Being with in plaats van Working for

Being with in plaats van Working for

In zijn meest recente boek, ‘A Nazareth Manifesto’, reflecteert Wells op een woord dat volgens hem centraal staat in de christelijke traditie: het woord with. Being with is volgens hem het ultieme motief van God, en dus biedt het ook een model voor mens zijn.” Samuel Wells interview in Trouw (Wolter Huttinga − 03/10/16, Trouw)

 

De wereld redden, dat is geen optie. Die is veel en veel te groot. Toch kun je als christen van betekenis zijn. Op kleine schaal en met het juiste perspectief. Samuel Wells, een Angelicaanse priester, die onlangs in Nederland was zegt in Trouw over pastores die het leed van de wereld op hun schouders willen nemen en die hun toehoorders opzadelen met een appèl om hieraan mee te doen: “Zo zou je stress en burn-out onder predikanten behalve als een psychologisch ook als een theologisch probleem kunnen duiden. Hun prioriteiten liggen te veel op het gebied van working for en te weinig op dat van being with. Je bent echt zelf niet zo belangrijk dat jij de wereld of je eigen gemeente zou kunnen redden. Jezus heeft de wereld al gered. Niets wat jij doet kan daar iets aan toevoegen of van afnemen.”

Wells schetst een visie  waarin “zijn met en zijn bij ” belangrijker is dan “werken voor”. Niet het activisme centraal, de te behalen doelen, het analyseren en vervolgens oplossen van de problemen, maar in het spoor van een God die bij mensen wil zijn, bij de mensen aanwezig zijn die dat nodig hebben. Daaruit volgt ook een stukje ethiek, een manier van denken en handelen. Dat is, ik citeer “geen ethiek die in abstracto ingaat op dilemma’s vanuit een veronderstelde universele rationaliteit, maar een die begint bij de praktijk van de christelijke gemeente. Christelijke ethiek gaat volgens Wells om karaktervorming vanuit het hart van de kerk: liturgie, aanbidding en dienst aan de armen. Ethiek gaat niet zozeer over de vraag ‘Hoe sta jij tegenover dit dilemma?’, maar over de vraag ‘In welke wereld wil je leven?’”
Die vraag kunnen we en moeten we stellen. Elke dag weer opnieuw want de vraag is urgent en de toekomst onzeker. In welke wereld wil je leven, welke wereld wil jij voor het nageslacht? In welke wereld kunnen we morgen gelukkig worden? “Wessen Welt is die Welt, wessen Morgen ist der Morgen?” zong Ernst Busch al in de dertiger jaren in een roerig Duitsland. Van wie is de wereld, de ochtend, de toekomst? Toch van ons allemaal. Dus allemaal hebben wij recht van spreken. Waarom alles overlaten aan deskundigen, aan politici, aan techneuten, wetenschappers, bankiers, economen, opiniemakers en opinie-beïnvloeders? De wereld is van iedereen. Maar dan moeten we het ook samen willen doen. Niet de een alles en de ander niets.

“Vorwärts nicht vergessen, worin unsere Stärke besteht, beim Hungern und beim Essen, Vorwärts, die Solidarität”. Dat zongen wij als theologiestudenten in de gangen van de opleiding. En dit lied heeft nog niets van zijn geldigheid verloren in een wereld waarin vaak de “Big Mac” symbool staat voor de gulzigheid, de gretigheid, de hebberigheid van een deel van de hedendaagse mens die zichzelf boven alles verheft omdat in zijn narcistische waan de wereld om hem draait. Natuurlijk niet iedereen gedraagt zich zo narcistisch, zo verwaand en zo als een psychopaat als de presidentskandidaat van de Republikeinen in een land vergeven van religieuze groeperingen en instellingen zoals de Verenigde Staten. Maar velen onderschrijven de machtswellust van deze man en denken dat hij opkomt voor hun belangen terwijl het enkel om persoonsverheerlijking gaat en een kans om zijn narcisme tot het uiterste bot te vieren. Tragisch dat een groot land als de Verenigde Staten in deze valkuil trapt met beloftes die hol en loos klinken. Een groot Amerika alsof de toekomst in het verleden ligt. Het egoïsme klinkt erin door, een vorm van alleen zijn op de wereld.

Samuel Wells, is uit ander hout gesneden. Hij pleit niet voor een groot land, niet voor welvaart en niet voor een machtige economie. Hij houdt het bij de menselijke maat. Bij geluk in het klein, het delen ervan en het koesteren van de dingen die waardevol zijn. Niet het vervullen van wensen, het oplossen van problemen staat centraal. Als christen kun je in je gedrag en met je handelen laten zien dat je bij de ander betrokken bent en dat hij je aangaat. Hij zegt, ik citeer: “Ik onderscheid deze modus van een aantal andere. De meest prominente modus waarin we vaak zitten, en christenen niet in het minst, is de working for-modus. Een hele hoop activisme, een hele hoop doen. En dat dus niet mét, maar vóór anderen. In onze kerk hebben we een soup kitchen voor daklozen. Het is verleidelijk voor vrijwilligers om dan een uur in de keuken te staan en na afloop een uur op te ruimen. Maar dat half uur samen zijn, om elkaar in de ogen te kijken en even je leven met elkaar te delen, dat is waar het om draait. Het gaat niet om het eten, het gaat om de relatie. Ik vind het niet overdreven om dat het centrale motief van de incarnatie te noemen. ‘Vandaag wil ik bij jou thuis komen eten’, zegt Jezus tegen Zacheüs. Met die woorden gaat voor de eenzame zondaar Zacheus de hemel open.
“In de Verenigde Staten, waar ik een aantal jaren heb gewerkt, is de working for-modus alomtegenwoordig. Scholen of de hele maatschappij zijn ‘kapot’, heet het dan en ze moeten ‘gerepareerd worden’. Ik ben er steeds meer achter gekomen dat ons probleem niet zozeer ligt in onze problemen en onze beperkingen, maar in onze eenzaamheid en isolatie. Samuel Wells interview in Trouw (WOLTER HUTTINGA − 03/10/16, Trouw)

Als eenzaamheid en isolatie, als narcisme het probleem is dan helpen geen oplossingen die uit de hoge hoed worden getoverd en die door de politici worden gepromoot als vorm van betrokkenheid, participatie en vrijwilligerswerk. Als mensen niet echt bij anderen willen zijn en voor anderen zich willen inzetten blijft het loos geklets in de ruimte. Christelijke naastenliefde die het bij woorden en mooie preken houdt is geen knip voor de neus waard. Hou dan je mond en loop door. Dat is eerlijker. En respectvoller voor de mensen die je nodig hebben. Ik vermoed dat als we echt doordrongen kunnen raken van dit “being with” we een goede stap zetten in de richting op weg naar Gods Rijk. We hoeven maar naar Jezus van Nazareth te kijken. Hij genas niet alle zieken, niet alle blinden en melaatsen. Maar waar hij was, was hij bij en was hij met de mensen. En dat was voldoende. Een beetje modder was genoeg om een blinde zijn gezicht terug te geven. Ik zeg gezicht, niet alleen zicht. Hij werd weer mens, hij telde weer mee. Daar gaat het om.

John Hacking

14 oktober 2016

 

L1210231