attractie

Attractie

Alleen datgene wat de sterkste aantrekkingskracht en de grootste uitstraling heeft wordt nog opgemerkt in de zee van keuzemogelijkheden die ons dagelijks worden aangeboden via sociale media, reclame en vormgeving. Zo ongeveer en vrij vertaald luidt een uitspraak van Gunther Anders, geciteerd in een artikel van Jean Pierre Wils “Existenz als Genuss”.[i] Al die mogelijke keuzes maken ons meer reflexief, zou je denken want niemand wil een verkeerde keuze maken en dan opgescheept zitten met de negatieve gevolgen van zijn keuze. Kiezen veronderstelt dus nadenken, reflectie, maar niets is minder waar. Reflectie is namelijk niet alleen een kwestie van nadenken over wat je wilt hebben of wat je zou willen kiezen uit een aanbod van mogelijkheden, het is ook en vorm van beschouwen, van terugtrekken op jezelf, jezelf, je wensen en je verlangens tot object nemen. Heb je wel nodig wat je zou moeten kiezen, wat draagt je keuze en het gekozene bij aan je levensgeluk? Dat soort vragen. Nadenken over wat je zou willen kiezen ontaardt vaker in piekeren en in wakker liggen. Studenten kunnen hierover meepraten.

Wills citeert de filosoof Herder die stelt (ik vertaal vrij): ‘onszelf bestuderen wij niet, omdat we het niet nodig vinden, om ons zelf te ontmoeten.’[ii] We gaan niet de confrontatie aan met onszelf maar verliezen ons liever in het genieten, zou je kunnen concluderen: ‘Brood en spelen alom. Als we maar bezig worden gehouden. Als we maar lol hebben.’ Een kenmerk van de verwende consument. Het meest erge dat ons kan overkomen, (naast natuurlijk levensbedreigende ziektes en grote verliezen door de dood van dierbaren) is verveling. Dit is natuurlijk een heel erg kort door de bocht analyse van de huidige mens als consument in de welvaartsmaatschappij maar er zit wel een kern van waarheid in. Die kern bestaat hierin: hoe vaak stellen wij ons nou werkelijk de vraag wat ons leven de moeite waard maakt en wat er wel en wat er niet toe doet? Iedereen kan die vraag voor zichzelf beantwoorden. De uitkomst is ongewis want je weet niet wat het antwoord zal zijn en welke consequenties hieruit kunnen vloeien. Misschien ga je wel op een heel andere manier in je leven staan, gooi je alles over een andere boeg en maak je radicaal nieuwe keuzes!

Opvallend is dat mensen die een groot verlies hebben meegemaakt vertellen dat na dit verlies het leven opeens heel anders is geworden. ‘Alle onbelangrijke dingen zijn als het ware van me af gestript, over bleef de kern’, zo luidt de uitspraak van iemand die partner en moeder verloor in hetzelfde jaar. Met andere woorden: pas oog in oog met gebeurtenissen die je met de voeten op de grond plaatsen, situaties die veel pijn doen en verdriet geven omdat wat is gebeurd onomkeerbaar is, kom je tot het besef wat er werkelijk toe doet en wat overbodig is. In het tijdschrift der blaue reiter waar deze keer het thema luxe tegen het licht wordt gehouden door verschillende auteurs komt deze luxe ook naar voren als overdaad, als weldaad voor de ziel, als genieten van iets wat misschien ook niet echt er toe doet omdat het overvloed veronderstelt en als verkwisting wordt beschouwd door hen die geen deel uitmaken van dit proces van genieten. Maar Luxe is eigenlijk een weerbarstig begrip en er is veel gesteggel erover wat er wel en wat er niet onder valt. Existentieel gezien zou je kunnen stellen dat leven ‘an sich’ al een vorm van luxe is omdat je níet dood bent. Maar dat is een definitie die niet ieder van harte zal onderschrijven. Want hoe ziet dat leven er dan uit? Het maakt nogal een verschil of je nu op de vlucht bent, op weg naar een onzekere toekomst uit een land met moordenaars, of dat je behaaglijk in je luie stoel voor de tv commentaar levert op de voetbaluitslagen en de ellende in de wereld.

Naar aanleiding van deze opvattingen over luxe kwam bij mij het idee boven dat we, als we eenmaal meegaan in de dynamiek van aantrekking en uitstraling, van genieten en van je mee laten slepen door de verwachtingen die worden gewekt in deze maatschappij, je al heel snel gegijzeld kunt worden door je eigen verlangens. Je wilt meedoen, je wilt speler zijn in het spel dat sociale media met je spelen, je wilt belangrijk gevonden worden, ‘likes’ ontvangen op Facebook als je iets hebt gepost, je wilt opvallen net als de producenten van allerlei diensten die hun product aan de mens proberen te brengen. Of dat nu een tijdschrift is met een hippe uitstraling, kleding, schoenen, sieraden, een auto, een huis, een carrière, of een spirituele levensweg of opvatting, dat maakt allemaal niets uit. Alles kan en alles wordt aangeboden op de ‘markt van welzijn en geluk’ en de verwachtingen zijn torenhoog. Meegesleurd in wat je allemaal ‘leuk’ vindt loop je het gevaar teveel tijd te besteden aan zaken die allemaal letterlijk buiten jou liggen, die op het beeldscherm verschijnen, waar je misschien wel zinnelijk, lichamelijk en geestelijk verwantschap mee voelt, maar het blijven buitenkant dingen. Zelfverlies, dat wil zeggen, het besef van wie je eigenlijk werkelijk bent en wat je werkelijk nodig hebt, ligt op de loer. Je verdwaalt in het oerwoud van aangeboden opties, verlokkingen en mogelijkheden. Je weet niet meer zo goed wat je echt wilt, waar je wortels liggen, waar je vandaan komt en waar je eigenlijk naar toe zou willen. Jean Pierre Wils beveelt ons het advies van dezelfde Herder aan: een beetje meer concentratie op jezelf en minder afleiding kan voorkomen dat we onszelf dreigen te verliezen in de verstrooiing. Concentratie geeft toegang tot onszelf en tot de wereld, aldus deze filosoof. En zelfontmoeting en wereldontmoeting vinden plaats in het genot (itt de ervaringen van dreiging of van pijn). Herder maakt dus duidelijk dat we niet ascetisch hoeven te worden, alle luxe hoeven af te zweren om onszelf wat beter te leren kennen. We hoeven ook niet ons Facebook account op te heffen om hiertoe te geraken. Genieten, ook van luxe, is een weg die begaanbaar is en die niet hoeft te lijden tot verslaving en zelfverlies als we de grenzen ervan in de gaten houden. Maar hier ligt precies ook het probleem. Onze maatschappij dreigt in haar aanbod aan mogelijkheden en kansen bijna grenzeloos te worden. Globalisering is hiervan slechts een onduidelijk voorbeeld maar wel een voorbeeld dat de hele globe, de hele aardkloot op het oog heeft. Dat is nogal wat als je alleen gewend bent rond te wandelen in je eigen buurtje en vreemd op kijkt als er opeens een vreemdeling aan je deur verschijnt. Natuurlijk op internet en op de tv ligt de hele wereld aan je voeten maar je ‘mindset’ is daar, zo vermoed ik, zeker nog niet letterlijk aan aangepast. Geestelijk leven we nog in onze vertrouwde omgeving, een beschermde context, een eigen ‘Heimat’ waar veel van het onbekende ook als bedreigend wordt ervaren. Grenzen verschuiven op allerlei manieren en begrenzingen worden, en dat is typisch menselijk, als beperkend ervaren. Maar zonder helder afgebakende structuren leven we in een continuüm van mogelijkheden en geven wij onszelf geen kans om ons te oriënteren, een houvast te vinden, te wortelen en te groeien. De wereld is te groot om te bevatten. Dat gaat ons boven de pet. Als op Facebook een bericht wordt geplaatst dat iedereen kan lezen betekent dit dat dit een bericht is voor de hele wereld. Weten we wel wat we bedoelen als we zorgeloos ‘iedereen’ tot publiek maken van onze ontboezemingen? Maar Facebook verstrekt ons wel die luxe om deze waan te voeden: we presenteren onszelf voor de hele wereld, de hele internet wereld is ons toneel. “We are on stage” en zichtbaar voor iedereen. De attractie van dit fenomeen ligt volgens mij dan ook in een vorm van narcistische zelfbevestiging: kijk eens wat ik kan, wat ik weet, waar ik voor sta. Net als het kind dat de aandacht van de ouders vraagt en roept: ‘papie, mamie, kijk eens…’ Er is dus niet zoveel veranderd ook al moeten we ons als ‘volwassenen’ gedragen. De mechanismen van aandacht vragen en aandacht trekken worden alleen in een ander jasje gepresenteerd.

Hoe bewaak je je grenzen, hoe ontdek je waar je grenzen liggen? Bij ziekte, bij een verlies, bij teleurstelling, bij tegenslagen en bij een crisis. Dan kom je er snel achter. Maar hoe zou je wat meer bewust kunnen worden van je mogelijkheden en je beperkingen? Precies, door terugtrekking, concentratie, focussen op wat echt de moeite waard is om je tijd aan te besteden en op wat je echt nodig hebt. Waarom zou je veelal als een kip zonder kop achter de ene na de andere verlokking aanrennen, of van de ene naar de andere afspraak in je agenda hollen? Waarom de ene activiteit na de andere invullen zodat er nauwelijks vrije ruimte is? Tijd voor jezelf, rust, stilte, niets hoeven, genieten van de zon op je snuit, de regen op het dak, stil verwijlen, dat worden de luxe-goederen van de toekomst waar velen nu al naar snakken. Hopelijk zijn we nog niet zo verslaafd, niet zo geketend dat dit al niet meer mogelijk is. Als attractie leidt tot ketens en geketend zijn, dan kan ik alleen maar Karl Marx actualiseren en parafraseren zoals hij opriep in zijn manifest om de ketenen af te werpen. Of met andere woorden ook de attractie flink wat te relativeren door een stukje reflectie en tijd voor jezelf: niets doen!

John Hacking

22 september 2015

[i] der blaue reiter. Journal für Philosophie. 36. Ausgabe – 2014 Luxus. 20 Jahre der blaue reiter. 20 Jahre Luxus des Denkens, p. 18

[ii] der blaue reiter. Journal für Philosophie. 36. Ausgabe – 2014 Luxus. 20 Jahre der blaue reiter. 20 Jahre Luxus des Denkens, p. 21

feelings