Poëzie en werkelijkheid

“De zee is een dood
het wiegelied poort naar God
emotie die de ziel bindt
tot de sprong”

“Het menselijke leven kent tenslotte kanten die alleen met poëtische middelen adequaat uitgebeeld kunnen worden”

A.Tarkovski

De werkelijkheid is een gedicht. Omdat ze niet bestaat als ‘de’, hoogstens als ‘mijn werkelijkheid’. Wie garandeert mij dat wij dezelfde werkelijkheid beleven?
Maar los daarvan bezit de werkelijkheid een gelaagdheid die slechts op poëtische is te duiden. Voor mij, met nadruk, geldt dat de werkelijkheid religieus en poëtisch is. Alleen het gedicht vermag voor mij datgene wat onmogelijk lijkt: de werkelijkheid vangen in een beeld, in een beleving.
Oorlogen, menselijke ellende, verdriet, slachtoffers, hoeveelheden en de wijze waarop tarten elke verbeelding. Ook de wetenschap vermag hier niet veel. De werkelijkheid is te groot, ze overstijgt ons vermogen tot verbeelding. Ze overvalt ons, beklemt ons, zet ons gevangen in onze eigen betekenissen. Zou het gedicht hier verder kunnen helpen, om het onverwoordbare te verwoorden?
Poëzie is een werkzame kracht zoals Tarkovski, de Russische filmmaker, opmerkt: “Poëtische verbindingen hebben een sterkere emotionele werking en activeren de toeschouwer; hij wordt meegevoerd om het leven te onderzoeken, maar zonder de hulp van een vooropgezette uitkomst of van de dwingende aanwijzingen van de auteur. Hij kan slechts met datgene waarover hij zelf beschikt de diepere zin op het spoor komen van de getoonde complexe verschijnselen. Ingewikkelde gedachten of een poëtische levensfilosofie moet men niet in een al te doorzichtig keurslijf willen dwingen. De gebruikelijke lineaire logica in de opeenvolging van gebeurtenissen lijkt verdacht veel op de bewijsvoering van een wiskundige stelling. Associatieve verbanden kunnen daarentegen een rationele en een gevoelsmatige beoordeling van het leven combineren, en bieden de kunst daarom onvergelijkbaar meer mogelijkheden.”
Tarkovski spreekt over poëzie als relatie tot de werkelijkheid, een vorm van filosofie die de verhouding van de mens tot zijn realiteit uitdrukt. In zijn filmen doet hij een poging deze positiebepaling uit te werken in beelden. De emotionele subjectieve beleving van de filmmaker, de regisseur, de kunstenaar is daarbij van wezenlijk belang. De kunstenaar kan zichzelf niet uitschakelen. Hij vormt de brug tot zijn verbeelde werkelijkheid waarin anderen zich kunnen herkennen en waarover zij hun eigen weg kunnen vinden naar hun eigen beleefde werkelijkheid. Tarkovski zegt hierover: “ Een dergelijke kunstenaar herkent de bijzondere poëtische structuur van het bestaan. Hij is in Staat om de grenzen van de lineaire logica te overschrijden en de complexiteit en de waarheid van de ongrijpbare verbanden en verborgen verschijnselen van het leven over te brengen. En ook al pretendeert een auteur het leven waarheidsgetrouw te hebben uitgebeeld, zonder dit vermogen ziet het leven er eentonig, eenvormig en gekunsteld uit. De illusie van uiterlijke levensechtheid getuigt nog niet van een diepgaand inzicht in het leven. Ik denk ook dat authenticiteit, innerlijke waarheid, of zelfs uiterlijke waarheidsgetrouwheid onbereikbaar zijn als niet de subjectieve indrukken van de kunstenaar organisch verbonden zijn met zijn objectieve weergave van de werkelijkheid.”

Voor Tarkovski is “in een werkelijk kunstzinnig beeld altijd organisch een verband aanwezig tussen idee en vorm. Vorm zonder idee en idee zonder vorm vernietigen het beeld, en het beeld houdt op kunst te zijn.” Deze opvattingen over kunst keert terug in mijn werk waar dit zichtbaar wordt in mijn benadering van het landschap. Voor mij is het landschap ‘een landschap van de ziel’ omdat mijn beleving van het landschap doorwerkt in de wijze waarop ik mij verhoud tot het landschap en in de wijze waarop ik het schilderkundig tot uiting breng. Voor mij is het landschap een vraag en een uitnodiging. Een vraag aan mij gesteld: waar kom je vandaan, waar ga je heen, wat doe je hier. Een uitnodiging om verder te kijken dan je empirische neus. Voor mij is het landschap religieus geladen, religieus gekleurd omdat het de verbeelding van de relatie tussen hemel en aarde. En niet alleen de verbeelding, het maakt in de horizon letterlijk deze scheiding, die een overgang is, een grensgebied, zichtbaar. In dat grensgebied zoeken wij onze weg en vertellen we verhalen om ons leven in te kleuren en zin te geven. Religies zijn in die zin compilaties van verhalen en gebruiken die deze verhalen omzetten in rites.
Ook in de muziek is deze werkzame kracht van de poëzie van de werkelijkheid meer dan duidelijk aanwezig. In “Le plat pays” van Jacques Brel zie ik de wolken, de bomen aan de horizon en het landschap bijna letterlijk. Dat vermag het woord, de klank, het lied, het gedicht. De kunstenaar heeft daarom een onvervangbare positie in onze maatschappij.
Tarkovski zegt over de relatie van de kunstenaar tot de werkelijkheid de volgende belangwekkende dingen, ik citeer uitgebreid: “Het zich eigen maken van de werkelijkheid in de kunst is een subjectieve beleving. In de wetenschap volgt het menselijke kennen de treden van een eindeloze trap: oude inzichten worden op grond van ontdekkingen vervangen door nieuwe. Een artistiek inzicht daarentegen komt steeds opnieuw tot stand als een ander en uniek beeld van de wereld, als een hiëroglyfe van de absolute waarheid. Het dient zich aan als een openbaring, als het kortstondig opvlammen van een hartstochtelijk verlangen naar een intuïtief inzicht in alle wetmatigheden van de wereld: haar schoonheid en lelijkheid, haar mededogen en wreedheid, haar oneindigheid en begrenzingen. De kunstenaar brengt dit alles tot uitdrukking door een beeld te scheppen dat vanuit zichzelf het absolute onthult. Het beeld is in staat de ervaring van het oneindige vast te houden: door het eeuwige te begrenzen, het geestelijke in het stoffelijke vast te leggen, het onbegrensde te kadreren. Kunst is een symbool van de wereld dat verwijst naar de absolute geestelijke waarheid die in een positivistische, pragmatische houding tegenover het leven verborgen blijft.
Als iemand zich naar een wetenschappelijk systeem wil voegen, moet hij een bepaalde opleiding hebben genoten en een beroep doen op zijn logische denkvermogen. Kunst richt zich tot allen in de hoop dat ze een in druk zal achterlaten, dat ze vooral wordt gevoeld, een emotionele schok teweegbrengt en dat haar waarheid wordt aanvaard. Zij wil de mensen niet overtuigen met onverbiddelijk geldende rationele argumenten, maar met de geestelijke energie, waarmee de kunstenaar haar heeft geladen. En in plaats van een wetenschappelijke opleiding, wordt er voor haar een bepaalde geestelijke ervaring vereist.

Kunst wordt geboren en ontwikkelt haar kracht daar waar het eeuwige, rusteloze verlangen heerst naar spiritualiteit, naar het ideaal: het verlangen dat de mensen naar de kunst voert. De weg die de moderne kunst echter is ingeslagen, is een doodlopende weg. Ze heeft het zoeken naar de zin van het leven afgezworen en hiervoor louter zelfbevestiging in de plaats gesteld. De zogenaamde creativiteit lijkt veranderd in een zonderlinge bezigheid van excentrieke individuen die de autonome waarde van het persoonlijke handelen enkel als manifestatie van de vrije wil bevestigd willen zien. In het scheppingsproces wordt de individualiteit evenwel niet bevestigd, maar in dienst gesteld van een algemeen en hoger idee. De kunstenaar is een dienaar die zijn talenten, hem als door een wonder geschonken, tracht te verwezenlijken. Doch de moderne mens brengt liever geen offers, hoewel de individualiteit alleen door opoffering bevestigd kan worden. Dat is de mens van lieverlede vergeten en hierdoor heeft hij het gevoel verloren voor zijn bestemming.” Los van het feit of je het eens kunt zijn met zijn stelling dat de moderne kunstenaar in het scheppingsproces misschien niet meer leeft voor een hoger idee en dat de mens het gevoel voor zijn bestemming verloren schijnt te hebben, blijft staan dat kunst een zoektocht naar en een verkenning van het absolute is. Al dan niet in de vorm van een waarheid of openbaring. In die zoektocht voel ik me thuis. Een leven lang pelgrim zijn, op weg naar een doel dat nooit wordt gehaald.
Absolute zekerheid, absolute waarheid zal niet worden gevonden en dat is goed zo want deze werken als een molensteen. De zee is vol verwachting om al deze verdoolden met open armen te ontvangen en te koesteren als een eeuwige moeder. Poëzie wijst niet in deze richting, poëzie vermijdt de klippen van de eeuwige waarheid, scheert langs de afgronden van de dood, die messcherp uitsteken in het kale landschap van de hemeltiran. Poëzie is een lied dat wordt aangeheven tegen de statische dood, tegen de cijfers die de werkelijkheid willen kerkeren, tegen de pragmatiek en manipulatie van de heerser.
Ik vermoed dat het wiegelied, het lied dat het kind als eerste zal gaan horen, het begin vormt van zijn religieuze ontwikkeling en zijn gevoel voor de mystieke dimensie van de werkelijkheid. En als dit lied nooit geklonken heeft, als diep van binnen de basis niet is gelegd om het verlangen te wekken, de begeerte te doen opvlammen naar wat ongrijpbaar, goddelijk is, dan is het nog niet te laat. Het vergt alleen wat moed, wat durf om je open te stellen voor nieuwe klanken, nieuwe woorden, nieuwe betekenissen die wegen zullen gaan vormen in een onbekend terrein. Het gedicht is een sleutel, een van de vele, maar niet de minst belangrijke om de werkelijkheid te verkennen, om jouw plaats te verankeren in een gevoel van thuiskomst als je eenmaal uitkomt bij wie jij ten diepste bent. Daarover gaan mijn geschilderde landschappen en al datgene wat ik de laatste jaren heb geschreven.

John Hacking
2007

De citaten stammen uit:
A. Tarkovski, De verzegelde tijd. Beschouwingen over de filmkunst, Groningen 2006 (Historische uitgeverij) p. 20-29

Meer afbeeldingen van mijn werk: Saatchi –  Weebly – Behance