Neerslachtig en ongelukkig

Ongelukkig zijn en neerslachtigheid

Veel jongeren die klagen over neerslachtigheid en die zich op de een of andere wijze bedrukt voelen krijgen bij de huisarts vaker een middel tegen depressie. Uit onderzoek blijkt echter dat die middelen niet echt helpen bij een lichte depressie en dat de neiging tot suïcidale gedachten wordt versterkt. Psychologen die dit verschijnsel hebben onderzocht pleiten dan ook voor een andere aanpak en moedigen de artsen aan niet te snel met oplossingen te komen in de vorm van medicijnen. Verwijzing naar een vorm van therapie en gesprekken over de klachten kunnen door de bezuinigingen soms pas na maanden worden gehonoreerd. Daar zijn de jongeren natuurlijk niet blij mee en daarom schrijven artsen vaker dan nodig waarschijnlijk toch medicijnen uit omdat ze de jongere in kwestie niet in de kou willen laten staan. Maar als de middelen niet helpen en eerder een averechts effect hebben moet je zeker niet met deze praktijk doorgaan. Jan Derksen, hoogleraar aan de Radboud Universiteit stelt dat veel jongeren geen tegenslagen gewend zijn en dat ze nauwelijks hebben ervaren in hun leven wat het betekent als het een keer niet meezit. Maar dat laatste hoort bij het leven dat vaak uit een afwisseling van ups and downs bestaat. De kunst is hier goed mee om te gaan en niet denken dat een periode van neerslachtigheid meteen hetzelfde is als een depressie.

Hoe licht te brengen in deze situatie? Zowel ter verlichting ervan als licht te werpen op de problematiek zodat er op een andere wijze dan met medicijnen gewerkt kan worden? Als iemand neerslachtig is of wordt valt dat meestal niet uit de lucht. Daar is een reden voor. Het gebruik van medicijnen zonder onderzoek naar die reden verdoezelt als het ware de oorzaak ervan. Dat is geen goede weg want dan wordt er telkens naar een medicijn gegrepen als de situatie zich weer voordoet. Beter is de oorzaak te kennen en aan te pakken. Waardoor word je teneer gedrukt? Wat drukt er zo op je leven dat je er down van wordt en dat bedoel ik letterlijk. Daar de vinger proberen op te leggen veronderstelt een bereidheid tot zelfonderzoek en kritische reflectie. Komt het door een verlieservaring en wat ben je dan of heb je verloren? Dat kunnen concrete personen zijn, een relatie, een dierbare, je gezondheid, maar het kan ook ideëel zijn, het verlies van een ideaal, een ambitie, een verlangen dat niet meer uit zal komen. Dat laatste wordt volgens mijn gevoel vaker onderschat. Veel volwassenen lopen rond met een cynische houding omdat hun idealen nooit meer uit zullen komen en ze daarom teleurgesteld zijn geraakt.

Het kan er bij mij niet in dat neerslachtigheid zomaar uit de lucht komt vallen of omdat het in de genen zit en dus erfelijk bepaald is. Dat laatste kan natuurlijk een rol spelen maar je wordt het toch niet vanzelf zonder aanleiding. Genetisch kan natuurlijk meespelen dat je karaktereigenschappen zodanig zijn dat je sneller opgeeft en het glas als half leeg beschouwt in plaats van als half vol. Maar dan nog. Hoe snel laat je jezelf uit het veld slaan bij een tegenslag en wat betekent dat nou op een heel leven? Focussen op je verlies, je tegenslag en niet in de gaten hebben dat het slechts een deel is van een proces en een leven heeft met zelfreflectie of het ontbreken ervan te maken. Anderen kunnen je daarin een spiegel voorhouden en je helpen breder en verder te kijken. In die zin is een gesprek altijd zinnig. Veel situaties waarin een persoon in zijn hoofd blijft hangen rond het idee van “het is niet meer de moeite waard” zijn situaties die via gesprekken best gerelativeerd kunnen worden maar precies die eenzame cirkelredenering kan funest uitpakken. Als je verder kijkt en verder durft te vragen kun je ook kritisch naar jezelf worden: waarom zou jij recht hebben op geluk en moet ongeluk steeds aan jouw deur voorbij gaan? Kijk om je heen en zie het geluk en vooral ook het ongeluk van anderen? Waarom zij wel en jij niet? Het treft op tijden iedereen, zowel positief als negatief. Dat hoort bij het leven. Als je de keuze maakt dat je leven te ongelukkig is geworden en daarom er niet meer toe doet is dat toch een keuze. Kiezen voor een einde aan het leven blijft een keuze. Er is niets en niemand die je dwingt en dwanggedachten zijn gedachten en geen monsters die je het mes op de keel zetten. Ook daarvoor is er hulp te krijgen. Denk niet dat je het allemaal alleen moet oplossen, alleen moet doen, alleen moet rooien. Waarom zou je het allemaal alleen moeten doen? Als dat zo was bestond de hele wereld uit “Einzelgängers”, mensen die alles alleen op eigen houtje doen. Dan is communicatie met elkaar uiteindelijk niet meer nodig. Maar dat is een leugen hoe hardnekkig die misschien ook in je hoofd gestalte kan krijgen. Wilhelm Schmid, een Duitse filosoof, pleit ervoor ook het ongeluk en de ongelukkige ervaringen serieus te nemen want je kunt er veel van leren voor de rest van je leven en je kunt erop bouwen in de zin dat je ze hebt kunnen overwinnen door een houding van acceptatie. Er het beste van proberen te maken, de nare tijd uithouden en vooral er iets mee doen: creatief, in sport, in gesprekken, via muziek, noem maar op. Ze inzetten als motivatie om in beweging te komen en je niet te laten blijven neerdrukken door de gedachten en de gevoelens.

Dat gaat natuurlijk niet altijd vanzelf. Er is moed voor nodig, wilskracht en vooral ook een steuntje in de rug. Je zult merken zodra je aandacht vraagt voor je vragen, je gemoed dat zich niet goed voelt, krijg je vaak hulp uit onverwachte hoek. Maar als je het nooit probeert zul je dat ook niet meemaken. Als een huisarts je al niet wil weigeren en je medicijnen voorschrijft, wat kan iemand dan doen die je welgezind is en bij wie je aanklopt om steun? Ik zou het een keer proberen.

John Hacking

12 februari 2016

Ongelukkig door gedachten