Slapend stinkend rijk door de kunst of door God!

Moderne kunstenaars die momenteel fortuinen verdienen zijn ontdekt, in de markt gezet en brengen nu stapels geld op. Is een hond van plastic van de kunstenaar Jef Koons of een beest in een aquarium van Damien Hirst miljoenen waard? Ik denk het niet. Het zijn aardige aandachtstrekkers, ze vertellen als werk een minuscule boodschap, ze hebben een betekenis, maar hun financiële waarde is er een van speculatie. Zij worden tot de kunstenaars van deze generatie gebombardeerd, ergo hun werk is kostbaar, ergo hun werk wordt onbetaalbaar voor de gewone sterveling. Dat vind ik een absurde situatie, een absurde ontwikkeling. Niet het werk toont hier zijn potentie, niet het werk overtuigt uit zichzelf, een beetje geholpen met een duiding, met een semiotische analyse ervan. Nee big money, big business, mensen met dikke beurzen spelen hier de hoofdrol en ze worden er rijk van. En alle “idioten”, (zo zal ik ze voor het gemak maar noemen, oorspronkelijk vrije mannen in het Oude Griekenland die tijd staken in het debat en daarvoor even hun baan vaarwel zeiden), die geloven in de zinvolheid van een dergelijke exercitie zijn in feite slimme zakenlui die winst maken over de “ruggen” van de kunstenaars. Maar ook die worden er niet armer van en spelen het spel rustig mee, ze spelen graag voor ‘ezel’! Handelaars in “kunst-schroot” en “kunstenaars als moderne profeten” ik kan het niet anders noemen dan windhandel. We draaien als maatschappij, als overheid, als culturele instelling onszelf een rad voor ogen als we denken dat dergelijke werken en dergelijke praktijken een vorm van eeuwigheidswaarde hebben en een bijdrage leveren aan het schone en waardevolle in en van onze samenleving. En miljoenen neertellen voor een “prul” van plastic, ook al is het ding 5 meter hoog, het blijft een prul van plastic, opgeblazen lucht. Eventjes een moment goed voor wat aandacht, een opmerking, eventueel een kritische noot en we lopen weer verder. En zo worden onze kunsthallen gevuld met semiotische rommel (want de kunstenaars rommelen eclectisch maar wat aan – ze pikken hier een daar een beeld, een teken, een symbool en nemen dat tot uitgangspunt). Duur betaald afval dat een boodschap moet uitdragen naar de kijker, de toeschouwer, de bezoeker. Maar de echte betekenis, de semiose onder dit alles is dat wij als samenleving dat sanctioneren, daar ons geld op in zetten, en allemaal even hard jaknikken als de naakte keizer ons om bevestiging vraagt. Want we willen ook wel zó rijk, zó succesvol, zó bekend worden. Voorspoed en geluk wenken ons toe, echt een blijde boodschap!

Dit voorspoedevangelie zoals Geert Mak in zijn boek ‘Reizen zonder John’ vooral de teksten van de predikers noemt in de Verenigde Staten als hij voor de tv zit te zappen van het ene naar het andere religieuze kanaal kent dezelfde dynamiek. De predikant belooft gouden bergen, God en Jezus staan aan je kant, God is met de rijke mensen, met de voorspoedigen, met de gelukkigen. Je hoeft alleen hem aan te roepen en niet onbelangrijk, te storten op de rekening van de organisatie, de boeken en dvd’s van de predikant te kopen: het goddelijk geluk zal je deel worden en zienderogen wordt je stinkend rijk. Het klopt wat de predikanten met veel vuur elke uitzending verkondigen: zij worden stinkend rijk op kosten van hun gelovigen, op basis van hun goedgelovigheid. Geert Mak noemt dat een vorm van magisch denken. Als ik dat en dat doe, zal dat en dat volgen. Simpel schema. Net als met “rommel-kunst” van een beroemd “rommel-kunstenaar”. Hij / zij heeft het werk gemaakt, hij / zij is beroemd, ergo zijn/ haar werk is financieel kostbaar en een goede belegging. Deze predikant is rijk, zijn woord is waar, hij belooft in naam van God gouden bergen want God is met de rijken. Dat wil ik ook, dus waarom niet alles op alles gezet om rijk te worden. Happy message, echt een evangelie, een blijde boodschap om van te smullen. Het verlangen naar het Rijk Gods is hier ingewisseld voor het verlangen naar persoonlijke rijkdom. De ware kapitalistische variant van het christendom in zijn volle glorie. Ik noem het vorm van misleiding, “valse herders”, volksbedrog en oplichting. Velen zijn bereid deze zelfverkozen profeten te volgen, te geloven en vooral hen veel geld te geven. Dat is nog het meest domme eraan. De volgelingen moeten dan wel behoorlijk in de put zitten, moedeloos zijn en naïef om dergelijke beloften voor zoete koek te slikken. Het lijkt ook op de messianistische oproepen van de volksmenners, de populisten die het volk mobiliseren willen met een nieuwe toekomst voor ogen. Dictatuur en oorlogen waren het gevolg. Daarbij zijn de volgelingen ook stellig ervan overtuigd van het feit dat zij gered zullen worden als een keer de hel goed losbreekt. (Geert mak verwijst naar het begrip Rapture – de ontvoering van de aarde van de gerechtvaardigden, rechtstreeks naar de hemel, ten tijde van de Apocalyps, de eindtijd). Als je op je kenteken laat zetten, zoals Mak vertelt, dat tijdens de Rapture dit voertuig geen bestuurder meer heeft, dan ben je wel echt goed los van God en zijn gebod. Het is niet alleen een kapitalistische mamon-versie van het christendom, het is ook een tragische versie van de christelijke boodschap. Letterlijk stinkend rijk, daar wil je gewoon niet bijhoren. Niet pas na de dood een rijke stinkerd in zijn kerkelijk graf, maar al tijdens het leven. Het is niet de rijkdom die hier stinkt maar ook de hoogmoed en het geloof in eigen kunnen. Ik kan het niet anders zien dan de persoonlijke legitimatie, verstopt achter het evangelie van de rijkdom, van het eigen egoïsme en het najagen van wind ook al wordt die in dollars uitgedrukt. Kunst en religie, windhandel, valse beloften, in deze vorm van opereren. Laat de ware kunstenaar, laat de ware gelovige opstaan. Wie niet meedoet aan deze windhandel heeft in ieder geval begrepen dat stinkend rijk te veel stinkt om er blij mee te kunnen zijn.

John Hacking

vrijdag 22 februari 2013

2 gedachten over “Slapend stinkend rijk door de kunst of door God!

  1. Ik weet niet of Jef Koons nu wel zo in hetzelfde mandje past als de dollardominee, want het lijkt er juist op dat de eerste het cynisch commentaar is op de laatste. Maar ondertussen zie je inderdaad dat de commercie zich ontfermd heeft over Koons, die het spel gretig meespeelt uiteraard, want dat is survival in de sociaal harde wereld van de V.S. De dollardominee lijkt een satanische kruising te zijn van de Bijbel en ‘greed-guru’ Ayn Rand: God is voor de winners. Je mag vervolgens hopen dat niet heel de wereld die kant uit gaat, met overal kampen voor de losers. Neem mensen met een sterk ontwikkeld Ik-besef en ervaren van de ander (Ander) als te exploiteren object, dan verschijnt als vanzelf deze wereld.

    Like

  2. Natuurlijk past koons niet bij de dominees maar als het over geld verdienen gaat zijn ze gelijk! En dat kritische heb ik bij Koons of Hirst e.a. nog niet zo kunnen ontdekken. Maar misschien ligt dat wel aan mij. Misschien houd ik nog een te romantisch beeld van kunst in stand?

    Like

Reacties zijn gesloten.