Studentenkerk overweging 20 maart 2022

Welkom:

Moge de Barmhartige ons ondersteunen en begeleiden en ons vrede schenken. Beste mensen welkom in deze viering op de 3e zondag van de vasten. Afgelopen zondagen ging het over vertrouwen en over uitverkiezing. Vandaag is het thema getrouwheid. God die trouw is aan zijn belofte, trouw aan zijn volk in nood, trouw aan ons als wij ons tot Hem wenden. Inmiddels gaat de oorlog nog door. Dag 25. Velen vrezen om hun leven. Velen zijn al de straat opgegaan om te protesteren, velen zijn vastgezet, in elkaar geslagen in de grote steden zoals Moskou en St Petersburg, hen wacht flinke straffen. De zelfbenoemde tsaar bedreigt alle tegenstanders. In Rusland en elders op de wereld schamen Russen zich voor hun president. In Oekraïne en elders op de wereld, ook hier, bidden velen voor vrede, een einde aan deze gruwelijke oorlog. Wij sluiten ons aan bij dit gebed. Wij proberen te helpen waar we maar kunnen. Vandaag lezen we uit Exodus 6, 2-8: God die zich zijn belofte herinnert aan de aartsvaders en deze nu herhaalt tegenover het volk in slavernij. In Lucas 13, 1-9 wacht een eigenaar op de vruchten van de vijgenboom. De boom krijgt nog een jaar uitstel. Ook wij worden vandaag geroepen om vrucht te dragen, om te laten zien waar wij als christenen voor staan.  Maar laten we eerst bidden – onze harten openen voor allen in nood

Overweging

Laten we de tekst uit Exodus eens letterlijk nemen: God hoort het gejammer, Hij hoort de weeklachten over de slavenarbeid die de Egyptenaren het volk van Israël hebben opgelegd. Dan herinnert Hij zich zijn belofte aan de aartsvaders. Abraham Isaak en Jakob, een dikke vierhonderd of meer jaar geleden. Hij heeft hen toen een nieuw land beloofd. Maar is dat uitgekomen? Ik dacht het niet. Het enige wat bijvoorbeeld Abraham kreeg was een graf. Daarin werd Sara begraven. Meer nieuw land heeft hij toen niet echt gezien. En zeker niet gekregen. Maar ja, ze waren ook nomaden, niet sedentair. Herders die met hun kudde en familie rondtrokken. Wat moet je dan met land als bezit?

Nu wordt aan Mozes en zijn volk de belofte opnieuw gedaan. Maar ook Mozes is het niet vergund het nieuwe land te betreden. Conclusie: de letterlijke lezing – beter gezegd, het letterlijk nemen van de belofte van God heeft nogal wat angels en klemmen, roept vragen op en is discutabel. Claims van de huidige Joden in Israël met een beroep op deze belofte van God zijn dus in feite ook fragwürdig, zeker als dat een reden is om alle Palestijnen te verjagen en hen niet de rechten te geven waar een burger recht op heeft.

Dit conflict en de vraag wie nou het land toekomt, keert ook terug in Lucas. Jezus is in ruziestemming, hij treedt in de voetsporen van Johannes de doper. We kunnen dit profetische kritiek noemen, maar dit optreden wil ook uitdagen. Denk maar niet dan je een haar beter bent dan degenen die zijn omgekomen, alsof zij grotere zondaars waren, met andere woorden: dat ze gestraft zijn voor hun zonden – en dus moesten sterven. Dat schema is veel te simpel. Dat hebben we in het boek Job al gezien. Het gaat erom dat de mensen, de toehoorders, zich omkeren, metanoia, in het Grieks: omkeren op hun schreden! Weg van de valse weg. Om dit helder te maken grijpt Jezus naar de parabel van de vijgenboom. Een vijgenboom krijgt in de lente al vruchten – naast de ontluikende bladeren. Dan zie je meteen wat de oogst gaat worden. Zijn er überhaupt vijgenbomen die geen vrucht vormen? Misschien als ze nog jong zijn? Ik weet het niet. Bij mij thuis krijgt hij ze elk jaar. Zelfs twee keer, ook nog in de zomer, maar die worden dan niet meer rijp. Vaststaat dat de wijngaardenier – die voor de druiven zorgt, de boom nog een kans wil geven en extra moeite wil doen. Hoe moeten we deze parabel verstaan en wat kunnen we er vandaag de dag mee? Is de eigenaar van de wijngaard te ongeduldig? Wil hij te snel resultaat? Voor druiven geldt dat ze eerst op leeftijd moeten zijn, dat ze eerst moeten lijden, in arme grond diep wortelen, de seizoenen doorstaan, en flink gesnoeid moeten worden, opdat ze – als het weer meezit – en er geen schimmels optreden of nachtvorst – vrucht dragen, waar dan wijn van kan worden gemaakt – ook geen simpele klus. Druiven zijn dus nog wat bewerkelijker. Het is daarom misschien dat de  wijngaardenier begrip heeft voor de vijgenboom en zijn vruchteloosheid.

Hoe zit het bij ons? Hoe vruchtbaar zijn wij – en dan bedoel ik dat niet letterlijk. Wat komt er uit onze handen, uit onze monden, uit ons hart? Hoe zetten we ons in voor een betere wereld? Durven we te spreken, durven we wel letterlijk op te komen voor de onmondigen, de machtelozen? Zij, die overgeleverd zijn aan onze goedheid, onze zorg, onze aandacht? Denk aan de jongeren in de jeugdzorg die meer en meer wordt gekort. Denk aan onze ouderen in verzorgingstehuizen, denk aan onze armen. Denk ook aan alle vluchtelingen in asielzoekerscentra, geweld en oorlog ontvlucht, denk aan alle vluchtelingen uit Oekraïne, en soms ook uit Rusland omdat hun leven daar niet meer zeker is, omdat ze kritiek durfden uiten. De zelfbenoemde tsaar liet deze week in een videoboodschap weten dat hij alle protesterende burgers tegen de oorlog als landverraders beschouwt. Hij gebruikte de metafoor van een vlieg die je uitspuwt.  Dat belooft niet veel goed voor de eigen burgers, Rusland als een grote gevangenis. Ook niet voor Russische studenten als ze uit het Westen terugkeren naar huis. Zij hebben wel al die vreselijke beelden gezien van verwoestingen die hier op de Tv en de sociale media verschijnen. Zij geloven die leugenachtige praatjes van het Kremlin niet dat er alleen legeronderdelen worden aangevallen en gebombardeerd. En daardoor zijn ze meteen een potentieel gevaar omdat ze een kennis bezitten die haaks staat op wat de overheid verspreidt.

En hoe houden we het zelf vol? Hoeveel kracht hebben we om deze donker nacht waarin de wereld momenteel verkeert vol te houden? Elkaar niet te laten vallen, ook al gaat de koopkracht omlaag en wordt gas en benzine hartstikke duur. Vorige week heb ik Titus Brandsma als een voorbeeld naar voren gehaald om na te volgen – deze kleine man die niet zijn vertrouwen in God verloor. Die ervan uit bleef gaan dat het ondergane lijden hem net dichter bij God zou brengen, een God die getrouw is aan zijn Woord. Deze week zou ik willen verwijzen naar Edith Stein, een Joodse filosofe die intrad bij de Carmel en die zich door Theresia van Avilla en Johannes van het Kruis, en vooral door hun lijden liet inspireren. Op een moment waarin ze zich helemaal machteloos voelt, helemaal zonder innerlijke kracht schrijft ze:

Er is een toestand van rusten in God, volledige ontspanning van alle geestelijke activiteit, waarin je geen plannen maakt, geen besluiten neemt en ook niets doet, maar de toekomst aan Gods wil toevertrouwt, je helemaal ‘overlaat aan het lot’.  
Deze toestand is mij een keer ten deel gevallen, nadat een belevenis, die mijn krachten te boven ging, mijn geestelijke levenskracht helemaal verteerd en mij van alle activiteit beroofd had. Het rusten in God is wel iets heel nieuws en anders dan het opgeven van activiteit door gebrek aan levenskracht. Dat was een stilte van de dood.  
Maar in plaats daarvan treedt nu het gevoel van geborgen zijn, verheven zijn boven alle zorg en verantwoordelijkheid en plicht tot handelen. En doordat ik mij aan dit gevoel overgeef, begint steeds meer nieuw leven mij te vervullen en mij aan te zetten tot nieuw handelen, zonder enige bewuste inspanning.  
Deze stroom van nieuw leven vloeit voort uit een handelen en een kracht, die niet de mijne is en die in mij werkzaam wordt zonder een beroep te doen op mijn krachten. Wedergeboorte schijnt een bepaalde ontvankelijkheid te zijn, die in de structuur van de persoon wortelt, die boven het psychische mechanisme verheven is.

Zover Edith Stein. Wedergeboorte, de kracht om telkens weer opnieuw te beginnen wortelt in de structuur van de persoon. Het is ons dus gegeven. Dat zegt ook Hannah Arendt die andere Joodse filosofe. Op het moment van totale machteloosheid ervaart Edith Stein deze kracht. Nieuw leven, genade, cadeau van God. Rusten in God. Daarom is er hoop, daarom is er vertrouwen op een getrouwe God. Daarom hoeven we ook niet bang te zijn om tot het uiterste te gaan. Weet dat er redding is, al lijkt alles uitzichtloos. God omgeeft ons, draagt ons, voedt ons. De hindernis zit aan onze kant – onze weerstand – ons ego –  onze wil om het allemaal zelf te moeten kunnen. Vandaag dus een pleidooi voor overgave. Vandaag dus het inzicht dat lijden hindernissen afbreekt die je scheiden van God en zijn trouw. Dat kunnen we allemaal zelf praktiseren. Ik wens ons veel moed. Het lijden van de slaven in Egypte roept Gods erbarmen op. God is van alle tijden, zijn trouw eeuwig. Ook voor ons.

John Hacking