Schaamte anno 2020

Schaamte

Toen de paus op eerste paasdag zijn zegen Urbi et Orbi uitspraak ging aan deze zegen een kwijtschelding van zonden vooraf. Alsof de wereld, stad en land, een biecht werd afgenomen en dat, na berouw, al het verkeerde werd kwijtgescholden. Daarvoor had de paus in zijn overweging gewezen op de gevaren van corona en de ellende die dit virus veroorzaakt. Hij riep tot het staken van alle oorlogsgeweld in Syrië en Jemen, tot vrede in Libanon en Afghanistan, tot verdraagzaamheid in Israël tussen Joden en Palestijnen en tot stopzetting van de wapenproductie en de verspreiding ervan. In het licht van de crisis met duizenden doden was dat een terechte oproep en een appèl dat wereldleiders zich eigenlijk zouden moeten aantrekken.

Op dat moment voelde ik een groot gevoel van schaamte. Schaamte omdat wij in deze wereld als christenen rustig doorgaan met wapens produceren die wij nooit kunnen inzetten want dan gaan we er zelf ook aan. Schaamte omdat wij in een rijk land leven en harteloos vluchtelingen laten creperen als ze in wankele bootjes de zee oversteken, harteloos omdat we weigeren de vluchtelingenkampen waar geen voorzieningen zijn en waar geen bescherming is tegen corona te ontruimen.
Schaamte omdat we blijven doorpraten over economie en economische schade terwijl duizenden sterven door corona. Schaamte ook omdat wij als rijke landen dit systeem van onrecht in stand houden waar de allerrijksten de dienst uitmaken en waar de armen overgeleverd zijn aan de gunsten van de hemel.

In Tegenlicht, een programma op zondagavond van de VPRO, werd de vraag gesteld waarom 300.000 rijken in de VS bepalen wat 300 miljoen Amerikanen moeten doen. Het congres en Huis van Afgevaardigden kennen geen arme senatoren. De rijken in de VS betalen te weinig belasting en leven op kosten van de anderen die het niet zo goed getroffen hebben, omdat het kapitalistische systeem hen bevoordeelt. Daar komt het eigenlijk op neer, ondanks de steeds weer gepropageerde leugen van de ‘Amerikaanse droom’.
Met werken is nog NOOIT iemand echt rijk geworden. Speculatie, belastingontduiking (grote concerns hebben daar een handje in met toestemming van politici, ook in Nederland, een belastingparadijs) en uitbuiting van mensen in arme lonen landen leveren veel geld op. Roofkapitalisme.

Filantropie van rijke ondernemers klinkt leuk maar zij bepalen waar het geld heen gaat en zij hebben er nog nooit van gehoord dat de linker hand niet hoeft te weten wat de rechter doet. Overal worden ze gefêteerd om hun vrijgevigheid met alle eer en glorie die daarbij komen kijken. De documentaire makers waren duidelijk: hun gasten zeiden maar één ding: belasting betalen dat is nodig, een overheid die voor iedereen zorgt en niet alleen voor de beurs van een aantal rijken. Een overheid die genoeg geld heeft kan ervoor zorgen dat de welvaart eerlijk wordt verdeeld. Maar dat is in de VS een illusie zolang blaaskaken de rol van president spelen en vooral zichzelf en hun rijke vrienden bevoordelen.

Schaamteloos zijn de leiders die zeggen voor het volk te zorgen en die intussen hun positie veilig willen stellen. Als het al niet via verkiezingen kan, dan maar via een meerderheid in het ‘parlement’ waar hun aanhangers de dienst uitmaken zoals in Hongarije, Rusland, Egypte en Iran, om er een paar te noemen.
Schaamteloos zijn de leiders die volmondig verklaren allereerst aan het eigen land te willen denken als het meest belangrijke wat er bestaat – Amerika first – maar eigenlijk zeggen ze daarmee: ik eerst, de rest kan stikken. Schaamteloos en onverhuld egoïsme en egotripperij. De rekening zal hoog zijn, daar komen ook de aanhangers van deze ideologie nog wel achter.
Schaamteloos zijn de partijleiders en politieke leiders die dwepen met het facistoïde gedachtengoed zoals in Brazilië, Rusland en Hongarije, of de oppositie in Italië, Nederland, België en Duitsland. Alsof er nooit een Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden, alsof er nooit miljoenen door de gaskamers zijn gejaagd.
Schaamteloos zijn al die grote en kleine blaaskaken die op dit soort partijen stemmen in de hoop er beter van te worden over de rug van anderen.

[57]
De namen benoemen de dingen niet: ze omhullen
ze, verstikken ze.

Maar de dingen verbreken hun woordverpakking en daar
staan ze dan weer, naakt, wachtend op nog iets anders
dan namen.

Ze kunnen alleen gezegd worden door hun eigen
dingstem, een stem die zij niet kennen en wij evenmin, in
deze neutraliteit die nauwelijks spreekt, deze enorme
verstomdheid waarop de golven breken.

Roberto Juarroz

Welk wapen hebben we in handen om menselijkheid te bevorderen en onmenselijkheid tegen te gaan? Hoe kunnen voorkomen dat al die politieke alfamannetjes en blaaskaken de wereld zo verzieken dat er geen houden meer aan is? Jack London schreef in de vorige eeuw een roman met de titel: “Het moordbureau”. Mensen konden daar een naam van een gemene dictator opgeven en die werd dan deskundig uit de weg geruimd. Een aantrekkelijke optie, alleen onuitvoerbaar want waar is het einde van al dat moorden? Als je zo de wereld wil vrijmaken van al dit soort idioten is er geen beginnen aan want dan waadt je in zee van bloed terwijl je zelf er niet beter van wordt en meer en meer gaat lijken op de types die je aan een einde helpt.
Er zijn genoeg voorbeelden in onze recente geschiedenis die laten zien dat geweld niet de manier is om je doel te bereiken. Het vermoorden van je tegenstanders keert zich hoe dan ook tegen je. En wie een kuil graaft voor een ander….

[8]
Woorden zijn geen talismannen.
Maar elk ding kan
in poëzie veranderen
als het wordt aangeraakt door het juiste woord.

Het is geen kwestie van magie of alchemie.
Het gaat erom de dingen op een andere manier te denken,
ze op een andere manier te betasten,
af te zien van de woorden die de dingen gebruiken
en een beroep te doen op woorden die ze bezingen,
woorden die de dingen hoog in de wind tillen
als spijkers die branden in verwondering.

Staken veranderd in sterren,
schoenen om kruisigingen aan te trekken,
blinde ogen geopend op de rug van de dag,
visioenen gereserveerd om opnieuw wakker te worden,
tederheid die wordt uitgesteld om de liefde te redden.

Het gaat alleen om de creatie van een andere stem:
de afwezige stem binnenin de dingen.

Roberto Juarroz

Nee, liever zoek ik mijn heil dan in woorden, in taal, in poëzie, omdat deze woorden krachtig kunnen zijn. Ze dragen ons en zij kunnen loopplanken leggen over de afgronden die ons scheiden, over de valkuilen op ons levenspad en de diepe kloven in ons gemoed en onze gevoelens als wij ons wanhopig en machteloos gaan voelen door zoveel geweld en onrecht. Ook taal, ook het woord en de inzet van het woord kan een gevaarlijk spel zijn. De leugens die dagelijks door sommige presidenten worden verkondigd hebben een prijs: een kostprijs die eerst en vooral betaald wordt door de volgelingen en pas later door de spreker zelf. Juarroz geeft ons een gedicht als vraag mee – hoe wij met woorden omgaan kunnen en wat dit met ons kan doen. Deze gedichten maken dit duidelijk:

[31]
Het materiaal waarvan de woorden
worden gemaakt en de specie die het
bijeenhoudt hebben mij stukje bij beetje
een geheim en eenzaam ritme geleerd.

Zo heb ik geleerd dat elke constructie
muziek is en dat elke muziek wordt
gemaakt met blikken. De blik van een
woord is zijn betekenis, tussen de
trillende oogleden van een verlies.

Want wij kijken niet naar de woorden: zij
kijken naar ons en misschien nog
voorbij ons, oogknipperend in een
geheim en eenzaam ritme.

Misschien vind ik morgen een woord
dat nergens meer heen kijkt en ook niet
met zijn ogen knippert.

Een woord dat naar zich laat kijken.

[9]
Elk woord roept een ander woord.
Elk woord is een verbale magneet,
een variabele aantrekkingskracht
die altijd nieuwe constellaties inwijdt.

Eén woord is de hele taal,
maar het is ook de fundering
van alle overtredingen van de taal,
de basis ter bevestiging van een anti-taal.

Eén woord is nog de mens.
Twee woorden zijn al de afgrond.
Eén woord kan een deur openen.
Twee woorden wissen hem uit.

[13]
Er zijn woorden die wij niet zeggen
en die wij zonder ze te zeggen op de dingen zetten.

En de dingen bewaren ze,
en op een dag antwoorden zij ons ermee
en redden zij de wereld voor ons,
als een geheime liefde
met twee uiteinden
waar maar één toegang is.

Zou er bij de woorden die wij niet zeggen
niet een woord zijn
dat wij per ongeluk
op het niets hebben gezet?

Roberto Juarroz

In deze corona-crisis tijd sterven er velen. Velen worden slachtoffer van slecht rentmeesterschap omdat wij de aarde uitbuiten en omdat de armen hiervoor de echte rekening betalen. Zij hebben geen geld om voor zichzelf te zorgen en de overheid laat hen in de steek omdat de rijken op de eerste plaats staan. Daklozen, vluchtelingen, onderdrukte groeperingen in tal van landen, zij betalen de zwaarste tol. Zij hebben de pech om op de verkeerde tijd en de verkeerde plaats te zijn. Maar we verliezen allemaal ons leven, en dat kan op korte termijn als het virus je echt gaat raken. Dat is de dichter zich ook bewust als hij schrijft:

[57]
De mens verliest zijn leven en andere dingen,
hij bevuilt zich met elke vorm van groei,
hij zal nooit leren zich te kleden
en hij is een onbegrijpelijke repetitie van de dood.

Maar
hij zoekt een hygiënische manier van sterven,
terwijl hij wisselvallige sprongetjes maakt op straat
en meer plaats ontruimt dan hij beslaat.
Hij neemt een moreel ontbijt tot zich
en hij vouwt groeten op en stopt ze in zijn zak.

Maar er is één groet die hij niet kan opvouwen,
een groet die niet in zijn broekzak past.
En die verliest hij, die verliest hij wél,
meer dan het leven en andere dingen,
zoals bijvoorbeeld de verjaardag van zijn dood.

Roberto Juarroz

Wat nodig is, in deze tijd, is bescheidenheid en deemoed, opofferingsgezindheid om de ander die je nodig heeft te helpen. Inzet om deze wereld menselijker te maken en op te staan tegen al die blaaskaken en luchtfietsers die in feite alleen maar denken aan hun eigen imago, lees ‘hun eigen beurs’. Nederigheid is gevraagd, en berouw om al die grijpgrage acties waarvoor velen de prijs moeten betalen door een leven in armoede. De schaduw zou ons dat kunnen leren, zo Juarroz. Laten we hopen dat dit inzicht door mag dringen.

[46]
Op initiatief van mijn schaduw
heb ik geleerd nederig te zijn.
Zij tekent mij onverschillig
op de versleten zitplaatsen
in de vroege ochtendtreinen,
op de naadloze muren van begraafplaatsen
of in de halfschaduw van de afsnijweggetjes
die de stad verraden.

De omlijsting is niet van belang,
de opgeblazen inscripties evenmin.
Mijn schaduw ontkent mij bij elke stap,
brengt mij op een dwaalspoor bij het gat van elke straathoek
en geeft geen antwoord op mijn vragen.

Mijn schaduw heeft mij geleerd andere schaduwen op te nemen.

Mijn schaduw heeft mij precies op mijn plaats gezet.

Roberto Juarroz

John Hacking
13 april 2020

bron:
Juarroz, Roberto, Vertikale poëzie. Een keuze uit verticale poëzie I t/m XIII. Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu, Amsterdam 2002 (Wagner & Van Santen)

dark times (corona)