Thuiskomen

 

landscapecoll (6)

THUISKOMEN

Weer vangt hij aan onderricht te geven langs de zee; er verzamelt zich bij hem zo’n enorm grote schare, dat hij in een boot stapt en daar gaat zitten, op de zee; en heel de schare, zij zijn bij de zee op het land. Met gelijkenissen geeft hij hun onderricht,
uitvoerig; hij heeft tot hen in zijn onderricht gezegd:

hoort!- zie, de zaaier ging uit om te zaaien; en het geschiedde bij het zaaien: het één viel langs de weg, de vogels kwamen en aten het op; het ander viel op de rotsen,
waar het niet veel aarde had; meteen kwam het op, omdat het in aarde niet veel diepte kreeg; toen de zon opkwam, verschroeide het, en omdat het geen wortel had
droogde het weg; weer ander viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het, het heeft nooit vrucht kunnen geven; het andere viel in de goede aarde, schoot op, groeide en gaf vrucht; het droeg tot dertig-, zestig-, en  honderdvoud!

 

Toen zei hij: wie oren heeft om te horen, die hore! Toen hij alleen raakte, hebben zij die, met de twaalf, hem omgaven gevraagd naar de gelijkenisspreuken. En hij heeft tot hen gezegd: aan u is het geheim van Gods koningschap al gegeven, maar voor hen daar buiten geschiedt alles in gelijkenissen,- opdat zij ‘kijken en kijken en niet zien, en horen en horen en niet verstaan, opdat zij niet hoeven omkeren en hun iets vergeven zou worden’ (Jes. 6,9-10).

 

Dan zegt hij tot hen: als ge met deze gelijkenis geen weg weet, hoe moet ge dan alle andere gelijkenissen kennen?- de zaaier is hij die het Woord zaait; dan zijn er die langs de weg, waar het Woord gezaaid wordt: wanneer zij het horen komt meteen de satan en neemt het Woord weg dat in hen gezaaid is; en er zijn er zoals die op de rotsgrond worden gezaaid, die, wanneer zij het Woord horen het meteen met vreugde aannemen, en ze hebben geen wortel in zich maar zijn mensen van het moment; als er vervolgens verdrukking geschiedt of vervolging, vanwege het Woord,
struikelen zij meteen; en anderen zijn zij die tussen de distels worden gezaaid; dat zijn zij die het Woord hebben gehoord, en de zorgen van deze wereld, de begoocheling van de rijkdom en de verlangens omtrent de overige dingen, dringen binnen en verstikken het Woord, en het wordt vruchteloos; en de laatsten zijn zij
die op de goede aarde worden gezaaid, die het Woord zullen horen, en aannemen, en vrucht dragen,het dertig-, zestig- en honderdvoudige!

 

Markus 4,1-20 Naardense bijbel

Gisteravond stond deze tekst centraal in onze bijeenkomst rond de persoon van Jezus in het evangelie van Marcus (een cursus voor studenten in de Studentenkerk te Nijmegen). Voordat wij de tanden in deze tekst zouden zetten stonden we eerst stil bij de vraag “wie ben ik?” De opdracht luidde om in zes woorden een beeld te schetsen van jezelf. Allerlei zelfbeelden kwamen naar voren, soms kwetsbaar en ontroerend. Het beeld dat je van jezelf schetst zegt iets over de dynamiek die in je werkzaam is en over de wijze waarop je jezelf ziet en inschat. Ben je tevreden over jezelf, vind je dat je nog beter (verbeterd) kunt worden, leg je de lat hoog of misschien te laag, ben je makkelijk voor jezelf of juist niet. Allerlei aspecten die voor je belangrijk zijn komen zo aan de orde. En als je dat durft te communiceren kan er iets bijzonders gebeuren: je vindt herkenning bij de ander, de ander ziet aspecten die jij misschien over het hoofd ziet. Kortom de ander vult je aan, je wordt er rijker van. En je horizon wordt verbreed. Je kunt werkelijk dingen anders gaan zien.

“Eigenwijs – zijn” wordt je leven leiden op jouw eigen wijze, “grenzen durven stellen” wordt kiezen voor jezelf in plaats van je altijd maar op te offeren zonder dat het je iets oplevert. Kiezen voor jezelf is geen egoïsme maar de noodzakelijke voorwaarde om überhaupt te kunnen leven en iets voor anderen te kunnen betekenen. Zonder die basis geen behoud. Mogen ervaren wat de psalmdichter zo mooi verwoordt in Psalm 30,11 dat verdriet wordt omgezet in vreugde. Dat kan alleen maar als het besef is doorgebroken dat het ook anders kan, dat een toestand die neerdrukt niet hoeft voort te blijven bestaan. En misschien is het wel op die wijze, dat het woord waarover Jezus spreekt, in ons leven doorbreekt, perspectief schept, nieuwe kansen mogelijk maakt. Want dat is eigenlijk waar het over gaat in het evangelie, blijde boodschap.

Het is een boodschap voor hen die gevangen zitten, gevangen in allerlei verwachtingen, in allerlei soorten van gevangenis. Zelf opgelegde tralies, en gevangenisdeuren én muren door anderen in stand gehouden omdat ze  je willen blijven knechten. Soms zijn dat: mensen in armoede, mensen die onrecht wordt aangedaan, mensen die niet de macht (en de kracht) hebben om op eigen kracht bevrijding te bewerkstelligen. Vooral voor hen is het evangelie bedoeld. Voor hen die letterlijk zijn gevangen en voor hen die figuurlijk zijn gevangen.

Het evangelie is eigenlijk heel simpel, het zegt: “jij bent goed zo, je mag er zijn, je bent oké, in Gods’ ogen ben je goed. Je bent aanvaard. Je wordt gezien en wel zo op de wijze wie je werkelijk, wie je ten diepste bent.”En onze reactie kan dan alleen maar zijn: “ik aanvaard mezelf ook op deze wijze.”Dat is thuiskomen, thuiskomen bij jezelf, bij wie je werkelijk bent. Je hoeft niet volmaakt, perfect, super te zijn, je mag je goede en je minder goede kanten meenemen. Je bent zoals je bent. Prima zo, daar moet en daar mag je het mee doen en dat is goed zo!

Nou spreekt Jezus niet altijd duidelijke taal, tenminste de evangelisten vertellen over hem dat hij graag in parabels (gelijkenissen) spreekt, een typische rabbijnse wijze van communiceren. De lezing over het zaad is een parabel met een dubbele bodem. Het begint met de oproep om te luisteren. “Luister”, het is hetzelfde als “Luister Israël, Sjéma Israël” (Deut 6,4) – een aansporing om op te letten en vooral ernaar te handelen. Horen en doen, luisteren en volbrengen horen bij elkaar. Wat door de oren binnenkomt leidt tot verandering, transformatie. Zo komt Gods’ woord tot vervulling.

De profeet Jesaja zegt:“ Ja, zoals neerdaalt de regen en de sneeuw uit de hemel, en daarheen niet terugkeert dan nadat hij de aarde heeft gelaafd, haar heeft doen baren en laten uitspruiten,- en zaad heeft gegeven aan de zaaier en brood aan de eter,-  zó zal mijn woord zijn dat wegtrekt uit mijn mond: het keert niet ledig tot mij terug,- dan nadat het gedaan heeft wat mij behaagt en heeft doen lukken waarvoor ik het uitzond!”( Jes. 55,10-11)

Dat is de achtergrond waartegen je de parabel van het zaad zou kunnen lezen. Jezus maakt onderscheid: tussen de toehoorder buiten en de kring om hem heen. De toehoorders buiten horen enkel de parabel, de leerlingen ook de uitleg. Maar worden ze er wijzer van? Jezus daagt hen uit en plaatst hen tegenover de toeschouwers buiten: zij horen niet en zien niet, want als dat wel zo zou zijn zouden ze zeker omkeren op hun schreden. Het is wel net zo makkelijk om te doen alsof je neus bloedt, alsof het woord niet bij je binnen komt want dan hoef je niet te veranderen. Jezus gebruikt weer een beeld uit Jesaja om hun verstoktheid te beschrijven. Maar de leerlingen krijgen de kans om te snappen waar het om draait, aan hen worden de geheimen van Gods rijk geopenbaard, ze moeten alleen nog toehappen, of met andere woorden hun oren wijd open zetten.

In de parabel schildert Jezus 4 situaties, vier mogelijkheden, vier manieren van ontvangen en reageren. Een zaaier ging uit om te zaaien. Het geschiedde (in het Grieks een woord dat rechtstreeks verwijst naar Genesis, in den beginne gebeurde) bij het zaaien het volgende: 1. Zaad valt op de weg, vogels zien het en eten het op, het zaad krijgt geen kans te ontkiemen en te groeien. 2. Zaad valt op rotsgrond met weinig aarde. Het komt meteen op, maar de zon schroeit, en het verdroogt omdat het niet veel wortel heeft. Het is al verder gekomen dan in situatie 1, maar nog niet genoeg. 3. Zaad valt tussen de distels, die verstikken het opkomende zaad dat zo geen vrucht kan dragen. Het is ver gekomen maar zonder vrucht. 4. Zaad valt in goede aarde, het schiet op, groeit en geeft vrucht: in veelvoud, 30, 60, 100 keer zoveel. Een Messiaans gebeuren want zoveel is met manipulatie nooit te halen. “Wie oren heeft om te horen, die hore!”

Wat hebben de leerlingen gehoord? Wat hebben ze begrepen? Jezus komt hen tegemoet. De zaaier is hij die het woord zaait. Wie zaait het woord? Welk woord? Het woord Gods, gezaaid in deze situatie dus ook door Jezus. Maar ook wij kunnen die zaaier zijn, of worden. 1. Er zijn er langs de weg die het woord horen, maar meteen komt de satan en neemt het weg. Het woord krijgt geen kans te landen, geen kans om zijn werk te doen. Wie is de satan? Dat is de tegenstrever, de roet in het eten gooier, de persoon die jou een beetje belachelijk maakt omdat jij het woord ontvangt. Maar nauwelijks heb je het, of je laat het alweer los, wordt het van je afgepakt. Laat je het van je afpakken. Wat is de winst? Géén!

Dan situatie 2. Op de rotsgrond, wanneer het woord wordt gehoord ontsteken ze in enthousiasme. Dat komt wel goed, zou je denken. Maar het zijn mensen van het ogenblik, als ze op de proef worden gesteld, om te getuigen van het woord, gooien ze snel het bijltje erbij neer. Ze struikelen en staan niet voor wat ze zeggen of hebben gehoord. Weinig standvastigheid, weinig houvast in zichzelf. Het woord is nog niet echt geland, de voedingsbodem was te weinig. 3. Tussen de distels wordt het woord gehoord. Het groeit op maar zorgen van deze wereld, begoocheling van rijkdom en verlangens naar dingen duwen het woord weg, nemen de overhand in de geest en verstikken zo wat gezaaid was. Het woord blijft zonder vruchten. Het is wel gehoord en aangenomen maar het levert niets op. Tenslotte 4. In goede aarde wordt het woord gezaaid, het wordt gehoord en aangenomen, opgenomen, en het draagt veelvoudig vrucht. Einde uitleg. Einde verhaal.

Wat is onze situatie, hoe staan wij tegenover het woord, tegenover blijde boodschap voor ons bedoeld? Welk soort van aarde vormen wij? Zijn wij goede aarde, vruchtbare bodem? Of spelen andere dingen die wij belangrijk achten ons parten? Moeten we eerst zelf de voorwaarden scheppen opdat wij goede aarde, genoeg goede aarde hebben verzameld waarin gezaaid kan worden? Maar als we daarvoor niet de mogelijkheden en niet de tijd hebben? Als wij misschien hoe dan ook al goede aarde zijn, los van het feit hoeveel dat dan is? Maar dat ons probleem meer in ons luisteren, in onze oren zit? Dat we niet goed luisteren, dat er andere dingen zijn waar we voorrang aan verlenen: bijvoorbeeld de mening van anderen? Onze eigen soms kortzichtige behoeften, eisen van het hier en nu, het kortstondige moment? Ruusbroeck, een mysticus heeft eens gezegd dat wij allen Gods liefde kunnen ervaren. God is er altijd al. Alleen het probleem ligt niet bij God, maar bij onze houding, onze geslotenheid en blindheid ervoor. Open gaan, open staan, luisteren, tot je door laten dringen, je laten gezeggen en geloven, dat is erop vertrouwen, dat is het begin van de werking van Gods’ woord. Daarna gaat het van een leien dakje, de geest doet zijn werk. Markus zegt in het vervolg van dit verhaal (Mk 4,26-29): “Zo is het met het koningschap van God, als met een mens die het zaad uitwerpt over de aarde; hij gaat slapen en wordt wakker, een nacht en een dag? Het zaad kiemt en groeit, en hóe, dat weet hij niet; vanzelf draagt de aarde vrucht, eerst een grasje, dan een aar, en dan volop koren in de aar; wanneer de vrucht zich prijsgeeft, ‘’zendt hij meteen de sikkel uit, omdat de zomeroogst is aangetreden’(Joël 4,13). Dan worden wij geoogst, getuigen onze daden, ons handelen van Gods’ woord. Dan zijn we waar we zijn moeten.

John Hacking 15-1-2013

landscapecoll