Groots en meeslepend leven

Vive de tal suerte

que bit te encante la vida

ni te espante la muerte

refrán Español

(leef zo, dat noch het leven je te goed bevalt,

noch de dood je afschrikt,

Spaanse gezegde)

In het taoïsme is eenvoudig leven een ideaal. Ik citeer uit Berg en water. Klassieke Chinese

landschapsgedichten. Samengesteld, vertaald en toegelicht door Silvia Marijnissen, Utrecht 2012 (De Arbeiderspers) de volgende passage: „…handelen in overeenstemming met je persoonlijke aard en neigingen – het taoïstische ideaal van vasthouden aan eenvoud en aan wat ziran is, dat wil zeggen wat iemand eigen is en wat vanzelf opkomt.” (pag. 20)

Leven dus naar je aard. Naar wie je bent en niet de schijn ophouden of pretenderen iets te zijn wat je niet bent. Maar dat is niet eenvoudig in onze samenleving. Allereerst is het niet makkelijk te ontdekken wie je nu werkelijk bent en wat je aard is. Ten tweede zou het wel eens zo kunnen zijn dat sommigen onder ons wel eens een heel vreemde aard kunnen hebben als ze bijvoorbeeld geboren psychopaten zijn en alle andere vormen van vreemd gedrag die je je hierbij kunt voorstellen. Horrorfilms spinnen er garen bij. Maar laten we uitgaan van het positieve, namelijk dat je je ware aard gaandeweg je leven kunt ontdekken en wat nog mooier is, dat je er ook naar kunt gaan leven. En dat die aard niet teveel afwijkt van het algemeen menselijke en gekenmerkt wordt door een zekere mate van humaniteit. Dat is al heel wat in een wereld vol geweld. Laten we ervan uitgaan dat alle streven naar macht, naar gelding aangeleerd is, ontstaan door een situatie van nood, van compensatie van een tekort. Dus geen aangeboren machtswellust maar biografisch bepaald door de omstandigheden waarin je bent opgegroeid. Dat zijn bij elkaar al heel wat onbewezen veronderstellingen. Maar terug naar het taoïsme, een filosofisch concept dat toch op de een of andere wijze een antwoord probeert te geven op de vragen en noden van de mens omtrent zijn bestaan.

Silvia Marijnissen schrijft in het voorwoord: „In het taoïsme, waarvoor de geschriften van Laozi en Zhuangzi de basis hebben gelegd, vormen het zijnde en het niet-zijnde een geheel; ze beïnvloeden en definiëren elkaar, ze grijpen in elkaar zoals yin en yang in het bekende taiji-diagram. Hierbij is het zijnde (you) als het waarneembare in het empirische universum, alle ’tienduizend dingen’; het niet-zijnde (wu) is het Niets of de Leegte waaruit dit waarneembare universum ontstaat en waarnaar het weer terugkeert.

De taoïst vereenzelvigt zich met de Weg, met dit proces van de zich eeuwig transformerende natuur; hij aanvaardt hoe hij is en wat er op zijn weg komt – het welbekende wuwei: handelen zonder ambitie, niet ingrijpen, niet in jezelf en niet in de ander, de dingen, zaken of gebeurtenissen om je heen. Het is nauw verblinden met het zogenaamde wuxin: zonder hart zijn, dat wil zeggen, vrij van opzettelijke gedachten, zonder verlangens en begeerte. De echte taoïst, de Ware Mens zoals Zhuangzi hem noemt, bevrijdt zich van alle emoties en begeerte. In de vertaling van Jan de Meyer: ‚De Ware Mens van weleer wist niet wat het was zich te verheugen (yue) in het leven, hij wist niet wat het was een afkeer te hebben van de dood. Hij kwam naar buiten (in het leven) zonder vreugde (xin), en ging naar binnen (in de dood) zonder weerstand te bieden. Ongedwongen ging hij, ongedwongen kwam hij, en dat was dat’ (Leyuan, de tuin van geluk, p. 32). Leven, ziekte en dood als natuurlijk proces, mentale leegte, afwezigheid van begeerte; wie het leven in alle openheid tegemoet kan treden, dat is de Ware Mens. Het aanschouwen van en opgaan in de natuur kan de taoïst een ervaring geven van eeuwigheid of onsterfelijkheid, iets waarnaar een bepaalde stroming binnen het taoïsme ook in fysieke zin streefde.” (pag 21-22)

Tot zover dit citaat. De taoïst tracht dus eigenlijk te leven naar zijn aard maar daarbij ook driften en begeertes te overwinnen. Misschien is overwinnen niet het juiste woord want dat veronderstelt strijd, een gevecht ertegen. En we weten uit de ervaring van de mystici en de asceten hoe moeilijk dat is. Zelfkastijding, flagellantisme, en andere vormen van lichaamskwelling maken dat duidelijk. De begeerte moet worden getemd door het lichaam te pijnigen. Maar ook dat is een denkfout. Begeerte mag dan een zetel hebben in het lichaam, zoals het verlangen naar seks, het zit ook tussen de oren. Verlangen naar macht, naar status en rijkdom, naar aanzien en wat al niet meer zit zeker niet in het lichaam. Het zijn concepten in je hoofd die je bestaan kunnen vergiftigen als een langzaam sluipend gift. De Ware Mens zoals hij boven wordt genoemd heeft daarvan geen last (meer). Hij staat onbevangen, dus vrij in het leven. Misschien is deze vorm van denken en handelen zoals het taoïsme dit voorstelt wel de meest ultieme manier van vrijheid. Maar dat is makkelijk gezegd en moeilijk verwezenlijkt.

Als je ouder wordt, wijs geworden door het herkennen van de waan van de dag, loop je niet meer zo snel achter je verlangens aan om te doen wat anderen je voorstellen en van je verwachten, omdat je er dan bij hoort. De ander proberen te overtreffen in prachtige ervaringen, schitterende avonturen, mooie vakanties, noem maar op. Het zijn allemaal kortstondige momenten, vluchtig als de wind, zo voorbij. Een wereldreis maken, indrukken opdoen, wat voegen ze echt toe aan je levensgeluk? De dood komt toch en in het kleine, het detail is veel vreugde te beleven, daarvoor hoef je niet ver te reizen. Misschien is het Goethiaanse verlangen naar eeuwigheid, lust die diepe diepe eeuwigheid wil, dus altijd wil blijven voortbestaan, wel een van de basiskenmerken van ons bestaan en probeert de taoïst hier een streep in het zand te trekken. Maar hoe wordt die grens dan bepaald en wanneer neem je genoegen met je leven zoals het is en zoals het komt?

Groots en overweldigend willen leven, willen presteren, willen zijn, dat zijn de idealen van onze tijd en van oudsher. Vroeger had je ridders en edellieden die hiernaar streefden, nu heb je sporters en filmsterren, kunstenaars en wetenschappers die deze ladder willen beklimmen. En je hebt nog een randgroepering die hetzelfde nastreeft maar dan met het oog op het eeuwige leven, meer in mijn ogen geperverteerd, voor een leven ná de dood, de martelaren voor hun geloof, de religieuze fanaten, die niet malen om een dode vijand meer of minder want deze is toch verdoemd. Deze machtswellustelingen denken God/Allah te dienen maar dienen hun eigen concept. Kind van de rekening worden daarbij vooral zij waarover deze fanaat denkt te kunnen beschikken: zijn partner(s), meestal vrouw, en de kinderen. Ook partner is hier niet het goede woord. Beter is het te spreken over ondergeschikte, slaaf, lijfeigene. Want als mannen hun vrouwen dwingen (en al de andere vrouwen in de samenleving) om zich aan te passen aan hun opvattingen over kleding, dat wil zeggen, alleen de ogen van de eigen man mogen haar zien zoals ze is, dan is dat een vorm van slavernij. Als de vrouw wil blijven behagen, als de vrouw geen andere keuze heeft dan zich aan te passen, als er geen echte alternatieven zijn op straffe van verbanning en uitstoting, de motieven zijn complex en gedifferentieerd, dan is dit een bekende vorm van slavernij die een voorbeeld is van het verlangen om alles in de hand te willen houden, alles te willen bepalen, te manipuleren. Heel modern dus. Deze hemeltirannen om Franz Rozenzweig te citeren, kleuren de aarde met bloed om hun hemel dichterbij te brengen. Ze willen niet alleen de wereld beheersen in het hier en nu, maar ook macht hebben over het leven hierna, het paradijs dat zij zichzelf toedichten. In een woord walgelijk. Er is geen keuze voor andersdenkenden: acceptatie, dat is onderwerping of dood. Dit groots en meeslepend leven voor een ideaal, een concept kan niet anders eindigen dan in een volslagen deceptie. Vertrouwen in de leiders van deze beweging zal worden teleurgesteld want macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. Deze ervaring is al zo oud als de mensheid. Maar heeft de de taoïst een punt tegenover deze fanatici? Heeft zijn visie overtuigingskracht, zelfs als hij er niet voor wil gaan want hij pakt alles onbewogen op? Iets meer taoïsme zou onze samenleving geen kwaad doen, iets meer onbewogenheid, meer besef dat manipulatie kortzichtig en relatief is, dat de dood toch komt en dat alles terugkeert naar de leegte waaruit het is voortgekomen. Misschien zou het geweld dan minder zijn en al die grootste en meeslepende plannen van onze helden kunnen bij de vuilnisbak van de geschiedenis worden gezet want ze kosten teveel offers, teveel onschuldigen die hieraan ten gronde gaan.

John Hacking

5 augustus 2014