POST-HUMANISME?

Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij.

 Ps 42,6

De toekomst wenkt. Profeten van de Nieuwe Tijd voorspellen een machinale mens. Dat is een mens vervolmaakt met behulp van de techniek. Het tijdperk van het post-humanisme of trans-humanisme is aangebroken. Via technologische snufjes wordt het biologisch lichaam geperfectioneerd en aangepast aan de nieuwe omstandigheden: namelijk zo dat het in staat is te communiceren in een wereld met absoluut toegenomen informatiestromen. De mens kan het zo “bijhouden”. Op een uitzending van Arte wordt deze ontwikkeling geschetst en bekritiseerd. De link is: http://www.arte.tv/de/welt-ohne-menschen/6968786.html Hierop is uitgebreide informatie te vinden over deze wereld waarin de mens zoals hij nu is dreigt te verdwijnen. Als reactie hierop is er een videoboodschap geformuleerd waarin een vorm van verzet wordt zichtbaar gemaakt: http://widerstand-2031.com/

Deze enigszins speelse reactie op de post-humanistische ontwikkelingen neemt niet weg dat de bedreigingen voor de mens zoals hij nu is serieus zijn. Deze bedreigingen bestaan uit meerdere componenten: ik noem alvast een lichamelijke, een geestelijke, een spirituele en een sociale component. Er zijn vast nog meer componenten die een rol zullen spelen, maar die laat ik voor het gemak maar even weg. Toekomstvoorspellers duiden de ontwikkelingen als volgt: het menselijk lichaam krijgt technische implantaten die lichaamsfuncties aansturen en begeleiden. Het onderscheid tussen mens en machine gaat daardoor vervagen. In het uiterste geval worden alle lichamelijke waarnemingen artificieel omdat niet meer het lichaam zoals wij dat nu nog kennen (met hersenen en waarnemingsorganen en hun coördinatie) maar de computer in het lichaam het belangrijkste is. Deze computer zorgt er ook voor dat het geheugen alles bewaart en dat alles op afroep verkrijgbaar is. In feite is het lichaam dan een bionische computer geworden. De vraag die hier opdoemt is de volgende: kan het lichaam dit aan? Kan het menselijk lichaam deze vergaande vertechnisering wel hebben? Dat zal nog moeten blijken. Dat is de lichamelijke component die hier een rol speelt. De techneuten maken zich hierover weinig zorgen gezien hun uitlatingen en de stand van zaken op het terrein van lichaamsvervangende apparaten die worden ontwikkeld.

Er is ook een geestelijke component: wat doet deze ontwikkeling van ons lichaam met ons zelfbeeld, onze identiteit en ons mensbeeld? Wie ben ik als ik mechanisch ben geworden, een levende computer? Ben ik nog wel iets wat op een mens lijkt? En waarin bestaat dit menselijke dan nog? Een nieuwe definitie van de mens zal nodig blijken: opeens is er een oude en een nieuwe mens en dat is een ander verschil dan dat tussen homo sapiens en neanderthaler als species van het menselijke soort. Is dit een evolutionaire vooruitgang als de mens materie is geworden in plaats van levend organisme? Ik stel het even zwart wit omdat een computer en een machine hoe dan ook dode materie zijn. Het onderscheid tussen dood en leven wordt hier opnieuw gedefinieerd. Kan er een mens ontstaan waarin dit onderscheid relatief wordt omdat materie in de vorm van een machine levende materie kan zijn? De mens als een biomechanisch wezen? Ook hierover zijn de toekomstvoorspellers helder: het kan in hun ogen en het is een vooruitgang. De dood zal uiteindelijk zijn angel verliezen omdat het lichaam relatief is geworden. Maar wat ben je als mens zonder lichaam? Een robot.

De spirituele component komt in de vraag “waarom leef ik eigenlijk” aan het licht. Waarom voortbestaan, ten behoeve van wie en van wat? Wat is de meerwaarde van mijn leven als mens in de vorm van een machine? Ik vermoed dat de eindigheid van de lichamelijke existentie van de mens de vraag naar zin en zinvolheid extra kracht geeft. Een stimulans om het beste ervan te maken. Als dit einde wordt uitgesteld of vervalt verandert misschien ook de urgentie van deze vraag en verliest ze haar dynamiek en haar zin. Wordt het leven als machinale mens daarmee zinloos? Ik weet het niet. Ik heb de toekomstvoorspellers hierover nog niet gehoord. Zij kijken alleen maar naar de toegenomen mogelijkheden op het gebied van kennisverwerving, communicatie en lichamelijk welbevinden. Het einde van de lichamelijke dood zou wel eens het einde van de menselijke zingeving kunnen betekenen. Kan mijn ziel dat aan? Kan mijn ziel dit wel verwerken? En al geloof je niet in het concept van een ziele en van een God, dan nog blijft de vraag staan: “waar doe ik het allemaal voor?” Als het ik verdwenen is achter de horizon van de computercapaciteiten is deze vraag meteen zinloos want er is geen ik meer om haar te stellen of te beantwoorden.

Tenslotte is er nog een sociale component. Niet de minst belangrijke omdat de koppeling tussen mens en machine niet in een keer zal plaatsvinden en niet voor alle 4 tot 6 miljard mensen die de wereld bewonen. Er zal een kleinere groep gebruik kunnen maken van de mogelijkheden. Zij hebben toegang tot alle beschikbare kennis en technieken. Maar wat gebeurt er met de rest? Gaan ze nog gewoon dood? En wat heeft men in petto voor de tijd dat het zover is? Welke maatschappij staat ons te wachten? Ik ben daar niet gerust op: hoe meer mogelijkheden, hoe groter de verantwoordelijkheden, hoe erger het kan misgaan. Dat heeft de Tweede Wereldoorlog wel laten zien met de industriële vernietiging van de Joden en anderen die niet in het plaatje pasten. Tenslotte is onze wereld uiteindelijk zonder mensen ook geen wereld meer, maar een brok materie in het uitpuilende heelal waar machinale mensen hun ding doen en dat is het dan. Het begrip wereld is gekoppeld aan het begrip mens, mensbeeld, wereldbeeld, etc. Als je een van deze elementen definitief verandert veranderen de andere elementen mee. Onze wereld wordt dan een grote grondstoffenverzameling: “Resources”. Deze nieuwe naam voor de wereld hebben we dan. Een nieuwe naam voor de mens zou kunnen luiden: robot, maar die is niet echt nieuw. We kunnen de vraag voorleggen aan onze toekomstvoorspellers.

John Hacking  13 december 2012