Koudwatervrees

Religies zijn betekenissystemen. Ze geven antwoorden op bepaalde specifieke vragen die leven en dood, begin en einde betreffen. Maar ook vragen hoe te leven, hoe de samenleving in te richten en welke ethische regels daarbij een rol kunnen spelen. Er zijn veel soorten religies, er zijn binnen een religie vaak veel varianten en er zijn veel overeenkomsten en veel verschillen tussen de religies. Kortom één religie of één variant kan nooit de ‘ware’ zijn! Hoe overtuigd de aanhangers zich ook mogen presenteren, ze hebben niet begrepen dat de veelheid aan religies en de meerduidigheid hiervan nooit kan betekenen dat er maar één de ware zou zijn. Het is dus eerder een vorm van onzekerheid en van een zoeken naar houvast om jouw eigen variant boven andere te stellen. Dan weet je waar je aan toe bent. Maar het getuigt van weinig inzicht en weinig logica om hartgrondig vast te houden aan je eigen gelijk. Wie ben jij dat je kunt overzien wat er wordt aangeboden en wie ben jij dat je ook nog de goede keuzes kunt maken terwijl de criteria vaak zo onduidelijk zijn waarop je jouw keuzes kunt baseren?

Veel mensen denken dat religies, omdat ze betekenissystemen zijn, ook een koffer vol met antwoorden zijn, antwoorden op alle vragen. Dat is een misvatting. Religies die zichzelf zo verstaan, als antwoord op alle vragen, zijn ideologieën, het zijn systemen die zich losgezongen hebben van de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf is meeromvattend, groter dan een religie, hoe oud die ook moge zijn. Laat vele bloemen bloeien, laat de vele religies op hun wijze antwoorden zoeken en geven op de vragen die er liggen, maar maak niet een bloem de allerbelangrijkste. Er is geen dier in het bos dat de koning kan spelen ook al komt dat in sprookjes vaak voor. Daarom zijn het ook sprookjes. Religies die de rol van koning opeisen, in het Duits heet dat “Absolutheitsanspruch”, dat wil zeggen, beweren dat je de belangrijkste bent (en de enige echte ware religie), die religies komen al snel in een grimmige sprookjeswereld terecht waar de aanhangers eerder slaven worden dan vrije mensen.

Religies geven vragen op bepaalde antwoorden maar als die antwoorden geen vragen meer oproepen stopt het denken. Dat is de dood in de pot voor het denken. Niets is zo frustrerend voor de vrijheid van een mens als hij niet meer mag en niet meer kan nadenken. Hij zit dan meteen in een gevangenis, die er voor hem zo wordt geschapen, door al die onbetwijfelbare antwoorden. Antwoorden waaraan niet getwijfeld mag worden zijn dodelijk op meerdere manieren. De ideologie, de kracht van het definitieve antwoord, maakt mensen tot slaven en uiteindelijk tot zombies. Al het leven gaat eruit. Er is niks meer om naar te streven of om naar te verlangen. Want de vervulling van de echte verlangens ligt altijd buiten alle antwoorden, altijd aan de andere kant van de horizon. Als je eenmaal bij die horizon bent aangekomen,  ontdek je dat er toch weer een nieuwe horizon ligt, met nieuwe vragen. Ware dit niet zo, dan is elke zoektocht, elke poging om je verlangens te volgen, een zinloze weg. Dan kun je net zo goed dood zijn. In de kist is er geen verlangen meer, is elke ambitie, elk levensvonkje gestorven. Als je de antwoorden in je zak hebt hoef je niet meer verder te vragen en als het vragen ophoudt is het einde bereikt.

Een betekenissysteem dat geen nieuwe en geen kritische vragen toestaat is een dode letter. Met dode letters kun je als levende niet zoveel. Het inspireert niet en het maakt je moedeloos want alles ligt al vast. Leven wil zeggen dat er ontwikkeling is, soms wel via bepaalde structuren en richtlijnen, maar niet zo dwingend dat niets meer kan. Leven betekent dat er voortdurend verandering plaatsvindt, transitie, transformatie. Het oude wordt vernieuwd, opnieuw uitgevonden, opnieuw vindt het plaats in een ander jasje. Is dit niet zo, dan is er geen sprake van leven meer maar van dood. Het is dan als een steen, een dode tak, het is dode materie. Als mens zal je uiteindelijk ook hier eindigen: een lichaam in de grond of in de oven: materie, as, stof, uitgestrooid op de wind, voedsel voor andere levende systemen. Een voortdurende kringloop. Als je geen rekening houdt met dit gebeuren, als je denkt dat het is zoals het is en niet verandert doe je niet alleen jezelf tekort maar ook de maatschappij waarin je leeft samen met je medemensen.

Vaak hoor ik op mijn werk in de Studentenkerk dat sommige medewerkers en studenten niks hebben met het woordje kerk, of met religie. Vaak komt dit voort uit het idee dat kerk, religie, geloven, een verzameling van onbetwijfelbare en niet te bekritiseren antwoorden is. Fout. Zoals gezegd geen enkele religie heeft ‘de waarheid’ in pacht, hoogstens een stukje. Vele stukjes samen vormen de puzzel die we realiteit noemen, maar de puzzel is nooit af. Religies hebben wel vaak een schat aan ervaring, aan expertise hoe met moeilijke vragen om te gaan. Maar de antwoorden zijn relatief, dat wil zeggen, ze staan in relatie met de vragen die nooit definitief kunnen worden beantwoord. Goede antwoorden herken je aan het feit dat ze in het teken van de hoop staan, dat je hiermee een stukje verder bent gekomen. Maar zoals dat is met hoop: hoop doet leven, maar je bent er nooit. Elk antwoord is weer aanleiding tot nieuwe verdiepende vragen. En zo blijft het gesprek gaande.

Als je niks van religies wilt weten, als je vindt dat religies bron zijn van veel conflicten (wat niet te bestrijden valt, maar het is slechts een halve waarheid), als je vindt dat religies jou niks te bieden hebben, mag dat. Je bent niks verplicht. Maar eigenlijk kijk je niet verder dan je eigen neus. Want wat weet je werkelijk van de zeggingskracht en de betekenissen die deze verzamelingen van betekenissen kunnen opleveren, ook voor je persoonlijk leven? De Duitse filosoof Martin Heidegger heeft zijn hele leven in dienst gesteld van een zoektocht naar het filosofische begrip ‘zijn’ (Das Sein). Heeft hij het gevonden? Ik denk van niet. Waarom niet? Omdat het ‘zijn’ zich voortdurend manifesteert in de ‘zijnden’ maar als zodanig is het niet te vinden. Het ‘zijn’ is vermengd, flitst op in de ‘zijnden’. Daarmee moeten we het doen. Hetzelfde geldt misschien ook op religieus gebied: iets van God, het goddelijke, flitst op in het menselijke, het natuurlijke, het ons omgevende. Maar pakken kunnen we het niet. Dat moet je ook niet willen, want dan reik je verder dan je kunt reiken. Dan is kramp het resultaat. In de vraag naar zin, naar de zinvolheid van je leven, deze wereld, deze mensheid, deze maatschappij, kan het allemaal voorbij komen. Je hoeft het niet definitief te weten of te kennen. Als je tevreden kunt zijn met deze beperking kan je leven rijk en waardevol zijn, zonder dodelijke ideologieën of strakke systemen waarin je ingekneld zit als in een dodelijk harnas. Geef je zelf die geestelijke ruimte. Ook dat laatste is een religieus appèl. Het is een uitnodiging om je horizon breed te houden en niet in te perken. Het is een uitnodiging die stiekem ook vervat ligt in het allereerste boek van de bijbel. In de christelijke traditie heeft men dit negatief ‘geframed als zondeval. Als tekort schieten aan de kant van de mens, als overtreding van een gebod. Maar je kunt er ook anders tegenaan kijken. De zogenaamde ‘appel’ (er staat letterlijk vrucht) uit het verhaal van Eva en Adam uit het eerste bijbelboek Genesis is tevens een expliciete uitnodiging om je verstand niet thuis te laten. Je hebt nu na het proeven ervan kennis gekregen van goed en kwaad. Je weet dus hoe het zit. Je bent toegetreden tot de mensen met inzicht in de mechanismen in deze wereld. En nu je eenmaal kennis hebt van goed en kwaad kun je die kennis ook inzetten. Veel succes. Koudwatervrees is ongegrond.

John Hacking

22 maart 2018

l1220349