Vreemdeling

De vreemdeling neemt in de bijbel een bijzondere plaats in. Politieke partijen die zich op “Joods-christelijke” wortels beroepen zouden zich hiervan meer bewust mogen zijn als zij een anti-vluchteling standpunt innemen in het politieke debat. Ook populisten die aan-schuren tegen het christelijke en bijbelse gedachtengoed omdat ze zo hopen meer stemmen te krijgen, kunnen dat in hun oren knopen. Anti-emigratie retoriek staat haaks op het bijbelse gedachtengoed en is er direct mee in conflict. De rabbijn Jonathan Sacks maakt dat meer dan duidelijk in een van zijn commentaren op het bijbelse boek Exodus. Daar staat bijvoorbeeld:

Vreemdelingen mag je niet slecht behandelen of onderdrukken, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. (Exodus 22:20)

Vreemdelingen mag je niet uitbuiten. Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn [letterlijk: jullie kennen de ziel van een vreemdeling], omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte. (Exodus 23:9)

Kijken we wat nauwkeuriger naar de tekst, dan schrijft Sacks:

“Het woord geer zelf wordt niet gedefinieerd in de Tora. Er zijn nog andere woorden voor vreemdeling, namelijk zar en nochrie. Die woorden duiden nog meer een gevoel van ‘vreemdheid’ aan, iemand die van buitenaf komt. Het woord geer daarentegen duidt iemand aan die geen Israëliet is van geboorte, maar al wel voor langere tijd in de Israëlitische samenleving woont.

De mondelinge traditie kent twee vormen van geer: de geer tsedek of bekeerling (Ruth is daarvan het klassieke voorbeeld), en de geer tosjav of inwonende vreemdeling’ die ervoor gekozen heeft om in Israël te wonen zonder zich te bekeren tot het jodendom. In plaats daarvan houdt hij zich aan de zeven noachitische geboden, die verplicht waren voor heel de mensheid. Wetgeving betreffende de geer tosjav is de bijbelse vorm van rechten voor minderheden.”(einde citaat)

Vluchtelingen zijn vreemdelingen, ze komen van elders. Soms verblijven ze een korte tijd in ons land en is ons land doorvoerplek, soms verblijven ze voor langer. Of voor altijd als er geen alternatieven meer zijn om terug te keren of om ergens anders heen te gaan. Dan zijn ze een soort van geer tosjav, een minderheid die in ons land woont en die zich op de een of andere wijze aanpast.

Als autochtone inwoner van het land mag je een vreemdeling volgens bijbelse opvattingen niet slecht behandelen en/of onderdrukken. Sacks zegt hierover en ik citeer hem uitgebreid omdat het een kern raakt van ons samenleven in een maatschappelijke ruimte die wij met velen delen:

“Onderdrukken duidt op geldmisbruik en uitbuiting, financieel voordeel halen door mensen te beroven of door ze te veel te laten betalen. Met slecht behandelen wordt verbaal misbruik bedoeld waarbij men een vreemdeling herinnert aan zijn of haar afkomst: Zoals er misbruik is bij het kopen en verkopen, zo is er ook misbruik van woorden … Als een persoon de zoon is van een proseliet, mag je hem niet bespotten door te zeggen: ‘Denk aan de daden van je voorouders’, want er staat geschreven: ‘Vreemdelingen mag je niet slecht behandelen of onderdrukken;

Rabbi Jochanan zei in de naam van rabbi Sjimon bar Jochaj: Een ander beschadigen met woorden is erger dan het benadelen van een ander om geld, want bij het eerste staat geschreven: Toon ontzag voor je God, maar niet bij het tweede. Rabbi Eleazar zei: Het ene raakt de persoon, het andere alleen zijn geld. Rabbi Sjemoeel bar  Nachmani zei: Bij het een is herstel mogelijk, bij het andere niet. De nadruk op het verbaal misbruik is typisch voor de wijzen met hun gevoeligheid voor de taal als de schepper en de vernietiger van sociale verbanden. Rabbi Eleazer merkt op dat harde en neerbuigende woorden het zelfbeeld en zelfrespect van mensen kan aantasten op een manier die andere vormen van wangedrag niet kennen. Daar komt nog bij, zoals

rabbi Sjemoeel bar Nachmani duidelijk maakt, dat de schade van financieel misbruik kan worden hersteld en die van kwetsende taal niet. Zelfs na een excuus blijft de pijn bestaan (en ook de schade aan een reputatie). Een vreemdeling is bijzonder gevoelig voor zijn of haar status in de samenleving. Hij of zij is een buitenstaander. Vreemdelingen delen niet dezelfde herinneringen en hetzelfde verleden als de mensen die zijn opgegroeid in de betreffende samenleving, waardoor zij een gevoel hebben dat ze erbij horen. Vreemdelingen zijn zich bewust van hun kwetsbaarheid.

Daarom moeten we oppassen om hen niet te beschadigen door hen eraan te herinneren dat ze niet een van ons’ zijn.” (einde citaat)

Daar kunnen we in onze samenleving nog wat van leren. Op ‘sociale’ media worden ‘anderen’, vreemdelingen, die niet in ons plaatje passen vaak weggezet en beledigd. Scheldpartijen en verwensingen zijn vaak niet van de lucht. Op straat worden mensen nageroepen. Velen die hier vreemd zijn voelen zich onvrij, zij voelen zich niet thuis. Politieke partijen die al jaren afgeven op moslims, op vluchtelingen, of mensen van elders doen niets anders dan mensen kwetsen en zij geven hen een onveilig gevoel, een gevoel van minderwaardigheid. Dat staat haaks op het bijbelse denken waarin de vreemdeling net zo moet worden behandeld als de volksgenoot en als je eigen gezinslid. In grote steden ontstaan wijken waar een scheiding bestaat tussen mensen van verschillende afkomst. In de Verenigde Staten is de zwarte mens in veel delen van het land nog steeds niet geaccepteerd als volksgenoot, idem de ‘Hispanic’ of de vluchtelingen van elders. In Nederland is het vaak niet anders als zwarte volksgenoten een kritisch geluid laten horen in de politiek bijvoorbeeld als het gaat over een kwestie als ‘zwarte piet’ of het kolonialisme, de slavernij en de uitbuiting van mensen in de gebieden die door Nederland waren bezet. De Verenigde Oost-Indische en West-Indische Compagnie werden beiden gerund door christenen die slavernij vanzelfsprekend vonden en het uitbuiten van hele bevolkingsgroepen doodnormaal. Als er maar geld werd verdiend, het maakte niet uit hoe. Slavenhandel was lucratief, plantages met slaven idem dito. Wij hoeven ons als Nederlanders niet op de borst te kloppen. Onze rijkdom is ook voor een groot deel verworven door onrechtvaardige praktijken en de volle kerken op zondag hebben daar niets aan afgedaan. De zogenaamde ‘gouden eeuw’ was een bloederige rode eeuw, oorlog en geweld, uitbuiting en slavernij maakten er deel vanuit.

Jonathan Sacks vermeldt dat wij vanuit bijbels perspectief de vreemdeling niet alleen niet mogen onderdrukken of slecht behandelen maar dat wij hem zelfs moeten liefhebben. Dat is zeker een brug te ver vermoed ik voor al die populisten die tegen vreemdelingen zijn en die haat zaaien onder het volk. Daarom is het ook in mijn ogen absurd als zij zich en public aanmatigen verwantschap te voelen met bijbelse waarden. Als zij zich zeggen thuis te voelen in een  christelijke cultuur die de bijbelse uitgangspunten hoog in het vaandel heeft staan. Over het liefhebben van de vreemdeling schrijft Sacks, ik citeer:

“Iemand die als vreemdeling in jullie land verblijft, mag je niet onderdrukken. Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelfvreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de HEER, jullie God. (Leviticus 19:33-34) 

Deze bepaling komt voor in hetzelfde hoofdstuk als het gebod ‘Heb je naaste lief als jezelf (Leviticus 19:18). Later, in het boek Deuteronomium maakt Mozes duidelijk dat dit een eigenschap is van God zelf: Want de HEER, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; Hij verschaft weduwen en wezen recht,

neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte. (Deuteronomium 10:17-19)” (einde citaat).

Wat betekent dit ‘liefhebben als jezelf’ van de vreemdeling? Je kunt dat lezen in de vorm die Immanuel Kant daarvoor bedacht: handel zo, zoals je zelf behandeld wilt worden. Maar ik vermoed dat het bijbels uitgangspunt nog een stuk verder gaat. Het is niet alleen een kwestie van iemand behandelen, iemand te woord staan, iemand helpen als hij/zij erom vraagt. Het bijbelse gebod spreekt over liefhebben. Dat gaat een stuk verder: dat is zelfrespect, zelfwaardering, self-support, zelfvertrouwen, zelfacceptatie en opkomen voor zichzelf in één – als vorm van zelfliefde. Je mag er zijn en je bent goed zoals je bent. Deze vorm van zelfwaardering en zelfacceptatie geldt dan ook ten aanzien van je naaste, je medemens, de vreemdeling. Wie durft dat aan tegenover een vreemde? Wie durft zijn oorspronkelijk vrees, zijn angsten, zijn spoken, te overwinnen om recht te doen aan de vreemde, aan de vreemdeling?

Sacks wijst erop dat het Joodse volk al eeuwen vertrouwd is met het vreemdeling zijn. In tal van landen werden lotgenoten vervolgd en soms uitgeroeid. Pogroms, opsluiting in getto’s, uitbuiting, behandeld als minderwaardig, en uiteindelijk in Wereldoorlog Twee fabrieksmatig vermoord en verbrand. De ervaring in Egypte tijdens de tijd van de Farao heeft eigenlijk nooit opgehouden in de diaspora. Sacks is zich hier heel goed van bewust. Zijn verhaal krijgt ook een politieke inslag als hij schrijft over deze vervolgingen:

“Dit feit (van de vervolgingen) vormt het hart van de joodse ervaring. Het is geen toeval dat het jodendom is ontstaan uit twee reizen die wegvoerden uit de twee grootste beschavingen van de oudheid: Abraham die wegtrok uit Mesopotamië, en Mozes en de Israëlieten die wegtrokken uit faraonisch Egypte. De Tora is ’s werelds grootste protest tegen  wereldrijken en hun imperialisme. Dit protest heeft vele dimensies. Een daarvan is het protest tegen elke poging om sociale hiërarchie en de absolute macht van heersers te legitimeren in de naam van de religie. Een andere is de onderwerping van de massa aan de staat – gesymboliseerd in enorme bouwprojecten, eerst in Babel, daarna in Egypte, en de slavernij die ze met zich meebrachten. Een derde zijn de wreedheden van volken in de oorlog (die het onderwerp waren van de orakels van de profeet Amos tegen de volken). Maar ongetwijfeld is de grootste wandaad – voor zowel de profeten als de boeken van Mozes – toch wel het misbruik van macht tegenover machtelozen: de weduwe, de wees en bovenal de vreemdeling. Jood zijn is vreemdeling zijn. De conclusie is nauwelijks te vermijden: dat is de reden waarom Abraham opdracht kreeg om zijn vaderland en zijn vaders huis te verlaten; dat is waarom, lang voordat Jozef werd geboren, Abraham te horen kreeg dat zijn nakomelingen vreemdelingen zouden zijn in een vreemd land; dat is waarom Mozes moest vluchten voordat hij het leiderschap van het volk op zich zou nemen; dat is waarom de Israëlieten vervolgd werden voordat ze hun eigen land zouden beërven; en dat is waarom de Tora er op aandringt dat deze ervaring – het steeds opnieuw vertellen van het verhaal van Pesach, samen met de nooit te vergeten smaak van het brood der verdrukking en de bittere kruiden van de slavernij – een permanent deel van het collectieve geheugen moest blijven vormen.”(einde citaat)

Dus, zou ik zeggen, allen die zich willen beroepen op bijbelse uitgangspunten: de houding ten aanzien van de vreemdeling is het echte bewijs dat je kunt leveren als je in de bijbelse traditie wilt gaan staan. Dat geldt voor politieke partijen en hun woordvoerders, idem voor kerkgenootschappen en hun leiders en dat geldt voor individuele gelovigen die het willen opnemen voor de vreemdeling. Durven wij over onze eigen vooroordelen en angsten heen te stappen? Durven we de stap te zetten die in de bijbel zo met veel nadruk wordt aangemoedigd? Heb de vreemdeling lief als jezelf!

Bron:

Sacks, Jonathan, Exodus. Boek van de bevrijding, Middelburg 2019, (Skandalon)

John Hacking

20-02-2020