Kerstavond 24 december 2013

heilige familie
heilige familie

Kerstoverweging Studentenkerk 24-12-2013; gelezen Jes 8,23-9,7 en Lucas 2,1-20

Welkom

“Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft!” Deze kerstgroet uit de mond van de engelen – gericht aan de herders, geef ik graag aan u  door op deze kerstnacht. Welkom, van harte welkom in deze donkere nacht om getuige te worden van de geboorte van het nieuwe licht, een nieuwe mens,  een redder, verlosser, een belofte voor ons allen.

Welkom als u van ver bent gekomen, als het de eerste keer is dat u hier aanwezig bent. Welkom als u vaker bent geweest, welkom als trouwe bezoeker van de vieringen. Welkom  groot en klein, jong en oud. Welkom met uw eigen verhalen,  uw eigen geschiedenis, uw hoop en twijfel, uw verdriet en vreugde. Bij het kind in de kribbe is iedereen welkom: elke rang, elke stand. Herders en engelen omringen het ouderpaar – de os en de ezel, de schapen en de hond zij zijn er allemaal. Vier weken hebben wij hier naar toe geleefd, en nu is het zover.

De vijfde kaars in de adventskrans symboliseert deze nieuwe geboorte. Zij is het kleine lichtje in een donkere nacht, een lichtje dat allen zal verlichten. Jesaja, de profeet zal het met alle kracht uitdrukken, uitzingen. En Lucas onze evangelist die het blijde nieuws verkondigt doet dat bijna achteloos. Een detail slechts, een klein detail in het leven van Jezus, zo lijkt het.  Maar laten we instemmen met de engelen: Venite adoremus, venite adoremus Dominum. Laten we stil worden in deze stille, heilige nacht, schenken wij allen ons hart…

Bidden wij…

Hemelhoog God, is uw liefde, tot in de wolken reikt uw trouw. Gij zijt de bron van al het leven. In uw licht zien wij licht..

Deze nacht komt uw licht op een bijzondere wijze naar ons toe. In dit klein mensenkind ervaren wij uw liefde, dit kind in de kribbe is uw antwoord aan ons mensen. Het maakt uw liefde in ons wakker, het doet het beste in ons naar boven komen. Sterk ons als wij deze liefde verder dragen uitdragen naar elkaar – zichtbaar maken als uw licht in deze soms donkere wereld.  Voed ons als wij deze liefde tot grondvest maken van al ons handelen, al ons denken. Zo heeft Jezus ons voorgedaan, uw veelgeliefde, uw Zoon, onze broeder. Amen.

Overweging

Wees gegroet Maria, vol van genade, Gij zijt de gezegende onder de vrouwen  en gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot…

Zo is het allemaal begonnen, met deze aankondiging van de engel Gabriël werd de eerste stap gezet:  Maria werd begroet en haar zwangerschap aangekondigd. Een bijzondere bevruchting, geen man kwam eraan te pas.  De schilders die de Heilige familie hebben afgebeeld hebben hiermee geworsteld.  Maar ze hebben een oplossing gevonden. Jozef wordt afgebeeld als oude man.  Zo ook op ons schilderij op de voorkant van de liturgie. Een werk eerst toegeschreven aan Jeroen Bosch, maar later aan een navolger. Het hangt in Keulen in het Walraf-Richartz Museum.

Zelf vind ik het een prachtig werk omdat Maria en Jozef vol tederheid zijn afgebeeld. Jozef strekt zijn hand uit om het kindje te aaien, zo lijkt het. De andere hand op het hart. Maria, in het groen met een witte omslagdoek, houdt haar handen gevouwen als in gebed. De os en ezel zijn van de partij en doen helemaal mee.  Een herder kijkt toe vanachter het doek. In z’n hand een staf met schepje om zand te gooien. Als je goed kijkt zie je op het doek boven het hoofd van Maria een hálo, een kring. Links twee mannen die hun voeten en handen warmen aan een vuur, in een ruïne. Rechts een herder met doedelzak die de boodschap van de engel ontvangt.  Een ekster, symbool voor geklets en nieuwsgierigheid,  een heel vroege “twitteraar” zou je kunnen zeggen, zit rechts op een muur. In het midden van dit tafereel, het kindje, naakt op een paar aren.

Deze aren roepen echo’s op: ze verwijzend naar Beth-le-hem, letterlijk huis van brood,  en naar het aren lezen van Ruth. Ruth, de moabitische, de vreemdelinge die door haar huwelijk met Boaz de  overgrootmoeder wordt van koning David – stammoeder van Gods volk. God werkt via vrouwen en via vreemdelingen – zonder Ruth geen David  en ook geen verre “zoon van David”: Jezus van Nazareth! In de christelijke traditie verwijzen de aren naar het brood van de eucharistie.  Dit kindje is brood voor de wereld.  Hier ligt geen kind in doeken gewikkeld, hier ligt de Zoon van God,  naakt op de wereld geworpen, in een bak met amper wat stro. Geen letterlijke verbeelding van ons verhaal uit Lucas.  Ook de kerk rechts op het doek spreekt boekdelen:  Christus wordt geboren onder ons, in het hier en nu van de schilder.

In mijn aantekeningenboek schreef ik: “schilderen is diefstal van echo’s.” Wat zijn die echo’s en waarom is de schilder een dief?

De schilder gaat aan de haal met de indrukken die het verhaal op hem hebben gemaakt.  Hij verbeeldt, hij brengt op een geheel eigen wijze in beeld wat hem raakt. Dat is zijn vrijheid maar daardoor brengt hij het verhaal ook verder.  Nieuwe betekenissen komen aan het licht en het verhaal wordt geplaatst in onze tijd. Zo schrijft ook Matheus over Jezus op een geheel eigen wijze. Als Jezus in hoofdstuk 4 na zijn doop en woestijnervaring in Zebulon en Naftali gaat wonen  en daar zijn missie, zijn levensdoel ontdekt, namelijk dat het koninkrijk der hemelen ophanden is, citeert Matheus de verzen uit Jesaja, die wij zonet hebben gehoord:

“Het volk dat zit in duisternis, heeft een groot licht gezien., en over hen die zitten in het land en de schaduw van de dood,  over hen is een licht opgegaan.”

Matheus brengt het verhaal van Jesaja tot leven in zijn eigen tijd. Ik probeer dit nu te doen in deze overweging:  het bij onze tijd brengen van deze oude verhalen. Ik laat de echo’s doorklinken in onze oren, en hopelijk komt het onze oren binnen zoals in het oor op het schilderij, het oor van Jozef dat klaar ligt om te luisteren. Ik hoor de echo: Zebulon en Naftali, het noorden van Israël, grenzend aan het huidige Syrië. Daar leeft  nu opnieuw een volk in duisternis, levend in het land en de schaduw van dood. Zoals op andere plaatsen en landen in deze wereld: Dafur, Soedan,  midden Afrika, Kongo, Noord Korea… Het bestaat nog steeds. Al onze kerstgedachten en wensen doen daar niets aan af.

U kent ook de getallen: in Nederland worden 250 vluchtelingen uit Syrië  toegelaten, in Duitsland 10.000 – van de 2,5 miljoen die op de vlucht zijn.  Dat is een bittere waarheid  anno 2013. Bitter vooral voor hen die afhankelijk zijn. Hoe erg verlangen deze mensen misschien naar de troostvolle woorden uit Jesaja:  een vredevorst in ons midden – een einde aan het juk,  geen dreunende laarzen, bloedbevlekte mantels meer.  Maar voor velen blijven het mooie woorden, hoopvol misschien, maar niet realistisch.

En ons maakt het misschien moedeloos, wanhopig,  en kan het  ons gevoel van onmacht versterken. Wat kunnen wij doen als er zoveel geweld op deze aarde woedt? Wij zijn maar klein, machteloos, wij hebben er géén hand in.  Wij voelen ons soms misschien net zo hulpeloos als het kerstkindje op het stro.  En toch, „Umwertung aller Werten“, om Nietschze te citeren,  omkering van alle waarden, ligt daarin onze kracht. Daarom heb ik dit thema gekozen: “het begin van alle grote dingen is klein”.

We zijn nu die wij zijn omdat we eerst klein waren, kind waren.  We zijn opgegroeid, uitgegroeid met positieve en negatieve ervaringen. Ieder op zijn eigen wijze, ieder in zijn eigen context.  Wat we nu zijn is resultaat van een proces.  Hebben we veel liefde ontvangen, kunnen we vaak ook veel liefde geven. Hebben we te weinig liefde in ons leven ervaren, blijft het soms moeilijk om zelf te geven. Komen er onverwachte gebeurtenissen op ons pad: ziekte, pijn, lijden, afscheid, dan is niet altijd helder hoe je daar mee moet leren leven.  De een is sterk, de ander zwak. Hoe kun je dingen die voor je gevoel te groot voor je zijn een plek geven in je leven? Het lukt niet altijd, soms kun je eraan onderdoor gaan.  Alle mooie woorden ten spijt.

En toch geloof ik in, hoop ik op en vertrouw ik op het woord dat dit Christuskind tot ons spreekt als het langzaam groter wordt en uitgroeit tot een verlosser: “Het Rijk der hemelen ligt aan onze voeten, het Koningrijk van God is op handen!” Maar het is de kunst om dat te kunnen en te blijven zien in onze wereld.  Hoe blijf je optimistisch te midden van pessimisme?  Hoe houd je de lamp brandende, de vlam wakende, het donker verlichtend? Mandela heeft er 27 jaar voor nodig gehad in de gevangenis op Robbeneiland. Hij is niet bij de pakken neer gaan zitten. En het is klein begonnen.  Het groeide uit tot een grote kracht: zijn pleidooi voor verzoening, het einde van geweld.

Ook wij, hoe klein en machteloos we ons misschien ook voelen,  als wij blijven geloven in de onverwachte krachten die in ons kunnen ontstaan, die in ons voortleven, dan is alles mogelijk.  Als we luisteren naar de echo’s van de oude bijbelse verhalen,  als we aan de haal gaan met de krachtige inspiratie die hieruit spreekt.  Haar laten stromen in onze dagen, ons leven. 592 kerstpakketten werden ingezameld deze advent, 420 alleen al voor de voedselbank. Samen door kerken in Nijmegen.

Doe je schoenen maar uit, warm je handen en je voeten, warm je harten aan het vuur van het woord van God, blaas op je schalmei, je doedelzak want de engel brengt goed nieuws: een redder is ons geboren, de Messias, de Heer. Kind in een kribbe. Samen met de herder kijken we naar dit kleine schepsel, samen met Maria en Jozef koesteren we het, geven het warmte, aandacht, liefde. En met de os en de ezel gaan we stug door op de weg die Jezus voor ons heeft uitgezet. We laten ons er niet vanaf brengen, we geven de moed niet op, hoe ver de reis ook is, hoe lang het ook zal duren voordat we ons doel bereiken. Leer van het realisme van het kerstverhaal: God geboren onder mensen, goddelijke liefde onder ons present, binnen handbereik; zo voor het grijpen. Daarom van harte een zalig kerstmis en vrede op aarde voor alle mensen van goede wil. Amen.

John Hacking