MENSVERBETERING

fullsizeoutput_29a4

 

Mensverbetering

“Volgens Van Est ligt de focus binnen nieuwe technologische gebieden op mensverbetering. Er vindt een nieuwe technologische golf plaats waarbij het menselijk lichaam steeds beter in kaart wordt gebracht. Zo kunnen we steeds beter ingrijpen in ons lichaam. Deze intieme technologie kan worden onderverdeeld in vier categorieën: technologie in ons, technologie tussen ons, technologie over ons en technologie als ons. “Maar Quo Vadis Homo Digitalis?”, vraagt Van Est zich af. De discussie over de mens kan inspiratie vinden in het debat over natuur, stelt hij vast. “Bij de mens is het basisdiscours de optimalisatie van de mens. Bij het denken over natuur daarentegen is de wilde, ongerepte natuur het ideaalbeeld. Misschien moeten we in het debat over de mens ook eens meer stilstaan bij het alternatief scenario van de wilde mens? Rewilding humans.”

De zaal blijft stil en laat de woorden op zich inwerken. “Wat bedoelt u precies met rewilding humans?, vraagt iemand. Van Est: “Het gaat om dingen loslaten. Wat mij betreft betekent het dat jij je smartphone een week uitzet, dat is rewilding; het loslaten van technologie. Als ik tegen mijn kinderen zeg: computer uit en buitenspelen, dan ben ik aan het rewilden.” Het ‘herwilderen’ van de mens verdient volgens Van Est in ieder geval serieuze aandacht.”

 

Bron: http://www.expertisecentrumjournalistiek.nl/verslag-homo-digitalis/

De computer meet gevoelens en emoties, leest onze gezichtsuitdrukkingen en anticipeert met een voorstel voor medicijnen of gedrag. Binnenkort weet de computer exact hoe we ons voelen en hoe we er lichamelijk voorstaan. Dan zijn we meer dan ooit leesbaar geworden voor de techniek. Leesbaar wil ook zeggen digitaal uitwisselbaar. Onze gegevens digitaal opgeslagen, geanalyseerd en verwerkt wil zeggen dat wij zijn vastgelegd op een nieuwe wijze los van onze lichamelijke existentie als lichaam. Lichaamsmaterie en digitale werkelijkheid raken zo meer en meer verstrikt.

Maar hoe moet dat dan met mijn zelfbeeld, mijn identiteit gebaseerd op mijn vooronderstellingen, mijn eigen gedachten en ideeën? Hoe ontwikkelt zich mijn zelfbesef als de digitale werkelijkheid een belangrijke rol gaat spelen in mijn materiële realiteit van mijn lichamelijk bevinden? Met andere woorden, wie ben ik morgen en wie zal ik morgen zijn?

Daarop is geen eenduidig antwoord te geven want we kennen nog nauwelijks de effecten van de technologische vooruitgang en de wijze waarop wij zullen reageren. Als evolutionair gezien de volgende stap de verbinding is tussen mens en computer betreden wij een nieuwe wereld waarin ook onze zintuigen van rol zullen wisselen. Zien en horen, smaken en proeven, voelen en tasten worden misschien minder belangrijk als wij ons lichaam minder gaan gebruiken als intermediair in de omringende werkelijkheid. Gekoppeld aan de computer treden we nieuwe werelden binnen en wordt onze werkelijkheid wat we nu noemen virtueel. Dat begrip virtualiteit krijgt misschien een andere lading, een andere betekenis en een andere waardering als we grotendeels anders-lichamelijk, dat wil zeggen meer computergestuurd gaan leven. Misschien wordt het begrip realiteit wel gevuld met negatieve connotaties, als iets van vroeger, van achterhaald en van toen. In virtualiteit zit ook deugd, virtus opgesloten. Het zal deugdzaam zijn mee te doen in de nieuwe wereld, de computer reikt je de hand om een deugdzaam, dat wil zeggen aangepast leven te leiden, volgens de normen van de grote beslissers die de programma’s hebben bedacht. Niet meedoen, een teken van verzet zal net als nu niet worden gewaardeerd. Dan hoor je bij de out-casts, de historie-liefhebbers, de  “amanten” van hoe het was toen we nog helemaal materieel lichamelijk leefden. Niet meedoen wil ook zeggen buitengesloten worden als straf van de voordelen die de nieuwe wereld gaat opleveren: behoeftebevrediging op maat, op het moment dat de behoeftes optreden en zich manifesteren. Het Freudiaanse uitstel van de behoeftebevrediging zal een relict worden uit het verleden ook al is volgens Freud de maatschappij en onze beschaving hierop gegrondvest. Die tendens zie je nu al hier en daar: het ego wil hier en nu en wel meteen bevredigd worden, niet morgen, niet overmorgen, maar direct, zodra de wens zichtbaar wordt. Niets willen missen, totaal leven, totaal je geven, totaal erbij zijn en ervoor gaan, dat is de ideologie die opgeld doet gebaseerd op een andere achterhaalde ideologie die vooral sinds de Verlichting hoofden en harten van mensen op hol doet slaan: de vermeende autonomie, het zelfbeschikkingsrecht, het feit dat je alles wilt, mag en kunt bepalen. Autonomie is altijd al een leugen geweest omdat ze niet strookt met de condition humaine: het feit namelijk dat we anderen nodig hebben om goed en gezond te existeren. Ontkenning van deze relationele en fundamentele afhankelijkheid van elkaar levert alleen maar ziektes op. De mens is door en door heteronoom, dat wil zeggen afhankelijk van en bepaald door andere mensen. Alleen al biologisch ben je niet uniek want je draagt de erfelijke eigenschappen van je voorouders. Je lichaam is een product van een lange ontwikkeling, je geest niet minder. Streven naar autonomie zal dus altijd kortstondig en beperkt blijven omdat autonomie niet oplevert wat ze belooft: macht. Je macht zal steeds klein blijven omdat de werkelijkheid te complex is om te beheersen. Je hebt er geen inzicht in, geen overzicht over en geen dieptekijk op. Het gaat ons verstand simpelweg te boven. En ook de geautomatiseerde mens, de mens verbonden aan of met de computer zal hierin niets kunnen veranderen. Want hoe meer verbonden hoe minder autonoom.

Hoe meer verbonden en digitaal vertaald, hoe minder je overhoud van jezelf als eigen, wezenlijk tot jouw leven behorend. Verbonden worden wil zeggen uiteindelijk verdampen. Het idee dat je nog een knooppunt bent in het netwerk, een aut-nodus, een vorm van zelfknoop met eigen macht en invloed zal snel verdampen als je digitaal meer en meer verstrikt raakt. Dan ben je net als alle anderen om je heen in het netwerk een hetero-nodus, een andere knoop, dat wil zeggen een soort van doorgeefluik. En als doorgeefluik, medeverspreider, ingepast in de algemene structuur mag je dan een stukje zelf houden, als auto-nodus, maar je taak is ook om door te geven en te ontvangen.

Speelt het lichaam dan nog een rol? In zoverre het lichaam de voorwaarde is voor je existentie. Misschien zal het lichaam het allerlaatste bolwerk zijn tegenover de techniek waarop het zelf zich nog kan gaan beroepen om niet helemaal te verdrinken in de digitale werkelijkheid. Het levende lichaam en als bewijs het dode lichaam, het lichaam waarin geen leven meer zit en dat dus niet meer meedoet: het ultieme bewijs van een zekere mate en wellis waar geringe mate van autonomie die zich staande houdt in een heteronome wereld van netwerken en energiestromen. We gaan een heel spannende toekomst tegemoet.

John Hacking

2013-05-28