Uiterlijke en innerlijke woestijnen

Overweging Studentenkerk Zondag 17 mei 2020

In de encycliek Laudato si’ – over de zorg voor de schepping als ons gemeenschappelijk huis die dit jaar 5 jaar oud is, en die daarom in de week van 16-24 mei 2020 extra aandacht krijgt, wordt gesproken over de samenhang tussen uiterlijke en innerlijke woestijnen. Omdat de innerlijke woestijnen zo uitgebreid zijn, mensen hebben geen echt innerlijk en geestelijk houvast meer, ze zwerven van het ene naar het andere, (als bladeren in de wind) (of als dolenden in een woestijn), groeien de uiterlijke woestijnen zo hard. Consumeren als nieuwe vervulling en als opvulling van de innerlijke leegte die in het leven wordt ervaren. Alles staat in het teken van maakbaarheid, exploitatie, snelheid, om de onvervulbare wensen zoveel mogelijk via goederen en diensten te vervullen. Het wereldwijde toerisme, met als gevolg steden (Amsterdam en vele andere) die overspoeld worden met toeristen, is daar een goed voorbeeld van. De crisis die nu is ingetreden door het corona-vrius heeft daar opeens abrupt een einde aan gemaakt, met alle gevolgen voor de economie en de firma’s en ondernemingen die hier hun bestaanszekerheid aan ontlenen. Maar op de Wallen in Amsterdam, eerst een publiekstrekker van jewelste, is het opeens stil en ontdekken de bewoners die er ook nog wonen, hoe mooi de wijk eigenlijk is zonder al die toeristen en mensen die vertier zoeken.

Opeens worden wij allen, die gewend zijn onze vakantiebehoeftes meestal direct te bevredigen, voor het feit gesteld dat reizen naar (exotische) bestemmingen uitgesteld moeten worden totdat er een vaccin is tegen het virus. Alleen met in achtneming van de uitgebreide voorzorgsmaatregelen mag je nog weg en dat alleen maar als je koortsvrij (dus corona-vrij) bent. Hoesten en verkoudheid nijpen je al om thuis te blijven. Veel vakanties zijn dus gecanceld of worden uitgesteld. Geen blij vooruitzicht voor hen die snakken naar een adempauze, vakantie elders. Maar als we al vakantie kunnen vieren, (vacare = o.a. vrij van verplichingen, werk etc.) dan is dat dus geen echte zorgeloosheid zoals we die misschien eerder hebben ervaren op een van onze reizen. (Hoewel, wanneer was een vakantie echt zorgeloos?).

Een andere uiterlijke woestijn is zichtbaar in de mega winkelcentra waar de klant verleid wordt om te kopen en maar te kopen. Op internet wordt deze woestijn met alle mogelijke middelen voortgezet. Ik heb studenten gesproken die het heel moeilijk vinden om zich los te maken van de dagelijkse filmpjes op You tube. Ze komen eigenlijk tot niks omdat hun aandacht niet gefocust is op een taak, een opdracht, een zelf gekozen doel. Ze laten zich leiden en verleiden door het aanbod op internet. Hier komt aan het licht dat er innerlijk een hele hoop mis is. Het dwalen langs het virtuele aanbod op internet geeft slechts kortstondig bevrediging. En als je dat elke dag doet, is elke dag een ‘oppervlakkige’ en eigenlijk ‘lege’ dag. Wat ga je antwoorden als er aan je gevraagd wordt ‘waarom leeft je eigenlijk?’ en ‘waarvoor leef je en waarvoor zou je willen leven?‘.

De lezing van deze zondag gaat ook over een woestijn: een dorre droge plek waar niets te vinden is, geen water, geen hoop, geen toekomst, geen heil. Maar de lezing start bij de armen die niets vinden, die zoeken naar water, maar eindigt met een hoopvol perspectief: God geeft hen antwoord. De woestijn wordt veranderd in een soort van oase, en meer dan dat. En alles om te laten zien, om te tonen dat God, de HEER, de Heilige van Israël dit heeft geschapen als antwoord op de nood van de armen en behoeftigen. Een overgang van het ene naar het andere uiterste: van woestijn naar levende tuin met voedsel en water.

Jesaja 41, 17-20 (NBV)

Armen en behoeftigen zoeken water – niets!
Hun tong verdroogt van de dorst.
Ik, de HEER, zal hun antwoord geven,
ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten.

Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen
en bronnen in de valleien.
In de woestijn laat ik meren ontstaan,
uit dorre grond borrelt water op.

Ik plant in de woestijn
ceder en acacia, mirte en olijfwilg,
en ik laat in de wildernis
den, sneeuwbal en cipres opschieten.

Dan zullen zij zien en beseffen,
begrijpen en erkennen
dat de hand van de HEER dit heeft verricht,
dat de Heilige van Israël dit alles schiep.

Waar is dat ooit vertoond, dat woestijn werd veranderd in een tuin vol levende en voedselrijke planten, planten, bomen ook mooi om te zien voor het oog. Genieten in plaats van honger en dorst lijden. Weten dat de HEER dat alles heeft gedaan voor jou. Jij, als arme, als behoeftige, je bent de oogappel van de Heilige van Israël!
Is deze tekst uit Jesaja zo letterlijk te nemen dat God woestijnen omzet in paradijzen? Of is het een soort van hoopvol perspectief dat God uiteindelijk recht zal doen aan de armen en behoeftigen? Misschien niet direct en meteen, maar op langere termijn? Misschien niet zo letterlijk maar meer spiritueel? Zodat er een bodem ontstaat, een geestelijk fundament, een houvast, om het vol te kunnen houden in alle ellende? Performatieve taal die je oppept en moed geeft? God is met jou, Hij heeft zijn oog op jou gericht, dus houd vol, geef niet op, je hoeft niet te versagen.

Velen van ons kennen misschien geen echte armoede. Velen van ons zijn opgegroeid in een rijk en welvarend land met veel rechten en gelukkige omstandigheden. We weten waarschijnlijk niet wat het is om dagelijks in een of andere slum te moeten vechten voor je bestaan, je brood, je onderdak. Toch zijn er honderden miljoenen die dit dagelijks meemaken. Thuis blijven tijdens corona betekent voor hen géén inkomen en honger.
Is er hier een God die deze slums verandert in welvaartsparadijzen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Nee. Dat zien we niet gebeuren. Niet zo letterlijk. Maar hebben deze armen dan iets aan de woorden uit Jesaja? Die vraag kan ik niet beantwoorden want die zouden we hen zelf moeten stellen. De Griekse dichter Konstantínos Kavavis heeft een gedicht geschreven over wie mislukte. Net zoals veel mensen die door de corona-crisis arbeidsloos worden, sommigen zelfs veroordeeld tot de bedelstaf. Het gedicht spreekt voor zich, en stel je eens voor dat jij dat zou kunnen zijn:

WIE MISLUKTE

Wie faalde, wie neerviel
hoe moeilijk voor hem, de taal van de armoede
en om andere manieren te leren!

Hoe hij naar de vreemde huizen gaat!
Waar moet hij de moed vandaan halen om de straat over te steken?
en als hij eindelijk voor de deur staat
de kracht, om aan de bel te trekken! Om brood te bedelen
en voor onderdak – hoe zal hij je bedanken!
Hoe zal hij de koude blikken verdragen?
die hem vertellen dat hij gewoon een last is!
Hoe zijn zijn lippen – nog trots –
bescheiden te smeken beginnen;
en hoe hij zijn hoofd, dat trotse – in zal trekken! –
Hoe zal hij de taal uithouden?
die met elk woord de oren verscheurt; en bovendien
hij moet doen alsof hij de klappen niet voelt,
alsof hij een simpele man is, die helemaal niets begrijpt.

Kavavis, Konstantínos, Im Verborgenen, Berlin 2015 Edition ReVers #01(Verlagshaus Berlin)

Stel dat wij in armoede vervallen, stel dat al onze zekerheden wegvallen omdat onze bestaanszekerheid door de economische malaise en door corona op losse schroeven is komen te staan. De overheid heeft géén geld meer om bedrijven te ondersteunen, om lonen door te betalen etc. Kunstenaars, muzikanten zijn nu al kind van de rekening. Zij worden door veel politici beschouwd als hobbyisten en men wil er niet de beurs voor trekken. Zie de plannen van de nieuwe coalitie CDA, VVD, FvD in Brabant. De boeren krijgen alle steun om, hun wat ik noem, ‘milieu-verwoestende’ maatregelen uit te stellen (mest, CO2-uitstoot, pesticiden) maar kunst en cultuur worden genegeerd en wegbezuinigd. En dat onder druk van een stelletje boeren die zich verenigd hebben in Farmers Defense Force (en opgehitst door sommige politici) om zo invloed uit te oefenen in de politiek (concreet door CDA politici persoonlijk te bedreigen). Dit soort boeren zijn zeker geen zorg-dragers voor ‘onze schepping’ want hun handelen staat in het teken van de economie en de uitbuiting van de aarde. Hun eigen beurs is leidend. Misschien hebben ze wel heel veel schulden gemaakt bij de banken om hun bedrijven uit te breiden en hangt er een financiële strop om hun nek als ze niet zo verder kunnen, maar communiceer dan dat probleem (er zijn vast wel oplossingen te bedenken), en ga niet op de politieke trom slaan om mensen letterlijk onder druk te zetten om hun beleid te veranderen. De uiterlijke woestijnen van een aarde die meer en meer wordt uitgebuit, opgewarmd en die zienderogen tal van dieren inclusief insecten verliest worden alleen maar groter omdat de mammon regeert en niet de gezamenlijke zorg voor onze aarde. Deze boeren vrezen misschien armoede maar ze zetten de verkeerde middelen in om hun probleem aan te kaarten. De overheid is niet de vijand zoals sommigen propageren, ook al weer opgehitst door bepaalde politici die dit verkondigen, terwijl ze zelf in de Tweede Kamer (of het Europa parlement) zitten en profiteren van alle voorzieningen die deze functie met zich meebrengt. Ze hebben vermoedelijk geen God die hen met hoopvolle woorden tegemoet kan treden zoals in Jesaja. Op de keper beschouwd, tragisch. Terwijl er altijd alternatieven zijn.

De tweede lezing uit het evangelie van Johannes laat op een andere wijze zien dat je erop mag vertrouwen dat God naar je luistert. Deze keer komen de woorden uit de mond van Jezus, uit een toespraak vlak voor Pasen, een soort van vooruitblik op wat komen gaat en op wat je mag verwachten als het zover is. Kijken we eerst eens naar de tekst:

Johannes 16,16-24 (NBV)

Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug.’

Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”? 

Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’ 

Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? 

Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen. 

Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen. 

Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen. 

Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen. Maar ik verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het je geven. 

Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn.

Jezus geeft de vraag van zijn leerlingen bijna retorisch terug: “Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? Hij geeft geen direct en heel duidelijk concreet antwoord op hun vragen maar op hun pogen om te begrijpen. Dat begrijpen ervan wordt in een volgende metafoor uitgelegd: jullie, eerst huilend en klagend in een wereld die blij is (waarom blij? dat wordt er niet bij gezegd) maar dan zal je verdriet in vreugde veranderen zoals bij de geboorte van een kind. Jezus voorspelt dat hij hen terug zal zien en niemand zal dan die vreugde kunnen afnemen. Doelt hij hier op de opstanding na zijn smartelijke dood? En het naar de Vader gaan, is dat zijn hemelvaart? Ik vermoed van wel. En als Jezus eenmaal verrezen is en heengegaan is naar zijn Vader (die ook de onze Vader is) kunnen we hem alles in zijn Naam vragen en wij zullen ontvangen. Het klinkt bijna hetzelfde als wat Jesaja zegt over de transformatie van de woestijn in een tuin. Vraag en je zult gegeven worden. Een volmaakte vreugde zal ons deel zijn. Toch heb ik twijfels, is het zo makkelijk, hoeven we maar in zijn Naam te vragen en we krijgen het? Ik heb daarom deze twijfel, verwoord in psalm 25, toegevoegd:

Psalm 25 (H. Oosterhuis 150 psalmen vrij)

Naar U, Levende,
klimt mijn ziel.

U vertrouw ik:
dat Gij zijt.

U verlang ik
ooit te zien.

Door de nacht heen

zien uw ogen mij.

Van mijn ellende
keer U niet af.

Mijn vertrouwen
beschaam het niet.

Op U wachtte ik
levenslang.

Elke dag weer
zoeken mijn ogen

jou.

Laat je nu vinden
liefde.

Keer je niet af.

Deze psalm drukt verschillende bewegingen uit: klimmend naar U, Levende, verlangen naar Hem. Hij ziet ons, de Levende, door de nacht heen. Maar ik blijf wachten, zoeken, hopen Hem te vinden en vraag Laat je ook vinden…
Daarin schuilt misschien ons probleem: ‘laat God zich vinden’? Kunnen we hem vinden en wat is daarvoor nodig? Is vertrouwen genoeg? Is vragen in Jezus Naam genoeg? Hier zitten we in een innerlijke woestijn als we niet weten waar we het zoeken moeten, welke route we moeten lopen, welke richting we moeten inslaan. Een innerlijke woestijn die we misschien eerst leeg moeten maken van alle ‘humbug’ en ‘rotzooi’ waarmee we ons dagelijks leven vullen als we inkopen doen om onze zielen te bevredigen… en pas leeg geworden kan er nieuwe ruimte ontstaan. Uit de ervaring van de uiterlijke woestijn uit Jesaja kunnen we lessen trekken. Al lijkt het alsof we hierin alleen maar dorst en honger (zullen) lijden.

Maar we zijn niet verloren als we maar durven onze oren en onze ogen open te zetten en te horen en te zien. Het boek Exodus laat ons op een plastische wijze ervaren en zien hoe het volk van Israël met vallen en opstaan tot volk van God wordt in deze woestijn. Weerbarstig als ze zijn, koppig, ongeduldig, wraakzuchtig en vijandig soms, en toch worden ze door een leider Mozes geleid die te kennen gaf dat hij niet goed van tongriem gesneden is, dat hij twijfelt en al tastend zijn weg zoekt. Mozes, een vreemdeling eigenlijk, opgegroeid aan het hof van de farao, maar standvastig in dik en dun als het om rechtvaardigheid gaat en om een rechtvaardige behandeling van mensen, ongeacht afkomst, religie, volk of wat dan ook. Het boek Exodus en ook Numeri laten ons op voorbeeldige wijze zien hoe er ook in de woestijn richtingwijzers gevonden kunnen worden om op weg te gaan. In andere woorden: de Tora als richtingwijzer, als handleiding, als route om in te slaan. Jezus, als vleesgeworden Woord van God, doet eigenlijk niets anders dan Tora actualiseren in zijn leven. Hij maakt het Woord tot levend gebeuren. En hij wijst ons op de kracht van dit woord om iets te bereiken, ook via het gebed.

Woorden zijn krachtig en hebben invloed, zowel positief als negatief. We weten allen hoe in de politiek woorden als gif kunnen werken en hoe zij in de mond van grote leiders en voorgangers ook hoop kunnen geven. Frits Abrahams schrijft in de NRC van 6 mei 2020 in zijn column:

“Hier moest ik denken aan Franz Kafka die tegen Gustav Janouch zou hebben gezegd: „Wie scheldt beledigt de ziel. Het is een moordaanslag tegen de genade. Maar die begaat ook hij die de woorden niet juist afweegt. Want spreken is wikken en wegen. Het woord is een beslissing tussen dood en leven.” Woorden laten volgens Kafka „in de hersens vingerafdrukken achter die zich in een handomdraai in voetsporen van de geschiedenis veranderen”. Daarom zijn waarschuwing: „Je moet nauwkeurig op je woorden passen.”

Je zou kunnen concluderen: echte zekerheid hebben we niet, maar wat let ons om te bidden in de Naam van Jezus en te vragen om verlossing van wat ons bedrukt, om steun en bemoediging, om hoop die we zelf levend kunnen houden in ons gedrag? En misschien ook proberen wat leger te worden, minder onze tijd vullen met dingen die er niet toe doen? Ik vermoed dat we dan een heel eind komen.

John Hacking
14 mei 2020

Bijlages:

In deze maand mei staat ook Maria extra in de belangstelling. Fernando Pessoa heeft zowel op haar existentie als op het bestaan van God een mooi gedicht geschreven. Deze teksten zijn ook in de viering via ZOOM gepresenteerd. Vandaar dat ik ze toevoeg aan deze overweging die nooit live is gehouden in de Studentenkerk.

Onze Vrouwe
van de onmogelijke dingen die wij vergeefs zoeken,
van de dromen die tot ons komen in de schemer, aan het venster,
van de plannen die ons strelen
op de grote balkons der kosmopoliete hotels
bij de Europese klanken van muziek en stemmen veraf en dichtbij,
en die pijn doen omdat we weten dat we ze nooit zullen realiseren …
Kom, en wieg ons,
kom en koester ons,
kus ons in stilte op het voorhoofd,
zo licht op het voorhoofd dat we slechts merken dat men ons kust
aan een verandering in de ziel,
en door een vage snik die opstijgt als een melodie
uit wat het overoudste is in ons
waar wortel hebben al die wonderbare bomen
welker vruchten zijn de dromen die wij liefhebben en koesteren
omdat wij weten dat ze onverwant zijn met al wat er is in ’t leven.

Kom, plechtstatige,
plechtstatig en vervuld
van een verborgen verlangen te wenen,
wellicht omdat de ziel groot is en het leven klein,
en al onze gebaren binnen in ons lichaam blijven,
en wij slechts reiken waar de arm strekt,
en slechts zien zover het oog reikt.

Kom, smartelijke,
Mater-Dolorosa van de Angsten der Verlegenen,
Turris-Eburnea van de Droefenissen der Vertrapten,
koele hand op ‘t koortsig voorhoofd der Vernederden,
smaak van water op de droge lippen der Vermoeiden.
Kom, uit gindse verten
van de loden horizon,
kom en ruk mij
uit de grond van angst en nutteloosheid
waar ik gedij.
Pluk mij van mijn grond, vergeten madelief,
lees blad voor blad in mij ik weet niet welke lotsbestemming,
en ontblader mij naar uw behagen,
naar uw stil en koel behagen.

Fernando Pessoa (vert. A. Willemsen)

Bij wijze van zegen

Maar als God de bloemen en de bomen is
en de bergen en zon en het maanlicht,
dan geloof ik in hem,
en mijn hele leven is één gebed en één mis,
en een communie met de ogen en door de oren.

Maar als God de bomen en de bloemen is
en de bergen en het maanlicht en de zon,
waarom dan noem ik hem God?
lk noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
want als hij, opdat ik hem zou zien,
zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
en maanlicht en zon en bloemen,
dan is het omdat hij wil dat ik hem ken
als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.

En daarom gehoorzaam ik hem,
(wat weet ik meer van God dan God van zichzelf?),
ik gehoorzaam hem door te leven, spontaan,
als wie de ogen openslaat en ziet,
en ik noem hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
en ik heb hem lief zonder aan hem te denken,
en ik denk mij hem door te zien en te horen,
en ik ga met hem op ieder uur.

(1914) Fernando Pessoa (Vert. A. Willemsen)

Bronnen en verdere info over Laudato si’:

Bekijk hier de videoboodschap van paus Franciscus: https://www.youtube.com/watch?v=Ji1YpDcHncY

De website rond Laudato si’: www.laudatoweek.org

Een gebed voor de gehele wereld:
Op zondagmiddag 24 mei 2020, om precies 12.00 uur lokale tijd, zullen katholieken overal ter wereld in verbondenheid met elkaar, met de schepping en met de meest kwetsbaren hetzelfde gebed uitspreken. Geloofsgemeenschappen die hieraan deelnemen worden uitgenodigd dit aan te geven op de speciale website http://www.laudatoweek.org Het gebed kan via sociale media worden gedeeld met de hashtag #LaudatoSi5.

Gemeenschappelijk gebed bij het vijfjarig jubileum van Laudato si’:

Liefdevolle God,
Schepper van hemel en aarde en alles wat is,
U heeft ons gemaakt naar uw evenbeeld
en ons de opdracht gegeven zorg te dragen voor uw schepping,
ons gemeenschappelijk huis.
U heeft ons gezegend door ons zon, water en land van overvloed te geven,
zodat allen gevoed kunnen worden.
Open onze geest en raak ons hart,
dat wij zorg mogen dragen voor de gave van uw schepping.
Help ons dat wij ons bewust worden dat ons gemeenschappelijk huis
niet alleen ons toebehoort maar alle toekomstige generaties,
en dat het onze verantwoordelijkheid is haar te behoeden.
Mogen wij elk mens helpen om genoeg eten en middelen te vinden om te leven.
Wees aanwezig bij hen die in nood verkeren in deze moeilijke tijd,
vooral de armsten en hen die het grootste risico lopen
achtergelaten en vergeten te worden.
Vorm onze gevoelens van angst, zorg en eenzaamheid om tot hoop,
zodat wij diep van binnen een waarachtige ommekeer ervaren.
Sta ons bij wanneer wij wegen zoeken om anderen op creatieve manieren nabij te zijn,
wanneer wij hen bijstaan bij de gevolgen van deze mondiale pandemie.
Geef ons de moed om open te staan voor de veranderingen die nodig zijn
op weg naar een wereld die ruimte tot leven biedt aan allen.
Mogen wij sterker dan ooit beseffen
dat wij met alles en allen verbonden zijn,
mogen wij ons laten raken en in beweging komen
door de schreeuw van de aarde en de schreeuw van de armen.
We bidden dit door Christus, onze Heer.
Amen