Acht benen: dragen en gedragen worden!

Acht benen: dragen en gedragen worden!

Markus 2,1-12:

Als hij Kafarnaoem weer binnenkomt na dagen is  te horen: hij is in huis! Zovelen stromen er samen dat er zelfs voor de deur geen ruimte meer is,- en toen heeft hij tot hen zijn woord gesproken. Er komen er die een verlamde tot hem willen brengen, gedragen door vier man. Omdat ze vanwege de schare hem niet naar hem toe kunnen brengen, halen ze de bedekking van het platte dak af daar waar hij is; ze graven een gat uit en laten de mat waarop de verlamde ligt neer. Als Jezus dat vertrouwen van hen aanziet, zegt hij tot de verlamde: kind, jou worden je zonden vergeven!  Maar er zijn daar enkele schriftgeleerden gezeten, en die in hun harten denken: wat spreekt hij daar zomaar uit?, hij lastert!- wie is bij machte zonden te vergeven  dan alleen God? En meteen beseft Jezus met zijn geest dat zij zó bij zichzelf denken, en zegt tot hen: waarom denkt u dat allemaal in uw harten?- wat is gemakkelijker, tot die verlamde zeggen: jou worden je zonden vergeven!, of zeggen: waak op, neem je mat op  en wandel?- maar opdat ge zult weten dat de mensenzoon volmacht heeft om op de aarde zonden te vergeven,- zegt hij tot de verlamde: tot jou zeg ik: waak op, neem je mat op en ga heen naar je huis! Hij waakt op, neemt meteen zijn mat op en gaat voor aller aanschijn naar buiten,
zodat allen buiten zichzelf zijn en God verheerlijken, zeggend: zoiets hebben wij nog nooit gezien! (Naardense bijbel vertaling)

Deze tekst stond gisterenavond centraal in de geloofsgroep “Jezus, volgens het evangelie van Markus”, een Bijbelgroep in de Studentenkerk te Nijmegen die eens in de 14 dagen bijeenkomt rond een Bijbeltekst. Deze keer staat Markus centraal, zijn evangelie en zijn verhalen over Jezus. Volgens de methode van het struikelen, de “bijbelstruikelmethode”, lezen we eerst de tekst en schrijven alles op of onthouden waar we over struikelen. Dat kunnen woorden zijn, gebeurtenissen, betekenissen en beschrijvingen. Alles wat op die manier je aandacht trekt betekent iets. Alles waar je over struikelt heeft een boodschap voor je want anders zou je er achteloos aan voorbij gaan en komt de boodschap niet binnen. Het struikelen helpt je er bij stil te staan en te ontdekken waarom je struikelt. Soms kunnen dat gebeurtenissen of opvattingen zijn uit de tekst die niet overeenkomen met eigen ideeën en die daarom vragen oproepen. Zoals de genezing van de lamme: hoezo genezen, hoezo opstaan? En wat moet dat met die zonden, de vergeving van zonden zomaar uit het niets? En dan die schriftgeleerden die bezwaren opstapelen in hun hart en Jezus die dat meteen doorziet. Wat gebeurt er allemaal in de tekst en wat doet dat met jou als lezer?

Door voortdurend te struikelen ga je ontdekken dat het niet zomaar een verhaaltje is, maar dat de schrijver bewust een constructie heeft gemaakt van een gebeurtenis rond en met Jezus. Hij zet als het ware zijn camera op de situatie in en buiten het huis in Kafarnaoem. Wat zie je dan? Een drukte van jewelste. Hij is in huis, hij is thuis, en tallozen stromen toe omdat ze weten dat hij bijzondere dingen heeft gedaan, hij heeft al velen genezen. Dat lazen we al eerder. Het is ook slim om de teksten te lezen achter elkaar: want de  teksten bouwen voort op elkaar en wat eerdere verzen is gezegd wordt vaak niet herhaald maar zij resoneren wel mee.  Het is druk omdat Jezus optreden al een zekere faam heeft verworven en velen zijn gered.

Dan wordt er opeens een verlamde, een geraakte (Statenvertaling) gebracht, gedragen door vier mensen (mannen/vrouwen).  Maar ze kunnen er niet door. Er zijn te veel mensen, je er doorheen wringen lukt gewoon niet. Dan nemen ze een creatief besluit en gaan het dak op om vandaar bij Jezus te komen. Het dak wordt geopend, een deel wordt weggehaald en de verlamde zakt met bed en al naar beneden.

Jezus is onder de indruk. Hij is onder de indruk van hun vertrouwen, het optreden van de vier. En hij reageert terstond door te zeggen:  kind, zoon, je zonden zijn je vergeven. Dat is het einde van de eerste scene. Hier wordt een punt gemarkeerd: vier mensen brengen een verlamde, een geraakte (door wat is hij geraakt – hij is nog slechts een kind) bij Jezus. Zonder die vier zou hij nooit zover gekomen zijn, zonder die vier was er voor hem geen echte redding van zijn verlamd zijn. Aan ons de vraag: kunnen we dat ook? Kunnen we ook met z’n vieren een verlamde, een geraakte, iemand met een gebrek helpen, dragen naar zijn redding? Kunnen 8 benen iemand zonder benen op weg helpen? Kunnen wij dragers worden om anderen naar het heil toe te dragen? En kunnen we ons ook laten dragen, durven we ons te laten dragen, durven te vragen om ons te dragen als onze benen verlamd zijn of onze geest geblokkeerd is? Kortom in deze eerste scene zitten heel wat levenslessen opgesloten. In de Bijbelgroep kwamen veel suggesties, opmerkingen en vragen voorbij en in de latere uitwerking in een brief (waarin studenten de rol moesten aannemen van een van de acteurs)  werden deze vragen langzaam zichtbaar onder de woorden die gesproken werden.

Dan breekt de tweede scene aan: “Maar er zijn daar” zo begint de tekst, alsof het een soort obstructie betreft, een “maar” met gevolgen, wat dus ook zo is. Schriftgeleerden, zij die leren zonder het gezag dat Jezus heeft, lazen we al eerder. Die schriftgeleerden zijn getuige van de uitspraak van Jezus en zij stapelen negatieve gedachten, kritiek, in hun hart. Jezus, scherpzinnig, ziet hun reactie, weet wat ze denken en geeft ze van repliek. Jezus kijkt tot in het hart in deze scene. Daarmee verklaart deze gebeurtenis ook het feit dat Jezus tot de zoon spreekt, tot het kind, dat zijn zonden worden vergeven. Is Jezus hier een soort van vader? Neemt hij die rol aan? Toetst hij hart en nieren? Is de verlamde, de geraakte omgekeerd op zijn schreden en zoekt hij nou met alle kracht naar hulp en naar genezing? Waarvan is hij dan omgekeerd? We weten het niet. Maar feit is dat vier mensen hem wel dragen, dat vier mensen het de moeite waard vinden om hem naar Jezus toe te brengen. Hij wordt niet teleurgesteld: tegen de achtergrond van de morrende schriftgeleerden laat Jezus zien dat hij macht heeft om zonden te vergeven, dat wil zeggen ook mensen te bemoedigen die omkeren op hun schreden, die berouw tonen over hun verleden, dat hij macht heeft om hen te laten opstaan uit hun onmacht, hun verlamd zijn. Mensen geraakt door ervaringen die hen hebben verlamd geeft hij een nieuwe kans. Opstaan, het zelfde begrip als op het einde van Marcus in het Paasverhaal, de opstanding uit het graf: waak op! Ontwaak! Wordt wakker uit de zonde, uit de verstrikking van een naderende dood. Keer om van je schreden op het pad des doods. Talloos zijn de metaforen die hier op de achtergrond meespelen.

Jezus noemt zichzelf de Mensenzoon, de zoon des mensen. Dat kan als een soort titel worden opgevat maar ook als een beschrijving dat hij kind is van mensen. De dubbele lading speelt mee in de omschrijving dat hij macht heeft op de aarde om zonden te vergeven. Op de aarde. Op de aarde zegt hij ook tegen de verlamde “sta op, neem je bed, mat op en ga naar huis”. Hij komt eindelijk thuis van een lange reis, van zijn verlamd zijn, zijn geraakt zijn. Hij is vrij, hij kan zijn eigen benen inzetten en gebruiken en hij hoeft niet meer te leunen op acht andere benen. Acht is het getal van de opstandingsdag, de sabbath, het eindfeest. Acht benen maken dit mogelijk! Daarom is er lof, verheerlijking van God, feest. Wat hier gebeurt is in de ogen van de toeschouwers nog nooit vertoond. Zij hebben het nog nooit gezien. Wat hebben ze dan gezien? Vergeving van zonden, of hebben ze een lamme beter zijn worden, een geraakte, verlamde die opeens weer zijn benen kan gebruiken? Dat is wat gebeurt: zowel de zonden worden vergeven, een nieuwe weg ligt open, als de opheffing van de verlamming. Jezus doet het allebei. En beide daden versterken zijn aanspraak dat hij macht heeft om het woord van God te laten geschieden. Zijn optreden is een vertolking van het woord van God en een waarmaken ervan. Woord en daad vallen samen. Hierin bestaat zijn gezag dat daarmee anders is dan dat van de schriftgeleerden: zij leren enkel het woord, maar hun daden blijven er ver bij achter.

Wat kunnen we uit deze tweede scene leren? Opstapelen van negatieve gedachten voert tot niets. Gooi het er dan maar uit. Dan ben je het kwijt en kan de ander je een andere kant laten zien. Jezus pakt dat goed op en is ze zelfs voor. Hij wijst de schriftgeleerden op deze zinloze weg. Als je niet open staat voor het woord van God kan het nooit bij je binnen komen. Hoe kun je dan opengaan? Misschien eerst door ballast te verwijderen die op je ziel, in je hart ligt opgestapeld. Daarvoor moet je eerst eens goed kijken wat er allemaal ligt. Dat kun je benoemen, beschrijven en erover communiceren. Dat kan opluchten. Dat geeft lucht. De schriftgeleerden hechten aan hun oordeel. Het is alleen God die kan vergeven. Nou dan kun je als mens lang wachten in je dagelijks leven. Jezus laat zien dat vergeving altijd mogelijk is als er berouw is. Daarvoor is God niet nodig, tenminste niet zo expliciet. Wij kunnen het zelf. Als je teveel aan je eigen oordeel hecht kan dat je in de weg zitten en mis je het woord van God, kan het niet bij je binnenkomen, ook al zit je vol goede bedoelingen. Struikelen over de tekst kan je attent maken op je eigen oordeel en je eigen vooroordelen. Wie ben jij dat je gelijk zult hebben? Relativeer jezelf. Dat helpt en dat geeft ruimte. Opstaan uit je eigen verstrikkingen van je eigen oordelen, opgestapeld in je hart, bevestigd misschien door ervaringen uit  je verleden.  Zo kun je geraakt hierdoor verlamd raken, vastgeklonken in je eigen gevangenis. Hier zicht op krijgen, anderen uitnodigen mee te kijken, je laten dragen door hun oordeel en opvattingen, niet alleen zelf willen (uit)dragen, dat alles zit ook in deze tekst. Struikelen is goed, dragen is goed, samen met anderen om te helpen, om Pasen te laten geschieden, en gedragen worden is goed. Toch een prachtige tekst om mee te beginnen op de weg van het volgen van Jezus?

Twee andere vertalingen van dezelfde tekst:

En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapérnaüm gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.  En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.  En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.  En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.  En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.  6 En sommigen van de schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:  Wat spreekt Deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?

En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat  verdenkt gij deze dingen in uw harten?  Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?  Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):  Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.  En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten, en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien! (Statenvertaling – Jongbloed editie)

Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was.  Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun Gods boodschap.  Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd.  Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken.  Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’  Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf:  Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven!  Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: ‘Waarom denkt u zoiets?  Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”?   Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde:   ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’

Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze. (De Nieuwe Bijbelvertaling)