Digitale tijd en ruimte

Digitale tijd en ruimte

De digitale wereld waarin we inmiddels leven gaat ons leven radicaal veranderen. We hebben het nog niet zo in de gaten omdat we nog altijd lichamelijk aanwezig zijn in ruimtes die ons omgeven. Utopieën waarin elk individu met elk ander individu verbonden is worden echter langzaam waar. Menselijke autonomie gebaseerd op de lichamelijke werkelijkheid, het zelf in een lichaam en het zelf dat zich via een lichaam manifesteert in de wereld, het lichaam dat als het ware een autotopos, een zelfplaats is, heeft zijn langste tijd gehad. We staan aan het begin van een nieuwe werkelijkheid waarin het lichaam als lichaam vervangbaar wordt. De eerste stappen zijn gezet: onderdelen van het lichaam kunnen worden vervangen en aangepast. Als we kunnen gaan ingrijpen in de DNA structuur van het lichaam en meer sturend gaan optreden met betrekking tot ziekte, veroudering en het het afsterven van het lichaam, komen er nieuwe perspectieven in zicht die de auteur van het monster van Frankenstein niet had durven of kunnen dromen.

Met ons lichaam bewonen wij de wereld en wij doen dat in de ruimtes waarin we ons leven doorbrengen. Vertrouwde ruimtes, zoals thuis, en vreemde ruimtes, doorgangsruimtes, leerruimtes, heterotopieën, heterotopische ruimtes zoals Michel Foucault die beschreef. In deze andere ruimtes maakt het zelf iets mee, ondergaat het nieuwe ervaringen, zoals het leren in de schoolbanken in de heterotopische ruimte van het schoolgebouw, of de kazerne, of de gevangenis. Naar aanleiding van het begrip heterotopie en in analogie daarvan met betrekking tot het lichaam als ruimte heb ik het begrip autotopie bedacht: de plaats waarin en waarmee het zelf zich manifesteert. Het lichaam is een topos, een ruimte, maar ook meer dan dat. Omdat je je lichaam bent is het plaatselijke, het topos-effect niet alles bepalend. De dimensie van de tijd doet mee in het beleven van de ruimte en het zelf in die ruimte van het lichaam. Het zelf duurt voort. Zolang er bewustzijn en leven is in het lichaam, een zelf dat bij zichzelf is, is er een besef van tijd, van ontwikkeling, van voortgang. Het lichaam laat zien wat het betekent om ouder en om oud te worden. Het lichaam leert het zelf dat de tijd voortgaat en nooit terugkeert op zijn schreden. Het lichaam maakt de tijdelijkheid van de menselijke existentie absoluut zichtbaar. De mens is als lichaam een aporie, een doodlopende weg. Er komt een einde aan. Het lichaam is daarvoor het meest tastbare bewijs. Voor het zelf in het lichaam is het het meest tastbare dat de tijd zijn tol eist en aanwezig is.

Tijd is zo als abstractum geen afgeleide meer (verbeeld in het uurwerk), maar concreet ervaarbaar in het lichaam. Je voelt de tijd verstrijken, een bron van inspiratie voor dichters die over tijd, de seizoenen en het leven dichten. Het lichaam als autotopos is dus ruimte en tijdservaring ineen voor het zelf. Het zelf is zelfbewustzijn en onlosmakelijk verbonden met het zelf als lichaam. Bewustzijn van en bewustzijn actief in het lichaam horen bij elkaar en zijn slechts in conceptuele zin te onderscheiden: dat wil zeggen ik heb mijn lichaam dat ik ben en ik ben mijn lichaam dat ik heb. Zijn en hebben vallen samen en het bewustzijn is de manifestatie daarvan. Ruimte en tijd concretiseren samen de structuren van dit bewustzijn dat lichamelijk is en dat op het lichamelijke rust omdat het lichamelijk is en daarin zijn oorsprong vindt.

Maar nu is echter een nieuwe tijd aangebroken. De ruimte van de dagelijkse werkelijkheid werd al overschreden sinds de mens ging rondtrekken en ging reizen. In deze globale wereld is iedereen met iedereen verbonden al was het alleen maar vanwege het feit dat iedereen de effecten ondergaat van bijvoorbeeld klimaatveranderingen. De autonomie van de mens, de van zichzelf gedroomde goddelijke status is illusoir in een wereld waarin het individu mede gevormd en bepaald wordt door alle andere individuen. Negatieve en positieve effecten van het menselijk handelen betreffen vanaf de 20e eeuw alle mensen: je kunt je niet meer verstoppen op deze globe. Je kunt je niet meer onttrekken en leven alsof je alleen op de wereld bent. Dat is voorgoed voorbij. Maar dat is allemaal nog in ruimtelijke zin gedacht.

Met de uitvinding van de digitale communicatiemiddelen en technieken verandert onze wereld radicaal omdat wij ons daarmee op niet lichamelijke wijze kunnen manifesteren. We treden als het ware buiten onszelf en buiten ons lichaam als we gebruik maken van digitale middelen. Dat is natuurlijk niet meteen inzichtelijke zolang je vasthoudt aan het beeld van een tikkende persoon op een toetsenbord achter een beeldscherm. Zoals het lichaam nog nodig is om te ervaren en om door te geven lijkt dit alles vreemd en vergezocht. Maar de schijn bedriegt.

Door onze activiteit in de digitale wereld worden we knooppunten van informatie en van actie of gedrag. We zijn een soort van autonodus, zelfknooppunt, in een netwerk van verbindingen. We zetten informatie in de wereld die via de digitale weg wordt verspreid. Maar we ontvangen ook en we zijn doorgeefluik van informatie. Voor ons zelf zijn wij een autonodus, maar voor andere knooppunten in het netwerk zijn wij een heteronodus, een ander knooppunt waarmee wij in contact staan en dat mede invloed op ons uitoefent. Kortom de digitale werkelijkheid noodt ons ertoe op een andere wijze na te denken over onze plek in het geheel zowel in ruimtelijke als in tijdelijke zin. De vertrouwde categorieën van ruimte en tijd werken hier niet meer. Tijd en ruimte gaan moeiteloos in elkaar over en de hardware mag dan nu nog wel ruimtelijk invloed hebben, de software waarmee de machines werken past zich zienderogen aan en schept nieuwe mogelijkheden en nieuwe omstandigheden.

Vanuit een vertrouwd ruimte- en tijdsconcept vanuit de lichamelijke werkelijkheid is dat niet makkelijk voor te stellen. Dat blijkt ook uit de krampachtigheid waarmee sommige mensen hun handelen in de digitale wereld willen beheersen en willen sturen opdat er geen schadelijke effecten ontstaan. Maar de kern van de digitale werkelijkheid is, dat als alles digitaal kan worden omgezet wat we denken en wat we doen, er geen waarheid meer is: elke waarheid, elke vorm van beleefde werkelijkheid, (zolang we een lichaam hebben dat selecteert), is een verzameling van digitale codes die dat geheel (van codes) tot ervaarbare werkelijkheid maken. En die we krijgen we dan weer voorgeschoteld op ons beeldscherm. We leven niet meer direct maar indirect. We ervaren de werkelijkheid via een machine, via techniek, via hulpmiddelen en niet meer direct via ons lichaam in een ruimte.

Vallen in de werkelijkheid het lichaam en de ruimte die ons omgeeft, niet samen, de autotopos valt niet met een heterotopos samen, in de digitale werkelijkheid zijn ze wel te onderscheiden, maar dat onderscheid is eerder conceptueel dan realiteit. Autonodus en heteronodus vallen dus samen en dat heeft gevolgen voor de wijze waarop wij met elkaar omgaan als individuen. Als elk mens wordt opgenomen in deze digitale werkelijkheid en daar deel van uitmaakt betekent dat ook dat er buiten deze vorm van digitaliteit eigenlijk geen bestaan meer mogelijk is als subject. Als je niet bent geregistreerd besta je niet. ‘Sans papier’ betekent non-existentie.

We leven dus al grotendeels in parallelle werelden: de materiële en de digitale wereld. Wij proberen ze bij elkaar te houden maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat de digitale wereld de beste papieren heeft voor de toekomst en dat de materiële wereld in het defensief wordt gedwongen omdat ze te eenvoudig, te beperkt en te veel een wegwerpartikel aan het worden is. De oorlog is het beste voorbeeld voor deze laatste stelling: mensen worden als wegwerpartikel, als kanonnenvoer, ingezet en verbruikt. Dat is al zo oud als de mensheid maar de toekomst zal er waarschijnlijk niet beter op worden.

De echte scheiding in de mensheid zal gaan bestaan tussen de ‘have’s and have’s not’ – niet op het niveau van materiële rijkdom maar op het terrein van kennis en digitale mogelijkheden en vaardigheden. In de digitale wereld hebben wij ons als het ware al overgeleverd aan de machines. Zonder de machine staan wij met lege handen en moeten we zwoegen en zweten om iets voor elkaar te krijgen. Het lichaam kan maar een beperkte arbeid aan en op een bepaald moment is het voorbij. De machine streeft naar duur, naar eindeloosheid, naar eeuwigheid want elk onderdeel is vervangbaar en kan in een betere vorm worden gegoten. Als het menselijk lichaam deel van een machine gaat worden, als het onderdeel van het machinale denken is geworden, dan zal het ons niet meer kunnen leren wat tijd is, wat eindigheid is, wat dood is. De menselijke existentie is dan een machinale existentie geworden, een voortbestaan in artificiële vormen, drijvend op de wolken van geniale softwareontwerpen, in een hemel die geen grenzen kent.

Ruimte wordt in de digitale wereld anders en tijd dus ook. Tijd als na elkaar is ruimte voor dat na elkaar. De tijd wordt de nieuwe ruimte waarin de digitaliteit zich manifesteert. De digitaliteit is machinegebonden, maar de machines vervangen zichzelf zolang er grondstoffen zijn, zolang er gerecycled kan worden. Kan het zelfbewustzijn van de mens, kan het zelf van de mens zich hierin handhaven ook al is het lichaam als materiële werkelijkheid opgeheven? Dat is een vraag voor de toekomst. Als het zelf en het zelfbewustzijn mee evolueert en digitaliseert is het probleem opgelost. Dat heeft de mens zichzelf als lichamelijke existentie overbodig gemaakt. Het zal z’on vaart niet lopen (ik maak het niet meer mee) maar het blijft boeiend om hierover na te denken welke kant het op zal gaan met ons mensen.

John Hacking 19 oktober 2016

Een gedachte over “Digitale tijd en ruimte

Reacties zijn gesloten.