Kennis en duurzaamheid

 

Vandaag nam ik deel aan een workshop over de vraag hoe de campus van de Radboud Universiteit er in 2023 zou kunnen uitzien met het oog op een duurzame universiteit. Veel aspecten rond duurzaamheid passeerden de revue gebaseerd op de “Natural Step”-methode. Wij werden uitgenodigd om via “backcasting”, een positie in de toekomst, terug te kijken naar het hier en nu. Eerst dromen over hoe het zou kunnen zijn met betrekking tot een duurzame universiteit, dan kijken hoe het nu is, en dan oplossingen bedenken om de gedroomde toekomst te bereiken. Al met al een boeiend proces waarin leuke ideeën en suggesties naar voren kwamen.

Zelf stelde ik in de brainstorm ronde voor om het begrip kennis en kennisoverdracht eens grondig onder de loep te nemen omdat mijns inziens er grote veranderingen op til staan. Als onze samenleving meer en meer virtueel en digitaal wordt heeft dat ook grote gevolgen voor de universiteit en voor de wijze waarop daar kennis wordt overgedragen en verder ontwikkeld via onderwijs en onderzoek. Thuis gekomen besefte ik dat een samenleving die meer en meer digitaal vertakt is ook andere vormen van communicatie zal invoeren. Moeten we nog grote gebouwen en universiteitsterreinen onderhouden als studenten ook via hun laptop kennis kunnen nemen van de leerstof? Iedereen een Ipad, iedereen verbonden met elkaar via internet, via interactieve methodes met elkaar communiceren en ideeën uitwisselen, samenwerken aan opdrachten en ga zo maar door. Is er nog wel een docent voor de klas nodig als die nu al grotendeels steunt op powerpoint-presentaties in zijn onderwijs? Kan dat niet veel beter via interactieve programma’s waarin de student uitgenodigd wordt om meteen te anticiperen op wat hij leert? Dat betekent dat veel gebouwen overbodig worden omdat ze niet meer intensief worden gebruikt, dat betekent ook dat papier niet meer zo nodig is, en dat betekent dat een bibliotheek zoals die nu functioneert achterhaald is.

Maar wat is kennis in zijn diepste wezen? Dat is een filosofische vraag, maar wel een vraag die van belang is als het een universiteit betreft. Kennis is niet alleen maar overdracht van feiten, ook niet het aanleren van strategieën en handelingsmodellen of het toepassen van onderzoeksmodellen. Kennis vergaren, kennis opdoen, kennis toetsen, kennis verder ontwikkelen, doorgeven, communiceren, het zijn net zovele aspecten ervan als mogelijkheden om met kennis om te gaan, maar ze zeggen nog niets over het wezen ervan. Moet dat dan? Ik vermoed van wel want er zijn al heel wat mensen die beweren dat wij letterlijk verbonden moeten worden met de computer omdat de kennis zich zo snel vermeerdert dat wij het met ons verstand (en dus met ons lichaam) niet meer bij kunnen houden. Deze ‘post-humanisten en trans-humanisten’ die dit bepleiten zien een toekomst voor zich waarin wij niet alleen virtueel maar reëel verbonden zijn met de computer en met internet. Ik vermoed dat het niet lang zal duren voordat wij dan kunnen onderscheiden tussen ‘knowledge-integrated-systems’ (KIS) and knowledge-not-integrated-systems’ (KNIS). Het eerste slaat dan op de verbinding tussen onze hersenen en de virtuele wereld via een lichamelijke verbinding met de computer en het tweede op het ontbreken van die lichamelijke verbinding, de situatie zoals hij meestal nu is.

De verhouding tussen KIS en KNIS zal er misschien een worden die aller onvriendelijkst is omdat de KISsers gaan denken dat zij kennis en daardoor macht bezitten die de KNISsers ontbreekt omdat zij het moeten blijven doen met hun blote verstand. Er ontstaat een tweedeling in de maatschappij op basis van het bezit en de mogelijkheid of toegang tot kennis. Nog niet opgelost is de vraag hoe die kennis verzameld en opgeslagen moet worden zodat deze ook bruikbaar blijft. Selectiemechanismen zullen zoals nu van doorslaggevende betekenis worden. Wat we nu met ons brein doen op basis van keuzes, inzicht, intuïtie en toeval zal dan ook mede door de computer moeten gebeuren. Dat zal geen eenvoudige zaak worden, dus het zal zo snel niet lopen.

Maar wat is kennis? om deze vraag nog maar een keer te stellen. Wat is kennis – hoe vast en hoe relatief? Hoe reëel en hoe virtueel? Gaat kennis verloren, of blijft ze voor eeuwig behouden? Daarmee samen hangt ook de vraag naar waarheid, naar ware kennis. Waarheid en kennis zijn begrippen die nauw samenhangen en die niet zonder elkaar kunnen. Is er ook niet-ware kennis? Is kennis op de een of andere wijze niet altijd waar? Inhouden van kennis kunnen verschillen, waar of niet waar zijn, maar kennis als zodanig valt buiten deze vergelijking, zo lijkt me. En is kennis enkel iets dat mensen toekomt, of hebben dieren ook een vorm van kennis en planten ook? Kunnen we dat meten, kunnen we dat toepassen voor ons zelf? Een plant die zich wonderbaarlijk goed aanpast aan de omgeving, kunnen we daarvan leren en kunnen we die vorm van ‘kennis’ inzetten voor ons eigen functioneren? Dit zijn allemaal vragen waar ik het antwoord niet op weet.

‘Ken uzelf’ luidde de spreuk boven de Griekse tempel van Apollo in Delphi, γνῶθι σεαυτόν gnothi seauton, KEN uzelf. Kennen is in het Grieks: inzicht hebben, kennis verkrijgen, kentekens toekennen. Iemand (be)kennen is in het Hebreeuws geslachtsgemeenschap hebben. Het is dus meer dan het verzamelen en opslaan van gegevens, van weetjes, van feiten. Kennis en kennen is in diepste wezen een proces, een deel van een kenproces, een transformatie, een transitie, een doorgang, overgang, doortocht, een pelgrimage, een wandeling, een verandering want door de nieuwe ervaringen en de opname daarvan gebeurt er iets nieuws. Wat net was, wat gisteren plaatsvond is heden anders omdat de ervaringen in de tussentijd de dingen en de opvattingen erover hebben veranderd.

Kennis is een vorm van betekenis toekennen en vastleggen die verschuifbaar, veranderbaar is. Kennis is semiose, betekenisgeving die aan verandering onderhevig is. Een computer die niet leert in de zin van hoe wij leren verstaan van fouten zal het snel afleggen tegen het menselijk verstand. Een computer die kan schaken is nog heel wat anders dan een computer die ons moet begeleiden op onze levensweg als wij de vraag naar de zin van ons leven stellen. En die zin van ons leven is niet een aaneenschakeling van het verlangen naar gewenste hoogtepunten. Als wij in ons leven al kunnen leren van de dieptepunten, de crisissen waar we in belanden, als wij nadelen om kunnen zetten in voordelen, gebruik kunnen maken van stiltes, meditatie, van bezinning, een pas op de plaats, dan betekent dat nog niet dat wij dat zomaar beter zouden kunnen doen met behulp van een computer. In die zin jagen de ‘posthumanisten en trans-humanisten’ een spook na omdat ze te eenzijdig bezig zijn. Misschien speelt het verlangen naar een erg lang leven en zelfs een leven zonder dood hen wel zoveel parten dat ze de echte werkelijkheid van lukken, mislukken, falen en verlangen wel uit het oog verliezen.

Onze samenleving zit nog steeds vol geweld, het menselijk brein, de menselijke existentie heeft ook een kant die donker is: dat blijkt uit de agressie, de oorlogen, het geweld dat dagelijks plaatsvindt. Dat los je ook met computers niet op. En ook niet met een toename van kennis alleen. Dat moet op een ander niveau gebeuren als het al mogelijk is. Ik besef dat een echt antwoord op de vraag naar wat kennis is, hier niet gegeven wordt. Huiswerk dus voor later, huiswerk om mee te nemen als wij spreken over transitie naar een duurzame universiteit waarin ieder tot zijn recht kan komen als mens en als medemens, in al zijn aspecten. Huiswerk ook dat, mits genegeerd, wel eens tot kwalijke gevolgen kan leiden omdat techniek en technische ontwikkelingen nu eenmaal niet halt houden bij ethische overwegingen en overtuigingen. Als het kalf verdronken is dempt men de put, maar deze put is virtueel en wordt dieper en dieper en dieper.

 

John Hacking 16 april 20

 

MINOLTA DIGITAL CAMERA