Nogmaals: zelfexpressie


*   “Eigenlijk heb ik niet beslist om te schrijven. Je kiest niet om te schrijven. Je schrijft pas echt, oprecht, als je niet anders kunt dan je, letterlijk, in het schrijven storten. En dan vindt er een fenomeen plaats dat ik omschrijf als het ‘zwarte-gat-schrijven’: alle zinnen, gedichten, beelden die je ooit las of die je je herinnert komen krachtig terug, dringen zich op en verlangen om opgenomen te worden in de tekst die aan het ontstaan is. Op die manier vermenigvuldigt het aantal citaten – echte en apocriefe – citaten die andere citaten introduceren, epigrafen, epigrafen van epigrafen, als motto van het boek, hoofdstukken, paragrafen, leenwoorden, knipogen, imitaties en referenties, en gaan ze samen een speelse en re-creatieve dialoog aan.

Paradoxaal genoeg is het in dat ‘zwarte-gat-schrijven’ dat je het meest intense licht ontmoet.

 

In die zin is dit boek eerder een boek van de lezer dan van de schrijver.

Tijdens het lezen, pen in de hand, heb ik hier en daar zinnen, verhalen, melodieën, lichten, gezichten en glimlachen geplukt om die dan tot een talliet, een gebedsmantel, te weven en te vlechten. Een kleed van dauw om de vraagstelling te beschermen, die het fundament is van het bestaan.”


Uit: Ouaknin, Marc-Alain, ¿, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo)


Paradoxaal genoeg is het in dat ‘zwarte-gat-schrijven’ dat je het meest intense licht ontmoet.” En “Een kleed van dauw om de vraagstelling te beschermen, die het fundament is van het bestaan.”

Deze twee citaten zouden wel eens een kernervaring kunnen aanduiden hoe ons bestaan als mens is op te vatten: in “het zwarte gat” het meest intense licht ervaren, en de “vraag” gehuld in kwetsbare vergankelijke dauw, die ons bestaan draagt. Nu klinkt dat beiden misschien erg abstract en toelichting is gevraagd.

Vooraf: Donkere ervaringen horen bij het leven. Dus denken dat alles licht en verlicht moet zijn is een misvatting over je eigen existentie. Alsof het leven een en al rozengeur en maneschijn zou moeten zijn. Wat een onzin, en wat een leugenachtigheid, wat een vorm van benepen ideologie die misschien wel past in een consumptiemaatschappij maar niet in het echte leven. In dat leven gaat het op en neer, van hoogtepunt naar dieptepunt en omgekeerd, een lange spiraalbeweging gevoed door verschillende ervaringen en situaties. De wijze waarop je omgaat met ervaringen en daar betekenis aan geeft bepaalt hoe je deze ervaringen plaatst in je leven. Het donkere is net zo belangrijk als het lichte. Dit vooraf. Ouaknin stelt, als hij het proces van schrijven onder de loep neemt, dat het creatieve proces gebaat is bij het ontbreken van een plan, een opzet of een doel. “Ins Blaue hinein” of het ‘zwarte-gat-schrijven’ wil zeggen: alles ruimte geven wat zich op dat moment aandient in je geest. Als je niet anders kunt dan schrijven, moeten schrijven en dat gaat het gebeuren: je blijkt een bron van, een schatkist vol ervaringen te zijn, indrukken, emoties, gedachten die aan het licht willen komen, in woorden gegoten. Nu schrijf ik deze tekst met het doel om haar op mijn blog te zetten, maar waar ik zal uitkomen weet ik nu niet. Ik laat me leiden door deze twee citaten en zie dan wel waar ik uitkom en wat ik ervan brouw. Een brouwproces, dit schrijven, ingrediënten zijn mijn ervaringen, ook mijn niet gearticuleerde (misschien wel nog onbekende ervaringen), de taal die ik spreek en de wijze van koppelen, aaneenrijgen van woorden tot zinnen op deze computer. Nu geen inkt en een boek, geen geur van papier en inktpatronen, maar de aanslag op een toetsenbord en een beeldscherm voor mijn neus.

Dat je als je zo vanuit het ‘niets’, een vorm van zwart gat gaat schrijven en dat je dan het meest intense licht ontmoet, vind ik een zeer fascinerende uitspraak. Gaat dat nu gebeuren? Kan dat nu gebeuren? Of ben ik dan teveel erop uit dat het gebeurt?

Laten we het maar in het midden. Er niet op uit zijn, en al helemaal niet als doel van dit schrijven. Wie weet wat dan nog kan gebeuren (of niet).

Kern van deze uitspraak is voor mij de associatie dat je ‘verlicht’ kan worden door wat op de een of andere wijze in je ziel sluimert. Verlicht wil in deze context voor mij zeggen: je krijgt een soort van inzicht, je ontdekt iets moois, iets sprekends, waar je verder mee kunt, waar je misschien op kunt bouwen, een soort van inzicht, een vergezicht. En je droeg het al bij je. Mooi toch. Schrijven is dan een vorm van schatgraven, putten uit je innerlijk. Nodig is dan ook openheid voor jezelf, voor wat je met je meedraagt. De situaties creëren waarin dit aan het licht kan treden om jou te ‘verlichten’. Misschien vallen er ook nog wel lasten van je schouders waardoor het allemaal lichter voelt. Wie weet.


Het tweede citaat over het kleed van dauw dat de vraagstelling beschermt zegt het al: dat is niet erg sterk maar je bestaan hangt er wel van af want de vragen dragen je bestaan. Niet zekerheden, waarheden, overtuigingen dragen je bestaan maar vragen. Dat is meteen hardhandig op het andere been worden gezet als je van mening was de waarheid je zal dragen in de vorm van rationele of minder rationele overtuigingen. Kun je dat aan: je overgeven aan vragen als fundament van je bestaan? Niet bent nooit thuis, nooit definitief aangekomen, steeds op weg want de ene vraag roept de andere op, het ene antwoord smeekt om een nieuwe vraag. Zoals de dauw elke dag snel opdroogt als de zon op de planten schijnt, zo fragiel en zo kwetsbaar zijn je vragen, ze lijken nauwelijks beschermd, maar elke ochtend is de dauw er weer en aan het begin van de nieuwe dagen ontspruiten je vragen die je dragen. Misschien zakken ze weg in de loop van de dag en word je geleid door je dagelijkse beslommeringen, maar die geven geen echt houvast, dragen je niet door je bestaan.


Je hebt dus niet veel in handen: je ziel een zwart gat, en je bestaan als vraag beschermd door de dauw. Daar moet je het dan maar mee doen. “al ons handelen: stukwerk” Psalm 127 zegt het zo vanuit een gelovige context: “Als de HEER het ​huis​ niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers; als de HEER de stad niet bewaakt, vergeefs doet de wachter zijn ronde. Vergeefs is het dat je vroeg opstaat, je laat te ruste legt, je aftobt voor wat brood – hij geeft  het zijn lieveling in de slaap.” Je hebt dus niet zoveel in handen als je zou willen. Deze ervaring tot kern van je leven maken en er het beste van maken – met alle kracht, toewijding en inspiratie: vertrouwend op je ziel die wacht en zich wil openbaren vanuit het zwarte gat en de vragen die je leven dragen en richting kunnen geven, dat lijkt met best de moeite waard. Alle valse zekerheden verdwijnen als sneeuw voor de zon – een dageraad wenkt.


John Hacking

24 augustus 2017