‘Die Welt soll durch Zärtlichkeit gerettet werden’
Fjodor M. Dostojewski
Spreuken 15,1-2 : Een zacht antwoord keert grimmigheid af,- een pijnlijk woord laat toorn opkomen.
2 Van de tong van wijzen druipt kennis,- uit de mond van domkoppen borrelt dwaasheid op. (Naardense bijbel)
Spreuken 15, 1-2: Een vriendelijk antwoord doet woede bedaren,
krenkende woorden wakkeren toorn aan.
2 Uit de woorden van de wijzen spreekt een overvloed aan kennis,
uit de mond van dwazen komt alleen maar dwaasheid.
Efeziërs 4,29-32: laat geen enkel rot woord uit uw mond voortkomen,- alleen maar iets goeds, tot opbouw, waar gebrek aan is; dan geeft dat genade aan allen die het horen;
30 bedroeft de heilige Geest van God niet waarmee ge zijt gezegeld en gestempeld tot aan de dag van de verlossing.
31 Laat alle wrok, drift, toorn, geschreeuw en lastering met alle kwaad van dien van u worden weggenomen,
32 en weest jegens elkaar goedertieren, barmhartig en elkander begenadigend, zoals ook God in Christus u begenadigd heeft! (Naardense bijbel)
Barmhartig in een Engelse vertaling: tenderhearted
Efeziërs 4,29-32: Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort. 30 Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31 Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid.
32 Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft. (NBV)

Tederheid in een harde wereld, een teder hart, een teder gemoed, het lijkt zeldzaam in een wereld waarin macht en kracht de overhand hebben waar mensen (vooral ook mannen) inzetten op gedrag dat stoer en krachtig moet overkomen. Als leider, als politicus, als al-wetend orakel met betrekking tot de (geo)politieke toekomst…Een illusie. Morgen is onbekend. Verwachtingen dat het morgen net zo zal zijn, worden soms hartgrondig de grond in geboord. Kijk naar Syrië waar een onbarmhartige onmenselijke dictator in een heel korte tijd de biezen heeft moeten pakken. Meer dan honderdduizenden lijken achterlatend die onder zijn bewind werden vermalen door de raderen van de macht die zich manifesteerde in talloze geheime diensten, de knechten van de macht. Een land vol corruptie, machtsmisbruik (buigen naar boven, trappen naar beneden), onrecht. Dat heeft geen bestand.
Maar ook een plotselinge hersenbloeding, een hartfalen, een ongeluk kan een einde maken aan veel ambities en aan veel stoerdoenerij. Want in feite leeft iedereen bij de gratie van het moment dat je telkens weer wordt gegeven. Alles is eindig, niets oneindig, hoe graag je misschien ook zou willen. Als je van mening bent dat je met kracht en met geweld je doelen moet bereiken, ongeacht de kosten aan menselijke offers (of opoffering van de natuur, de planten, de dieren, de biotopen) dan zit je op de verkeerde golflengte, want het eindresultaat is zelfvernietiging. Maar dat kwartje valt meestal pas als het te laat is en als de gemaakte slachtoffers onherroepelijk verloren zijn.
Hoe moeilijk is het echter om in een wereld vol geweld, machtsmisbruik en onmenselijkheid je zachtheid te bewaren, om je in te houden, niet te vervallen in boosheid en wraakzucht. Hoe de opkomende haat temperen? Hoe de kwaadheid binnen de perken houden? Hoe de frustratie en machteloze woede niet het laatste woord geven? Een vriendelijk antwoord doet woede bedaren, krenkende woorden wakkeren toorn aan, zegt het bijbelboek Spreuken in vers 15,1. Maar kun je vriendelijk blijven bij het aanschouwen van zoveel onrecht en zoveel onmenselijk geweld? Geweld ook tegen de wereld – beter gezegd de aarde – waar bossen verdwijnen en reusachtige gaten ontstaan in het landschap omdat er geld moet worden verdiend aan hout en grondstoffen. Het geweld tegen dieren die opgesloten in grote kooien (stallen) wachten op het genadeschot om daarna te belanden op het bord van de eters, Het geweld tegen mensen opgesloten in (moderne concentratie)kampen en kapotgeschoten steden en dorpen zonder enige hoop op verlichting, op voedsel, op verlossing.
Moet je niet ook naar de wapens grijpen, verzet plegen tegen al die aanstichters van dit geweld, die ondersteund worden door een club van steenrijken die op hun beurt denken met geld de wereld te kunnen besturen. De prijs van het aandeel regeert, de beurs van de bezitter kleurt het politieke speelveld. Wie beweert dat het anders is, heeft niet goed gekeken en leeft in een illusie. Overal proberen de steenrijken de wereld naar hun hand te zetten want anders zouden ze wel eens moeten kunnen gaan delen van hun enorme bezit. Maar ook voor hen gelden de woorden van het evangelie van Matheus 6, 19-21:
Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. 20 Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. 21 Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Het boek Spreuken probeert een goede balans zoeken tussen arm en rijk in de verzen 30, 7-9:
Twee dingen vraag ik U, gun ze me zolang ik leef: 8 Houd me ver van leugen en bedrog. Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb. 9 Want als ik rijk zou zijn, zou ik U wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen: ‘Wie is de HEER?’ En als ik arm zou zijn, zou ik stelen en de naam van mijn God te schande maken.

7 Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. 8 Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. 9 Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan allerlei dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. 10 Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend.
Een scheiding maken tussen goed en slecht, tussen rijk en arm, tussen recht en onrecht, het lijkt makkelijker dan het is in het dagelijkse leven en ook in alle rationele oordelen die we proberen te vellen als we ergens duidelijkheid over willen hebben. Michel Foucault schrijft:
“Wollen wir eine Trennungslinie ziehen? Jede Grenze ist vielleicht nur ein willkürlicher Einschnitt in ein unendlich bewegtes Ganzes.”
(Michel Foucault, Die Ordnung der Dinge, Frankfurt am Main 1984, S. 21)
Dit oneindig bewogen geheel, een voortdurend met elkaar in relatie staan, bewegen en bewogen worden, zou je de werkelijkheid kunnen noemen. Wij zijn als ‘zelven’ in een lichaam (een zelfplaats, een autoptie/autotopos) ook deel van een groter lichaam waarin we knooppunten zijn (autonodus) verbonden met alle anderen en alle andere fenomenen in deze werkelijkheid. Mensen hebben invloed op ons en wij op hen, maar ook het weer bijvoorbeeld bepaalt ons en kan van ons af en toe een speelbal maken.
Als autotopie, het lichaam is een zelfplaats, een autotopos, want het ‘zelf’ van de mens – hoe denkbeeldig sommigen dit misschien ook zullen vinden – leeft in en vanuit het lichaam. Zonder dat geen bestaansrecht, geen existentie. Maar als autonodus, zelfknooppunt in een geheel van ontelbare relaties, maak je onvermijdelijk deel uit van de werkelijkheid en ben je geen eiland hoe graag je misschien ook zou willen om het allerindividueelste individu te zijn (wat natuurlijk altijd een fictie blijft). En omdat we met alles en iedereen verbonden zijn heeft elk handelen ook gevolgen voor alles en iedereen. De film Lucie uit 2014 van regisseur Luc Besson maakt dat op een mooie manier duidelijk. De hoofdrolspeelster wordt ongewild ‘slachtoffer’ van een opengebarsten hoeveelheid drugs in haar lichaam en daardoor neemt haar hersencapaciteit ontzettend toe. Uiteindelijk kan ze 100% hiervan gebruiken in tegenstelling tot de in de film genoemde 10% die dagelijks tot onze beschikking staat. Haar nieuwe levensdoel wordt kennis doorgeven want ze heeft ervaren dat ze op het punt staat uit elkaar te vallen. Haar cellen kunnen die enorme vergiftiging niet aan. In dit proces ontdekt ze waartoe ze in staat is door haar enorme denkkracht. Visueel wordt dat in beeld gebracht dat ze zelfs terug kan gaan tot het ontstaan van de aarde en onze kosmos. Zo blijkt hoe alles uit elkaar is ontstaan en hoe alles samenhangt. Een filmische verbeelding eigenlijk van een metafysisch inzicht, dat ook in voorbeelden van ‘verlichting’ aan de orde is.

Als we dit serieus nemen en niet meer in onze eigen bubbel blijven hangen, hoe veilig dat ook aanvoelt – want die bubbel blijft een extreme vorm van kortzichtigheid en perspectiefloosheid – krijgen me misschien wat nieuwe inzichten en vooral ook het besef dat al dat macho-gedoe volslagen belachelijk is. Al die krachtuitingen en het ‘grote mannetje’ spelen, het alfamannetje op de rots, is niet alleen belachelijk – je kunt ze van harte uitlachen om zoveel domheid – het is ook een weg naar de (zelf)ondergang want het levert niks op: alleen slavernij, verslaving, onderdrukking van anderen (vrouwen bv) en een hang naar steeds nieuwe kicks – “speed kills” – zelfoverschatting die eindigt op het kerkhof of in de “Grube” tussen al die andere stinkende lijken.
Maar is het tegen dove oren gezegd, ook al die citaten uit de bijbel? Waarom zou zo’n mannetjesputter zich hier iets van aantrekken? Waarom zou hij zich laten leiden door bijbelse aansporingen, terwijl hij / zij voor de Buhne talloze kaarsjes opsteekt, een keppeltje opzet, en een vroom gezicht trekt in een of andere liturgische plechtigheid?
Uit diezelfde bijbel blijkt dat het de Heer is die inzicht geeft, die genade toekent aan wie Hij wil, die het hart verhardt (zoals bij de Farao in Exodus) of teder maakt. God geeft de kracht om empathisch te zijn, te handelen, om tederheid in te zetten en de wereld met tederheid te beschouwen. Tederheid is eigenlijk geen echte tegenkracht als je kracht verstaat als manier om je gelijk te halen. Het antwoord is nooit een tegenkracht die gewelddadig optreedt. Het is een vorm van zachte kracht die met andere middelen werkt: een zacht antwoord dat grimmigheid afkeert, dat woede doet bedaren. Woede en tegenwoede, macht en tegenmacht, kracht en tegenkracht, zij allen blijven op dezelfde vernietiging nastrevende golflengte. Zachtheid, tederheid verlaat dat pad, gaat niet mee op die weg naar manipulatie en zelfbevestiging.
De Kunstenares Anne Brannys heeft een kleine encyclopedie samengesteld waarin het begrip tederheid (Duits Zartheit) de hoofdrol speelt. Het begrip legt zij zo uit:
Zart
(griech.απαλόϛ; lat. delicatus, tener; engl. delicate, tender; frz. délicat, tendre)
»Die Begriffe >Zart< und >zärtlich< gehen auf die mhd. Verbalform >zarten<, d. h. >liebkosen< durch körperliche Berührung, zurück. Sie kennzeichnen eine sanfte Art des Umgangs mit Dingen oder beseelten Wesen, dessen Quelle das Gefühl der Rücksicht oder Zuneigung ist. Daneben kann >zart< auch eine abjektive Bedeutung haben und als Gegenbegriff zu >grob<, >rauh< ebensosehr auf die feine materiale Textur von Dingen und Erzeugnissen bzw. auf die körperliche Konstitution – insbesondere auf Sinnesorgane – bezogen sein wie auf geistige Bereiche übertragen werden.« (uit: Lemma zart. In: Koachim Rittr; Karlfried Gründer (Hg.): Historisches Wörterbuch der Philosophie, Bd 13. Basel 1976)

Zij onderzoekt het begrip tederheid en wil op een tedere wijze de toegang tot dit begrip via kunstwerken en omschrijvingen verkennen zodat alle zachte aspecten ervan tot hun gelding komen. Dat doet ze op een heel persoonlijke wijze. Ze schrijft:
Den Begriff »zart« erforschen zu wollen erscheint auf den ersten Blick als ein schwieriges Unterfangen. Zu unterschiedlich präsentieren sich die subjektiven Assoziationen, die er anbietet, zu persönlich, emotional und diffus ist der Zugang zu ihm. Der oben genannte Auszug aus dem Historischen Wörterbuch der Philosophie impliziert eine Ausprägung des Begriff es auf einer körperlich-materiellen Ebene. Der verbale Ursprung verweist auf eine sensitive Verhaltensweise, eine vorsichtige und/oder liebevolle Handlung. Im heutigen Sprachgebrauch wird der Begriff attributiv für eine nähere Beschreibung oder Auszeichnung von Dingen oder Handlungsweisen verwendet In dieser Arbeit rückt er in den Mittelpunkt der Betrachtung und steht deshalb häufig (losgelöst von seiner Funktion als Attribut) substantivierter Form.
Auch wenn das Zarte seit der frühen Neuzelt eine Neubewertung als Begriff der Geistessphäre im Sinne eines intuitiven Urteilsvermögens erfährt, ist ein Imperativ der Behutsamkeit (wie in den FRAGILE-Aufdrucken bei Postsendungen) in ihn eingeschrieben, der eine konkrete Erforschung, ein gänzliches Erfassen widersinnig und wesensfremd erscheinen lässt. Das Zarte in das Korsett einer rein wissenschaftlichen Erforschung zu zwängen soll deshalb nicht Anliegen der vorliegende Enzyklopädie sein. Vielmehr soll die Sanftheit des Umgangs durch seine Aufmerksame Annäherung, ein Umkreisen des Zarten durch die nähere Betrachtung einzelner Facetten, deren Auswahl persönlich motiviert ist, gewährleistet werden.
(Uit: Anne Brannys, Eine Enzyklopädie des Zarten, Frankfurt am Main 2017, (Frankfurter Verlagsanstalt)
Anne Brannys heeft deze kleine encyclopedie uitgegeven met aaneengehechte pagina’s zoals boeken vaak vroeger werden uitgegeven. Om ze te kunnen lezen moesten de paginas’s eerst met een scherp voorwerp worden gescheiden. Ik vroeg me in het begin al af waarom ze deze keuze had gemaakt, maar nu weet ik dat de lezer – als hij niet teder te werk gaat – het boek te hardhandig opent. En eenmaal geopend vertonen de pagina’s allemaal een zachte rafelige rand, niet de scherpte van het papier waaraan je jezelf makkelijk kunt snijden, wat mij vaker overkomt, ook als ik papier gebruik om op te schilderen. Zo wordt de lezer op een nieuwe en bijzondere wijze bij dit project betrokken en wordt zo ook onderdeel van een kunstwerk/kunstproject.
Een trefwoord of kernwoord in deze benadering van de tederheid is de aanraking. Zij schrijft:
Berührung
Obwohl das Zarte zunächst eher klein, flüchtig, zerbrechlich und schwach zu sein scheint, kann es eine grosse Stärke entwickeln, die in meinen Augen vor allem in seiner Fähigkeit liegt, unbemerkt und leise, jedoch nachhaltig zu wirken und damit einen selbstbewussten, alternativen Standpunkt zu einer von lauten, schnellen und starken Reizen geprägten Umwelt zu formulieren. Darüber hinaus birgt das Zarte ein starkes Potential der Berührung, weil es die Sensibilität, Konzentration und Fokussierung der Aufmerksamkeit des Betrachters gezielt einfordert. Dieses Potential auszuloten und zu betonen ist ein hauptsächliches Anliegen der Enzyklopädie des Zarten. Dass dieses Anliegen vom Format der Enzyklopädie gestützt und gefördert wird, lässt sich durch einen Exkurs zur grossen französischen Enzyklopädie belegen. So stellt Andreas Gipper einen Anspruch der Encyclopedie heraus, der für Denis Diderot ganz selbstverständlich war, heute jedoch in Vergessenheit geraten ist und sich an die Subjektivität sowohl der Sammlung als auch der Rezeption anlehnt. “Zwar gehorcht die Ästhetik der Encyclopédie zunächst einem mächtigen antitheoretischen Impuls und einem Ideal der reinen Sachhaltigkeit, dennoch unterliegt Diderot zufolge selbst der enzyklopädische Diskurs dem dreifachen rhetorischen telos des ‘plaire’ [das Gefallen], des ‘intéresser’ [das Interessieren] und des ‘toucher’ [das Berühren], und vor allem die letztere Kategorie erscheint im Zusammenhang eines Wörterbuches ebenso ungewöhnlich wie signifikant.« (Uit: Andreas Gipper, Logik der Sammlkung und Ästhetik der Curiositas in Diderots “Encyclopédie”, in R. Feife und A. Lozar (Hg.): Frühneuzeitliche Sammlungspraxis und Literatur, Berlin 2006, S. 23)

Anne Brannys probeert de vele lagen in het begrip tederheid zichtbaar te maken en doet dat ook op intuïtieve wijze door begrippen bij elkaar te plaatsen die met zachtheid en tederheid te maken hebben. Zo onderscheidt ze diverse dimensies in het begrip waardoor ze niet alleen de complexe structuur ervan laat zien (in het leven van mensen en hun gedrag) maar ze gebruikt het ook als een soort methode door deze verzameling aan te leggen met een sensibele en zachte/tedere methode – zodat inhoud en vorm elkaar raken en overeenstemmen zover dat kan. Zij schrijft over deze dimensies en over de gebruikte methode:
Dimensionen
Die Zielstellung der vorliegenden Arbeit ist es, die Vielschichtigkeit des Begriffes »zart« aufzuzeigen. So ist das Zarte zwar stark mit Verletzlichkeit konnotiert, doch erweist sich darüber hinaus über seine Eigenschaft der Flexibilität als ausserordentlich belastbar (~ Fuge; ~ Haut). Es ist durch äussere Kräfte bedroht, doch auf eine nicht augenscheinliche Weise widerständig (~ Hoffnung). Mit seinen Gegensätzen bildet es nicht nur Widersprüche, sondern auch Allianzen und Korrespondenzen, so kann das Zarte grausam und qualvoll wirken, wenn auch unter dem unscheinbaren Deckmantel der Zurückhaltung (~ Kitzeln; ~Samt). Obwohl eine Verbindung des Begriffes mit dem Materiellen und Haptischen naheliegt, uns schnell Texturen und Materialien in den Sinn kommen, wenn wir das Zarte denken, ist es auch ein geistiges Prinzip, das sich im Feinsinn, in der intuitiven Erfassung, der Präzision unseres Denkens manifestiert (~ Sensibilität; ~ lntuition).
Methode
Das Zarte ist nicht nur der inhaltliche Schwerpunkt der vorliegenden Sammlung, sondern auch deren Methode. Die Strategie von Sammlung, Ordnung und Zusammenstellung ist durch Sensibilität, Flexibilität, Reduktion und Behutsamkeit gekennzeichnet, sodass sich der Begriff als Leitmotiv sowohl für die inhaltliche als auch formale, die wissenschaftliche wie künstlerische Erarbeitung formuliert, Darstellungsweise und Gehalt stimmen überein, wie man es sonst nur von künstlerischen Ausdrucksformen kennt.
(Bron: Teksten uit de gevouwen en papieren omslag van het boek
Anne Brannys, Eine Enzyklopädie des Zarten, Frankfurt am Main 2017, (Frankfurter Verlagsanstalt))

Het is nog advent, twee dagen voor kerstmis. Het feest van de tederheid in een brute harde en vaak koude wereld. Een kind komt ter wereld, teken van tederheid, en tederheid wekkend bij ouders en omstaanders. Niet de ‘Sol Invictus’ de onoverwinnelijke zon, wat de Romeinse keizer ervan gemaakt heeft, eeuwen later, door de gedachtenis aan deze geboorte op 25 december te plaatsen, hoogtepunt van de winterse zonnewende, en begin van een nieuw zich doen laten gelden van de zon, (of de keizer zelf in een heidense gedaante).
Het is de geboorte van een ‘losser’, een verlosser, bevrijder van hen die zuchten onder slavernij, onder dood en verderf veroorzaakt door de knoet van de heerser die met bebloede laarzen over het land trekt en alles en iedereen aan zich onderwerpt. Een bevrijder die bevrijdt door zelf niet de wapens ter hand te nemen. Hoogstens het woord, hoogstens zijn stem doet hij gelden naast de daden die hij verricht door vertrapten op te richten. Niet altijd een mals woord, niet altijd een zacht woord, als we de getuigen mogen geloven. Maar uiteindelijk is het een woord van overgave en van toewijding tot het einde. Een woord waarin geen verzet, geen haat, geen woede en geen verwijt klinkt.
We kennen zijn woorden enkel uit de getuigenissen over hem en veel van zijn woorden zijn weer letterlijke citaten uit o.a. de Psalmen, het boek met liederen waarin de relatie God-mens tot het uiterste wordt weergegeven en bekrachtigd. Een leven uiteindelijk in tederheid – waarin tederheid in woord en daad velen heeft opgericht. En een leven in de hoop dat God ook ons in zijn handen in tederheid zal opvangen. Dat is de belofte van Pasen. Maar zover is het nog niet, hoewel? Leven we niet allemaal nu in deze wereld in die laatste verwachting, hier bij het graf van de ‘losser’, de koude steen die ons afsluit van een definitieve verlossing – opstanding uit de dood?
Luis Cruz-Viilalobos heeft dit jaren geleden uitgedrukt in een gedicht. Niet een adventslied, geen kerstgedicht, en ook nog niet een paasgedicht, maar iets ertussen in, zoals wij ook tussen de tijden leven – tussen geboorte, verwachting en sterven, tussen gevangenzijn en bevrijding, tussen leven en dood, en tussen leven in deze wereld en misschien daarna in een andere…
Tot die tijd dragen wij het lijden met ons mee, de pijn en het verdriet van alle afscheid, de ondraaglijke levens van onze medemensen in verdrukking. Alleen door de tederheid zijn we in staat om het vol te houden, om vol verwachting te blijven, om de hoop levend te houden, ook in een donkere nacht.
MARÍA ESTABA FUERA LLORANDO JUNTO
AL SEPULCRO
Ay mujer
Qué desolación
Qué desconsuelo
Todo el dolor del mundo sobre tu sien
Qué pena
Qué infinita pena la tuya
Cómo era posible estar allí
Junto a la tumba misma de aquel que días
atrás
Estaba lleno de vida robusta
Lleno de amor y alegría
Enseñando a los pobres
Discutiendo y reprendiendo a los sabios y
eruditos
Caminando junto a sus amigos
(que ahora como niños asustados
se esconden en los rincones)
Ay mujer
Quién podría comprender tu dolor
Cómo fue posible tanto odio
Tanta maldad
Cómo fue posible
Que una vida que tanto bien había hecho
Terminase así
Como flor mutilada
Como fruto arrancado antes de tiempo
Algo anduvo mal
No era aceptable
Tanta bondad y misericordia
Tanta verdadera sabiduría
Tanto amor desbordante
Tanta ternura
Trunca
Cercenada de esta tierra doliente
Por los poderosos
Por los que dijeron tener sólo a Cesar por rey
Y el llanto de la mujer dice
Ay mi Jesús
Pobre de ti y pobre de mí
Y de nosotros que tanto te amamos
Qué fracaso
Qué pena
Qué insoportable pena esta
Pues parecías el Mesías
El libertador de los oprimidos
Y aquí me tienes
Oprimida por esta desolación infinita
Llorando
Derramándome completa
Junto a tu última casa de fría roca
La definitiva
La final
VERBO DE
SANGRE Y LUZ
Luis Cruz-Villalobos
Independently Poetry, 2024
Amapola Collection
Waco, TX – Santiago de Chile – Mendoza
MARIA STOND BUITEN
BIJ HET GRAF TE HUILEN
O vrouw
wat een verlatenheid
Hoe troosteloos
Alle pijn van de wereld op je slaap
Wat zonde
Wat een oneindig verdriet heb jij
Hoe was het mogelijk om daar te zijn?
Naast het graf van degene die dagen geleden
nog vol was van robuust leven
vol liefde en vreugde
onderwijzend de armen
ruzie makend en berispend van de wijzen en geleerden
Op stap met zijn vrienden
(die nu als bange kinderen
zich verstoppen in de hoeken)
O vrouw
Wie kan jouw pijn begrijpen
Hoe was zoveel haat mogelijk?
zoveel kwaad
Hoe was het mogelijk
dat een leven dat zoveel goeds had gedaan
zo eindigt
als een verminkte bloem
Als fruit geplukt vóór zijn tijd
Er is iets misgegaan
Het was niet acceptabel
Zoveel goedheid en barmhartigheid
Zoveel echte wijsheid
Zoveel overvloeiende liefde
zoveel tederheid
afgeknot
Geamputeerd uit dit lijdende land
door de machtigen
Door degenen die zeiden dat ze alleen Caesar als koning hadden
En de schreeuw van de vrouw zegt
O mijn Jezus
Arme jij en arme ik
En van ons die zoveel van je houden
wat een mislukking
Wat een verdriet
Wat een ondraaglijke pijn is dit
Want je leek de Messias
De verlosser van de onderdrukten
en hier heb je mij
onderdrukt door deze oneindige verlatenheid
Huilend
mezelf helemaal uitstortend
Naast je laatste huis van koude steen
het definitieve
Het laatste
(Vertaling combinatie van vertalingen via Google e.a)
Zalig kerstmis 2024
John Hacking
23 december 2024
