Uniciteit

Uniciteit

De bewegingen van een vlag in de wind zijn telkens uniek. Op het blote oog lijkt er soms niet zo veel verschil maar als je gedetailleerd kijkt is elke bewegingen weer even anders. Op atomair niveau is die verandering absoluut, geen twee situaties zijn exact hetzelfde. Als de vlag al zo uniek kan wapperen, hoe zit het dan met een mensenleven, met een individu? In deze uitgestrekte kosmos is de kans wel heel erg klein dat je een exact dezelfde persoon zult aantreffen op een andere plek waar de evolutie onder gunstige omstandigheden op dezelfde wijze alle variaties afwikkelt die mogelijk zijn. Op onze planeet aarde is die evolutie al een tijdje aan de gang en manifesteert het leven zich telkens weer in andere gedaanten, een schier oneindig proces. Tot op een dag de zon ontploft en dan is het afgelopen. Maar zover is het nog niet. Dit blijft voor ons mensen hier en nu vooralsnog een theoretische mogelijkheid ver buiten ons tijdsperspectief.
De exacte wetenschap moet het hebben van herhaling, van wetmatigheid en van voorspelbaarheid op basis van die wetmatigheden. Voor het bestaan van het leven is er nog geen definitie of wet. Idem dito niet voor het bestaan van het bewustzijn, de dood, en ik vermoed ook voor uniciteit. Natuurlijk zijn er wel formules te bedenken waarin er telkens een element verandert zoals er ook talloze nummerborden zijn op de achterkant van een auto. Maar uniciteit in de vorm van een wapperende vlag of mensenleven, daar heb ik nog nooit een formule van gezien.
Als je beseft dat jij als individu in dit uitgestrekte heelal volslagen uniek bent en dat er voor jou en na jou nooit meer zo iemand zal zijn kan dat je een gevoel van verwondering geven, misschien ook wel een gevoel van ontzag en dankbaarheid. Dan is jouw leven opeens heel kostbaar en belangrijk. Dan hoef je jezelf eigenlijk geen zorgen te maken hoe je jezelf zou moeten verbeteren want je bent goed zoals je bent. Je hoeft niet perfect, niet optimaal te worden. Kortom je moet het doen met dat wat je hebt ontvangen en dat is goed zo en dat is volslagen uniek. Met goede en met slechte eigenschappen, mooi en minder mooi. Maar alle kwalificaties zijn cultuurbepaald en afhankelijk van de maatschappelijke situatie waarin je leeft. Als lichaam, als bezield lichaam ben je perfect want zo ben je nu eenmaal en het kan niet anders: dat is de constitutie die de ontwikkelingen hebben opgeleverd na talloze generaties van voorouders.
Wat kan dat nou betekenen voor je zelfbewustzijn en wat draagt het bij aan het bezinnen op jezelf? Nietzsche gebruikt voor dat laatste een mooi begrip “Selbstbesinnung” – het zelf dat zich bezint op zin eigen existentie. Existeren is meer dan er zo maar zijn. Existeren is je bestaan vullen met betekenis. Existeren is weet hebben van je onbekende begin en je onbekende einde. Weet hebben van wil niet zeggen kennen. Weet hebben van is eerder vermoeden, intuïtief aanvoelen. Beleeft tussen de grenzen van je geboorte en je dood, daartussen vindt je leven plaats en ook de wijze waarop je betekenis geeft aan dit leven. Als je zo uniek en onherhaalbaar bent in deze uitgestrekte kosmos kan dat ruimte geven in je geest. Je hoeft niet meer zo nodig, je kunt je afjakkeren en je kunt ploeteren maar wat levert het op? God geeft het zijn beminden in de slaap luidt een gezegde uit de bijbel. Dat is genade, helemaal gratis en voor niets, je hoeft je er zelfs niet voor in te spannen. Dat vind ik een prachtig idee. Ps 8,4 drukt dit gevoel heel religieus uit. Dat wil zeggen koppelt dit gevoel van uniciteit aan de relatie met God in het licht van deze uitgestrekte kosmos.
“Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.” God als maker van dit alles, God die oog heeft voor die nietige mens, een mier gelijk, maar o zo uniek. Misschien geldt deze gelovige toewijding, dit gebedsfragment waaruit alle verwondering spreekt alleen voor gelovigen omdat zij dat met heel hun ziel kunnen beamen. Maar ook de atheïst onder ons zal moeten toegeven dat zijn uniciteit een wonder is en daarom gekoesterd mag worden door een leven te leiden dat recht hieraan doet. En wat voor jou persoonlijk geldt, dat geldt ook voor je medemens. Zij zijn net zo uniek. Moge dat besef ooit echt doorbreken in ons menselijk handelen en denken.

John Hacking
14 januari 2014

 

L1230237