Alles im Griff

Dat geeft een kick als je het gevoel hebt dat je de touwtjes strak in handen hebt, dat je meester bent over de situatie, dat je bent voorbereid en klaar, wat er ook gaat gebeuren. En, je verwacht niet dat er dingen plaats gaan vinden die je uit je evenwicht zullen halen. Kortom je bent blij, je voelt je goed, het gaat goed.

Natuurlijk heb je dat gevoel niet elke dag. Soms kan het behoorlijk tegenzitten en schijnt de hele wereld je tegen te werken. Als niets uit je handen komt of als je alles laat vallen wat je aanraakt. Dat heb je je dag niet. Ben je niet blij, want het gaat niet goed.

Dat is precies het omgekeerde gevoel van “Alles im Griff”. En als daar ook nog bijkomt dat je toekomst op losse schroeven komt te staan omdat je geen zekerheid hebt met betrekking tot een relatie, tot een baan, tot een gelukkig leven, dan kan het behoorlijk beroerd voelen. “Nichts im Griff!”

En toch is dat laatste eigenlijk kenmerkend en fundamenteel voor onze menselijke existentie. Uiteindelijk hebben we niets in handen, houden we niets in handen omdat we sterfelijk zijn. Onze existentie is er een “zum Tode” zoals de Duitse filosoof Martin Heidegger het zo mooi heeft uitgedrukt. Mooi en zwartgallig, maar wel realistisch.

Dat gezegd hebbende kunnen we verder. Kijken wat we dan wel in handen hebben. Kijken waar we dan wel blij en gelukkig van kunnen worden. En dat kan veel zijn, heel veel zelfs als we leren te relativeren, als we leren om niet alles te willen hebben, of op teveel dingen onze zinnen te zetten.

Is dat nodig? Jazeker. We leven in feite in een maatschappij waarin schaarste belangrijker wordt omdat de grenzen van de economische en materiële groei zo langzaam aan bereikt zijn. Als wij in een samenleving leven waarin, zo Jan Jonker, hoogleraar duurzaam ondernemen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, in een interview in de NRC zegt, dat vorig jaar 43 miljard dollar besteed is aan voedselhulp en 18.000 miljard dollar aan het redden van de bankensector, dan is er iets goed fout in deze samenleving.

Wie profiteert van wie, wie gaat erop vooruit en hoelang zal dat nog duren. Als de massa’s wakker worden die nu nog kind van de rekening zijn zal onze wereld grondig veranderen. Hopelijk niet gesmoord in bloed, als wraak voor zoveel en zolang gedragen onrecht. Binnenkort kan iedereen toegang krijgen tot de noodzakelijke informatiebronnen en kan echt iedereen zelf reconstrueren hoe wij onze menselijke geschiedenis gestalte hebben gegeven. Het verschil tussen de “have’s and have’s not” is al eeuwen reusachtig. Daar wordt niemand echt blij van.

Jan Jonker pleit voor een nieuwe wijze van denken om het idee dat vooruitgang alleen maar gebaseerd is op economische groei en consumptie een halt toe te roepen, of beter om het om te buigen naar een meer duurzame wijze van produceren, consumeren en samenleven.

Maar hoe kunnen we anders gaan denken? Hoe de noodzakelijke switch maken naar een duurzame en rechtvaardige samenleving? Doorgaan met hetzelfde is niet slim. Maar hoe dan anders? Meer cyclisch gaan denken, meer produceren op een wijze waarop grondstoffen niet verdwijnen maar her inzetbaar zijn? Om maar een aspect te noemen. En dat is de buitenkant. Hoe zit het met de binnenkant?

Met ons leven is veel winst te behalen als wij ervan doordrongen raken dat wij zelf ook onderdeel van dit proces zijn. Als we in staat zijn om een pas op de plaats te maken, de diepte in met ons ervaren en denken in plaats van vooruit, en van meer en meer. Bijvoorbeeld: weten dat je leven eindig is, waarom dan eeuwig willen leven? Waarom steeds meer bezit, steeds meer macht, steeds meer genot? Ook wij kunnen een cyclisch leven voeren in plaats van een ratrace tegen de klok. De natuur toont het ons elk seizoen. In die kringloop zijn we opgenomen, we maken er al op een natuurlijke wijze deel vanuit. Het is nu alleen nog zaak ons denken en ons handelen hieraan aan te passen. “Alles im Griff” is dan helemaal niet meer nodig, dat scheelt een hoop stress.

John Hacking

5 februari 2013