Het boek is een deur

 

 

Een perspectief op de werkelijkheid is een deur. Een verzameling indrukken is een deur. Het waarnemen van een emotie is een deur. De waarneming van de waarneming is een deur. Zoals het melkmeisje op de oude Droste-blikjes met in de hand van het afgebeelde meisje, ook weer zo’n blikje, en dat tot in oneindigheid. Allemaal deuren, allemaal toegangen tot de werkelijkheid, de realiteit, de gewaarwording van je eigen leven binnen de context waarin je leeft. Het leven is een grote deur, een verzameling van een oneindig aantal deuren. Leven lijkt zo op God. Steeds is er een opening, een nieuwe mogelijkheid, een deur die open gaat en soms gesloten wordt. God als verzameling van deuren. Zo zou je ook de bijbelse verhalen kunnen verstaan: deuren naar God, komende van God en weer terugkerende naar Hem. Elk mens een weg naar God, een deur naar God. De mogelijkheden, net als de wijze waarop betekenis wordt gegeven, zijn eindeloos, zonder einde, zonder begin, zonder afsluiting of definitieve of op zijn Duits ‘endgültige’ waarheid!

 

“Endgültig’ is een waarheid die tot het ‘bittere’ einde zou (moeten) gelden en die door waarheidszoekers dan ook tot dit ‘bittere’ einde zou moeten worden verdedigd (al is het met hun eigen leven). Zij gebruiken dan een waarheid die geen open maar een afgesloten deur is. Een deur naar het einde, naar een slot dat niet alleen afsluit maar ook verhindert dat je verder komt, verder leeft, verder ontdekt en verder betekenis geeft. Dat is de dood in de pot. Einde van tijd, toekomst, leven. Waarheid als gevangenis. Als donker en koud vochtig gat in de grond in plaats van een open horizon met een mooie hemel.

Verstarring en ontbinding zijn het gevolg. Met de dood van deze waarheidsverdediger zelf, die dit bittere lot vrijwillig ondergaat in naam van ‘zijn waarheid’, komt deze waarheid vanzelf aan haar einde. Deze hoogst persoonlijke en particuliere waarheid, die niet in staat is gebleken de grenzen van het individuele te overstijgen opdat en zodat deze meer universeel had kunnen worden.

Want elke waarheid, hoe universeel de individuele aanspraken ook mogen zijn, blijft ook een particuliere waarheid. En ook het omgekeerd geldt. Want wat is een universele waarheid waard als hij niet op particulier en individueel terrein wordt nagestreefd en verwerkelijkt? En wat is een particuliere waarheid waard als hij ook niet voor anderen zou kunnen gelden? En dus aanspraak kan maken op meer universaliteit?

 

Schuilt hier een tegenspraak (in) tussen particulier en universeel? Verschuilt zich hier als het ware een onmogelijkheid binnen de werkelijkheid van het ware en mogelijke? Ik denk van niet – het particuliere en het universele kunnen in tegenspraak zijn maar hoeven dat niet te zijn. En als zij samengaan, des te meer krediet voor deze waarheid. Universele waarheden zijn lastig. Lastig vooral omdat ze een heel brede deur, een brede kijk vormen op de werkelijkheid en velen willen door die deur maar zijn toch niet gelijkgestemd. Dat blijkt al met de ‘rechten van de mens’. In de verschillende culturen wordt daar soms ook verschillend over geoordeeld. Wat in de Westerse wereld als recht geldt, hoeft dat niet te zijn in een niet-Westers land. Erkenning van homoseksualiteit is een goed voorbeeld. Idem erkenning van religieuze vrijheid en rechten van de vrouw.

Hoe het ook zij – waarheid blijft lastig – als er aanspraken worden gesteld op universaliteit. Afdwingen van die waarheid met geweld ontkracht deze waarheid meteen. Dan is ze opgelegd en wordt ze daardoor meteen een leugen. Waarheid leeft dus van vertrouwen, toewijding en berust op aanhangers die haar aanhangen en verdedigen. Maar tegen elke prijs? Wie is bereid de prijs van zijn leven te betalen voor de ‘waar-heid’ van zijn waarheid?

 

Waarheid als afgesloten einde, als ‘endgültig’ mist niet alleen openheid en heeft geen toekomst, geen leven, maar kan ook niet echt bouwen op vertrouwen want dan moet je haar ook durven loslaten. Durven inzien dat er na deze waarheid, of eronder nog een andere, een diepere, een verdere kan schuilen. Betekenis is nooit af, nooit eenmalig en nooit definitief. Dat is een beetje mijn credo. Waarheid zou en mag een deur zijn, niet afgesloten, maar open, telkens weer open naar een nieuwe laag, een nieuwe dimensie. Zo versta ik ook het leven: een zoektocht naar verdieping en in het verdiepen vind je zoals in een boek, een nieuwe, telkens weer een nieuwe horizon. Dat is wandelen met God in het landschap dat leven heet.

Edmond Jabès, een van mijn favoriete auteurs schrijft hier prachtig over en het boek – de tekst – is zijn thema, zijn instrument, zijn waarheid die telkens weer verder voert. Uit “Terugkeer naar het boek” citeer ik de volgende passages, teksten die aanzetten tot denken, tot opening van deuren en tot zelfreflectie:

 

 

 

Bank and Borderstone

 

 

“I have accepted  all  separations, 

even the hardest which cut me off from myself whom

 I had just set out to  find.”

(Yukel’s Notebook)

 

 

 

At the threshold of the third Book of Questions I found again the granite rock on which I used to sit at nightfall, after long walks in the desert.

Return to the granary, to the foot of the tallest tomb of all times. Return to mud and to man.

In the desert no thought takes the lead, no dream. The Void carries the Void on its shoulders as the  blind man carries the lame. The abyss is the good.

It is years since I left Egypt. A succession of landings marks the repose of centuries, of death.

Truth is not for sale. We are our own truth: this is the solitude of God and  man.  It is also our  common freedom.

Hail to the only, the universal Truth. We try to reach it by innumerable roads whose indirection we are. Truth is in the movement toward it. It is also in the coming of a counter- truth wrapped in mystery.

It depends on our progress if truth seems dark or bright, absurd or pathetic. We defend our interpretation at the crossroads. The bolder it is the more it isolates us.

I am learning, in the teeth of all beliefs, to believe in the name of the Truth I invoke. My law is to read  the  illegible Law.

Thus the word of truth is above all the truth of the word. That is to say, a word we trade in for the  promised word,  a word of dialogue and diamonds, a call to the letter through the letters we learned, to the flame through the fascinated facet.

To lose the word means losing God in the scream of Creation.

 

(The word beyond the word- this is  a post- face to the Book of Yukel- outlasts the object it names, outlasts its actual reason in an intimate unreason for being. A pale nude  seen across the bars of logic. A word that takes wing from the unspoken word as breath does from the  inert  body.  Soul-word  with  memories of clay and blood.

The Light comes at the end of our weak lights.)

 

And yet the book is made of the sun’s silence.

 

 

(In the word, man belongs to God  in  sound and site and God to  man  in sign and gesture.”

-Reb Agam

 

“The book  is the forehead of God and the hand of man.”

-Reb Meir)

 

Can you hear the air move or the water unruffle? A bond is a  mute dagger out of  its sheath. So  binding yourself means putting a rope around a blade, means constantly reknotting where knots  are impossible.

Freedom means a bond which leads us back to itself.

 

 

I live, there’s the miracle.  I am the life of the bond in a cut knot.

I need you, man of the halt and the halo; not in order to go on living, but, on the contrary, to fix  in  ink the end of my life.

Between ashes and seeds of fire.

I know now that one page is  yoked with another as the word is  yoked with the sign made to  serve.

Sign with sign, or sign with the absence of signs.

At the end of the hours which the dawn undoes and which we discounted beforehand, at the end of  the  road where Sarah lost Yukel, where Jews perished with  Jews  to keep their faith, the return to the book is a return to sap and sworn oath.

It is only yourself you are accountable to, the day you build on your own account. Take your turn  after me, with me, in being the bed of the last book.

 

(The word surprises the object, dawn the night. Hence object and word reflect one  another as do sky  and earth by  the  hour.  The word pulls the object out of its limitation; the object wants to be the reason and  the  sense  of the word’s adventure. The word lets us see and hear the object; the object gives its  share  of light and dark to the word. The object  and the word which designates it take  part  in  one and the same separation. The space they try to cross is the threshold which keeps them apart. Hope of joining  prompts them to brave the void; but this nothingness, the  home  of promises, is it not death?)

 

And one morning, shortly after dawn, Elohim died of the death of His people. The desert counted  its  wrinkles; eagle and falcon rushed to spread the news.

Since then every day is twelve hours of mourning for  the day.

 

Uit: Edmond Jabès, Return to the Book, in Edmond Jabès, The Book of Questions II & III. The book of Yukel. Return to the Book, Translated from the French by Rosmarie Waldrop, Middletown, (Wesleyan University Press), p. 153-155

 

 

 

Lightning and Light

 

 

“God in man: but this means the impossibility of God made possible

every time the heart debates an overwhelming delight.”

-Reb Elfie

 

“You are the space of poetry, I  am  its dead end.”

-Reb Rimah

1

 

“Which people is more  naked than the people of Israel?

Purity its  only ornament.”

-Reb Guetta

 

“If I told you that a rabbi’s  chant during the  service gives us back our land, would you believe me? Our world is a voice, a sob, a few holy words.”

-Reb Aleh

 

“I am, the tree calls to the tree, and the pebble to the simple pebble.”

-Reb Shahed

 

“You find it hard to speak of the book, and I,  to speak of  it to you.  The trouble is  in the book.”

-Reb Dérim

 

”You are my son. Your book will be the  child of my book.”

-Reb Acrim

 

2

 

 

“God owes to man His infinite chance to be Place.”

-Reb Assar

 

“Revelation of God means revelation of man to the creature straining toward God; therefore we  cannot  recognize man without recognizing God.

“‘God  is  in  prison,’ howled Reb Saharim in  his death cell. However, the divine  spirit  survives  man because death is the freedom of God just as life, modeled on death, is  the test of the freedom of man.”

-Reb Sedad

 

“Death is the leveling absence of God.”

-Reb Sabra

 

“We have little to say about many  things. God  had  so much to say about so little. God fell silent in the Void. Man chatters on in the Fullness. But how will he make himself heard?”

-Reb Raccah

 

3

 

“The detours of thought cannot scare  you.  They borrow the ways of our flesh.”

-Reb Askri

 

“You comment on your commentary and so on and on until you are the great-grandson of your own son.”

-Reb Saber

 

“Sand attacking sand, leaf attacking leaf: is this not the order of the seven seeds, the awakening at the approach of shores?”

-Reb Elef

 

Uit: Edmond Jabès, Return to the Book, in Edmond Jabès, The Book of Questions II & III. The book of Yukel. Return to the Book, Translated from the French by Rosmarie Waldrop, Middletown, (Wesleyan University Press), p. 156-158

pompoen