kijken

kijk , 2010, olie op doek, 80x100

Marlieke Overmeer: kijk 2010, olie op doek 80×100

Kijken

Het Duitse begrip ‘Gucken’ kijken, gaat terug tot de 15e eeuw volgens het etymologisch woordenboek. Waarschijnlijk heeft het met de stam  gugg/g’eug van doen, die verstoppen betekent. Verwant is guhati: verborgen, verhuld, verstopt en gutzi: toedekken. Guzineti betekent met kleine passen gaan en met gebogen houding. ‘Gucken’ betekent vanuit een verborgen plek toekijken. Spieden dus, verspieden zonder dat je gezien wordt.

Vreemd eigenlijk dat een woord dat met het actieve kijken te maken heeft samenhangt met verbergen en verhullen. Alsof het kijken niet zichtbaar mag worden en de kijker onzichtbaar moet blijven. Gevoelsmatig gaat dit in tegen het idee van kijken dat met blootleggen en openbaren te maken heeft. Je kijkt en ziet wat, je kijkt en je geeft er betekenis aan waardoor het bekekene gaat spreken. Kijken dus als onthullen in plaats van verhullen.

Onlangs had ik een gesprek over ruimte innemen. Als je rechtop loopt neem je ruimte in en als je fier rechtop loopt zeg je eigenlijk ‘ik mag gezien worden’ en ‘zie mij’! Maar als je gebogen loopt, nauwelijks rechtop durft te gaan, straal je uit dat je er eigenlijk niet mag zijn en dat de ruimte die er is je eigenlijk niet toekomt. Beelden van schichtige mensen, gekromd voorbijgaand aan de randen van de straat, we kennen ze misschien uit een film of uit onze eigen ervaring. In het gesprek over ruimte ervoer iemand het innemen van ruimte vanuit een houding van ik mag er zijn als een vorm van ‘agressie’, een soort van agressieve daad. Daar stond ik van te kijken, zo had ik het nog niet beschouwd of gevoeld.

Ruimte innemen ervaren als agressie, we zien het natuurlijk in elke natuurfilm waar vooral de mannetjes zich opvoeren als potentaat, bij de apen een brede borstkast en dito geluiden. We kennen het dus wel. Maar deze ervaring tegenkomen vanuit iemand die dit aan den lijve ervoer omdat hij nooit ruimte wilde innemen, was nieuw voor mij. Geen ruimte willen innemen omdat de ruimte ontbreekt en vooral omdat die ruimte je niet toekomt in je eigen gedachten, omdat je het niet waard bent om die ruimte in te nemen.

Dat betekent zelfverhulling, zichzelf verstoppen, toedekken want je bent minderwaardig in je eigen ogen. Ook dat is een vorm van kijken, en van zichzelf laten zien. Een kijken ook vanuit een afgeschermde positie, want dit ga je natuurlijk nooit met mensen communiceren. Je zelfbeeld, hoe je naar je zelf kijkt en de inhoud van je beleven is dus niet communicabel. Je kijkt, je ziet, je oordeelt en je denkt: zo niet, ik niet, nu niet, nooit niet. Dan ben je al een eind op weg om jezelf te verliezen. Dan zink je weg in het moeras van je eigen negatieve gedachten. Je kijkt je zelf de afgrond in.

Misschien is dat wel een van de kenmerken van depressie: je zelf niet zien staan, en als je jezelf beziet, bekijk je jezelf als iets minderwaardigs, iets wat niets of nauwelijks is waard (meer) is. Hoe kom je hieruit? En kun je wel hieruit komen? Kun je anders naar jezelf leren kijken? Zodat je niet elke keer en telkens weer jezelf omlaag haalt? Hoe kan er ruimte ontstaan waarin je mag opveren, opstaan, jezelf laten zien? Hoe kun je de ruimte die jezelf zo goed aan het inperken bent opnieuw ontdekken?

Er is geen knopje dat je kunt omzetten om anders te gaan kijken. Er is geen betekenislaag die je zomaar kunt aanboren om je zelfbeeld positief in te vullen. Moet de redding van buiten komen, door bevestiging en aanmoediging van anderen? Moet je daarop wachten? Moet het van therapie komen of van positieve ervaringen die je opdoet en die je negatieve zelfbeeld loochenstraffen? Misschien een mix van dat alles?

Het glas is halfvol of het is halfleeg en een wereld van verschil verschuilt zich in beide benaderingen. Overspringen van het ene naar het andere is illusoir. Misschien is dit een manier van benaderen: Oké, dan is het maar agressief om jezelf op te richten, je zelf te laten zien. Waarom niet? Je bent het waard ook al geloof je het zelf niet. Door te doen alsof ga je misschien eerst lichamelijk en dan geestelijk ervaren dat een ruimte voor je opengaat. Dus eerst doen en dan zien.

Het lichaam en de aandacht voor het lichaam is dus een weg, een uitweg. Niet met je hoofd jezelf benaderen maar vanuit je lichaam: je lichaam voelen, ervaren, inzetten. Je lichaam wijst je de weg. Alle negatieve gedachten ten spijt is je lichaam meer dan je ratio, meer dan je complexe samenballing van betekenissen die je jezelf toekent. Zoals dat zo populair klinkt: het lichaam heeft een eigen waarheid.

Ben je er dan? Nee, dat is pas een begin. Maar het tonen van je lichaam zal je helpen je ook geestelijk te tonen. Weg uit je comfortzone, zet die stap, zet hem samen met anderen, durf je zelf een keer bloot te geven door te laten zien hoe moeilijk je het vindt. En als je jezelf hiervoor schaamt, geen nood. Je schaamte laat je ziel zien, die legt je ziel bloot. En je ziel die wil wel, die wil niet de hele tijd weggestopt zitten – verborgen achter al die negativiteit.

Huub Oosterhuis verwoordt het prachtig in een lied: misschien dat het helpt om anders te leren kijken, als je aan dit verlangen toe durft te geven! Sterkte!

Lied: Delf mijn gezicht op pag. 744 Verzameld Liedboek

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie mij ontmaskert, zal mij vinden.
Ik heb gezichten, meer dan twee,
ogen die tasten in den blinde,
harten aan angst voor angst ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd, wordt gevonden
en zal zichzelf opnieuw verstaan,
en leven, bloot en onomwonden,
aan niets en niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak bij mooi.

p.s. aanstaande zondag 24 januari 2016 gaat de viering in de Studentenkerk over kijken naar aanleiding van het werk van Marlieke Overmeer – www.marliekovermeer.nl  – aanvang 11 uur. Welkom!