Denken, danken en dichten

 

IMG_5677Denken, danken en dichten
In onze maatschappij wordt het getal meer en meer belangrijk. De ‘macht van het calcul’ heerst, en wel bijna over alles, zo lijkt het. Over het nu over cultuur gaat, over onderwijs, over zorg of over gezondheid, alles wordt in getallen uitgedrukt en in getallen geëvalueerd. Dat is een effect van een lange ontwikkeling waarin het calculerend denken op basis van onder andere het rationalisme geleid heeft tot de wereld van de wetenschap en de techniek. Een wereld die nu ons leven bepaalt. Een wereld ook waar we geen afscheid van willen of kunnen nemen. Maar dit technisch denken, Martin Heidegger, de Duitse filosoof die hier veel over geschreven heeft, noemt het ook de vrucht van het metafysisch denken. Dat laatste is een vorm van denken die verklaringen zoekt en die het denken presenteert als begrijpen en voorstellen. De werkelijkheid wordt gezien door de bril van hoe ze in elkaar zit, welke oorzaken en gevolgen er spelen in de processen en in welke mate die werkelijkheid beheersbaar kan worden gemaakt. Daarvoor biedt het getal de oplossing en is het rekenen de weg. Het probleem van Martin Heidegger is dat hij een andere vorm van denken bepleit die niet door berekening, voorstelling en manipulatie gestuurd wordt. Maar ook onze taal en onze begrippen zijn gekleurd door dit voorstellende denken en we hebben geen andere taal dan deze. Daarom is het filosoferen van Martin Heidegger, zou je kunnen zeggen, een soort van geploeter om een taal te vinden die dit andere denken kan beschrijven en uitdrukken. Of beter tot spreken brengen, want het is geen kwestie van zelf ontwerpen (dat is weer metafysica) maar van goed luisteren wat zich onder het berekende denken, achter de wereld van de voorstellingen, aandient. Dat luisteren heeft Heidegger op vele manieren proberen te verwoorden. Samuel IJsseling heeft er zijn proefschrift over geschreven en noemt in navolging van Heidegger dit een “andenkend Denken”, een denken dat aandacht geeft aan en dat wacht, luistert, open staat voor wat zich aandient. Maar wat zich aandient is nooit een product van eigen werkzaamheid, nooit resultaat van eigen prestatie. Je denkt niet maar de gedachten komen je als het ware aangewaaid. Ze zijn een geschenk, een cadeautje.
Voor velen die gericht zijn op resultaat en op effect zal dit denken dat wacht en luistert niet interessant zijn want wat levert het op? Maar daarmee miskennen zij in wezen het fenomeen van de verwondering, het je kunnen verwonderen over de werkelijkheid en elementen uit die werkelijkheid en ze miskennen het feit dat je dankbaar kunt zijn. Allereerst al dankbaar dat je kunt denken, dat je kunt denken dat er meer is dan berekening en calcul, dat je dankbaar kunt zijn voor dingen die er misschien (economisch) niet zo toe doen maar die een geheel eigen waarde in zichzelf vertegenwoordigen, zoals dauw op het gras, avondlicht in de bomen, het gekwetter van een vogel. Voor Heidegger zijn ook gedichten bronnen van waarheid, ze stichten een eigen vorm van waarheid die met berekening en met voorstelling om te beheersen en te sturen weinig van doen heeft. Daarom besteedt hij veel tijd aan het lezen en analyseren van gedichten, zoals in de bundel Unterwegs zur Sprache. In deze teksten leer je deze filosoof van een heel andere kant kennen dan alleen maar vanuit zijn magnum opus “Sein und Zeit”. De kracht van het denken van Heidegger is, en dat is mijn persoonlijke mening, dat hij aandacht vraagt voor een dimensie van de werkelijkheid die er ogenschijnlijk steeds minder toe doet in onze maatschappij omdat ze niet direct vertaalbaar is in nut en in opbrengst.
Is het zo erg dan dat we teveel rekenen en te weinig stil staan bij bijvoorbeeld de stilte, de leegte, het vergezicht, het gedicht, het wuiven van het koren op het veld, het lied in de nacht, de sterrenhemel, de zachte aanraking en het koele wuiven van de bries? Ik denk van wel want een wereld gaat verloren en het gevoel voor een dimensie van ons bestaan wordt ondergesneeuwd door al die berekeningen en manipulaties.
Techniek en wetenschap zonder visie kunnen leiden tot een soort van eschatologisch doem-scenario: een wereld van oorlog en verderf (door atoombommen en milieurampen). Wapenindustrie die ontwikkelingen bepaalt, grondstoffenindustrie die het voortouw neemt in politieke besluiten door te lobbyen en hun voorkeuren (ook via corruptie) door te drukken, met als gevolg soms milieuschade op mega-niveau, ICT-ontwikkelingen die het leven van mensen in de privé sfeer bedreigen omdat alles transparant en openbaar kan worden, het zijn allemaal facetten die hierin meespelen. Is dat overdreven? Nee, niet als er enkel eenzijdig wordt gedacht, als het getal en als de winst voor de aandeelhouder de belangrijkste rol blijven spelen in ons maatschappelijk handelen. Politici zouden visie moeten ontwikkelen en het heil van de burger op het oog moeten hebben. Maar velen dienen hun tijd uit en zijn gericht op de volgende verkiezingen want dat verzekert hun een inkomen. Als meneer (minister) Bert Koenders bij het TV-programma Pauw zegt dat zijn baan een zware is, maar daarvoor is hij ingehuurd, wil dat eigenlijk zeggen dat hij zichzelf als een huurling beschouwt die de klus moet klaren. En hoe wordt de klus geklaard, alsof de complexe problemen in de samenleving klussen zijn om te klaren, nou door het getal, door berekeningen en door beleid gebaseerd op getallen.
Uitgaven voor cultuur, zorg en onderwijs, veiligheid en vervoer, milieu en leefbaarheid worden allemaal bepaald door de eindafrekening, de balans. Niet het heil van mensen staat voorop. Het invoeren van begrippen als participatie-samenleving, zelfstandigheid en keuzevrijheid werken alleen maar verhullend om bezuinigingen goed te praten. Kortom de ‘macht van de calcul’ bepaalt onze samenleving en ons denken. Al jaren geleden heb ik ontdekt dat gedichten een eigen waarheid hebben die niet ondergeschikt kan worden gemaakt aan de waarheid van de wetenschap en de berekeningen. Deze poëtische waarheid heeft een eigen zeggingskracht. Nou wordt voor gedichten meestal niet zoveel geld neergeteld dus de vertaling van deze kunstvorm in financieel gewin is nog wat lastig maar in de beeldende kunsten waaronder schilderkunst en beeldhouwwerken ligt dat anders. De betaling van miljoenen dollars voor een schilderij geeft aan dat ook hier de ‘macht van de calcul’ meer en meer terrein wint.
Voordat ik kennis maakte met het denken van Martin Heidegger ging ik er altijd vanuit dat creativiteit en creatief denken, het scheppen van kunst, vooral een vorm is van hard werken en af en toe een geniaal idee. Maar vanuit het ‘‘andenkende Denken” moet je eerder stellen dat creativiteit eerder een vorm van wachten is, afwachten van wat zich aandient, goed luisteren naar wat zich aandient en dat stem proberen te geven. Als je dit laatste gaat beseffen en gaat toepassen hoef je nooit meer naarstig op zoek te gaan via activiteit naar inspiratie, naar goede ideeën alsof zij ergens liggen opgestapeld. Ze dienen zich aan, ze dienen zich pas aan als je er klaar voor bent, als er open voor staat en als je in de juiste stemming bent. Ijsseling laat in zijn beschouwing over Heidegger goed zien op welke wijze deze laatste zich een weg heeft gebaand door de Duitse taal om hiervoor woorden te vinden. Misschien kan het ons ook helpen de ‘macht van de calcul’ te relativeren en er zo af en toe kritisch afstand van te nemen en misschien kunnen we op basis hiervan onze politieke keuzes gaan maken: stemmen op een politicus die een visie ontwerpt en die dat niet doet voor 4 jaar. En als die er niet zijn, moeten we het zelf maar meer en meer gaan doen. Want onze verantwoordelijkheid in deze kunnen we niet uitgummen. Misschien een idee om mee te beginnen in 2016? Alvast een prachtig nieuw jaar gewenst met veel inspiratie die zomaar aan komt waaien.
John Hacking
30 december 2015
literatuur:
IJsseling, Samuel, Denken en danken, geven en zijn, Nijmegen 2015 (Vantilt)
Heidegger, Martin, Unterwegs zur Sprache, Pfullingen 1986 (Verlag Günther Neske)