Ontkiemende woorden

Overweging paaszaterdag 4 april 2015

gelezen Genesis 1,1-2,3; Exodus 14,15-15,1 en Marcus 16,1-8

thema: ontkiemende woorden

3e kruiswoord

Jezus wordt begraven in een graf in een tuin.
Dat is een metafoor voor of een verwijzing naar de tuin van het paradijs.
Tuinen zijn in. Dat zijn ze al eeuwen omdat ze precies die link hebben met het
paradijs, zo vermoed ik. Het paradijs, dat is lang geleden. Heel lang geleden.
Maar de link met het paradijs verwoordt een belofte. Nog steeds.
De aantrekkingskracht ervan is nog niet gedoofd.
Hebt u ze ook? Een paar van de 44 miljoen moestuintjes die Albert Hein heeft
uitgedeeld?
De moestuin is een agrarische, zo u wilt, materiële variant van de paradijstuin
De moestuin levert wat op, meer dan enkel fruit en zonder dat er bepaalde vruchten
verboden zijn. Zonder dat op het nuttigen ervan de doodstraf staat zoals bij Adam en Eva.
Ook studenten zijn driftig in de weer met die tuintjes. Wij hebben er ook 3 thuis
waarvan een het goed doet: 4 radijsjes, de ander matig en de laatste nauwelijks.
Te weinig water, vermoed ik wat mijn vrouw bestrijdt.

Tijd en plaats zijn van essentieel belang in ons existeren, ons denken en de wijze
waarop wij betekenis geven aan het leven.
Dat doen wij via verhalen, via overgeleverde tradities, via lange lijnen van
interpretatie, via rituelen en gewoontes.
Alle verhalen die voor ons belangrijk zijn, zeker die met een religieuze connotatie,
zijn gesitueerd in een tijd en op een plaats.
De bijbel staat er vol mee en vanavond hebben wij er drie gehoord.

Het 1e verhaal: Beresjit, aan het begin van de tijd en de plaats, de schepping.
God schiep hemel én aarde!
Hemel en aarde vormen samen de wereld, ze worden onze wereld
waarin de rest van de verhalen zich afspelen.
De tekst is een prachtig gedicht, een van de mooiste gedichten die ik ken.
Op de 3e dag maakt God onderscheid tussen zee en land;
op de 6e dag tussen dier en mens. Deze dagen, de 3e en de 6e, hangen samen.
Zoals de planten kiemen op de drooggevallen aarde op de 3e dag
zo gaan wij ontkiemen als mensen in deze wereld vanaf de 6e dag!

Het 2e verhaal: pesach, letterlijk het overspringen van de engel van de dood
die aan de Joodse deuren met het bloed van het lam voorbijgaat,
maar die de Egyptenaren hard slaat door hun zonen te doden.
Pesach zit ook in het overspringen van de wateren van de dood
omdat ze onder leiding van Mozes durven te vertrouwen op Gods bevrijding.
Maar, zo luidt een verhaal uit de Talmoed, pas als Mozes zijn voet in het water zet
gaan de wateren uiteen.
Had hij dat niet gedaan, had hij niet vertrouwd op Gods woord, was het niet gebeurd.

Tenslotte ons 3e verhaal: niet bepaald een blij opstandingverhaal.
Op weg met balsem vragen de vrouwen zich af hoe ze in Godsnaam
die zware steen voor het graf weg krijgen.
De steen wijst op een soort van de absolute scheiding tussen leven en dood,
hij is de grenssteen tussen twee rijken. Waarom gingen ze dan naar het graf?
Zou je zo denken. Hadden ze het lichaam van Jezus niet eerder kunnen balsemen?
Een boodschapper uit de hemel duidt het feit dat de steen is weggerold
en het graf leeg is.
Jezus de man uit Nazareth, die jullie zoeken, die gekruisigd is,
hij is opgewekt uit de dood. Kijk maar hier lag zijn lichaam. Duidelijker kan het niet!
De hemel heeft voor deze keer de grens tussen dood en leven opgeheven!
Maar in plaats van vreugdekreten te slaken verlaten de vrouwen
in angst en verbijstering de plaats.
In plaats van te verkondigen, het blijde nieuws, evangelie, zeggen ze helemaal niets!
Is het te groot voor hun begrip? Deze opheffing van de grens met de dood?

Wat is dit voor plaats waar Jezus opstaat uit de dood, uit welke nacht, uit welk graf?
Het vindt plaats in een tuin, een nieuw paradijs – het omgekeerde vindt plaats
wat er met Adam en Eva gebeurt. Daarom heet Jezus de nieuwe Adam!
Maar blijft het niet erg utopisch klinken in onze oren?
Welke vorm van denken zit hieronder? En kan dit wel ook in ons leven?
Als de dood een zee, een oceaan is waarin wij allen zullen verdrinken,
hoe kan het dan zijn dat één mens niet dit lot ondergaat?
Ik heb de dood wel eens een zee genoemd, een oceaan, grenzeloos.
Vanaf het land onbegrijpbaar, onvatbaar, volslagen anders.
Zolang wij leven staan wij op de oever, het strand, de dijk.
Omdat wij op het land leven denken wij als landrotten, hechten we aan grenzen.
Hechten we aan onderscheid en aan onderscheidingen.
Zolang wij blijven denken als landrotten, vanuit grenzen,
zullen wij de dood nooit begrijpen, worden we nooit bewust deel van de zee.

Als de dood buiten ons blikveld valt, buiten onze ervaring,
kunnen we eigenlijk ook niets zeggen over de tijd daarna.
Hoe is dan de opstanding van Jezus te verstaan?
Letterlijk? De dominees die in het openbaar dit durven te betwijfelen
zijn door de orthodoxe medegelovigen weggezet als atheïsten.
Waarom Jezus wel en wij niet? Deze vraag blijft mij kwellen.

Utopie is een plaats die er niet is. Is het leven na de dood een utopie?
Een paar eeuwen geleden was het leven na de dood vanzelfsprekend.
Vandaag de dag lijkt de utopie van het paradijs te hebben afgedaan:
het komt erop aan hier en nu zoveel mogelijk te genieten. Zo luidt het credo.
Behalve dan bij extremistische gelovigen binnen christendom en islam
die hun hele hoop hebben gevestigd op de beloning van het paradijs.
Ook al blazen ze zich in naam van Allah op in een bus met onschuldigen.

Pasen houdt in mijn ogen daarom iets utopisch, een vorm van romantiek,
een verlangen naar een staat van heil die voor ons stervelingen helaas
tijdens dit leven niet echt zal aanbreken
omdat de opstanding uit de doden voor ons pas plaats zal vinden
op het einden der tijden. Dat wordt ons beloofd.
In ons hier en nu dus geen echte paradijs- en geen echte paas-utopie.
Maar waarom wel voor die ene mens, die ene persoon?
Maar hier wringt zich voor mijn gevoel de schoen met het oog op God!
Wringen is slap uitgedrukt. Kijk eens in de menselijke geschiedenis:
Al die miljoenen en miljoenen doden, slachtoffers van geweld,
systematische uitroeiing, industriële vernietiging? Wat is de zin van hun dood?
Waarom krijgt leven en de dood van de man uit Nazareth zoveel zin
dat wij er nog steeds over praten? Er naar proberen te handelen?
Waarom een God die zich zo engageert in Jezus als zijn zoon
en die zo op het eerste gezicht de rest van de mensheid laat stikken,
die geen vinger uitsteekt!
Stel dat het waar is! Dat dit unieke feit heeft plaatsgevonden.
Anders zaten we vanavond hier ook niet bij elkaar.
De vraag blijft staan welke hoop er is voor de miljoenen slachtoffers…
Als Jezus een offerdood sterft voor onze zonden, zo wordt gezegd,
wat is hun offer dan waard? Of moeten we helemaal af van die offertheologie?

Als Gods heerlijkheid, zijn doxa, in de mens Jezus van Nazareth zichtbaar is,
zeker de evangelist Johannes zegt dat met zoveel woorden,
wat betekent dat dan werkelijk voor ons?
Is de lichamelijke Jezus goddelijk?
Of maakt de lichamelijke Jezus helder waar Gods heerlijkheid voor staat
en is hij daarin Gods heerlijkheid op menselijke wijze
zonder dat wij perse moeten zeggen Jezus is gelijk aan God?
Als God afzijdig is, als Hij zijn schepping alleen heeft gelaten,
getuige de miljoenen slachtoffers,
waarom zou Hij dan bij Jezus dit afzijdig zijn doorbreken?

Maar omgekeerd kunnen we wel zeggen dat de mens Jezus God present stelt.
Dus vanuit Jezus geredeneerd maakt hij Gods heerlijkheid zichtbaar.
En daarmee God.
U merkt het, de spanning ten aanzien van God’s werkelijkheid, aanwezigheid blijft.
We lossen dat vanavond niet op.
Dit echter heeft ook gevolgen voor ons vieren,
ons idee over Gods presentie in de viering.
De ware eucharistie is delen in Gods heerlijkheid
die in het lichaam van Jezus present wordt gesteld.
Dat delen doen wij in herinnering aan Hem.
Maar is hiermee het ware lichaam alleen present in de vorm van brood?
Of vormen wij als gemeenschap, twee of drie in zijn naam, het ware lichaam?

Als God afwezig is, moeten wij met die afwezigheid leren leven.
Haar ook serieus nemen!
Dat vraagt moed, dat is bijna een vorm van springen over je eigen schaduw.
Als God niet ingrijpt, maar wij wel zijn heerlijkheid present kunnen stellen,
ligt het balletje bij ons. Op hoop van zegen.
Wij zijn de garantie voor God, wij zijn de echte getuigen door er naar te handelen.
Net als Mozes bij het water: wij moeten de stap in het water zetten,
wij moeten de eerste schreden zetten op de weg van Jezus als zijn volgelingen,
en dan zal zich het Rijk van Gods pas stapje voor stapje langzaam openbaren.
Meer troost heb ik vanavond niet. Meer zekerheid ook niet.
Realisme is roeien met de riemen die je hebt.
Realisme is je echter ook bewust zijn van de grenzen van je denken.
Denk je als een landrot, plaats je alleen maar grenzen, afbakingen.
Als landrot wil je greep op het leven. Het liefst een leven in zwart en wit.
Actie staat centraal. Dat is dan tenminste duidelijk, dat geeft zekerheid.
Je bent voor of tegen. Punt uit.
Maar de landrot kan niet overweg met de oceaan, niet met de dood.
Niet met de zee van de liefde. Daarvoor is een ander denken vereist.
Denken met zeebenen. Contemplatie staat centraal.
Je bent deel van het grote geheel, een druppel in de oceaan.
Ook hier is het onze taal die houvast kan geven. Onze taal is kiemkracht.
Woorden ontkiemen en laten ons ervaren dat het woord de toegang,
de sleutel is tot ons zelfverstaan, tot onze diepste bronnen,
onze inspiratie, ons geloven en ons zin vinden.
Ook in de bijbelse verhalen die ons al eeuwen dragen.
En Tomas Tranströmer die vorige week overleed dicht:

In de eerste uren van de dag
Omvaamt het bewustzijn
De wereld zoals een hand een
Zonwarme steen vastgrijpt.

De reiziger staat onder de boom.
Zal er zich, na zijn val
door de maalstroom van de dood,
boven zijn hoofd een groot
licht ontvouwen?

Daarmee blijft het wonder bestaan, het geheim bewaard, de vraag open.
En Luciano de Creszeno schrijft ware woorden als hij zegt:
Elk van ons is een engel, met slechts een vleugel.
We kunnen vliegen als we ons omarmen.

Dat is dan ook wat ik ons wens, een goede reis, met wisselende horizonten,
zeebenen, zee-denken, veel poëzie en contemplatie,
een goede vlucht als wij elkaar telkens mogen omarmen
en een zalig Pasen.