wandelen en praten over mijn werk

gepubliceerd in: De vruchtbare aarde 2010

 

Een wandeling met landschapsschilder John Hacking 

 

Zoeken naar de horizon

 

Hij houdt van wandelen en van de natuur. Hij schildert landschappen met een enorme fascinatie voor de horizon. “De werkelijkheid bevat een poëtische waarheid, naast andere vormen van waarheid.” John Hacking is een van de drie studentenpastors van de universiteit van Nijmegen. Op woensdag is hij meestal vrij. Maar op andere dagen worden studenten en medewerkers van harte uitgenodigd binnen te lopen. De deur staat meestal open. Vandaag komt Leonard Groenveld binnenlopen. Waar komt Hackings fascinatie voor de horizon vandaan? En waarom zuigt het ene schilderij je het landschap in, terwijl het andere je koud laat? 



 

Nijmeegse studenten hadden het er maar moeilijk mee, met het graf dat studentenpastor John Hacking zomer 2009 groef in de tuin van de studentenkerk. En zijn hartelijke uitnodiging om eens een half uur of langer in dat louteringsgraf te gaan liggen, vonden ze eng, freaky en griezelig. “Maar door bezig te zijn met de dood,” aldus Hacking, “ga je als mens pas echt nadenken over het leven.”

 

Sinds 1999 is John Hacking verbonden aan de universiteit van Nijmegen. Een stap waar hij geen moment spijt van zegt te hebben gehad. “In veel college’s zou ik zo willen aanschuiven om iets op te snuiven van het vak. Vooral als het over geschiedenis, filosofie en kunst gaat.” Hij geniet dagelijks van het werken met studenten en medewerkers, en van hun vragen en interesses, en last but not least van de prachtige omgeving rond Nijmegen.

In zijn vrije tijd trekt hij er graag op uit om te wandelen. En hij schildert landschappen. Bij het maken van onze afspraak was ik er dan ook stilzwijgend vanuit gegaan dat onze wandeling zich buiten de bebouwde kom zou afspelen, richting bossen, velden of uiterwaarden. Maar als ik John Hacking (1956) een week voor onze ontmoeting vraag in welk landschap hij het liefste met me wil wandelen, kiest hij voor het universiteitsterrein. En veel tijd heeft hij niet. Het is en blijft werktijd. Een gesprek van een uurtje, okee, maar dan heeft hij nog meer te doen. Uiteindelijk blijkt onze ontmoeting drie uur te zullen duren.

 

 

 

Leven en dood


De zon schijnt op de afgesproken donderdagmorgen in november. Ik tref John Hacking in zijn werkkamer in de Studentenkerk. Bij een kop koffie raken we in gesprek raken over het door hem zelf gegraven louteringsgraf. Vanwege de blijvende belangstelling van studenten en medewerkers is besloten dat het nog tot eind juni 2010 geopend zal blijven.

Hacking: “In essentie gaat dat graf over het overschrijden van grenzen, om daarachter nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Durf je stil te staan bij de dood en zo ja, hoe verhoud je je daar dan toe? Voor veel studenten is de dood een enorm taboe. Daarom vinden sommigen het liggen in zo’n graf een akelig idee. Dan opper ik dat je bijvoorbeeld als medische student intens te maken krijgt met leven en dood. En zo niet in je studie, dan toch zeker in je omgeving.

 

“Sommige studenten laten zich wel aan een elastiek van een brug vallen, voor de kick. Dat zou je spelen met de dood kunnen noemen.” En net als bij bungeejumping, zegt hacking, biedt ook het louteringsgraf een fysieke ervaring. “Het liggen in het graf beroert je huid; de uiterste grens van het lichaam. Je zzintuigen worden anders geprikkeld. Omdat je ‘slechts’ een stukje van de hemel kunt zien, ga je intenser luisteren. In zekere betreed je via zo’n nieuwe ruimte een nieuwe dimensie. Of zoals een studente zei: ‘Ik besefte opeens dat het leven doorgaat, ook als ik er ooit niet meer zal zijn. En daar had ik helemaal vrede mee’.

“Lust je nog een kopje koffie of zullen we een kijkje bij het graf gaan nemen?”

We lopen naar het louteringsgraf, dat zich in de tuin achter de Studentenkerk bevindt. Het graf is gemarkeerd door roodwit gestreepte linten. “Om te voorkomen dat de tuinman er tijdens het grasmaaien in belandt,” legt Hacking uit.

 

Anders dan in het vroege najaar, toen er twee houten pallets in lagen, is de bodem nu bedekt met een bed van bladeren. Dat ligt heerlijk, merk ik als ik me even later in het graf neervlij. Het heeft iets weldadigs – om omgeven door stevige wallen van aarde naar de blauwe hemel kijken.

 

Na circa vijf minuten sluit ik mijn ogen. Het besef dat ik midden in een interview zit, verdwijnt. Daarvoor in de plaats ervaar ik een soort oergevoel; van alle tijden. Even hoef ik me niet staande te houden, ik word gedragen en voel me geborgen. Zo blijf ik een poosje liggen, volkomen gedachteloos. Tot ik in de verte een auto hoor toeteren.

Terwijl ik opsta uit het graf, zie ik John Hacking een eindje verderop lopen. Hij heeft zich even teruggetrokken, maar hier is hij weer. Hij ziet nogal wat overeenkomsten tussen het louteringsgraf en een landschapsschilderij, zegt hij. “In beide gevallen gaat het immers om ruimtes die de geest prikkelen tot een nieuwe kijk.”

 

 

 

Troost


Op de campus is het intussen een komen en gaan van bedrijvige studenten, lopend of fietsend. Een levend schilderij in een decor van kolossale universiteitsgebouwen. Hacking: “Als je goed kijkt zie je dat iedereen haast heeft. Op weg naar het volledige college. Tussendoor even de voicemail afluisteren, een snelle hap. Dit hele landschap staat bol van de activiteit. Overal waar de studenten tijdens de introductiedagen een kijkje nemen, moeten ze iets dóen. Ze zijn dan ook heel verbaasd als ik ze voorstel een half uurtje te gaan zitten en helemaal niets te doen. Een moment van bezinning, met ruimte voor het voelen van eenzaamheid.”

 

We lopen via het terrein van de Radboud Universiteit naar Park Brakkenstein. Een fraai park in landschapsstijl, met grote grasvelden en daartussen groepjes bomen. De hectiek van de campus maakt plaats voor de rust van het landgoed.

Terwijl we wandelen door een laan van eeuwenoude beuken, zegt Hacking: “Zo’n landschap doet iets met je. Je kunt stil worden van de grootsheid, het imposante. Je kunt je er zowel verloren in voelen als getroost.”

 

Landschapschilders doen dat in verhevigde mate, zegt hij, dat toedichten van een bepaalde betekenis aan het landschap. “Dat zie je bijvoorbeeld bij Armando. Als kind groeide hij op in de nabijheid van Kamp Amersfoort, en dat zou hem zijn hele leven blijven beïnvloeden. Hij schilderde tal van landschappen waarin het oorlogsdrama zich vermengde met de natuur.

“Veel mensen zien de natuur – aangelegd of niet – graag als puur. Maar Armando schildert bomen die boosaardig zijn. Bomen die immers alle gruwelen hebben gezien, en die daar niks aan hebben gedaan. Daarom spreekt Armando over een ‘schuldig landschap’. Als toeschouwer van zijn geschilderde landschappen is het alsof je toegang krijgt tot die andere dimensie. Je ziet en ervaart dat het landschapsschilderij meer is dan alleen maar wat verf en een ondergrond. Je betreedt een andere ruimte en wordt daarvan deelnemer.”

Wacht even. Hoe kan ik een landschapsschilderij als ruimte betreden? “Ja, dat kan alleen in de geest”, zegt Hacking. “Maar omdat het lichaam ook van dienst te zijn, ontwierp de landschapsschilder Anselm Kiefer later letterlijk ‘andere’ plaatsen in zijn atelier. Ruimtes waar je letterlijk in en uit kon lopen. Hij noemde deze ruimtes onder meer ‘hemelpaleizen’, waarmee hij verwees naar de joodse mystiek.

 

“In een nieuw filiaal van Albert Heijn weet je vrijwel meteen feilloos de weg. Dat is prettig, maar ook een beetje saai. Daarentegen word je in de fysieke ruimtes van Kiefer voortdurend voor verrassingen geplaatst. Niet voor niets hebben veel van zijn werken de titel ‘Labyrint’. Het leuke van een labyrint is dat het niet uit maakt van welke kant je binnenkomt. Zo kijk ik ook naar ‘de waarheid’. Hoewel de waarheid voor sommigen ‘heilig’ is, kun je er ook van verschillende kanten naar kijken. Juist die verschillende invalshoeken leveren mij vaak een frisse kijk op de essentie op.”

 

Via Park Brakkenstein belanden we in de Hortus. Een waar paradijs voor wie een rijk scala aan bomen, heesters, bloemen dicht bij elkaar wil zien. Het ene moment waan je op de rotsige top van een berg, het volgende moment hoor je wind door het riet ruisen.

In dit poëtische landschap spreken we over gedichten. “Ook poëzie is een toegang tot de werkelijkheid, met een geheel eigen lading” zegt Hacking. “Neem Fernando Pessoa. Hij worstelde met de vraag of er een transcendente dimensie is tussen hemel en aarde. Hij zag de bomen, bergen, bloemen – allemaal volkomen aards. En toch eindigt een van zijn gedichten met de zin: ‘En ik ga met hem ieder uur’. Daaraan vooraf gaat bijvoorbeeld dit fragment:

 

Maar als God de bomen en de bloemen is

En de bergen en het maanlicht en de zon,

Waarom dan noem ik hem God?

Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;

Want als hij, opdat ik hem zou zien,

Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,

Als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen

En maanlicht en zon en bloemen,

Dan is het omdat hij wil dat ik hem ken



 

Sabbat


In de periode december – februari 2006 nam Hacking een korte sabbatperiode. In die tijd ging hij op zoek naar kunstenaars die landschappen schilderen vanuit de vraag of er sporen van het goddelijke zijn aan te wijzen in het landschap. “Een poging om mijn inspiratiebronnen uit de afgelopen dertig jaar te inventariseren. Daarbij werd ik vooral verrast door de Zenboeddhistische benadering.

 

“Kijk, in het westen heb je de kunstenaar en zijn ideeën. Daar hangt altijd een prijskaartje aan. Een Karel Appel, honderdduizend euro. Een Van Gogh, twee miljoen euro. Vaak verdwijnt het werk zelf achter de prijs en de naam van de kunstenaar.

“In Japan werkt het precies andersom. De kunstenaar die het hoogst aangeschreven staat, is degene die de goddelijkheid van de werkelijkheid het volmaaktst tot uitdrukking weet te brengen. Pas op de onderste trede staat de kunstenaar met zijn ideeën. Dat spreekt me bijzonder aan. Het gaat niet om mij, maar om mijn zoektocht en die zoektocht breng ik als schilder tot uitdrukking.

 

“Blijft de vraag: wie ben ik, als mens? In mijn vorige baan als basispastor in Badhoevedorp probeerde ik de overledene tijdens rouwdiensten graag in zijn of haar eigenheid te benoemen. Voor mij zijn wij metaforisch gesproken als mens allemaal een ‘ui’. Begonnen met een kiem, waarom steeds meer schillen groeien. Die schillen horen er allemaal bij.

“Als landschapschilder probeer ik verbinding te leggen tussen buitenkant en essentie, en vooral de wisselwerking tussen die twee. In mijn jeugd, toen ik een jaar of zestien was, las ik een boekje over boeddhistische schilderkunst. Ja toen al. Daarin stond de vraag: Stel, je ziet een tijger; wat beeld je dan van die tijger uit op papier of op een doek? Wat je uitbeeldt als kunstenaar is de indruk die de tijger op JOU maakt. Dus niet de tijger op zich, niet de omgeving, nee de emotie die jij voelt bij het zien van een tijger.”

 

Horizon


We lopen terug naar de Studentenkerk. Hacking: “In mijn schilderijen komt de relatie hemel en aarde voortdurend terug. En het zoeken naar de horizon. De horizon als de denkbeeldige lijn tussen hemel en aarde én de letterlijke scheiding tussen de aarde en wat daarboven komt.

 

“Zonder die horizon geen scheiding, maar ook geen hemel en aarde. De horizon fascineert mij mateloos, omdat het kijken ernaar en de bepaling ervan ons ruimte geeft. De horizon ligt nooit bij voorbaat vast. De horizon wil ontdekt worden, dat is het mooie ervan; hij verandert, hij verschuift voortdurend. Telkens als wij van plaats verwisselen schuift de horizon op, komt hij dichterbij of verdwijnt juist in de verte.”

 

Het niet opmerken van de horizon typeert voor Hacking een staat van blindheid. “Van desoriëntatie, van vertwijfeling, zo je wilt. Want het leven is een zoeken en dolen, zonder begin en zonder einde. Je oriënteren op de grond onder je voeten, of de hemel boven je hoofd zonder horizon, is een zinloze bezigheid, want zonder besef van de horizon heb je geen overzicht.

 

“In mijn ogen is de horizon de bondgenoot van de mens, omdat hij staat voor datgene waar de mens naar kan verlangen en wat hij kan bereiken. Een bondgenoot die dat verlangen voortdurend zichtbaar maakt. Iedere dag opnieuw kun je jezelf de vraag stellen: waar ligt vandaag mijn horizon?

 

“En via die vraag beland je vanzelf bij de horizon van je innerlijke landschap. Het landschap van de geest, maar ook van het lichaam! Hoeveel ruimte heb je daar? Wat is je uitzicht? Kijk je steeds tegen dezelfde berg op? Waar zie je water? Waar stroomt het?

 

“En wat als je innerlijke landschap er dag na dag hetzelfde uitziet? Als je daar tevreden mee bent, prima. Maar er dienen zich vele mogelijkheden aan zijn als je daar verandering in aan wilt brengen. Ik houd van de natuur en van wandelen. Ga bijvoorbeeld eens wandelen, met al je zintuigen wijd open. Voel de wind op je huid, hoor de vogels, ruik de aarde, zie je eigen horizon. Je innerlijke landschap schildert zich als vanzelf in je af.”

 

Die ervaring, aldus Hacking, behoeft eigenlijk geen toelichting, ook al maakt hij er soms schilderijen van, met zelf gemaakte verf. Pigmenten, water en bindmiddelen werken steeds weer anders op elkaar in, heeft hij gemerkt. Spannend noemt hij het dat op die manier ook het toeval een rol speelt bij de totstandkoming van zijn schilderijen.

 

Uitgangspunt is vaak een concreet landschap, in de vorm van een zelfgemaakte of gevonden foto. Daaromheen schildert hij een nieuw landschap. Soms begint hij met het trekken van een paar lijnen op een vel papier. Dan ontstaat vanzelf een landschap; zonder bijbedoeling, zonder opzet en zonder compositie in het hoofd. Een schilderen in de traditie van de oude sumi-techniek. Het grote gebaar wordt van binnenuit gemaakt. De arm doet het werk. “Het hoofd komt hoogstens achteraan om als het werk klaar is een kleine bijdrage te leveren in de vorm van een betekenis.” Lachend: “Op dit punt wint de schilder in mij het van de theoloog.”

 

We zijn weer terug bij de Studentenkerk. Hoewel onze ontmoeting daarmee is afgelopen, zou ik graag nog uren samen verder wandelen. Maar voor Hacking roept het werk. Een collega komt melden dat er voortdurend wordt gebeld over de vacature ‘medewerker secretariaat’. De collega gaat nu lunchen. Of Hacking ze te woord wil staan.

Tijdens de terugreis passeren, letterlijk in sneltreinvaart, diverse landschappen de revue, ingelijst door het coupéraam. Soms zie ik de horizon, bijna als een rechte lijn. Soms wordt het royale vergezicht belemmerd door kolossale stadslandschappen of megalomane kantoorgebouwen. Merk dat ik daar nu anders naar kijk. Milder. In al dat steen en beton wonen en werken mensen; unieke levens tussen hemel en aarde. In mijn belemmerde uitzicht is een perspectief ontstaan.

 

Leonard Groenveld

 

Nadere info op va-magazine.nl