Tijdperk van het Niets (5)

Der Geist verdankt seine Lebendigkeit gerade der Fähigkeit zum Tod. Das Absolute ist nicht das “Positive, welches von dem Negativen wegsieht”. Der Geist schaut vielmehr “dem Negativen ins Angesicht” und “verweilt” bei ihm. Er ist absolut, weil er sich ins Extreme, die die äußerste Negativität hinauswagt und sie in sich einschließt, präziser ausgedrückt, in sich schließt. Wo das rein Positive, das Übermaß an Positivität herrscht, dort ist kein Geist. (Byung-Chul Han, Agonie des Eros, pag. 32)

De dood is een ongewenste gast. Hoe jonger, hoe minder welkom. Toch kun je van de dood leren. De dood is een leermeester voor de levenden. De dood wordt als negatief ervaren maar precies de negatieve ervaringen leveren inzicht op als je jezelf daartoe durft te verhouden. De dood maakt je bewust van het feit dat je leven eindig en beperkt is en dat je tijd dus kostbaar is. Benut die tijd dan goed, verspil hem niet aan allerlei lege activiteiten die niets toevoegen aan je leven. Dat is niet altijd een makkelijke les. Zeker niet als de vragen naar wat dan echt zinvol is in je leven, niet meteen antwoorden opleveren en je het gevoel blijft houden dat je niet verder komt. In een tijdperk waar de dood vaak wordt weggestopt en waar men de dood liever niet in de ogen kijkt is dat niet zo gemakkelijk om deze vragen dan ook te stellen.
In onze samenleving heerst vaker een soort van optimisme. Alle aandacht gaat uit naar het leven, naar zoveel mogelijk uit dit leven halen. Veel wordt in een positief licht gezien, de positieve kijk op de werkelijkheid wordt alom gepromoot want ook economisch gezien levert dat het meeste op. Prestatie is in deze maatschappij een nieuwe vorm van religie geworden. Want als het toch allemaal op jou neerkomt of je wel of niet iets bereikt dan kun je beter je best gaan doen. Dat is ook de sfeer op de opleidingen. Hard werken, presteren, ambitie tonen, excelleren, studeren dat de stukken eraf vliegen.
In deze vorm van religie heb je jouw eigen geluk in handen en dat moet je zelf waarmaken. Je schept je eigen verlossing. Jouw carrière is een kwestie van inzet en van relaties. Heb je die relaties niet, ben je niet slim genoeg, krijg je geen kansen, dan heb je pech gehad. Dan ben je als het ware al afgeschreven door velen. Woede en afgunst op al die burgers (de zogenaamde Grachtengordel-bewoners) die het dan beter getroffen hebben kan dan zo worden aangewakkerd door slimme politici die onvrede tot hun handelswaar hebben gemaakt. Maar een oplossing uit de misère, betere kansen op de arbeidsmarkt, scholingsmogelijkheden, daar hoor je niemand over bij deze haatzaaiers. Echt begrip en echte ondersteuning is er niet. Deze afgeschreven mensen zijn alleen goed als stemvee om de onvrede om te zetten in stemmenwinst.
De prestatiereligie heeft een grote keerzijde. Als je al kunt werken aan de verbetering van je maatschappelijke positie, als je jezelf waar kunt maken op de markt van welzijn en geluk dreigen er nog andere gevaren. Mensen worden depressief omdat ze in hun eigen ogen niet voldoen aan de opgeschroefde eisen. Ze schieten tekort, de druk is te hoog, het draait teveel om henzelf en er is niemand die hun goede feed-back geeft want ze moeten het helemaal alleen en op eigen kracht doen. Byung-Chul Han, een filosoof, schrijft daar over. Mensen gaan maar door en kunnen geen intervallen scheppen in hun levenstijd, geen echte pauzes nemen, geen afsluitende beslissingen nemen die aan processen een einde maken. Bijvoorbeeld als een baan of een studie niet bevalt om dan andere (soms radicale) keuzes te maken en ander werk, een andere studie en een andere tijdsinvulling te zoeken. Ze zitten vast aan zichzelf en aan het beeld van zichzelf dat ze moeten slagen, moeten presteren, moeten voldoen aan de eisen die aan hun worden gesteld en die ze aan zichzelf stellen in hun torenhoge verwachting van zichzelf. En als het zover komt, dat je dreigt te bezwijken aan je verwachtingen, als dingen niet meer lukken dreigt een burn-out die uit kan monden in een negatief zelfbeeld, een depressieve stemming. Hij schrijft:


Das depressiv-narzisstische Subjekt ist zu keinem Schluss fähig. Ohne Schluss aber verfließt und verschwimmt alles. So hat es kein stabiles Selbstbild, das ebenfalls eine Schlussform ist. Nicht zufällig gehört die Unentschlossenheit, die Unfähigkeit zum Entschluss zur Symptomatik der Depression. Die Depression ist charakteristisch für eine Zeit, in der man im Exzess des Öffnens und des Entgrenzens die Fähigkeit verloren hat, zu Schließen und abzuschließen. Man verlernt das Sterben, weil man das Leben nicht abzuschließen vermag. Auch das Leistungssubjekt ist unfähig zum Schluss, zum Abschluss. Es zerbricht unter dem Zwang, immer mehr Leistungen hervorbringen zu müssen. (Byung-Chul Han, Agonie des Eros, pag. 34)


Han constateert dat we daarom ook geen goed afscheid van ons leven meer kunnen nemen omdat we vast zitten aan onze eigen verwachtingen, omdat we een leven hebben geleid dat geen vrede geeft, omdat ervaringen van zin teveel ontbraken. Het leven was dan eerder een aaneenschakeling van losse gebeurtenissen, dan een echt levensverhaal. Eerder een opsomming van ‘events’ dan een leven met een doel, een opdracht, een richting, ervaringen van zinvolheid.
Toch dreigt dit gevaar van het niet echt af kunnen sluiten van dingen die we ondernemen en van het leven zelf in onze maatschappij: omdat we volslagen geïndividualiseerd zijn, als het ware allemaal losse atomen zonder echt verband, zonder echt zinsverband, lopen we het risico te verdrinken in ons gevoel van zinloosheid en leegte dat ons begeleidt. Leegte die in stand blijft omdat we onze tijd verdoen aan zinloze activiteiten die de wereld van de industrie ons voorspiegelt met de belofte dat ze ons geluk zullen brengen. Byung-Chul Han schrijft dat dit gevoel een atoom te zijn in een groter geheel, samenhangt met het feit dat wij de tijd niet meer aaneensluitend, binnen een zinsverband, een verhaal beleven, ons levensverhaal dat ergens naar toe gaat, maar als losse gebeurtenissen, punten in de tijd. Deze punten in de tijd volgen elkaar op maar als er een keer niets gebeurt vervelen we ons. Of we voelen ons bedreigd omdat we niets om handen hebben. Daarom vullen we leegte tussen de gebeurtenissen op met andere sensaties – geen dagje vrij, ook niet van jezelf, elke dag een volle agenda, een vorm van hysterie:


Es findet eine sich ins Hysterische steigernde Beschleunigung der Schnitt- oder Ereignisfolge statt, die auf alle Lebensbereiche übergreift. Aufgrund der fehlenden narrativen Spannung kann die atomisierte Zeit die Aufmerksamkeit nicht dauerhaft binden. So wird die Wahrnehmung immer mit Neuem oder mit Drastischem versorgt. Die Punkt-Zeit lässt kein kontemplatives Verweilen zu.
Die atomisierte Zeit ist eine diskontinuierliche Zeit. Nichts verbindet Ereignisse miteinander und stiftet dadurch einen Zusammenhang, also eine Dauer. So wird die Wahrnehmung mit dem Unerwarteten oder Plötzlichen konfrontiert, was eine diffuse Angst erzeugt. Atomisierung, Vereinzelung und Erfahrung von Diskontinuitäten sind auch für unterschiedliche Formen der Gewalt verantwortlich. Heutzutage zerfallen zunehmend jene sozialen Strukturen, die Kontinuität und Dauer stiften. Die Atomisierung und Vereinzelung erfassen die ganze Gesellschaft. An Bedeutung verlieren soziale Praktiken wie Versprechen, Treue oder Verbindlichkeit, die in dem Sinne alle Zeitpraktiken sind, dass sie, indem sie die Zukunft binden und zu einem Horizont begrenzen, eine Dauer stiften. (Han, Byung-Chul, Duft der Zeit. ein philosophischer Essay zur Kunst des Verweilens, pag. 24)


Als wij geen horizon in ons leven meer ervaren, niet meer in de gaten hebben waar wij vandaan komen en welke kant het uit moet om verder te komen, als we geen doelen stellen die ons leven met zin kunnen vervullen, wordt ons leven kleurloos, smakeloos en geurloos. Het wordt een direct getuigenis van het nihilisme dat heerst en dat velen beheerst.
Als je in je leven negatieve ervaringen meemaakt zijn dat eigenlijk uitnodigingen om een pas op de plaats te maken en niet als een wilde ezel door te gaan met je leven alsof er niets is gebeurd, alsof niets je van je weg af kan brengen. Negatieve ervaringen scherpen de geest en geven het leven geestkracht. Als je de confrontatie aandurft. Een leven krijgt pas een verhaal als samenspel van positieve en negatieve gebeurtenissen en de wijze waarop je daarmee om leert gaan. Dat maakt een levensverhaal. Zoals in mythes en sprookjes ons wordt voorgehouden. Op weg gaan, avonturen beleven, tegenslagen meemaken en te boven komen, transities doormaken, transformaties, dan krijgt je leven een dragen bodem, krijg je grond onder je voeten. Je ontdekt wat betekenis is in je leven en wat van betekenis is en wat mensen voor jou betekenen en jij voor hen. Byung-Chul Han schrijft over deze narratieve lijnen in een leven het volgende:

Sowohl die mythische als auch die geschichtliche Zeit besitzen eine narrative Spannung. Eine besondere Verkettung von Ereignissen gestaltet die Zeit. Die Erzählung lässt die Zeit duften. Die Punkt-Zeit ist dagegen eine Zeit ohne Duft. Die Zeit beginnt zu duften, wenn sie eine Dauer gewinnt, wenn sie eine narrative Spannung oder eine Tiefenspannung erhalt, wenn sie an Tiefe und Weite, ja an Raum gewinnt.
Die Zeit verliert den Duft, wenn sie jeder Sinn- und Tiefenstruktur entkleidet wird, wenn sie atomisiert wird oder sich verflacht, verdünnt oder verkürzt. Gerat sie ganz aus der sie haltenden, ja verhaltenden Verankerung, so wird sie haltlos. Gleichsam aus der Halterung gelöst,
stürzt sie fort. Die Beschleunigung, von der heutzutage viel die Rede ist, ist kein Primarprozess, der nachträglich zu unterschiedlichen Veränderungen der Lebenswelt führte, sondern ein Symptom, ein Sekundarprozess, nämlich eine Folge der haltlos gewordenen, atomisierten Zeit, einer Zeit ohne jede verhaltende Gravitation. Die Zeit stürzt fort, ja überstürzt sich, um einen wesentlichen Mangel an Sein auszugleichen, (Han, Byung-Chul, Duft der Zeit. ein philosophischer Essay zur Kunst des Verweilens, pag. 24 )

Als tijd ervaren een vorm van tijdvullen wordt, van het ene naar het andere hollen, geen pauze, geen stilstand, geen verdieping, geen bezinning dan leidt je uiteindelijk een leeg nihilistisch leven. Sterven is dan een onmogelijke opgave want je bent niet klaar. Maar hoe je het wendt of keert, je lichaam is je de baas. De dood is onverbiddelijk. Het afscheid is alleen heel beroerd, je omgeving is getuige van een vertrek uit dit leven met aangetrokken remmen. De mensen om je heen kunnen je niet bereiken, ze kunnen je wanhoop en je lijden niet verlichten. Er is geen troost. Als leven ook een voorbereiding is op je dood, zoals sommige filosofen hebben beweerd, dan is het zaak zo te leven dat de dood een mooie afsluiting vormt. Dat de leegte in het bestaan niet het laatste woord heeft. Is daar een recept voor? Bestaat er een medicijn om een wanhopige dood te voorkomen? Ik denk het wel: dat is nu de tijd nemen om over je dood na te denken en te leven in het licht van je eindigheid. Je leven en je afscheid zal aan kwaliteit winnen.

John Hacking
27 augustus 2019

bronnen:
Han, Byung-Chul, Lob der Erde. Eine Reise in den Garten, Berlin 2018 (Ullstein)
Han, Byung-Chul, Duft der Zeit. ein philosophischer Essay zur Kunst des Verweilens, Bielefeld 2009, (Transcript Verlag)
Han, Byung-Chul, Müdigkeitsgesellschaft. Um die Essays Burnoutgesellschaft und Hoch-Zeit, Berlin 2018, (Matthes & Seitz)
Han, Byung-Chul, Vom Verschwinden der Rituale. Eine Topologie der Gegenwart, Berlin 2019, (Ullstein)
Han, Byung-Chul, Tranzparenzgesellschaft, Berlin 2017, (Matthes & Seitz)
Han, Byung-Chul, Agonie des Eros, Berlin 2015, (Matthes & Seitz)
Han, Byung-Chul, Im Schwarm. Ansichten des Digitalen, Berlin 2017, (Matthes & Seitz)
Han, Byung-Chul, Gute Unterhaltung. Eine Dekonstruktion der abendländischen Passionsgeschichte, Berlin 2018, (Matthes & Seitz)
Han, Byung-Chul, Philosophie des Zen-Buddhismus, Stuttgart 2002, (Reclam)
Han, Byung-Chul, Psychopolitics. Neoliberalism and new Technologies of Power, Brooklyn 2017, (Versobooks)