveel uitingsvormen. Dat er een aarde bestaat die krioelt van leven en dat dit leven streeft naar voortgang. Niets lijkt deze kracht te kunnen stoppen. In die zin heeft het abstracte begrip leven een imago dat onverwoestbaar lijkt. Wij als lichaam zijn er de levende getuigen van. Wij zijn levens, levende mensen, die het leven op onze wijze bewijzen. Mooi toch zulk een imago.

John Hacking

5 april 2016