Vreugde van het evangelie

De goede boodschap is een blijde boodschap. Zij verschaft vreugde aan wie haar ontvangen. Dat is de inzet, dat is de bedoeling van de auteurs van het verhaal van Jezus van Nazareth in vier varianten. De werkzaamheid van Jezus van Nazareth was zo bijzonder en zo van een volstrekt uniek karakter dat zijn leven en zijn daden gelijk zijn gesteld aan deze goede en blijde boodschap: Hij is de boodschap, zijn leven en werk verschaft blijheid omdat goedheid op aarde onder de mensen zichtbaar wordt. Christelijk gesproken, vanuit het perspectief van de christenen, de volgelingen, is Hij de Zoon van God die Gods goedheid present stelt en belichaamt. Jezus is Gods manifestatie op aarde, hij is het vleesgeworden Woord van God. En dit woord kondigt de komst en de groei aan van het Rijk van God, een wereld van recht en gerechtigheid, van liefde, vrede en verdraagzaamheid. Dit is in een notendop de kern van deze 4 evangeliën.

Wij, de volgelingen hebben het hier niet altijd even gemakkelijk mee. De wereld zit niet altijd te wachten op deze goedheid en deze blijheid die de woorden uit het evangelie kunnen brengen. Want allereerst zijn het woorden en nog niet vleesgeworden woorden, hoeveel pretentie de teksten ook zelf hebben met betrekking tot het Woord van God. Ten tweede, spelen de verhalen zich lang geleden af en hebben de volgelingen niet altijd de moed en de kracht gehad om deze woorden in hun eigen leven te vertalen en na te leven. En dan druk ik mij heel, heel voorzichtig uit. Ten derde vragen deze woorden niet alleen instemming van de toehoorder, maar vooral ook daadkracht. Ten vierde is de kracht die in Jezus werkzaam was en die zich manifesteert in de groei van het Rijk van God niet universeel ervaar op een wijze die je wel moet overtuigen. De volgelingen moeten het als het ware waarmaken en daar zit de angel in het hele verhaal. De volgelingen zijn geen zoon of dochter van God op de wijze zoals Jezus dat was. Wij zijn dan wel kinderen van God maar de dood is nog ongenaakbaar en de opstanding uit de dood, waarvan we zeggen, dat Jezus dat heeft meegemaakt, is (nog) niet ons deel. De opstanding van één enkeling uit de dood, niet controleerbaar, slechts op basis van horen zeggen, van enkele getuigen, daar maken wij modernen korte metten mee. Natuurlijk zijn er in de loop van de geschiedenis velen geweest die dit niet hebben geloofd. En er zijn heel velen die aan deze opstanding geen boodschap hebben. Dat maakt het verhaal ook lastig voor de volgelingen. Wat blijft er dan nog over van de vreugde, waarin uit zich dan de blijheid?

Maar maakt het werkelijk wat uit? Dat je bewijzen in handen hebt, dat je het zeker weet? Dat Jezus de Zoon van God is, vleesgeworden Woord van God? Dat Hij is opgestaan uit de dood en ons daarin is voorgegaan? Het zijn ook manieren van spreken die vallen binnen de categorie van “maar en als”. Het is een wijze van rederenen en denken: “Maar “ en dan volgt een tegenwerping of een bevestiging. Voor of tegen de zaak. Voor of tegen de inhoud van het evangelie.  “Als”  en dan volgt een argument voor of beschrijving van een situatie met conclusies. Dat moet de toehoorder, de volgeling in spé over de streep trekken. Maar werkt het wel zo? Is elk argument in deze categorie niet ook een drogreden? Is het niet een vorm van boerenbedrog omdat rationaliteit dan de norm wordt?  Als ik het kan snappen, kan volgen, kan onderbouwen en de zin ervan inzie moet het wel kloppen? Maar is dat zo? Werkt Gods woord niet anders, doorheen, of los van alle argumentatie? Met andere woorden in welk taalspel bevinden wij ons als wij luisteren naar het evangelie en als wij ons de woorden aantrekken en in ons leven vlees en bloed laten worden? Ik vermoed dat de kracht van Gods woord schuilt in de werkzaamheid ervan: het Woord van God keert nooit vruchteloos terug. En daarin ligt het bewijs: de vruchtbaarheid ervan, de werkzaamheid ervan. Maar wat is dat voor soort bewijs, wat voor soort vreugde is dat dan?

Het is geen trucje om het evangelie onder te brengen in een apart taalspel. Dat zou ook te makkelijk zijn en het verklaart niet waarom er in de loop der eeuwen miljoenen volgelingen zijn geweest die deze woorden bloedserieus namen. Maar ook hier zit ik in de categorie van het “maar” die ik kan gebruiken tegen de ontkenners. Het is en blijft heel moeilijk om buiten deze taalcategoriën en redeneringen te treden. Hoe kan ik van de vreugde getuigen, haar laten zien zonder deze rationele, zonder deze emotionele oprispingen die bouwen op argumenten voor en tegen. Misschien niet langer kletsen maar doen, de handen uit de mouwen. Al het grote is uiteindelijk ontstaan uit iets kleins. Het Christendom begon met de geboorte van een baby. De  zoon van David, zo werd er over hem gesproken. Een kind met een belofte, een kind als belofte. Dat is ons kerstverhaal. Vele jaren daarna heeft dit kind bijzondere dingen gedaan die wij nog steeds proberen te herhalen. In die herhaling zit volgens mij het geheim. Niet in de herhaling op zichzelf maar in de inhoud van deze herhaling. Het verspreiden van “liefde” op zo een wijze dat mensen die ermee in aanraking komen, die erdoor geraakt worden, opstaan, opvlammen, wakker worden uit hun lethargie, hun doodsslaap, hun onmacht, hun slachtoffer zijn. Eigenlijk is het heel simpel: mensen die op je pad komen zo aandacht geven dat ze het gevoel krijgen dat ze er helemaal mogen zijn, dat ze mogen bestaan zoals ze zijn. Dat ze goed zijn zoals ze zijn. Niet dat alle fouten, alle misstappen zomaar worden weggenomen of vergeven. Maar dieper, op een dieper niveau: mogen ervaren dat je gezien en geaccepteerd wordt tot in de kern van je wezen. Dieper dan dat is niet mogelijk.

Dat vraagt nogal wat. Dat is niet zo simpel om al die mensen op je pad existentieel te accepteren en hen het gevoel te geven van er mogen zijn. Toch lukt het af en toe. Toch is het mogelijk als wij onze eigen muizenissen minder belangrijk vinden dat onze opdracht om dit handen en voeten te geven. Dat gaat natuurlijk met vallen en opstaan, maar het proberen is al de moeite waarde. Blijde boodschap is het brengen van goedheid, de ervaring van goedheid in het concrete van alledag. Dat is een opgave maar het is ook een gave. Als opgave hebben we hier weet van, maar als gave realiseren wij ons misschien te weinig dat we alles al in huis hebben om elkaar die goedheid, die acceptatie, die liefde te schenken. Je komt er alleen maar achter als je het doet. Dus waarom niet wagen? Als je liefde oprecht is zal ze zich door niets kunnen laten ontmoedigen en zal ze ook niet worden ontmoedigd. Dat is het geheim van Gods Woord dat niet vruchteloos terugkeert naar God.

John Hacking (2e adventsweek) maandag 9 december 2013