Stilte omgeeft ons

 

Stilte omgeeft ons…

 

Wat is stilte, waar komt stilte vandaan, hoe existentieel is stilte, welke rol kan stilte spelen in ons leven en vooral in onze overdenkingen? Is stilte het tegendeel van lawaai, van drukte, van stress en heen en weer geren tussen de ene attractie en de andere? Is stilte persoonlijk gekleurd of is het iets algemeens en ook als algemeen gegeven te ervaren.

Jan Oegema schreef onlangs in “Letter en Geest” – de bijlage van het dagblad Trouw over deze stilte. (22-10-11 p. 2-3). Hij verwijst daarbij naar het boek van Sara Maitland (1950) ‘A Book of Silence’, (‘Stilte als antwoord’, in Trouw besproken op 20-3-2010). In dit boek komt Maitland tot deze conclusie, ik citeer: “dat hetgeen de christelijke traditie doorgaans aan God toeschrijft, is in feite een effect van de stilte zelf.” Maitland “somt acht zaken op die kenmerkend zijn voor individuen die lang in stilte vertoeven: verheviging van zintuiglijke en emotionele indrukken; spontane manifestaties van ontremd gedrag; sterk besef van dankbaarheid en verbondenheid; gehoorshallucinaties; vervaging van grenzen en persoonlijke identiteit; een opwindend besef van risico lopen; gewaarwordingen van onuitsprekelijkheid en gelukzaligheid.” Kortom allemaal kenmerken die ook uit getuigenissen van mystici bekend zijn, uit ervaringen van bergbeklimmers en anderen die een tijd in de natuur in stilte doorbrengen zoals de oude woestijnvaders meer dan vijftienhonderd jaar geleden. Stilte en het ervaren of doormaken van die stilte heeft dus verschillende effecten. In de religies worden deze opgepakt en in een kader gezet. Dat kader is meestal een soort van weg, een route op weg naar God of de ervaring van het goddelijke in deze aardse werkelijkheid. Zoals de natuur een mogelijkheid biedt van openbaring van het goddelijke. Als God zichtbaar kan worden in de natuur zou dat kunnen betekenen dat God daarin op de een of andere wijze aanwezig is. Dat valt niet te bewijzen maar de ervaringen van mystici en anderen verwijzen daarnaar. Het zijn getuigenissen, niet meer en niet minder, geen objectieve en controleerbare feiten.
Oegema beschrijft dat Maitland heeft ontdekt dat stilte meer is dan een middel om iets van de goddelijke ervaring te proeven of om “verlichting” te bereiken. Stilte is, Ik citeer: “Het is het ding zelf, het Ding-an-sich, (Kant) waarvan de inwerking zich volgens haar grotendeels aan onze meditatieve waarneming voltrekt. Dat betekent dat de stilte leger wordt, minder goed inpasbaar in onze mentale concepten. Daarmee wordt ze misschien ook angstiger, want ze biedt de stiltezoekende mens nóg minder houvast dan voorheen. Maar die stiller wordende stilte kan ook bevrijdend werken, want ze neemt de duizelingwekkend hoge doelen weg waarop de religieuze stiltezoeker zich van oudsher geacht werd te richten.” Stilte levert zo alleen stilte op, geen extra dimensie in de vorm van iets goddelijks of iets dat naar God verwijst. Alles valt weg, alles valt van je af, je gaat samenvallen met de stilte, misschien wel te vergelijken met het trillen van een snaar, waarbij het geluid onhoorbaar wordt omdat twee tonen, golven, elkaar opheffen omdat ze contrair zijn, in een soort tegenfase, destructieve interferentie genoemd.

Natuurlijk schiet dit beeld uit de natuurkunde tekort want het is de vraag of stilte van doen heeft met geluid en niet veel eerder het volstrekte tegendeel is van geluid. Interessant is daarbij de vraag hoe stilte zich kan manifesteren in een luidruchtige wereld, een aardse werkelijkheid waarin het bijna nooit echt stil is, of als je al mediterend stil wordt, je toch nog weet kunt hebben van je lichaam dat lawaai maakt. Sara Maitland bewandelt een ander spoor.

Oegema benadrukt dat zij tot de slotsom komt dat God voor haar niets dan stilte is. Maitland schrijft: “God is stilte, een stilte die positief, levend werkelijk en van ‘nature’ onbreekbaar is. In plaats van dat alle stilte wacht om te worden doorbroken, schreeuwt alle spraak het misschien wel uit om weer te worden opgenomen in de stilte, in de dood, in de nauwelijks waarneembare ruimte die opent naar de aanwezigheid van de eeuwigdurende stilte.”

Daarmee keert zij het mechanisme om: niet de klank, het geluid verbreken de stilte, maar de klank en het geluid keren uiteindelijk terug in de stilte waaruit ze te voorschijn kwamen. Als God onbreekbare stilte is, en wij, dood zijnde, terugvallen in die stilte, als het ware als rijpe appels in de handen of gouden schaal van God vallen, die zijn schaal onder de boom houdt (Rilke, Wladimir de wolkenschilder),  dan is dat niet alleen mystieke verwoording van een existentiële werkelijkheid maar ook bijna een letterlijke weergave van een feitelijk proces. Levend en met een kloppend hart zijn wij geen stiltewezens. Vallen wij niet samen met de stilte, met stilte, met God. In theologische taal zijn wij ‘schepselen’, voortgekomen uit God, uit zijn stilte en het bewijs hier voor is dat wij luidruchtig zijn zolang wij leven. Tijdens intensieve natuurervaringen, ervaringen van diepe stilte zouden we dus een vermoeden kunnen krijgen van onze bron, van onze goddelijke oorsprong. Verstokte atheïsten zullen dit natuurlijk niet beamen en zullen het waarschijnlijk een theologisch trucje vinden om stilte = God te noemen. Maar als wij eenmaal dood als een pier zijn komt er geen zuchtje meer over onze lippen en zijn wij in diepe stilte ingekeerd. De dood is dus in dit licht het bewijs van een stilte die definitief over ons is gekomen en letterlijk zijn we volledig stil gevallen. Het, ons leven, is er helemaal uit. Achterblijft ons corpus dat alras helemaal zal vervallen. En spoedig zal niets meer van ons lawaaierig bestaan over zijn in dit heelal.

Dit is natuurlijk geen echt ontologisch godsbewijs dat hier wordt geleverd maar het feit dat stilte bijna net zo onbepaalbaar is als God zelf, is pure winst. Stilte die niet valt te pakken, die je over je of door je heen moet laten (gaan) komen. Het doet me denken aan de term het “sublieme” zoals die door J.f. Lyotard wordt gebruikt: “het sublieme gebeurt” – “het gebeurt er…”. Ook dit is waarschijnlijk te karig als bewijs, onvoldoende om stilte, en om God echt te duiden. Stilte, sneeuw, licht, nacht en zijn in mijn ogen allemaal begrippen en werkelijkheden die naar dit sublieme van het “gebeurt er” verwijzen – zonder dat je er een vinger op kunt leggen. Zonder het theoretisch en praktisch te kunnen inpalmen. En als stilte een mooie metafoor maar ook een sublieme werkelijkheid is die ons werkelijk omgeeft, wat is er dan mooier om ons er af en toe aan over te geven?

 

John Hacking – met de blik op Allerzielen

1 november 2011