Van binnen uit

Van binnenuit

Leven vanuit je kern, leven vanuit het wezen dat je diep van binnen bent, zoals een boom groeit uit zichzelf, wortelend in de aarde, zijn voeten in de grond, vast verankerd en zijn armen, de takken uitgestrekt in de lucht, reikend naar de hemel. De boom is een mooi voorbeeld en vormt voor ons mensen een goede metafoor om te gaan begrijpen en te aanvaarden wat het is om t groeien van binnen uit en te leven van binnen uit. Telkens als wij in ons handelen en denken ons teveel richten op wat de anderen, de wereld, de omgeving van ons wil, dreigen we het loodje te leggen want het is nooit goed, nooit volmaakt en nooit genoeg. Als je jezelf niet de aandacht, het respect en de liefde geeft die je nodig hebt, dus van binnenuit, kun je vaak lang wachten op de anderen die het jou zouden moeten geven. Als je zo afhankelijk bent van anderen, zo gericht op anderen om hun liefde te ontvangen, te ervaren en daardoor je zelf pas goed te voelen gaat het niet goed met je. Je groeit en leeft dan niet vanuit jezelf maar vanuit de verwachting naar de ander toe: je bent een en al aanpassing. En als je dan niet krijgt wat je eigenlijk nodig hebt en jezelf niet geeft kwijn je weg. Dat is tragisch. Tragiek van sommige levens.

Meister Eckhart, een Duitse mysticus houdt zijn gehoor voor dat je niet moet handelen ‘om wat dan ook dat buiten jezelf ligt, maar uitsluitend om wat in jou je eigen wezen en je eigen leven is’. Dat is een wijze les, maar niet altijd eenvoudig toe te passen omdat we als het ware voortdurend geneigd zijn om onze oren naar anderen te laten hangen. En daarbij zijn we zelf de grootste criticasters voor onszelf. We leggen bij ons zelf de lat hoog en denken aan van alles en nog wat te moeten beantwoorden in de veronderstelling (meestal niet uitgesproken) dat de anderen ons anders niet aardig genoeg vinden. Dan leven wij niet vanuit onszelf. En onze beloning is een voortdurende teleurstelling. Een boom kan niet anders dan uit zichzelf groeien en bloeien. Hij heeft geen alternatief. Maar hij kan wel communiceren, dat blijkt uit recent onderzoek. Maar als hij van binnenuit niet groeit en leeft is er geen houden aan, dan gaat hij dood en is hij vatbaar voor allerlei ziektes.

Van de week dacht ik dat het criterium om van binnen uit te leven ook een goede maatstaf is, tenminste zo werkt dat bij mij, om te ontdekken of een schrijver je aanspreekt of niet. Dat heeft in mijn ogen met waarachtigheid te maken. Mooie gekunstelde woorden waar het leven aan ontbreekt, of de persoonlijke ervaringen, kunnen dan wel algemene waardering ontvangen door critici maar zo gauw ik het idee het dat het de schrijver te doen is om hemzelf en niet om zijn verhaal, om zijn persoontje en niet om zijn boodschap of zijn fascinatie, dan hoeft het meestal niet meer voor mij en besteed ik er geen seconde tijd meer aan. Zo vallen in mijn ogen heel wat schrijvers door de mand omdat ze alleen maar narcistisch in hun teksten om zichzelf heen draaien. Niet bepaald inspirerend in mijn ogen. Ik spreek duidelijk vanuit mijn voorkeur en die is zeker niet algemeen gelden. Maar ik heb ook ontdekt dat schrijvers mij vaak pas echt aanspreken (zeker de dichters), als het over thema’s gaan als dood en leven, als lijden en strijd, ondergang en zinvolheid of zinloosheid van het leven. Dat geeft voor mij een tekst pas diepgang en kan ik er wat mee. Anders is het in mijn ogen alleen maar wat gekeuvel in de ruimte, net als het ruisen van het riet, dat ik dan nog veel liever hoor.

Wunengzi, meester nietskunner, een taoïst van lang geleden schrijft het volgende, ik citeer:  “Het ware cultiveren

Kijk, weegschaal en spiegel zijn dingen, en ze worden door de mens gemaakt. Zodra de mens ze heeft gemaakt gebruikt hij de weegschaal dan weer om het gewicht van iets te weten te komen, en de spiegel om zich een oordeel te vormen over mooi of lelijk.

Waarom doet hij dat? Omdat de weegschaal vrij is van intenties en dus onpartijdig is, omdat de spiegel vrij is van intenties en dus een helder beeld geeft.

Welnu, als dingen die vrij zijn van intenties onpartijdig zijn en  een helder beeld geven, pas dan het volgende toe op wie wel intenties heeft:

 

Wrijf hem fijn door middel van het Niets,

maak hem transparant door middel van de Leegte,

dompel hem onder in het Onhoorbare en het Onzichtbare,

zodat hij niet weet waarheen hij zich beweegt.

 

Volgens mij zal hij in zijn onbegrensdheid de metgezel worden van hemel en aarde; omspoeld door lichtgevende energie zal hij onvermoeibaar zijn. Niets op de wereld zal in staat zijn met hem te wedijveren.”

 

Dit is een ‘donkere’ tekst, dat wil zeggen een tekst die niet meteen zijn betekenis prijsgeeft aan de moderne lezer. Vrij van intenties zijn, van bedoelingen, helemaal zichzelf zijn, zonder waarom zou Meister Eckhart zeggen, dat is niet eenvoudig. De dingen zijn dat, maar de mensen? Toch houdt deze nietskunner ons dit beeld voor om te volgen of om over na te denken. Zeker als het gaat om te proberen om van binnen uit te leven en te handelen. Jan de Meyer die deze tekst van Wunengzi uit het Chinees heeft vertaald geeft als toelichting:

“Wat ik vertaal als ‘vrij van intenties’ heet in het origineel wuxin. Dit in Wunengzi zo belangrijke concept betekent letterlijk ‘geen hart hebben’, waarbij moet worden verduidelijkt dat in het oude China niet de hersenen de zetel van het denken en voelen waren maar wel het hart. ‘Geen hart hebben’ betekent dus ‘geen geest hebben’, of anders gezegd: de geest vrijmaken van denkwerk, van zorgen, van emoties, van begeerte. Wuxin, in de zin van ‘vrij van intenties’ of ‘ergens zijn zinnen niet op zetten’, staat heel dicht bij wuwei, in de zin van ‘niet-doelgericht handelen’.”

Wunengzi haalt zelf in een volgend  citaat het water aan als voorbeeld dat helemaal uit zichzelf is zoals het is en dat zich manifesteert zoals het als water in onze werkelijkheid aanwezig is. Hij citeert Laotzi (Oude Langoor) in de Tao teh King, een van de standaardwerken uit het Taoïsme over het op het eerste gezicht zwakke, het lege, de adem (qi), het zachte dat het sterke overwint:

“Zo is de aard van water: dam je het in, dan wordt het transparant;  breekt het door de afdamming, dan stroomt het; stijgt het op tot de wolken, dan wordt het regen; zinkt het in de bodem, dan verrijkt het hem. Vormt het rivieren en zeeën, dan doet het geen moeite om groots te zijn; staat het in kuilen en holen, dan schaamt het zich niet om zijn kleinheid. Het splitst zich in honderd rivieren maar wordt nooit moe, het brengt de tienduizend dingen voordeel zonder ooit op te geven. Het is het summum van zachtheid. Daarom zei Oude Langoor: ‘Het zachte en zwakke overwint het harde en sterke. ‘

Wie het spirituele in zich bewaart en de Leegte belichaamt, wie zich concentreert op de qi en zachtheid teweegbrengt, zo iemand bereikt de oorsprong van het uit-zichzelf-zo-zijn.”

Dat laatste is natuurlijk een soort van ideaal dat wij mensen niet zullen bereiken, tenminste niet zolang wij een lichaam hebben en een onrustige geest. Uit-zichzelf-zo-zijn als de boom is voor bomen weggelegd, maar ook voor mensen? Toch hebben velen getracht die toestand te benaderen toen ze zich terugtrokken als kluizenaar of eremiet. Misschien is het wel een effect van die terugtrekking in de wildernis: je wordt dan zo hard met jezelf geconfronteerd, met je verlangens, je diepste wezen, je binnen- en je buitenkant dat misschien wel het inzicht gaat dagen om te willen zijn die je bent, zonder oog te hebben voor anderen, bedoelingen, opvattingen, gedachtes, voorkeuren etc. van anderen en van jezelf waarin je jezelf bepaalde eigenschappen, kwaliteiten en uitstraling toedicht. Want dan ben je niet zonder waarom, niet zonder geest/hart/intenties/doelgerichtheid van buiten. Dan leef je niet vanuit je binnenste zoals een boom. Leren leven als het water, als de boom, ga er maar eens aanstaan. Maar misschien ligt het dichter bij dan je denkt; misschien gaat het ook om overgave aan het leven, om vertrouwen, om je toe te vertrouwen in je geest aan de kracht van het leven en de levensstromen van de geest (qi), de adem, het sacrale goddelijke dat de wereld en de werkelijkheid doortrekt. Je hoeft geen taoïst te zijn om de volgende tekst te snappen. Hem leven is wat anders; Wunengzi schrijft:

“Kijk, vogels vliegen in de lucht, vissen zwemmen in de diepte. Dat heeft niets met techniek te maken, het is zo op spontane wijze. Als vogel of als vis besef je dan ook zelf niet dat je in staat bent om te vliegen of te zwemmen. Mochten vogels en vissen dat besef wel hebben en zich mentaal toeleggen op het uitvoeren van die handelingen, dan zouden ze beslist neervallen of verdrinken. Precies hetzelfde geldt voor de mens, die loopt met zijn voeten, grijpt met zijn handen, luistert met zijn oren en kijkt met zijn ogen: hij kan dat zonder het te moeten oefenen. Op het ogenblik dat hij loopt, grijpt, luistert of kijkt doet hij dat uit zichzelf, naargelang de omstandigheden, en hij is daarbij helemaal niet aangewezen op denkwerk om die handelingen uit te voeren. Indien hij erover moet nadenken om ze daarna te kunnen uitvoeren, zou hij

uitgeput raken! Daarom gaat hij die zich toevertrouwt aan de spontaniteit lang mee en wordt hij die bestendigheid bereikt gered.

Welnu, in zijn weidsheid leeg te zijn: dat is de spontaniteit van de geest. Wanneer het erom gaat met zijn handen te grijpen, met zijn voeten te lopen, met zijn oren te luisteren en met zijn ogen te kijken, dan vertrouwt de mens van vandaag op zijn spontaniteit. Gaat het echter om de geest, dan vertrouwt hij niet op zijn spontaniteit en kwelt hij hem. De volmaakte harmonie en de communicatie met het bovenmenselijke willen bereiken wordt voor zo iemand dan ook problematisch!”

Het lichaam doet ons voor hoe het zou kunnen, alleen onze geest is vaker spelbreker en gooit roet in het eten omdat we bang zijn, omdat we alles in de hand willen houden, controleren, beheersen. Dat schiet niet op, dan worden we nooit spontaan en leren we nooit van binnen uit te leven en het leven te ervaren. Maar er is een leven te winnen als wij zouden proberen. Laat maar los en wen er maar aan dat het leven in jou zijn eigen weg gaat…stromen, stromen, stromen…geest, geest, geest…

John Hacking

13 juni 2016

literatuur:

Wunengzi (Nietskunner), Het Taoïsme en de bevrijding van de geest, Amsterdam Antwerpen 2015 (Uitgeverij Atlas Contact)

Visser, Gelatenheid. Gemoed en hart bij Meister Eckhart beschouwd in het licht van Aritstoteles’leer van het affectieve, Amsterdam 2008 (Sun)

IMG_7150
El fulgor – de schittering