Individu zijn – persoonlijke autonomie – jezelf zijn.

Dat je bewust bent van je zelf als persoon, dat je jezelf kunt ervaren als een individu met specifieke kenmerken en kwaliteiten, dat je meer bent dan een vertegenwoordiger van een groep, familie, religie, plaats of streek, is eigenlijk in de geschiedenis van de mensheid een tamelijk laat verschijnsel. In onze sterk geïndividualiseerde Westerse samenleving lijkt het vanzelfsprekend dat we ons zelf ervaren als autonome en zelfbewuste individuen.

De discussie rond het weigeren van een vaccinatie tegen Covid-19 op basis van een beroep op de eigen autonomie en vrijheid van handelen en beslissen, met name daar waar het ook ingrijpen in het lichaam betreft, laat zien dat de ervaring van individuele autonomie als een kostbaar en groot goed wordt beschouwd. Zelfs al lopen de andere leden van de bevolking (waaronder de zwakke broeders en zusters) groot gevaar dat ze aan corona zullen overlijden of er ernstige gevolgen aan overhouden, dan nog is dat voor velen geen echte reden om zich dan toch maar te laten vaccineren om het gevaar van besmetting significant te verminderen. Vanuit een soort van overmoed, “ik word niet ziek”, “ik ga het risico aan”, “mijn lijf is mijn verantwoordelijkheid” wordt de persoonlijke autonomie benadrukt. Daarnaast is er de vrees dat het vaccin niet de ernstige gevolgen van corona voorkomt, maar dat je door vaccinatie, waarvan de gevolgen op lange termijn niet vaststaan, net geïnfecteerd wordt met Covid-19. En dan zijn er nog de vele complottheorieën door onverlaten in omloop gebracht (om verwarring en chaos te veroorzaken – een stroom aan valse informatie die ontregelend moet werken in de maatschappij en de maatschappelijke structuren) die bij velen gretig aftrek vinden ook als is er geen klap van waar en is men van mening dat ook deze informatie waardevol is: “om je autonomie tegenover een machtige overheid te verdedigen is elke actie goed, ook al berust je overtuiging op van horen zeggen.” In de trant van: “allen die het niet met me eens zijn, beschouw is als de ‘vijand’, waar ik me niks van aan hoef te trekken.”

Als je je eigen autonomie tot nummer een maakt in je leven – zelfbeschikking – en het recht hierop, in elke situatie, ongeacht de gevolgen voor je medemens (die net zoveel recht heeft op die autonomie in zijn leven), of met andere woorden, dat jouw vrijheid om te kiezen van groter belang is dan de vrijheid van veel anderen, dan zit je in mijn ogen op een dwaalspoor. Jouw vrijheid wordt ingeperkt door de vrijheid van alle anderen, daar ligt de grens, en dat geldt ook voor autonomie. Vanuit mijn persoonlijke opvatting van autonomie zou ik graag in een samenleving willen wonen waarin iedereen rekening houdt met alle anderen. In alle verscheidenheid, met alle verschillen, met alle opvattingen en gemaakte keuzes, proberen zo samen te leven dat het leven voor iedereen leefbaar en waardevol blijft. Dat dit geen makkelijke zaak is leert ons de geschiedenis van oorlogen en geweld, van onderdrukking en uitroeiing van andersdenkenden. Hannah Arendt kijkt naar de mens vanuit het perspectief dat deze na zijn geboorte (waar hij niet om heeft gevraagd), toch altijd weer opnieuw kan beginnen. Daarin bestaat zijn vrijheid. Voor haar hangt die vrijheid van telkens opnieuw beginnen ook samen met het idee van democratie, een samenleving waar iedereen tot zijn/haar recht kan komen. Rüdiger Safranski, een Duitse filosoof, schrijft over Hannah Arendt in dit licht:

Es ist diese zweite Geburt, die Geburt aus Freiheit, die Hannah Arendt mit ihrer Philosophie des Anfangens eigentlich meint. Denn erst mit dieser zweiten Geburt ergreift man seine Freiheit und ermutigt sich zur Spontaneität und Initiative. Erst sie ist die existentielle Tat, die Zuversicht begründen kann.

Bei Hannah Arendt führt dieses Verständnis des Anfangens zur Idee des Zusammenlebens in demokratischem Geist. Jeder Neuankömmling, erklärt sie, ist für das Miteinander ein Gewinn, vorausgesetzt, man lässt ihn überhaupt anfangen, das heißt seine unverwechselbaren Möglichkeiten entwickeln. Das ist die Chance der Demokratie: Sie bewirkt und bewahrt die Lebendigkeit der Gesellschaft dadurch, dass die Einzelnen einander dabei helfen, jeweils neu anzufangen. Doch die damit einhergehende Nichtübereinstimmung der Individuen muss lebbar bleiben. Das leistet die Demokratie mit ihrem rechtsstaatlichen Regelwerk, das den Differenzen und der Pluralität einen Rahmen gibt. Nur so entsteht die Balance zwischen Einheit und Vielheit. Jeder kommt von einem anderen Anfang her und wird an einem ganz eigenen Ende aufhören. Das anerkennt die Demokratie, indem sie bereit ist, die Auseinandersetzung um die Fragen des gemeinsamen Lebens immer wieder neu beginnen zu lassen. Auch van der Demokratie gilt: Sie lebt nur, wenn sie immer wieder mit sich anfängt. Worauf es Hannah Arendt ankommt, ist die Bewahrung einer politischen Kultur, die es jedem erlaubt, seinen Anfang zu machen – oder wenigstens nach ihm zu suchen. Für das individuelle Anfangen jedenfalls sind die politischen Projekte, welche die Welt aus einem Punkt kurieren wollen, das Ende. Das hatte Hannah Arendt in ihrem Totalitarismus-Buch gezeigt. (Pag. 217)

Ons individuele zelfbewustzijn verschilt waarschijnlijk in grote mate van het bewustzijn van de eerste mensen die als jagers en verzamelaars hun leven moesten zien te leiden. In groepsverband, in stamverband, als familie en als organische eenheid die voortdurend op elkaar was aangewezen. Ook al zijn we nu meer dan 100.000 jaar verder in de ontwikkeling, veel van wat toen gold, geldt zo vermoed ik nog steeds. Maar in onze geïndustrialiseerde en stedelijke samenlevingen lijkt het wel eens alsof ieder voor zich hier woont en leeft. Voortgekomen uit een gezin, uit ouders, met een familie, proberen we zelf ook weer verbanden te scheppen met betekenisvolle anderen. Hoe sterk ‘stamverband’, groepsdwang en andere mechanismen en vormen van beïnvloeding zijn als het om bepaalde doelen gaat blijkt uit oorlogen waarin hele volksstammen tegen elkaar optrekken, bij voetbalrellen waar de tegenstanders genadeloos worden belaagd en bedreigd, bij protestmarsen als de woede van de demonstranten zich keert tegen de overheid en de gezagsdragers die het geweld moeten intomen. In de massa vergeet het individu dat hij meer is dan een kuddedier en wordt de eigen autonomie zonder slag of stoot ingeruild voor de beweging van het geheel. De gevolgen zijn vaak nefast. De uitkomst levert meestal niks op wat echt van waarde is. Als de kruitdampen zijn opgetrokken blijven velen teleurgesteld en verbitterd achter. De actie heeft niets opgeleverd, niets structureels, en niet momentaan. Veel filosofen en theologen hebben dan ook geen goed woord over voor het ‘gepeupel’ en hun acties. Luther spreekt over de ‘vleselijke’ mensen, zij die niet de ervaring hebben gehad van een geestelijke deelname aan de genade van God, zoals hij die zelf ervaren heeft op sommige momenten van zijn leven. De filosoof Montainge spreekt over een kuddedrift in ons innerlijk waarvan we ons moeten afkeren om ons ‘ware’ zelf te ontdekken.

Luther was een van de eersten die nadruk legde op het feit dat we allemaal alleen voor God staan en dat geldt ook voor onze dood. Safranski schrijft daarover:

Luthers Suche nach einem gnädigen Gott fuhrt auf den Weg der Verinnerlichung und Vereinzelung. Es muss einem klar werden, dass man alleine vor Gott steht, wie jeder auch seinen eigenen Tod stirbt. Luther setzt auf das, was man später Existenz nennen wird. In der ersten Predigt nach dem Wartburg-Asyl am 9. Marz 1522 in der überfüllten Pfarrkirche von Wittenberg sagt er: Wir sind allesamt zum Tod gefordert, und keiner wird für den anderen sterben, sondern jeder in eigener Person für sich mit dem Tod kämpfen … Ich werde dann nicht bei dir sein noch du bei mir … Wie den Tod, so muss man auch den Glauben in eigener Person vollziehen, als Einzelner.

Diese radikale Individualisierung und existentielle Verinnerlichung des Glaubensvollzugs ist das epochal Neue bei Luther. Hier beginnt eine neue Freiheit des Christenmenschen, denn der Einzelne wird losgebunden van den institutionellen Mächten der kirchlichen Glaubensbewirtschaftung, das religiöse Ingenium wird jetzt ein Privatbesitz, über den jeder selbst verfügt. (Pag. 37-38)

Met Luther begint de nadruk op de individuele geloofsbeleving. De Deense filosoof Sören Kierkegard zal dit op een geheel eigen wijze in zijn leven vertalen als hij vraagt wat het betekent om christen te zijn in de maatschappij van zijn tijd. Ook hij moet niets hebben van een religie die zich gedraagt als een religie van een ‘stam’ of ‘groep’. Het komt erop aan dat je als individu kunt ervaren en voltrekken wat geloof, liefde en verlossing inhoudt. Kierkegard zoekt existentiële waarheid, dat wil zeggen een waarheid die op hem als persoon, als mens betrekking heeft en die niet is opgelegd vanuit een instituut of organisatie. Deze waarheid in het persoonlijke leven daagt uit om te kiezen en om een persoonlijke en eigen weg in te slaan. Hij legt hiermee de basis voor de gedachten van andere filosofen na hem die dit ‘existentialisme’ verder zullen uitwerken. Een van die filosofen is de Duitse filosoof Karl Jaspers. Safranski schrijft over hem:

Wohin kommt man, wenn man zu seiner Existenz kommt, was hat man verloren, wenn man von ihr abgeschnitten wird?

Existenz ist für Jaspers das Selbstsein des Einzelnen; es ist jene Dimension der Erfahrung, von der aus das gesellschaftliche Leben mit seinen Rollenspielen, Ritualen und Rivalitäten als Äußerlichkeit erscheint. So ist man und ist es doch nicht. Jaspers verwendet das Bild der Schalen, die einen Kern umschließen. Das wahrhafte Ich… stoßt Schalen seines Selbst, die von ihm als unwahr beurteilt werden, ab, aber um das tiefere und eigentliche, unendliche, wahre Selbst zu gewinnen.

Der Persönlichkeitskern – das ist die Existenz. Sie ist innerlich, doch sie will und muss sich äußern, ausdrücken und handeln. Die innere Wirklichkeit genügt nicht, auch deshalb nicht, weil sie, wenn sie innen bleibt, nur eine Möglichkeit ist. Sie will hinaus, das ist unvermeidlich und doch auch mit einem Risiko verbunden, denn es kann geschehen, dass die Existenz in diesem Draußen, im Handeln, Sprechen, Darstellen, sich verliert und eben nicht ihre angemessene Gestalt findet. Die Existenz, als Selbstsein, ist ständig in der Gefahr der Selbstentfremdung.

Es gibt aber nicht nur die äußerliche Selbstentfremdung, die sogleich gespürt wird. Komplizierter und verdeckter verhält es sich mit der innerlichen Selbstentfremdung. Man kann sich verfehlen gerade beim Versuch, sich zu ergreifen. Das Selbst ist keine feste Substanz, wie die Metapher des »Kerns« suggeriert, sondern es ist etwas Dynamisches, eher ein Geschehen als ein Sein. Das Selbstsein der Existenz ruht nicht in sich, es ist in Bewegung als Vollzug eines Selbstverhältnisses.  Eins teilt sich in zwei. Das ist das Mysterium der Person. In ihr gibt es eine Polarität zwischen dem Ich und seinem Selbst. Ich begegne – mir, ich erkenne – mich. Das Ich will sich mit seinem Selbst verbünden, will daraus seine Kraft ziehen. Das Ich will Ich-Selbst werden. Genau das bedeutet: existentiell. (Pag. 197-198)

Jaspers snijdt hier een belangrijk punt aan: in de omgang met onszelf is er sprake van een zekere mate van vervreemding. Wij zijn niet ‘baas in eigen huis’. Ook Sigmund Freud was hiervan overtuigd wat uit talrijke van zijn geschriften blijkt. Het ‘onderbewuste’ bepaalt vaak de spelregels en stuurt ons gedrag. Actueel wordt dit ook zichtbaar in het gebruik van verdovende middelen en allerlei kunstmatige stoffen om ‘uit je dak te gaan’, te ‘feesten, chillen’ en uren lang op muziek te dansen. Het verlangen naar ‘kicks’, naar een toestand van overgave, extase en genot, laat zien dat er in een mens driften heersen die sterker zijn dan het gezond verstand. Dat veel verdovende middelen – ze heten niet voor niets ‘verdovend’ – ze verdoven het besef, de realisering van een hier en nu, dat misschien veel minder prettig is – verslavend werken is een gevolg van het ondoordacht gebruik ervan. Hoe groter de kick hoe dieper je kunt vallen na dit experiment. Als er iets was dat veel jongeren hebben gemist tijdens de corona-pandemie, dan waren het wel de festivals en feesten vaak in combinatie met het gebruik van allerlei middelen. Maar realiseren zij zich wel dat het gebruik van cocaïne, xtc en al die andere kunstmatige euforie-verhogende middelen (zie ook de informatie van Jellinek: https://www.jellinek.nl/informatie-over-alcohol-drugs/drugs/overige-middelen/tripmiddelen-psychedelica/) – een bijdrage levert aan de criminalisering van onze maatschappij en de bodemvervuiling door afvalstoffen die overblijven na de productie van deze middelen, omdat alles in de natuur en in het riool en de mestopslagplaatsen wordt gedumpt? Boeren rijden hun mest uit over het land, de koeien eten het gras en wij krijgen via de melk en het vlees al deze rotzooi binnen. Miljarden gaan om in productie en verkoop van deze verdovende middelen, Nederland is doorvoerhaven en kerngebied voor deze handel, met criminele afrekeningen en witwassen en beïnvloeding van de plaatselijke politiek. Als gebruiker ben je medeverantwoordelijk want je dient deze maffia met je gebruik. Jouw autonomie om te gebruiken, om je leven zelf op deze manier in te richten heeft consequenties voor de rest van de samenleving. Jouw kick heeft een hoge prijs. Jouw autonomie is een sprookje dat een slechte afloop kent. Je gedrag kan als een boemerang in je gezicht terugkeren, als je later zelf ziek wordt, als de omgeving waarin je leeft door en door verpest wordt door de gevolgen van je vrijheid om te slikken en te snuiven wat je zelf wilt.

Wat Karl Jaspers in zijn werk laat zien als hij de relatie onderzoekt van het ik met zichzelf, dat de autonomie waar velen zich op beroepen – vanuit het idee dat ze weten wat ze doen en dat ze voldoende overzicht / kennis hebben – eerder fictie is dan werkelijkheid omdat het ik zich zelf nauwelijks kent. Als het ik zich zelf wil onderzoeken kan het gebeuren dat het zelf zich terugtrekt, dat het zich verstopt, iets wat ook Montainge heeft ontdekt. Jezelf vinden, aankomen bij de kern van je wezen, je ‘diepere’ zelf is dan ook een cadeau wat je niet elke dag meemaakt. Grenservaringen, de confrontatie met dood, ziekte, verlies etc. drukken je met de neus op het feit dat je niet de baas bent en dat je in deze situatie een weg moet vinden om overeind te blijven. Dat kan alleen maar als je rust in je basis, als je geland bent in je zelf, als je diepgang en houvast vindt in jezelf en dat gene waar je voor staat. Safranski schrijft over deze visie van Jaspers:

Das Ich, sowohl das erkennende wie das handelnde, lebt natürlich immer schon aus seinem Selbst, doch nicht aus dem ausdrücklich ergriffenen. Will ein Ich sein Selbst bewusst ergreifen, kann es geschehen, dass es sich entzieht, dass es, wie Jaspers schreibt, ausbleibt. Solches Ausbleiben ist für Jaspers ein fundamentaler Vorgang, der das Drama eines Scheiterns bei der Existenzgewinnung auslösen kann. Der Selbstbezug kann nicht erzwungen werden, zu ihm gehört immer auch ein Gelingen, dessen man selbst nicht mächtig ist. Ich werde mir doch nur geschenkt, heißt es in diesem Zusammenhang. Solch ein Geschenk entbindet allerdings nicht von der Anstrengung der Selbstsuche. Das Ich muss sich auf den Weg machen, damit ihm sein Selbst gewissermaßen entgegenkommen kann. Das Sichselbstwollen bedarf noch eines Hinzukommenden. Das könnte man auch »Gnade« nennen.

Es ist kein alltägliches, andauerndes Geschehen, wenn das Ich zum Ich-Selbst wird. Es sind gesteigerte Augenblicke, vor allem in den herausfordernden Grenzsituationen van Tod, Leiden, Kampf, Schuld, aber auch van Glück, Gelingen und Macht. Und es gehört zum forcierten Anspruch des Jasper‘schen Werkes, den nachvollziehenden Leser in eine solche Grenzsituation, wenn auch zunächst nur eine vorgestellte, zu versetzen.

Diese Existenzphilosophie versteht sich als Weckruf. Das Ich wird zu seinem Selbst zurückgerufen. Der unterschwellig religiöse Sinn dieses Unternehmens ist unverkennbar: Es geht um eine Art Bekehrung zu sich selbst, eine Hinwendung zur eigenen Existenz.

Das ins Alltägliche verstrickte und entfremdete Ich soll aufwachen. Es soll hell in ihm werden, es soll selbstbewusst werden, doch ohne egoistische Verzerrung. Denn das Ich soll sich nicht nur nach innen, sondern auch nach außen öffnen, zu den Anderen hin, zur Welt insgesamt, allerdings ohne sich darin zu verlieren. Der existentielle Selbstbezug bleibt das lebendige Zentrum und der Rückhalt für die Öffnung. Diese ursprüngliche Bindung des Ichs an sein Selbst ist für Jaspers verbunden mit dem Gefühl des Unbedingten. Das Selbst ist etwas, was sich nicht zum Ding machen lassen will. Das Selbst lebt aus Freiheit, erklärt Jaspers, und, was damit zusammenhangt, es vermag zu transzendieren. (Pag. 198-199)

Voor Jaspers bezit het zelf grote krachten als het zich open durft te stellen voor de wereld om zich heen. Als het vanuit de innerlijke kern keuzes durft te maken waardoor het zelf en alle anderen waarmee je verbonden bent, tot hun recht kunnen komen. Dus niet een blind hameren op de eigen autonomie, trouwens wat is autonomie, als je jezelf nauwelijks kent, als je nooit echt op de proef bent gesteld, als je nooit voor de grote dilemma’s van het leven, de confrontatie met dood en verdriet, hebt gestaan? Pas vanuit een zelfbewustzijn dat gegrond is en dat verantwoordelijkheid kan en wil dragen voor de eigen keuzes kan er iets van vrijheid ervaren worden, van een scheppende vrijheid die ook de wereld kan dienen omdat de mensen, de maatschappij, de samenleving er als geheel beter van wordt. Voor Jaspers ligt deze ervaring van vrijheid die scheppend in het handelen ten goede tot stand komt – zoals vrijheid geen einddoel is, maar vrijheid is de weg zelf – ook aan de basis van een nog grotere ervaring: transcendentie. In de ervaring van je ‘gegrond’ zelf, in de ervaring van je vrijheid tot handelen, zoals dat ook bij Hannah Arendt ter sprake komt, ligt de mogelijkheid van een alles overstijgende ervaring: je kunt je opgenomen voelen in een groter geheel. En door deze ervaring kun je anders tegen het leven en de mensen aan gaan kijken. Het draait dan niet om jou (kleine, beperkte) ego, maar je bent deel van het geheel. En dat besef, dat niet met woorden te beschrijven intuïtieve ervaren van het geheel, wordt in de verschillende religieuze tradities een moment van verlichting genoemd. Safranski beschrijft dit zo bij zijn tekst over Karl Jaspers:

Freiheit ist für Jaspers mit dem Schöpferischen verbunden, das uns befähigt, etwas wirklich werden zu lassen, was es so noch nicht gab. Wer etwas wirklich werden lasst, ist offen für die Möglichkeiten und doch auch imstande, sich zwischen ihnen zu entscheiden. Möglichkeitssinn und Entscheidungsfähigkeit zusammen ergeben die schöpferische Freiheit. Diese Freiheit verhindert die alternativlose Gefangenschaft im Wirklichen. Sie eröffnet Spielraum. Freiheit, konnte man sagen, behalt den Fuß in der Tür. Freiheit hält offen.

Hier findet Jaspers den Übergang zu seinem anderen großen Thema: der Transzendenz. Denn wo es Offenheit gibt, kann der Mensch Grenzen überschreiten, kann er also transzendieren. Er transzendiert in das letztlich Unbegreifliche, im Selbst und draußen in der Welt. Jaspers nennt es das Umgreifende. Ein anderer Name für das, was sonst »Gott« genannt wird.

Dieser Transzendenzbezug prägt bei Jaspers den Selbstbezug. Er ist dessen eigentliches Fundament. Denn wenn das Ich sich auf sein Selbst hin öffnet, lässt es sich auf eine dynamische Bewegung des Öffnens ein, und dann gibt es von einem bestimmten Punkt an kein Halten mehr: die Öffnung ins Unabsehbare. Das Selbst öffnet sich für ein umfassenderes Selbst, für das Sein insgesamt. (Pag. 200-201)

In een wereld waarin vaak het houvast ontbreekt, omdat mensen niet weten waarom en waarvoor ze leven en zouden willen leven, is de zoektocht naar het zelf, de innerlijke kern van je bestaan, een existentiële mogelijkheid om houvast te vinden in je zelf. Maar dat is een zelf dat zich bewust is van het feit dat het gedragen wordt, dat het zichzelf draagt in daden die vrij zijn, in de keuzes die het maakt, maar ook in de ervaring dat de wereld groter is dan de omtrek van mijn individueel bewustzijn, groter dan de intenties van mijn willen en verlangen, groter dan de angsten en vreugdes die ik in mijn leven mag ervaren. Ik vermoed dat op het niveau van rationeel redeneren dit minder ervaarbaar is, minder ‘einleuchtend’, omdat er te vaak alleen maar argumenten heen en weer vliegen die niet of nauwelijks overtuigen omdat velen zich hebben ingegraven in hun eigen gelijk. Misschien is het niveau van het gevoel, het genieten, het intieme, de juiste plek om iets hiervan op te vangen: de muziek. In de ervaring van muziek word je op een andere wijze meegenomen en ben je toch bij jezelf. Je wordt geraakt en je laat je raken, en je ontdekt een andere dimensie van je innerlijke zelf. Je hebt geen verweermiddelen. De muziek die je raakt neemt je mee. Misschien zouden we samen meer muziek moeten maken en beluisteren ook in het politieke debat, ook in de protestdemonstraties, in de samenwerkingsverbanden, de discussies over de waarheden die wij bepleiten en waar we voor willen instaan. En op het terrein van ons autonoom beleven van onszelf. 100.000 geleden was muziek, waren liederen en verhalen in die liederen, de basis om cultuur door te geven. Tot op heden is daar eigenlijk nog niks aan veranderd. Niet alleen de inhoud van het lied, het verhaal, de tekst, maar ook de melodie kan ons dragen en ons vrij maken. Vrij van ons bekrompen ik-bewustzijn, open voor het transcendente waarin we gedragen worden. Laat de gevaccineerde en ongevaccineerde burgers samen zingen – wie weet wat er dan gebeurt.

John Hacking

4 november 2021

Bron:

  • Safranski, Rüdiger, Einzeln sein. Eine philosophische Herausforderung, München 2021, (Carl Hanser Verlag)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.