Ruimte als betekenis

Ruimte als betekenis

Stel je het volgende concept voor om een roman mee te beginnen, een beetje zoals “De stad der zienden”van José Saramago: iemand wordt bang om te vliegen, ver te reizen, en het wordt steeds erger. In een auto stappen of in een trein is er ook niet meer bij. De stad waarin de persoon woont wordt kleiner en kleiner omdat de ruimte waarin hij zich durft te bewegen krimpt. Tenslotte is het enkel nog de eigen wijk en een paar vertrouwde straten. Wat verder in de tijd is het slechts het eigen huis en de tuin. Tenslotte niet meer dan de woonkamer, en dan slaapkamer en het bed. Dat is het eindpunt. De persoon durft zijn bed niet meer uit. Einde.

En het is zoals in de roman van Saramago aanstekelijk. Meer mensen krijgen er last van en uiteindelijk een hele bevolking. Wat gebeurt er dan? Economisch zijn de gevolgen catastrofaal. Maar ook cultureel en sociaal. Iedereen trekt zich terug in zijn cocon en is gedoemd te sterven want uiteindelijk is niets de moeite waard, ook het eigen leven niet, om voor op te staan en om voedsel voor te zoeken. Dat is het einde van een groot aantal mensen en als dit als een inktvlek om zich heen zou grijpen, het einde van een beschaving.

Natuurlijk dit is hypothetisch, net zo hypothetisch als in de roman van Saramago. Maar stel dat het zou kunnen gebeuren, stel dat het gevoel van veiligheid zo sterk afneemt dat je de ruimte om je heen niet meer kunt verdragen. En is dat laatste dan enkel een afnemend gevoel van veiligheid? Of is er veel meer aan de hand? Is het een psychische aandoening die niet of nauwelijks met medicijnen, of met een kuur kan worden bestreden, hoe ontzagwekkend zijn dan de gevolgen? Je leefruimte, je bewegingsvrijheid, je gevoel van vrijheid en veiligheid lost als het ware op. Je verzinkt in je zelf en sterft. Een terugtrekkende beweging van het leven naar een status van dorre verstening en uitdroging.

Maar hypothese of niet, het omgekeerde vindt wel dagelijks plaats: elke minuut, seconde van ons leven kunnen we verbaasd erover staan dat het leven streeft naar uitbreiding, verkenning van de ruimte, groei, verspreiding van zichzelf en dat wij als menselijke wezen daar onderdeel van zijn. Ware dit niet zo hadden we vervoersmiddelen nooit uitgevonden en gingen we nog te voet en verbleven we ons hele leven in een kleine gemeenschap. Dan waren er geen conglomeraten van grote hoeveelheden wijken die samen supersteden vormen, er was geen infrastructuur om te reizen en zich te verplaatsen.

Maar niet alleen door de concrete lichamelijkheid van ons bestaan, zodat we ons letterlijk kunnen verplaatsen, bezetten we de ruimte en verkennen we ruimtes om ons heen. Ook in onze geest speelt die ruimte een allesbepalende rol. Hoe zouden we ooit de wereld zijn gaan ontdekken als er in onze geest niet een verlangen was gegroeid dat nieuwsgierigheid naar nieuwe continenten en fantastische voorstellingen van nieuwe werelden had bevorderd? Er is dus iets in onze geest dat ons aanzet om te fantaseren over, om te verlangen naar en om de daad bij het woord te voegen door te durven. Op basis van verhalen of waren het slechts geruchten, ging Columbus op weg naar wat bleek een nieuwe wereld. Hij wilde een nieuwe zeeweg ontdekken naar het Oosten en ervan uitgaande dat de aarde rond was, zou hij daar ook uiteindelijk uitkomen. Maar tussen uitgangspunt en eindpunt lag opeens een heel continent. Niet zomaar een land, maar een El dorado. Goudland. Die belofte van rijkdom en buit deed velen op weg gaan om hun eigen geluk te zoeken in den vreemde. In ‘no time’ was dit nieuwe continent onderdeel van de wereld en bevolkt met mensen uit de ‘oude (bekende) wereld’.

Oud en nieuw zijn betekenissen die hun lading ontvangen vanuit een bepaald perspectief en vanuit een bepaalde context. De ‘nieuwe wereld’, het ontdekte continent werd bewoond door de oorspronkelijke bevolking van ‘indianen’ (zogenaamd mensen uit dit nieuwe ‘India’ – het land dat eigenlijk bereikt had moeten worden via deze nieuwe zeeweg. De naam indianen verwijst dus naar de oorspronkelijke intentie van de ontdekkers. Op dit volk geplakt dat al in dit continent woonde, zitten ze er nu aan vast. De veroveraars hebben dus niet alleen de ruimte in bezit genomen maar ook via de ruimte en hun bewoners de betekenissen vastgelegd. Zo hebben ze letterlijk hun leven en hun (blanke) opvattingen verspreid over een totaal nieuwe werkelijkheid. Hoe de oorspronkelijke bewoners van dit continent dit hebben ervaren is nauwelijks bekend want de meesten zijn toen in korte tijd door geweld en ook door ziektes uitgeroeid en de oudste schriftelijke bronnen zijn schaars.

Nog geen honderd jaar later besluiten de nieuwe blanke overheersers van deze ruimte om zwarte volken uit een totaal ander continent, Afrika, over te brengen naar dit nieuwe land puur om economische redenen, alleen om hen daar als zwarte slaven te werk te stellen op de plantages. Het el dorado dat wordt voorgespiegeld aan de blanke achterblijvers in Europa is niet te bereiken met de medewerking van de ‘indianen’. Lichamelijkheid en de kleur van het lichaam krijgen op nieuwe wijze betekenis in een nieuwe context. Feiten die tot op de dag van vandaag hun stempel drukken op onze manier van samenleven en betekenis geven.

Ruimte krijgt door de uitvinding van de computer, internet en de digitalisering van de samenleving opnieuw een andere betekenis. Virtuele ruimte is niet enkel de ruimte in onze geest en voortgebracht door onze fantasie. Ze wordt concrete werkelijkheid door onze digitale mogelijkheden. Ik vermoed dat de nieuwe betekenissen die hier worden gevonden nog niet volledig tot ontplooiing zijn gekomen. Dat wil zeggen dat er nog betekenissen verborgen zijn die pas over een tijd aan het licht zullen treden of die met een archaïsche term ‘gedolven’ moeten worden alsof het een vorm van ‘mijnbouw’ is.

Toch is het begrip delven, opgraven, opdiepen, naar boven halen, eigenlijk niet zo vreemd, omdat we op de een of andere wijze vermoeden en denken dat het vooral een kwestie is van iets zichtbaar maken dat er al is. Alleen ontbreken de woorden en de noodzakelijke beelden of metaforen om het te beschrijven.  Het begrip computer bijvoorbeeld komt van ‘compute’, berekenen. Een activiteit die het allereerste kenmerk was van een computer, een machine die berekeningen kon uitvoeren. Op dit moment is dit nog steeds de basis, maar voor de gebruiker is dit helemaal niet meer zichtbaar, zeker niet als hij achter zijn beeldscherm opgaat in een spannende game die hij met tegenstanders aan de andere kant van de wereld speelt.

Het zelfde geldt ook voor het begrip ‘internet’, een netwerk dat verbindt. Dit internet kent een voorloper: het Arpanet. ARPA staat voor: Advanced Research Projects Agency. Dit eerste computernetwerk van het Amerikaanse ministerie van Defensie was een nieuwe en grote stap op het terrein van de virtuele ruimte. Mogelijkheden die nu vanzelfsprekend zijn waren toen nauwelijks in beeld. De virtualiteit van het geheel nauwelijks bekend omdat het een totaal nieuw terrein betrof.

Dus wat zullen we nu boven halen wat er eigenlijk al in zit, wat verborgen ligt in de mogelijkheden en de potentie van deze virtuele ruimtes? Is het ook een terugkeer naar de innerlijke ruimtes in onszelf? Vooral omdat, als we eenmaal verbonden zijn met ons lichaam aan de computer, dát het meest interessante zal blijken? Want de wereld om ons heen tot ver aan de polen hebben we verkend, deze wereld ligt aan onze voeten en komt dagelijks in beeld in films en op andere manieren, maar onze geest, ons innerlijk kent nog vele raadsels. Niet beschreven, niet onderzocht en waarschijnlijk ook niet vermoed. Science fiction schrijvers bedenken en ontwerpen nieuwe mogelijkheden, nieuwe beelden en nieuwe betekenissen, maar wat zal doorbreken, wat wel en wat niet werkelijkheid, alledaagse realiteit zal worden, is vanuit dit standpunt niet te beslissen.

Toch blijft het intrigerend om na te denken over deze mogelijkheden en deze vragen. Want als het echt waar is dat de betekenissen al in potentie aanwezig zijn en dat wij hen ‘slechts’ hoeven boven te halen, betekent dit dat wij creatief moeten zijn en durven buiten onze gebaande paden te denken. Misschien is het ook niet alleen een kwestie van denken maar van het inzetten van andere capaciteiten: op emotioneel, intuïtief terrein misschien, op het gebied van het voelen en tasten, het ruiken, het waarnemen van de realiteit dat verder gaat dan alleen het rationele, betekenisvolle dat we via taal en taaluitingen te berde brengen. De taal en taal zullen we op de een of andere wijze nodig hebben om ons te uiten. Maar dat hoeft niet alleen in een rationele context. Een hond communiceert vooral en allereerst ook op basis van reuk en van geuren. Een mens stelt het gezicht en het gehoor centraal en vormt zijn oordeel op basis van die indrukken. Maar hormonaal en emotioneel valt een wereld te ontdekken.

Een ‘app’ ontwikkelen die vooral onze hormonale status in kaart brengt in relatie tot de medemens is een mogelijkheid die wacht. Feromonen, moleculen die signalen overbrengen van individu naar individu, die zichtbaar gemaakt kunnen worden, de ruimte gekleurd door feromonenactiviteit, dat is een nieuw veld om te onderzoeken. De mogelijkheden zijn in principe onbeperkt zolang we creatief blijven om onze ruimtes te onderzoeken waarin we leven en functioneren. En ook onze geschiedenis, onze historie die vol met ideeën en concepten zit, kan een bron van inspiratie en van betekenissen zijn. Oude betekenissen in een nieuw jasje bijvoorbeeld.

Lafcadio Hearn beschrijft op een meesterlijke manier zijn indrukken van het oude Japan rond 1890 in “Japans Geister, Berlin 2015, (Die Andere Bibliothek)” en een van die verhalen cirkelt rond het aantal zielen in een mens. Een mens heeft niet één ziel, dat is het minimum, maar meerdere. Een maximum van negen is mogelijk (meer zielen is niet toegestaan door de goden). Een mens met meerdere zielen is een mens met meer mogelijkheden en capaciteiten. Het verliezen van een van je zielen tijdens je leven kan leiden tot waanzin en gekte, volgens dit verhaal. De hoofdpersoon spreekt met een tuinman die ervan overtuigt is dat hij vier zielen heeft. Dat baseert hij op vage bronnen, voor ons nauwelijks te achterhalen. Maar het wordt overtuigend gebracht en de betekenis klinkt aannemelijk.

Op het niveau van betekenissen, op het niveau van beschrijvingen van de werkelijkheid, op het niveau van de indeling van de menselijke werkelijkheid op basis van meerdere zielen, is het laatste woord niet gezegd. Want waarom zou dit verhaal en deze betekenis van minder waarde zijn dan het rationele verhaal uit de Verlichting dat het bestaan van de ziel ontkent omdat de ziel niet met wetenschappelijke methodes te bewijzen valt? Kortom het oude beeld van de ziel zou wel eens nieuwe mogelijkheden kunnen opleveren om de virtuele ruimtelijke werkelijkheid waarin we terecht zijn gekomen adequaat te beschrijven met nieuwe metaforen.

De daad bij het woord gevoegd: stel je onze virtuele ruimtes voor als grootheden van de zielen, stel je het innerlijk voor als een combinatie van zielenruimtes. Als wij uit meerdere zielen bestaan, zielen ontleend aan meerdere invloeden uit meerdere tijdperken, dan zijn wij een mix, een uitkomst van de geschiedenis. Wij zijn het resultaat van de zielenactiviteit van de zielen die voor ons hebben geleefd en in ons komen een deel van die zielen samen. Maar wij zijn niet alleen product, we brengen ook voort, en wel op een nieuwe wijze en in een nieuwe vorm. De invulling van onze virtuele werkelijkheid, de beelden die ontstaan in onze fantasie, zijn dan een gevolg hiervan. Ze zetten voort wat er al eerder in werd gelegd en wat nu op een nieuwe en andere wijze aan het licht treedt.

Als we dit concreet zichtbaar kunnen maken omdat we lichamelijk verbonden zijn met de computer, ons innerlijk verbonden met de capaciteit van de machine, dan opent zich een wereld voor onze geest waar we nu nog niet van kunnen dromen maar die misschien ook, net omdat het in onze geest opgeslagen ligt, in onze zielencapaciteit, heel vertrouwd voelt, heel bekend klinkt.

Op dit moment lijkt het misschien of we, net als de mede reisgenoten van Columbus, bij God niet weten waar we aan beginnen, alsof we met ons bootje een groot mistig landschap invaren; maar wie weet wat we gaan zien als de mist is opgetrokken, als de man in het kraaiennest boven aan de mast roept ‘land in zicht’. Ons hart springt open, we gaan bereiken wat we hadden vermoed en waar we stil op hoopten. En nu dan geen land, maar inzicht, kennis van onze ziel, ons zielenlandschap, onze zielen die al heel oud zijn en die veel, heel veel hebben meegemaakt. Ik zou dat een prachtig getuigenis vinden van de onvoorspelbare kracht van ons leven dat zich op tal van manieren manifesteert in dit donkere, mensonvriendelijke en koud universum dat ons omgeeft.

John Hacking

1 april 2016

 

IMG_7158

2 gedachten over “Ruimte als betekenis

Reacties zijn gesloten.