Autoriteit

L1210127

Autoriteit

In een tekst over Blaise Pascal, over zijn gedachten en de betrokkenheid van hemzelf als auteur hierbij, schrijft Maurice Blanchot het volgende: “Je wichtiger das, was er schreibt, dem Autor ist, je mehr es ihm hilft, sich zu erfüllen und sich zu erleben, mit einem Wort, je näher die Sprache seiner Existenz ist, umso mehr spürt er auch, wie sehr, seine Existenz auf der Ebene der Sprache Lüge ist und wie sehr die Sprache auf der Ebene der Existenz immer Möglichkeit und Einfachheit ist.” (Blanchot, Maurice, Das Neutrale. Schriften und Fragmente zur Philosophie, Zürich Berlin 2010 (Diaphanes) p. 38-39
Deze tekst is een onderdeel van een bundel die over het grammaticale neutrum gaat, het neutrale in de onze taal en de wijze waarop wij met deze vorm iets uitdrukken maar ook ervaren dat wij nauwelijks weten wat we dan zeggen omdat de inhoud zich aan ons denken en ervaren onttrekt. Begrippen als de goedheid, het kwaad, het absolute, het donkere, het onpersoonlijke – welke lading dekken zeg eigenlijk en hoe dichtbij kan je komen bij de inhoud ervan? We gebruiken ze haast vanzelfsprekend maar eigenlijk is het verhullend taalgebruik. Als Nietzsche de dood van God aankondigt spreekt hij eigenlijk over iets dat zich onttrekt aan ons denken en spreken omdat hij een bewering doet die hij niet kan staven en die niet overeenkomt met een ervaren werkelijkheid. De zin ‘God is dood’ , zegt Jean Luc Nancy, in de inleiding op de bundel van Blanchot, bevat eigenlijk een woord teveel, namelijk het woord God. Het is een woord dat verloren is gegaan en waarvoor niets in de plaats is gekomen. God behoort dus, kun je concluderen tot het domein van het neutrale en daarmee tot het on-begrijpbare, niet te begrijpen deel van de werkelijkheid via onze taal. Met onze taal duiden we het wel aan maar dat is het dan ook. De rest onttrekt zich als het ware en is onttrokken aan onze werkelijkheid. God grijpt ook als een macht niet in. In onze wereld vergaan miljoenen mensen door rampen en door menselijk geweld, een hele mensengeschiedenis lang en God laat niets van zich horen of zien. Er is geen maar dan ook geen bewijs van een enkele redding door God. Allen die dan ook spreken over een persoonlijke relatie met God alsof het je zus of broer, je vader of moeder zou zijn, fabuleren. Met een neutrum, een neutraal iets is geen relatie te onderhouden. Dit concluderen is eigenlijk het hoogtepunt van het nihilisme zoals Nietzsche het al had aangekondigd in de dood van God. Maar het nihilisme is een feit, ook in onze samenleving. Wat gelovigen ook mogen beweren, wat religieuze instellingen ook mogen vastleggen in geschriften.
Met dit in het achterhoofd is het interessant te kijken naar moderne ontwikkelingen op het terrein van de religie. De religieuze geschriften leggen getuigenis af van de existentie van God en van de ervaring van God in het leven van mensen. Deze getuigenissen zijn echter bewerkt en door vele handen gegaan, zoals bij alle religieuze teksten. Daarvoor geldt zoals boven dat hoe dichter de tekst nadert aan het leven van de auteur hoe meer de taal een leugen wordt want de ervaring is niet met woorden te vangen. Dus alle verhalen en alle getuigenissen zijn tekstuele constructen over en rond een ervaring die niet in woorden is uit te drukken omdat de partner, God, de veroorzaker, niet met woorden is te vangen, niet is te begrijpen binnen onze menselijke kaders. Worden de teksten daarmee overbodig? In denk van niet. Omdat religieuze teksten op hun manier een vorm van houvast geven om na te denken over de zin van het leven al of niet in relatie tot een God of tot een zinsverband dat het individuele leven ver overstijgt en waar een mens als individu niet zonder kan. Of je wel of niet religieus bent is in dit licht eigenlijk niet relevant. Je staat als mens niet op jezelf, je bent niet autonoom, je schept zelf niet je zin. In heteronome relaties ontdek je pas de zinvolheid van je existentie en wordt een zekere autonomie pas mogelijk. Taal is op het niveau van de existentie mogelijkheid en eenvoudigheid, stelt Blanchot. Precies die mogelijkheid om met de taal ervaringen te beschrijven en te duiden, zin te geven en aan te kondigen maakt het mogelijk dat we niet opgesloten komen te zitten in het hier en nu, in het statische van het feitelijke, of de existentie van een steen langs de weg. Maar dat bergt ook een groot gevaar in zich want met taal kan alles worden beweerd.

Het is heel makkelijk vandaag de dag een verhaal te schrijven door zich te baseren op artikelen die voor de hand liggen en die zo kunnen worden gevonden in de digitale wereld. Wikipedia geeft informatie die niet volmaakt is, zeker niet de waarheid ‘an sich’, wat je daar dan ook onder moge verstaan, maar het geeft een richting aan en het kan je helpen bij het bepalen van je gedachten. De autoriteit ontleend aan Wikipedia is dan ook met een korrel zout te nemen evenals degene die zich op deze autoriteit beroept. Dat geldt dus ook voor dit artikel dat voor een klein deel rust op gedachten uit deze bron waar velen aan hebben gewerkt en die voortdurend open staat voor verbeteringen. Dat is ook het mooie ervan: de waarheid is nooit volledig, het proces van betekenis-geven is nooit afgesloten. En dat geldt zeker ook voor die zo genoemde religieuze waarheden!
Door de komst van Internet, matigt menigeen zich aan om zijn of haar mening te geven en vooral door soms op te treden als een persoon met gezag. Dat vindt vooral plaats op semi-religieuze sites waar zelf uitgeroepen deskundigen allerhande zaken beweren rond religieuze regels en plichten. Nou is het in de traditie altijd zo geweest dat iemand pas met gezag over heilige schriften kan spreken als hij daarvoor gestudeerd heeft en wat nog belangrijker is als hij dat gezag na een lang leven van studie en discussie verdiend heeft. Jonge schriftgeleerden daarentegen kunnen dan wel slim zijn, handig in het opzoeken van dingen, zij missen ervaring en deskundigheid die ze hebben aangeworven door een lang leven van studie en van vergelijken. Plus ze missen vaak de persoonlijke betrokkenheid bij de leer die ze propageren omdat de teksten geen vlees en bloed zijn geworden maar enkel buitenkant is gebleven, toepasbare regels, wetten en voorschriften, alsof het daarom zou draaien bij de vervulling van religieuze plichten. Toewijding aan de inhoud van de boodschap, doordringen tot de kern ervan – een opgave die een leven lang duurt – wordt voor het gemak maar even vergeten in al die mooie praatjes over het geloof en de religieuze praxis die voor ogen staat. Ze claimen autoriteit maar hebben er geen.
Volgens het puzzelwoordenboek, om ook maar eens een bron te noemen bestaan er voor autoriteit de volgende synoniemen:1) Bevoegdheid 2) Deskundige 3) Erkend gezag 4) Gezagsdrager 5) Gezagsorgaan 6) Gezagdrager 7) Gezaghebber 8) Gezag 9) Heerschappij 10) Instantie 11) Invloed 12) Man met gezag 13) Machtig persoon 14) Machthebber 15) Macht 16) Overheidspersoon 17) Ontzag 18) Overheidslichaam 19) Persoonlijk overwicht 20) Persoonsbenaming 21) Wettige macht.
Als ik deze omschrijvingen toepas op de zelf uitgeroepen deskundigen – of ze nou de Koran of de bijbel bestuderen, de Boeddhistische of Hindoeïstische heilige schriften, dan moet ik concluderen dat geen enkele van deze beschrijvingen van toepassing is. Conclusie: ze missen autoriteit en ze hebben geen autoriteit. En wat het nog complexer maakt: hoe kun je in die immense hoeveelheid van teksten het kaf van het koren onderscheiden en welke criteria heb je daarvoor.
Waarom hebben deze zelfbenoemde deskundigen dan wel volgelingen? Waarom lopen er tal van jongeren achter hen aan in de mening dat hier waarheid wordt verkondigd en dat de uitlegger, als er al wat uitgelegd wordt, hier gelijk heeft. Bijvoorbeeld het optreden tegen niet-gelovigen in de Koran, het dragen van kleding door vrouwen, het je houden aan de regels met betrekking tot rein en onrein etc.Hetzelfde kun je stellen voor orthodoxe gelovigen aan Joodse en christelijke zijde. Het verwerpen van de evolutietheorie op basis van het boek Genesis, zweren bij de regels van Paulus (en daarom tegen homoseksualiteit zijn) alsof deze de laatste waarheid heeft verkondigd als nieuwkomer in het christendom, zijn andere voorbeelden hiervan.
Gisteren in een tv programma met de titel van “hagelslag naar halal” werden drie meiden (bekeerd tot de Islam) gepresenteerd samen met hun moeders terwijl ze op reis waren door Jordanië. Daar werden ze geconfronteerd met moderne vrouwen, allen moslim, en allen min of meer liberaal. Ze droegen geen kleding die het hele lichaam bedekt, ze legden de regels en plichten uit om een wijze waar ook de moeders mee konden instemmen. Twee van de bekeerde Hollandse meiden stonden niet open voor de visie van de vrouwen in Jordanië. Want zij hadden een persoonlijke relatie met God en die relatie bestond uit het opvolgen van de religieuze plichten zoals zij die zelf interpreteerden. Veel was in hun ogen dan ook ‘haram’, onrein, verboden. Haram staat in de islamitische traditie in relatie met ‘halal’ (rein, toegestaan). Het gaat in eerste instantie om voedsel, zoals het wel of niet toestaan van het nuttigen van bepaald voedsel. Maar ook daarin is de omschrijving in de Koran niet absoluut en zijn er uitzonderingen: “Moslims mogen alleen voedsel eten dat halal is. Soera De Koe 172-173 zegt hierover: “O gij die gelooft, eet van de goede dingen, waarmede Wij u hebben voorzien en dank Allah, indien gij Hem alleen aanbidt. Hij heeft u slechts het gestorvene, het bloed, het varkensvlees en datgene, waarover een andere naam, dan die van Allah is uitgeroepen, verboden. Maar hij, die gedwongen is en dit niet wenst en geen overtreder is, op hem rust geen zonde. Want Allah is Vergevensgezind, Genadevol.”
Halalvlees dient uitgebloed vlees te zijn van een beperkt aantal toegestane dieren, die volgens de islamitische voorschriften geslacht worden (dhabiha). Vlees van carnivoren en van dieren die spontaan gestorven zijn, evenals het expliciet in de Koran vermelde varkensvlees, zijn enkel toegestaan als er niets anders voorhanden is om in leven te blijven. Paardenvlees is niet verboden, maar het slachten van paarden is onder moslims niet gebruikelijk. Dieren die nog zogende jongen hebben evenals de zogende jongen zelf mogen niet geslacht worden. Het doden van een dier is enkel toegestaan voor consumptie of om het uit zijn lijden te verlossen indien het ziek of gewond is.” Zover https://nl.wikipedia.org/wiki/Halal_en_haram. Strikt genomen is Allah vergevingsgezind als je gedwongen wordt onrein voedsel tot je te nemen of als je nog onwetend bent. Dat is een kwestie van interpretatie en ik zou de moslims niet de kost willen geven die alcohol drinken, drugs gebruiken en ook vlees eten dat eigenlijk verboden is. Idem geldt dit voor Joden en christenen die onweerstaanbaar worden aangetrokken tot verboden dingen – je kunt er boeken over vol schrijven.
Een van de Jordaanse vrouwen die met een van de bekeerde meiden hierover sprak zei dat zij als Nederlandse veel te makkelijk het woord ‘haram’ in de mond nam om haar gedrag te rechtvaardigen. Ze bracht naar voren dat deze term vooral slaat op ernstige vormen van onreinheid en dingen die verboden zijn. Ook hier brengt Wikipedia uitkomst want ik ben geen moslimgeleerde en het uitzoeken ervan kost heel wat tijd en moeite. “Andere zaken die haram zijn volgens de islam zijn onder meer: sjirk, het hebben van buitenechtelijke seksuele relaties; homoseksualiteit bedrijven; prostitutie; verkrachten; alcoholische dranken consumeren; het gebruik van drugs; roken; het beoefenen van magie; het vermoorden van iemand; zelfmoord plegen; crematie; bedriegen; stelen; liegen; vloeken; schelden; roddelen; zinloos geweld; het heffen of innen van rente; gokken; tatoeages, piercings, en andere vormen van bewuste lichaamsverminking.” Dat is dus wat anders dan niet durven kijken naar mannen in een zwembroek op een strand in Jordanië, zoals een van de meiden liet zien in het tv-programma.
Wat me vooral opviel en wat me ook stoorde, en dat heb ik wel vaker bij meningen die worden gepresenteerd door jongeren (en ouderen) alsof zij de enige waarheid vertolken, was dat er totaal geen enkele bereidheid leek te bestaan om zich te verdiepen in het onderwerp en te rade te gaan bij deskundigen. Ik weet uit ervaring dat je zo gauw je dit doet, je merkt dat deskundigen onderling nogal van mening kunnen verschillen en dan heb je een probleem: wie te volgen, wie spreekt de waarheid? Weer het probleem van het kaf en het koren. De beste manier is dan zelfstudie en je verstand gebruiken. In plaats van geloven en navolgen wat de eerste en beste internet-iman naar voren brengt, ook al zijn de consequenties daarvan niet te overzien en is het navolgen van die regels en het onderschrijven van die opvattingen maatschappij ondermijnend en persoonlijkheid-ondermijnend. Als je meegaat in bijvoorbeeld de IS-ideologie, dat alleen de inwoners van het zelf uitgeroepen Kalifaat van Sunnieten de ware moslims zijn en de rest van de wereld of bekeerd of vernietigd moet worden, ben je wel erg ver van de werkelijkheid verwijderd en leef je in een utopie die uit zal monden in zeeën van bloed. Daar hoef je geen profeet voor te zijn. Daarbij zal je eigen bloed zeker niet gespaard blijven; en of je nu wel of niet in martelaarschap gelooft omwille van dit ideaal, het zal geen fijn leven worden. In mijn ogen is er een behoorlijke kortsluiting in je hersenen ontstaan als je zo zwart-wit redeneert en de wereld indeelt in goed en kwaad. Wat je ook onderneemt in dit licht, het zal je door Allah of God in dank worden afgenomen, denk je dan want je bent een toekomstige martelaar. Dat is niet alleen gevaarlijke onzin, het is ook volslagen waanzinnige domheid. Domheid die tallozen onschuldigen het leven kost. Geen God of Allah kan dit goedkeuren, geen God of Allah vindt het in orde dat jij zijn werk even hardhandig uitvoert in zijn naam – alsof jij zelf de hand van God/Allah bent. In de traditie heet dit hybris, hoogmoed, eentje van het gevaarlijke soort. Als God neutraal is, niet te benaderen met onze taal is het al helemaal absurd om uitspraken gelijk te stellen aan het denken of spreken van God en te handelen alsof God rechtstreeks dit van je zou willen.
Ik vermoed dat wij allen te vaak en te snel over zaken oordelen, te snel onze conclusies trekken en verkeerd handelen want we overzien niet de complexe situaties in deze maatschappij. We doen dat voor het gemak maar met begrippen en uitdrukkingen die ons verstand ver te boven gaan en die als het puntje bij paaltje komt neutraal zijn en dus nietszeggend. Het Christendom, de Islam, de maatschappij, het land, de wereld, wat zeggen we dan en wat hebben we op het oog?
Het is makkelijk om maar wat te roepen zonder dat er een goede analyse aan ten grondslag ligt en zonder dat er een voorstel voor een goede oplossing wordt gepresenteerd voor het gesignaleerde probleem die allen recht doet. Zo roept meneer Wilders maar wat over vluchtelingen, over hekken om het land en over eigen volk eerst. Typisch taal ontleend aan fascistisch gedachtegoed waar het eigen volk (en wat is een volk?) voorop staat. Alsof er in Nederland sprake zou zijn van een volk, ook weer zo’n neutrum waar de inhoud vaag blijft en zich onttrekt aan ons begrijpen. Als hij dan op het matje wordt geroepen en gewezen wordt op de gevolgen van zijn oneliners op Twitter geeft hij niet thuis en begint hij te schelden (jullie kunnen allemaal de rambam krijgen). Nou riep dat woord rambam weer de volgende reacties op in de Volkskrant die de betekenis ervan uitlegde: “het is de afkorting van rabbi Moshe ben Maimon, een twaalfde-eeuwse rabbijn die geldt als de grootste Joodse geleerde van de Middeleeuwen. Naast rabbijn was Maimonides, zoals hij beter bekend is, ook arts. Dat zou kunnen verklaren waarom zijn naam verbonden is aan ziekteverwensingen. Zo suggereert het dialectenwoordenboek Bargoens dat zijn naam ‘wellicht ook [werd] aangeroepen om daarmee de ziektes waarvoor hij ingeroepen moest worden, op te roepen’.” (bron: http://www.volkskrant.nl/wetenschap/waar-komt-het-woord-rambam-vandaan~a4212537/)
Hoe het ook zij, Maimonides was een echte geleerde, een man met gezag, een echte autoriteit. Maar ook een geleerde die diep had nagedacht over God en over de wijze waarop wij mensen over God spraken, namelijk met ‘homoniemen’ begrippen ontleend aan onze menselijke ervaring. Als we zeggen God spreekt, is dit spreken een homoniem. We kunnen als mensen niet anders maar het geeft ook onze beperkingen aan om over God te spreken. Door het gebruik van homoniemen komt God in werkelijkheid niet echt dichterbij. Als we dat dan letterlijk nemen houden we onszelf voor de gek want de taal draait ons dan als het ware een loer. Of anders uitgedrukt: we zijn gewoon te dom om onze eigen uitspraken te doorzien en denken dat wat we denken en zeggen overeenkomt met de werkelijkheid en kracht van waarheid heeft. Meneer Wilders, de aanhangers van IS, en andere radicale sprekers, nemen hun eigen woorden veel te serieus zonder de moeite te doen zich ergens echt in te verdiepen en na te denken over het effect van hun spreken.
Eigenlijk zouden de echte autoriteiten (als er tenminste nog naar hen wordt geluisterd en zij geen stoffige kamergeleerden zijn geworden die niet meedoen in de moderne tijd – bestaan die trouwens nog) en masse moeten opstaan tegen al deze oppervlakkige claims op waarheid in de religies en politiek door zelfbenoemde profeten en schriftgeleerden. Ze publiekelijk aan de kaak stellen, ze uitdagen tot debatten en gesprekken en noem maar op. Maar waarschijnlijk is het al te laat en heerst de oppervlakkigheid en is autoriteit voorgoed een relict uit het verleden. Als dit laatste gegeven even doortrekt komen we uiteindelijk in een totale chaos terecht van iedereen die maar wat doet en wat roept. Als sommige van deze mensen dan ook nog president van de Verenigde Staten willen worden zoals meneer Trump is het einde echt zoek. Het volk krijgt de leider die het verdiend, luidt het gezegde: zowel in de VS, als in Nederland, als in Syrië, Afghanistan, Irak, Soedan, Ethiopië, China, Rusland en ga zo maar door. Of is het toch vooral een kwestie van kapitaal, slimme politiek, lobbyen en vooral media-aandacht en in veel landen brute machtsuitoefening via media en geheime diensten? Met als doel alle tegenstanders de mond snoeren en op termijn aan te passen aan de heersende ideologie of als ze niet willen op te ruimen? Hitler Duitsland was en is een goed voorbeeld hoe de democratie haar eigen monsters baart. Hoe schreeuwlelijken de macht kunnen grijpen onder het mom van eigen volk eerst, een eeuwigdurend rijk en eigen superioriteit. Dat is niet te veronachtzamen, hoe graag we ook een vredige en mooie kerst willen vieren met elkaar. Veel wijsheid voor 2016 en vooral bij de keuzes die worden gemaakt. En veel durf en moed om vastgeroeste zekerheden en vals vertrouwen los te laten want ze brengen niets goeds en zijn hinderlijk als je de werkelijkheid recht in de ogen wilt kijken. Een ding is in ieder geval zeker: je leven is beperkt en eens komt er een einde aan, hoeveel mooie utopieën je ook wilt aanhangen en uitdragen. Daar nou je leven voor willen geven? Het lijkt me een grote domheid.

John Hacking
23 december 2015

L1210126

Een gedachte over “Autoriteit

Reacties zijn gesloten.