Leven in de bubbel

Bij velen staat het leven in het teken van dagelijkse bezigheden: werken, studeren, ontspanning, maaltijden, sport en culturele activiteiten, reizen, slapen. Als je dan opeens je niet lekker voelt en naar de dokter gaat die je meteen doorstuurt voor onderzoek in het ziekenhuis – en je krijgt dan het bericht dat het helemaal niet goed zit met je gezondheid en lichamelijke conditie – dan kun je dit ervaren als een shock. Alsof een bom afgaat in je bestaanszekerheid waar je tot nu toe blindelings op hebt vertrouwd en waar je eigenlijk, omdat het best wel goed ging, nooit echt aan hebt getwijfeld. Zeker als er ziektes worden geconstateerd die zeer nadelige gevolgen zullen hebben of die eindigen met je dood. Opeens staat je leven dan in een heel ander perspectief – alles waar je dacht op te kunnen bouwen dreigt als drijfzand onder je voeten weg te glijden. Wat dan? Hoe je hiertoe verhoudenen kan dat wel? Je hebt geen keuze, je zult wel moeten, het mes staat je als het ware op de keel. Deze ervaringen zou je ook kunnen zien als het doorprikken van de ‘bubbel’ waarin je tot nu toe hebt geleefd: het idee van ‘alles gaat goed’ en sterker zelfs ‘mij kan niets overkomen’. Het “Veronica-gevoel” noem ik dat wel eens: je bent jong en je wilt wat, de wereld ligt aan je voeten. Maar O wee als het onheil je wereld binnenkomt. Als de zekerheden die je dacht te hebben zomaar uit je handen worden geslagen.

Maar misschien is het wel normaal en ook geestelijk gezond om niet elke dag stil te staan bij mogelijke onheilstijdingen, mogelijk ongeluk dat je leven kan treffen. Misschien is onze psyche wel zo gevormd dat we in een‘bubbel’ willen en kunnen leven omdat het zo het meest leefbaar is. Misschien is het daarom wel zo dat we ons zo kwetsbaar en machteloos voelen als die zekerheid onder druk staat en als onheilstijdingen ons treffen. Dit alles is op het microniveau, op grotere schaal spelen soms dezelfde mechanismen. Een voorbeeld vanuit een Westers perspectief: je groeit op in een niet armlastig gezin met veel mogelijkheden, je bedje is als het ware al gespreid, dat kan dan heel vanzelfsprekend lijken. Jouw leven hier in West-Europa, een goede opleiding, mooie woonomgeving, kansen op een goede baan, en ook een leuke partner, lijkt vanuit het perspectief van een ‘loonslaaf’ in Bangladesh een lot uit de loterij. Of als je in een land als Afghanistan als meisje in een dorp bij heel arme ouders wordt geboren, ziet het leven er heel anders uit. Geen kansen, geen emancipatiemogelijkheden, vroeg uitgehuwelijkt, onderdanig aan de man, alleen maar het huishouden en geen opleiding, kortom een leven in een heel andere context met een heel ander perspectief. Ook dan leef je misschien in eensoort van ‘bubbel’ maar dat is weer een heel andere ‘bubbel’ dan de ‘bubbel’ van de welvarende Westerling.

Stephan Lessenich, schrijft over ‘bubbels’ op eenmacroniveau. Hij schrijft over de collectieve werkelijkheid waarin we leven in het Westen. Over opgroeien en leven in de rijkere landen en onze blindheid voor andere perspectieven. Dat doet hij in zijn boek: Neben uns die Sintflut. Die Externalisierungsgesellschaft und ihr Preis. Daarin beschrijft hij hoe arme landen en hun bewoners die prijs betalen voor onze welvaart en de groei van onze welvaart. Een thema waarvoor we vaker blind zijnen als we het al willen zien, willen we het eigenlijk niet weten want die kennis heeft gevolgen. Inzien dat onze welvaart, onze economische groei en winsten voor een groot deel gebaseerd zijn op de verliezen van anderen in armere landen heeft consequenties  voor ons eigen gedrag en voor de vanzelfsprekendheid waarmee wij van goederen genieten. Lessenich schrijft:

Zunächst wurde gezeigt, wie die gesamte, individuelle wie kollektive Lebensführung in den reichen Gesellschaften des globalen Nordens auf einem schon seit langem praktizierten, groß angelegten System ungleichen Tauschs beruht: In weiter Ferne, an den vielen Peripherien der kapitalistischen Weltökonomie, werden Arbeiten erbracht, Ressourcen gefordert, Giftstoffe freigesetzt, Abfalle gelagert, Landstriche verwüstet, Sozialraume zerstört, Menschen getötet – für uns, für die Menschen in den Zentren des Wohlstands, für die Ermöglichung und Aufrechterhaltung ihres Lebensstandards, ihrer Lebenschancen, ihres Lebensstils. Sodann wurde in einem zweiten Schritt nachgezeichnet, wie sich diese Zentren des Wohlstands von dersie nährenden und entlastenden Außenwelt abschließen, oder genauer: wie sie »fremde« Lebenswelten als ein »Außen« konstruieren, auf das sie zur Sicherung ihrer Lebensweise zugreifen können, ohne selbst jedoch von diesem in ihrer Integrität berührt zu werden. Die Beziehungen zwischen Zentren und Peripherien sind nach dem Prinzip der Halbdurchlässigkeit gestaltet: Während nach »außen« viel geht, soll nur wenig nach »innen« gelangen. Die globale Mobilitätskluft zugunsten des globalen Nordens ist dafür ein treffendes Beispiel: Die eine Hälfte der Welt bereist kollektiv die andere, eröffnet dieser aber nur einen höchstselektiven Zugang zu ihrem eigenen Wirtschafts- und Sozialraum. Wie die Lebens- sind auch die Bewegungschancen offensichtlich global teilbar – und effektiv geteilt. Was den einen möglich ist, bleibt den anderen verwehrt: Das nennt sich dann das Zeitalter der »Globalisierung«.

Spaanse kust waar vluchtelingen in bootjes aankwamen

We hebben ons gespecialiseerd op het maken van winsten – en de anderen vastgelegd op het verlies. Iemand betaalt de rekening van onze welvaart. Onze welvaart is gebouwd op kosten van anderen die de lasten dragen. Dit model noemt Lessenich de externaliserings-maatschappij. Het is een structuurmodel dat al eeuwen lang zo werkt – net zolang als het kapitalisme bestaat (500 jaar) in steeds wisselende globale constellaties en mechanismen. Kapitalisme moet om te blijven bestaan steeds verder uitdijen en zijn werkingsgebied steeds verder uitbreiden. Groei is het adagium, want zonder groei kunnen de winsten niet groeien. Lessenich hierover:

Rob Nixon, ein wie Angus Deaton an der Universität Princeton lehrender US-amerikanischerUmweltforscher, fasst diese globale Konstellation als ein von den hochindustrialisierten Ländern dieser Welt ausgehendes Wechselspiel von Überdehnung und Auslagerung, outsizing und outsourcing: Der westliche Wohlstandskapitalismus greift, getrieben von seinem inneren Wachtstumszwang, weltweit auf immer mehr und immer neue natürliche wie menschliche Ressourcen zu– und walzt die Folgekosten dieser Expansionsbewegung auf seine Außenwelt ab. Dass ihm dies gelingt und stets aufs Neue gelingen kann, liegt an seiner dominanten Position im Weltsystem, an der Verschränkung van ökonomischer und politischer Macht. Diese ermöglicht es den Gesellschaften des globalen Nordensnicht nur, eine strukturelle Gleichgültigkeit an den Tag zu legen, im Sinne der fraglosen Annahme einer prinzipiellen Verfügbarkeit all jener Ressourcen, deren es zur Fortsetzung ihrer expansiven und externalisierenden Dynamik bedarf. Die imperiale Lebensweise der »überentwickelten« Gesellschaften beruht zudem auf der Macht zur Unwissenheit, auf einem kollektiven Habitus, den Nixon »imperialen Provinzialismus « (bzw., bezogen auf die USA, „superpower parochialism“) nennt: die Macht, sich über die Folgen seines Handelns nicht nur keine Rechenschaft ablegen, sondern diese nicht einmal zur Kenntnis nehmen zu müssen, das Recht auf Nicht- Wissen für sich in Anspruch nehmen zu können. 

Bij dit externaliseringsproces spelen sociologisch gezien volgens Lessenich drie factoren een rol namelijk macht, uitbuiting en gedrag. De asymmetrie van de macht (en daarop gebaseerde rijkdom) in de wereld, de globaliserende uitbuitingsmechanismen en een vorm van externaliseringsgedrag, dat door beide vorige factoren in stand wordt gehouden. We leven niet boven onze stand, nee we leven boven de stand van anderen, zij betalen de prijs voor het in stand houden van onze welvaart. Omdat we denken dat ons gedrag ‘normaal’ is, dat het ‘normaal’ is dat wij kunnen genieten van onze welvaart ‘die we met eigen handen hebben verdiend’, zo luidt het frame waarin we onze ‘bubbel’ presenteren, worden tegengeluiden, kritische stemmen en protesten weggewuifd. Als we ze wel ter harte zouden nemen, als we werkelijk zouden streven naar gelijkwaardigheid en eerlijke verdeling van onze welvaart zou onze maatschappij er anders gaan uitzien. Maar onze zelf opgebouwde grenzen, ook virtueel, zijn sterk. Politieke partijen  verkondigen standpunten om onze belangen voorop te stellen en te verdedigen. “America first” komt niet uit de luchtvallen maar is een algemeen geaccepteerd gevoelen. En veel andere landen zullen het hier in principe, namelijk met betrekking tot hun eigen land, mee eens zijn. In de kapitalistische economie geldt het recht van de sterkste. Lessenich gaat nader in op deze combinatie van onverschilligheid, onwetendheid en ignorantie in de rijkere landen:

Gleichgültigkeit und Unwissenheit, Indifferenz und Ignoranz muss man sich leisten können. Sie sind gelebte Zeichen einer Welt, in der die Herrschenden selbst noch das Wissen um ihre Herrschaft auszulagern vermögen – und diese damit unsichtbar machen können. Lange Zeit war die Externalisierungsgesellschaft äußerst erfolgreich darin, eine solche Unsichtbarkeit herzustellen: Das Sicherheitsmanagement an den Außengrenzen unserer Wohlstandswelt konnte ebenso hinter einem Schleier des Nicht-Wissens bzw. des Nicht-Wissen-Müssens verschwinden, wie die Praktiken der Ressourcenvernutzung und Umweltverschmutzung irgendwo im Jenseits des eigenen Erfahrungsraums versickern konnten. Und das Unsichtbarkeitsregime wurde mit der Zeit immer weiter perfektioniert, vom stofflichen Müllexport ans andere Ende der Welt bis hin zur Auslagerung der virtuellen Mullentsorgung ans untere Ende der globalen Sozialstruktur.

Denn auch das gehört zur Externalisierungsgesellschaft in ihrer gegenwärtigen Gestalt: die »Mullabfuhr im Internet, betrieben von »digitalen Putzkolonnen« in den Billiglohnländern des globalen Südens – Heerscharen von Bildschirmarbeitern, die für die Internetfirmen unseres Vertrauens jeden Tag Millionen van Bildern auf ihre moralische Verträglichkeit hin überprüfen. Rund am die Uhr sorgen sie dafür, so Till Briegleb in einem beeindruckenden Bericht aus der verborgenen Parallelwelt unseres sozialen Netzwerkuniversums, »dass wir bei Facebook ein Profilbild sehen, das einen abgehackten Kopf zeigt, bei Youtube kein Video mit Kindesmissbrauch finden oder bei Instagram Grumpy Cat nicht in einer Serie mit geschredderten Küken und gehäuteten Hunden auftaucht«. Wie, diese Horrorbilder loschen sich nicht von allein? Die böse Seite der Macht virtueller Realität lost sich nicht von selbst in Wohlgefallen auf, oder wenigstens mit Hilfeselbsttätiger Suchalgorithmen? Nein, unser »Psycho-Mull« wird in entfernten Ländern abgeladen, meist in Südostasien, wo die wohlklingend »Commercial Content Moderation« (CCM) genannte Drecksarbeit seiner Entsorgung für uns von anderen erledigt wird, von Hand, von Menschen aus Fleisch und Blut. Die neben dem Hungerlohn auch die psychischen Folgen selbst zu tragen haben: „Von Libidoverlust über Schlafstörungen zu Depressionen, Alkoholismus und paranoidem Misstrauen gegenüber anderen Menschen reichen die Leiden, die das stumme Verschließen des Bilderhorrors im eigenen Kopf erzeugt.« Alles so schön bunt hier in der schönen neuen Medienwelt des globalen Nordens? Aber selbstverständlich. Solange der Rest der Welt mitspielt.

Spaanse kust waar vluchtelingen in bootjes aankwamen

Vanuit onze veilige Westerse ‚bubbel‘ kan het daarom zijn dat je ruw wordt wakker geschud als je oog in oog komt te staan met de mensen in 3e wereld landen en de situatie waarin zij hun leven moeten doorbrengen. Als je de afvalbergen bezoekt bij de grote miljoenensteden in Afrika en Azië waar ook grote delen van het Westers afval terecht komt. Als je kennis maakt met de gevolgen van chemische rampen in plaatsen waar deze hebben plaatsgevonden (Bhopal India) of met de gevolgen van mijnbouw in landen als Brazilië (de ramp in Mariana Minas Gerais 2015), de monoculturen van sojabonen, palmolie en de onvoorstelbare hoeveelheden pesticiden (Glyfosfaat/ ook bekend onder de naam Roundup van het bedrijf Monsato) die daarvoor worden ingezet, dan kom je misschien op andere gedachten. (Inmiddels is glyfosfaat ook al aangetroffen in de moedermelk, in bier en tal van andere stoffen in West Europa). De contouren van de ‘bubbel’ waarin we leven zijn opeens zichtbaar. Lessenich schrijft dat het zal uitlopen op veranderingen. Maar hoe die veranderingen eruit zullen zien is nog ongewis. Zeker is dat het zal veranderen, Klimaatverandering en vluchtelingenstromen zullen grote gevolgen hebben en simpele politieke stellingnames die de problemen wegwuiven, getuigen van een verschrikkelijke egoïstische en kortzichtige domheid die alleen maar meer ellende voor mensen zal veroorzaken. Lessenich hierover:

Doch die Verhältnisse, sie bleiben nicht so. Der Preis der Externalisierungs-gesellschaftwird zunehmend sichtbarer, die Kollateralschaden unseres gesellschaftlichen Fortschritts- und Entwicklungsmodells lassen sich immer weniger übersehen – soweit entfernt sie uns auch scheinen mögen: Schmutzarbeit in den Werkhallen des globalen Südens, Giftmülldeponien in den Metropolregionen Afrikas und Asiens, Flüchtlingslager an den Grenzen von Dritt- und Viertstaaten, schmelzende Polarkappen und steigende Meeresspiegel am anderen Ende der Welt. In weiter Ferne – so nah: Was lange Zeit verborgen schien, lasst sich mittlerweile nicht mehr ohne weiteres ignorieren. Die langanhaltende, letztlich bis heute intakte “>Normalität< der Externalisierung”, so Immanuel Wallerstein, der Doyender soziologischen Weltsystemforschung, »ist zu einer Kindheitserinnerung verblasst.« Kosten abzuwälzen und die Gewinne einzustreichen, Schaden auszulagern und den Nutzen davon zutragen, und bei alldem noch so zu tun, als ob nichts wäre: Das ist heute immer weniger oder jedenfalls zunehmend schwerer möglich. Früher war nicht alles besser, aber doch einiges leichter – sei es, den wirtschaftlichen Wiederaufstieg Nachkriegsdeutschlands zu einem »Wunder« zu erklären oder den Ländern der »Dritten Welt« bei guter Führung und erwiesener Freundschaft mit dem Westen die unaufhaltsame Entwicklung zur Wohlstandsgesellschaft zu versprechen. Heute wissen wir, dass der Zug des Fortschritts nicht überall hält. Wir können uns der Einsicht nicht langer erwehren, dass er für viele Menschen und weite Teile der Welt schlicht abgefahren ist. Und wir können uns auch nicht mehr dagegen wehren, dass uns deren Elend immer unverhohlener und schonungsloser vor Augen tritt.

Of we het willen of niet: de ‘bubbel’ waarin we ons collectief hebben gewenteld wordt doorgeprikt of is al op veel plaatsen doorgeprikt. Ons kapitalistisch neoliberale groeimodel ten kosten (en over de ruggen) van anderen zal aan zijn grenzen stoten. De wal keert het schip. Grondstoffen zijn eindig. Technische antwoorden zijn niet de enige en ook niet afdoende, gezien de complexiteit van de uitdagingen. Technici zullen deze problematiek niet kunnen oplossen, hoe graag techneuten dat ook zouden willen. De prijs van geweld en het willen beheersen van mensen zal hoog zijn. De beschaving schudt op haar grondvesten als egoïstische heersers opgehitst door hun volgelingen hun gang kunnen gaan en meer schade aanrichten dan een samenleving kan verdragen. Er staat veel op het spel. Tegenkrachten zijn gevraagd, mensen die zich inzetten voor humanitaire antwoorden, stappen op weg naar opheffing van ongelijke machtsrelaties, klimaatrechtvaardigheid, een eerlijke verdeling van goederen en grondstoffen, rechtvaardigheid met een grote hoofdletter die geen enkele partij uitsluit. En kennisvergaring, goed onderzoek naar werkelijke mechanismen van onderdrukking en  uitbuiting, het delen van die uitkomsten, het verkleinen van de onwetendheid en onverschilligheid. Een immense taak. Maar er is geen tijd om te dralen of omte blijven wachten.

JW Hac

 23 november 2018

Bron: Lessenich,Stephan, Neben uns die Sintflut. DieExternalisierungsgesellschaftund ihr Preis, Berlin 2016 (Hanser). Pag. 179-183

Global BUBBLE