Een pasgeboren kind in een voederbak

Er komt een schip geladen tot aan zijn hoogste boord,

draagt Gods zoon vol genaden, van Vaders’ eeuwige woord.

Het schip drijft stil nu, het draagt een dure lading; 

het zeil is liefde, de Heilige Geest de mast.

Het anker valt op aarde, daar is het schip aan land.

Het woord wil vlees ons worden, de zoon is ons gestuurd.

In dit oude Duitse lied wordt Maria vergeleken met een schip uit de hemel. Een schip dat uit de hemel tot ons nederdaalt met een kostbare lading.  Gods Woord – vleesgeworden in de zoon, is naar ons gestuurd. En Gods woord wil vlees worden, ook in ons…

Misschien hebt u nog nooit zo naar Maria als schip gekeken.  Misschien hebt u zich zelfs nooit echt verdiept in wie Maria werkelijk was. Maar misschien hebt u het ook wel gedaan en hebt u ontdekt hoezeer zij verbonden  is met ons mensen. Tallozen vestigen hun hoop op Maria, op haar steun, haar troost. Vaak in uiterste nood, als laatste redmiddel.  Ook ik bid wel eens tot Maria, vooral voor anderen.  Maar ook als ik het gevoel heb dat ik het niet meer alleen aankan.

Vandaag staat die Maria centraal. Maria in twee scènes, hier afgebeeld.  Maria bij het kindje in de voerbak, de kribbe, in doeken gewikkeld. En Maria die al de woorden van de herders bewaarde in haar hart. Als je aan het schilderen slaat om te ontdekken wie Maria was, wat ze heeft beleefd, ervaren, valt het niet mee om dat ook uit te drukken. Toch was dat de taak die ik mij had gesteld op basis van citaten uit de Schrift. Over Maria wordt in de evangelies nauwelijks iets gezegd.

Het is dan ook wonderbaarlijk dat ze in het geloofsleven van velen zo  bijzonder is geworden en voorzien is van talloze namen, bijnamen…. Toen ik kind was gingen wij bijna elke week naar Maastricht  en het eerste wat we deden was een kaars aansteken bij de Sterre der Zee – de kerk aan het Onze Lieve Vrouweplein. Ook nu nog branden daar veel kaarsen, net zoals in Den Bosch  bij de Zoete lieve Moeder. Ze is voor velen steun en toeverlaat.

In ons kerstverhaal wordt Maria beschreven vanuit een soort afstand. Als de aanstaande vrouw van Jozef die zwanger is. Bijna achteloos wordt het verteld. Als het kindje geboren wordt is de voederbak het wiegje. Op het schilderij zie je het kindje liggen. Jozef en Maria hebben geen gezicht.  Als individu zijn ze niet getekend want niets wordt er over hen gezegd. Op het tweede schilderij, (afgebeeld na het evangelie in het boekje) zie je Maria, die al de woorden van de herders bewaart in haar hart. Jozef kijkt op afstand toe, maar het gaat hier om Maria.  Hier is wel haar gezicht afgebeeld. Een ingekeerde Maria. Meditatief.

Haar hart is de plek waar de woorden uit de hemel binnenkomen. Maar wat zijn dat voor woorden en hebben wij hier wat aan? Het zijn de woorden van de engel gericht aan de herders in het veld. 

Als bewijs wordt het kindje opgevoerd in de kribbe, gewikkeld in doeken. Daar moeten de herders het mee doen. En met een hemel vol met engelen. Daarmee moeten ook wij het doen. We hebben de woorden, de engelen ontbreken.

Maar is dat genoeg? Verwarmen die woorden ons hart?  Zetten ze ons aan tot nadenken, tot handelen?  Elk jaar vieren we weer kerst en komen die woorden tot ons.  Wordt de wereld, worden wij er beter van? Gaan we ons anders gedragen? Door die woorden uit de hemel? Of is het misschien toch “fake news”?  Maken we er misschien stiekem iets anders van…iets wat meer past in ons eigen straatje zoals sommige wereldleiders dagelijks laten zien? Zoals Nelly Sachs dichtte: 

Volken der aarde, verwoest niet het heelal van de woorden, 

snijd niet in stukken met de messen van de haat 

de klank, die met de adem tegelijk geboren werd. 

Volken der aarde, dat niet een dood bedoelt, als hij leven zegt – 

en niet een bloed, als hij wieg uitspreekt.

Dat zijn harde woorden van deze dichter, maar ze hebben nog niets aan actualiteit verloren in onze dagelijkse wereld waar tegenspraak en verzet de boventoon voeren. Dat is sowieso het fundamentele probleem waar we nu mee worstelen: op wie kun je nog vertrouwen, welke woorden durven we nog te geloven?

Gele hesjes op straat, valse politieke beloftes, niet alleen het klimaat is de dupe. Augustus, Herodus, Pilatus, ze zitten nog steeds op hun troon. De paleizen zijn alleen veel groter. De kloof tussen arm en rijk veel dieper.  In de herberg Nederland is er voor velen géén plaats. Géén kinderpardon. En door wie en wat laten we ons informeren? Varen we misschien niet teveel op het nieuws dat de data-aasgieren van de sociale media ons voorspiegelen?  Durf je nog te vertrouwen op wat er in je eigen hart naar boven komt, zoals bij Maria, en waar de woorden van de engel voor bedoeld zijn?

Weet u wat voor mij de woorden van de engelen betekenen: jullie zullen ‘n pasgeboren kind vinden dat in ‘n doek gewikkeld in ‘n voederbak ligt? Dat kindje kan iedereen zijn. Het kan telkens opnieuw worden geboren. Niet alleen buiten mij, maar ook ik was eens dat kindje, en ben het in potentie nog.

De filosofe Hannah Arendt spreekt over Nataliteit: het wonder van het geboren-kunnen-worden. Telkens opnieuw kunnen beginnen! Hierdoor wordt de wereld van de ondergang gered. Telkens weer nieuwe kansen. We leven niet alleen maar om uiteindelijk te sterven, een-zijn-tot-de-dood. Zoals die andere filosoof Martin Heidegger heeft benadrukt. Vanuit die filosofie van het kunnen-beginnen ontwikkelt Hannah Arendt ook haar visie op samenleven en op democratie.  Wij zijn er samen met elkaar op deze aarde, samen moeten we het zien te rooien. Hanna Arendt schrijft, ik citeer:

“de democratie staat er borg voor dat in het met-elkaar-zijn, 

iedereen de kans krijgt zijn eigen begin te maken;  

het is de grote taak om met het gebrek aan harmonie te leren leven.”

Ieder van ons staat in zijn eigen schoenen, maakt een eigen begin, heeft een eigen herkomst en levensweg. Daarin elkaar ontmoeten is onze taak. Maar dat telkens opnieuw proberen te beginnen gaat niet vanzelf.  Uit ons eigen leven weten we hoe moeilijk dat vaak kan zijn.  Als relaties zijn verstoord, verbroken. Of als je er niet meer in kunt geloven omdat je te vaak teleurgesteld bent door de mooie woorden van de politici.  Het klimaat is een goed voorbeeld. 

Twee dingen zijn nodig volgens Hana Arendt: vergeving schenken en beloftes kunnen doen. Als we elkaar niet kunnen vergeven is er geen nieuw beginnen mogelijk. Als we elkaar niet beloven er voor te gáán, elkaar te respecteren, als we niet op elkaar kunnen bouwen, als er geen beloftes worden gemaakt voor de toekomst, komt er geen einde aan de chaos en blijft het ieder voor zich en God voor ons allen. 

Er bestaat een legende waarin Maria telkens weer terugkeert uit de hemel naar de aarde om mensen hier bij te staan. Zij gaat op en neer tussen hemel en aarde. Wij kunnen Maria makkelijk navolgen. Natuurlijk niet dat heen en weer vliegen. Maar wel de woorden van de engel laten doordringen in ons hart.  Je mag zo instrument zijn in Gods plan. Werktuig van zijn liefde, net als Maria.  Door mensen bij te staan die een beroep op ons doen.  En dat gebeurt al: thuis in onze gezinnen, bij onze buren,  met vluchtelingen in onze straat, soms met wildvreemden. Een vriendelijk woord, een lief gebaar. Een kleinigheid voor een dakloze.  Een kerstdoos voor de voedselbank en Stichting Vluchteling. Ik weet, het zijn misschien druppels op een gloeiende plaat.  Zoals de acties van Serious Request voor het Rode Kruis.  Maar hoeveel kinderen doen er niet aan mee en worden er door geïnspireerd? Het begint altijd klein. Als het niet klein begint, begint er niets. Ook niet in ons eigen leven. 

Op het bootje van Maria is de H. Geest de mast en het zeil de liefde. Maar waar is de wind? De wind dat zijn wij zelf, dat is Gods geestkracht, Gods zielekracht die in ons waait. Daarom een behouden vaart. Een zalig kerstfeest.

Kerstviering 24 december 2018 Studentenkerk Nijmegen

John Hacking