@Waan van de dag

Waan van de dag

Níet aanheffen zul je de naam van de Ene, God-over-jou, voor valse zaken; 

want niet ongestraft laat de Ene wie zijn naam aanheft voor valse zaken!

Exodus 20, 7 (Naardense Bijbel)

Trage nicht Seinen deines Gottes Namen auf das Wahnhafte, denn nicht straffrei lässt er ihn, der seinen Namen auf das Wahnhafte trägt.

Exodus 20, 7 (Vertaling: Buber-Rosenzweig)

 

Er zijn geen goede of slechte gelovigen, goede of slechte atheïsten,

er zijn alleen echte inquisiteurs! (Alain Finkelkraut)

Geciteerd in: Ouaknin, Marc-Alain, ¿, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo)

Het begin van de ramadan werd gemarkeerd met aanslagen waarvoor IS de verantwoordelijkheid opeiste. Een vreemde manier om je gelijk te halen als je als gelovige je gaat bezinnen op je relatie met God/Allah. De vastenmaand markeren met geweld en dood. Zelfs de moord op medegelovigen, ook al worden die misschien niet zo beschouwd omdat ze geen IS-aanhanger zijn, is geoorloofd en vindt plaats. Het sektarisch geweld van IS beroept zich op interpretaties van de Koran en op lezingen van verklaarders. Zwart-wit denken is de norm: je bent voor of je bent tegen. Ben je tegen, dan is je dood gerechtvaardigd. De aanhangers van deze sekte denken te weten wat God wil en denken ook te moeten handelen in zijn Naam. De beloning is het martelaarschap en een verblijf in het paradijs, inclusief familie (ook al zijn die niet allemaal zuiver op de graat). Dit soort gedachten komen niet uit de lucht vallen. De verschillende tradities in de Islam getuigen van verschillende vormen van radicaliteit en tolerantie. De variant in Saoedi-Arabië ontwikkeld is niet de meest tolerante en vrouwvriendelijke. Westerse leerlingen die daar een opleiding gaan volgen verdienen dan ook, in mijn ogen, meer aandacht: van de geheime diensten, wel te verstaan! Vaak keren zij terug met een radicale boodschap en een radicaal ingesteld hart. Nieuwe missionarissen, nieuwe zendelingen die hun geloof met en zonder geweld willen propageren. Osama Bin Laden kon ervan getuigen. Afghanistan wordt nog steeds gegijzeld door de aanhangers van deze man.

Het is een simpel wereldbeeld: zij staan aan de goede kant van de geschiedenis en het is hun taak om alle anderen daarvan te overtuigen, met en zonder geweld. Dommer kan het ook niet, in mijn ogen. Het is niet alleen dom maar ook verwaand en hoogmoedig. En het is inhumaan. Wie ben jij als mens, als (zelfbenoemde) gelovige, om anderen het leven te ontnemen omdat ze het niet met je eens zijn, of omdat je hen beschouwt als vermeende vijand?

De studie van de Koran of van een ander religieus belangrijk boek is geen kwestie van het lezen van enkele op internet gedeelde meningen. Ook niet van een samenraapsel van interpretaties alsof daarmee ‘de waarheid’ aan het licht is gekomen. Hoe pretentieus deze internetgeleerden ook mogen overkomen die jou deze ‘waarheden’ onthullen en op basis waarvan jij denkt te moeten handelen. Vergezeld van beelden van dode gelovigen, bombardementen en ander onheil is dat geen reden om deze zelfverklaarde profeten op hun woord te geloven en ook zelf de wapens op te pakken om de ramadan te gaan vieren! Ik heb dus weinig begrip voor deze radicale uitingen. Ik zal dat ook nooit gaan krijgen. Want het is een vorm van kortzichtige domheid die God in zijn zak denkt te hebben.

En als heb je jaren aan een universiteit gestudeerd om dergelijk radicaal gedrag te verantwoorden, het is van nul en generlei waarde. Je hebt als mens niet het leven van andere mensen te nemen op basis van jouw gedachtengoed. God/Allah erbij halen is in mijn ogen blasfemie, idolatrie. Afgodendienst van het zuiverste water! Allah akbar roepen bij elke oorlogsdaad, bij elk gelost schot, bij elke aanval, is Allah/God onwaardig en is een daad van de naam van God/Allah verbinden aan een valse zaak. Denken daarvoor ook nog met een paradijs te worden beloond is een volslagen gotspe! Dat roept alleen maar walging op voor dergelijk moorddadig handelen.

Wie en wat God/Allah is, gaat ons verstand te boven. We moeten ook niet willen om dat te weten te komen, alsof we God/Allah in onze zak zouden kunnen steken. Marc Alain Ouakin, een Franse rabbijn schrijft hierover, ik citeer:

“De houding van de mens in zijn relatie tot God, of die nu bestaat of niet, of hij zich verbergt of niet, is die van een ‘zoeker van de waarheid’ en niet een ‘bezitter van de waarheid’, die van talmid-chakham, ‘leerling wijze’, naar een uitdrukking die de Talmoed gebruikt om een Meester, een denker aan te duiden.

Er is altijd een talmid, een leerling, in de denker. De leerling, de talmid, is diegene die studeert, die eeuwig studeert.

De talmid-chakham is niet in staat om op een begrijpelijke, bevredigende manier te antwoorden op alle vragen die hem gesteld kunnen worden betreffende zijn daden, en op zo’n manier te antwoorden dat het geheel van zijn antwoorden een samenhangend discours vormt.

De talmid-chakham is zich nooit helemaal en volkomen bewust van zichzelf; de eeuwige student is nooit ‘de mens van het absolute weten’, de mens van de zekerheid.

En daarom is hij altijd bezig met willen, verlangen, veranderen.

De talmid-chakham weigert samen te vallen met zichzelf, hij is nooit tevreden met zijn identiteit. Dat heeft belangrijke gevolgen: de talmid-chakham valt niet samen met welke morele perfectie ook. Zijn perfectie is weigeren zichzelf de illusie van enige perfectie aan te praten; zijn perfectie is zijn mogelijkheid- tot perfectioneren (Frans: perfectibilité; Andre Neher).

De talmid-chakham plaatst zich in de voortdurende beweging van zijn wording, de zekerheid loslatend om binnen te gaan in de onrust van ‘het niet weten’.

De Meester kan ook weigeren dat men hem Meester noemt, uit angst om zich uit te putten door de vragen van de leerlingen, zonder tijd te hebben om zijn eigen energie te herstellen. De Meester weet dat hij tegelijkertijd ‘meester en leerling’ – talmid-chakham – moet zijn, om zich opnieuw te laten vollopen met spirituele en intellectuele krachten, nodig voor de overlevering.”

Het zou een mens niet misstaan om zich niet voor te staan op zijn kennis. Al die verklaarders op internet en daarbuiten die zichzelf op de borst kloppen en de pretentie verwoorden dat zij weten hoe een vers, een zin, een woord uit Koran, bijbel of andere heilige boeken moet worden verstaan, benader ik met argwaan. De betekenis is nooit af, nooit voorgoed duidelijk en helder. Er is geen zekerheid, dan de zekerheid die men zichzelf toedicht en dat is een illusie, een vorm van magisch denken. Het getuigt van weinig rationeel inzicht als men zijn opvattingen denkt te moeten verdedigen als de waarheid, alsof waarheid iets is dat jij met je geringe mensenverstand kunt bevatten en kunt weergeven. De realiteit waarin we verkeren en die ons omgeeft is te groot en te mysterieus om te bevatten. “Wat is het geheim van het leven?” “Wat is het geheim van de dood?” Twee op het oog eenvoudig lijkende vragen maar niemand die het antwoord kan geven. Als we het antwoord koppelen aan Allah/God is dat ook een vorm van onzekerheid, van toegeven dat wij het als mensen niet weten en niet kunnen. En het is een vorm van de bevestiging van het geheim, het mysterie dat ons omgeeft en dat zoals Simone Weil zegt, een uitnodiging is tot meditatie en niet tot discussie of geloofsstrijd.

Marc Alain Ouaknin drukt het zo uit, ik citeer:

“De talmid-chakham kent geen comfortabele uiterlijke zekerheid, voor eens en altijd.

In het ‘geloven’ dat nog ‘zoeken’ blijft, is er altijd een voor en een -tegen’. En zodra je het ‘voor’ kiest, weet je heel goed dat een ogenblik later de twijfel je het ‘tegen’ Iaat ontdekken.

‘Het is de beweging van onzekerheid die het teken is van onze relatie met God; die onzekerheid is het teken zelf van het geloven. Het is wanneer het individu met verzekerd is van zijn relatie met God, dat hij een relatie heeft met God. Ongelukkig diegenen die geloven dat ze in relatie zijn met Hem, want die zijn het zeker niet. ‘ (Commentaire de Jean Wahl, Études kierkegaardiennes, Vrin, 1974, p. 301)”

En ook:

“De rol van het lezen en de interpretatie heeft als roeping te ontsnappen aan dat risico van de idolatrie. …

In de Talmoed gaat het er niet om de tekst beter te begrijpen, of God beter te begrijpen: dat zou een manier zijn om zich God toe te eigenen, het oneindige op te sluiten. Nee, het gaat erom de tekst zo te interpreteren dat het woord dat hij bevat – en dat enig is – op een meervoudige manier begrepen wordt. En het is die meervoudigheid die vrijheid wordt, van God en de mensen.”

Interpreteren, betekenis geven, telkens opnieuw is vrijheid creëren. Is werken aan je bestemming, aan je verantwoordelijkheid voor deze wereld. Kogels zijn geen argumenten, bomgordels ook niet. Met auto’s talloze onschuldigen vermoorden is afgodendienst en heeft niets met God of Allah te maken. Verblinde aanhangers van IS blijven blind totdat zij gaan inzien dat de wereld niet zwart-wit is, dat hun gedrag tegen elke humane vorm van geloven ingaat en dat zo geen wereld opgebouwd kan worden. Edmond Jabès, die in Oukann wordt geciteerd schrijft:

“Interpreteren is noodgedwongen tussen beide komen in de lotsbestemming van de individuen en de wereld; het is aan die lotsbestemming een nieuwe wending geven, er de absolute verantwoordelijkheid voor nemen en bereid zijn er de prijs voor te betalen.

Het Boek interpreteren is daarom, in de eerste plaats, opstaan tegen God om stem en pen te onttrekken aan Zijn macht.

We moeten ons ontdoen van het goddelijk deel dat in ons is, met als doel God terug te geven aan zichzelf en te genieten van onze menselijke vrijheid.”

En Roland Barthes wordt aangehaald met een ander citaat van dezelfde strekking:

“Een tekst interpreteren is niet hem een betekenis geven (min of meer gefundeerd, min of meer vrij), maar integendeel het appreciëren van de meervoudigheid waaruit hij bestaat.”

Ons menselijk bestaan is meervoudig. We zijn niet vast te leggen op een betekenis, op een doel, een levensweg, een einddoel. En we zijn niet alleen op deze wereld, niet als groep, niet als beweging, niet als religie en niet als sekte. We bestaan samen. We leven samen. De claim op waarheid die anderen uitsluit is daarom niet alleen een leugen maar ook een misdaad. Een misdaad tegen de mens, de menselijkheid en de mensheid. Dat kan geen beroep op God/Allah goed praten.

John Hacking

6 juni 2017

Citaten uit: Ouaknin, Marc-Alain, ¿, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo)