Passanten

Passanten

Wij allen zijn passanten. Ons leven is in een zucht voorbij als het wordt afgezet tegen de tijd dat een boom kan groeien die duizend jaar kan worden of meer. Maar tegenover de leeftijd van een mier lijkt het wel weer een eeuwigheid. Dus hoe je ook bekijkt, het blijft een relatieve zaak: tijd, leeftijd, leven en sterven. Daarom kan het bevreemding oproepen dat mensen zich heel druk maken om het hier en nu, de status quo, de bedreiging van hun opgebouwde zekerheden, of het morrelen aan hun overtuigingen, (voor)oordelen, of de feitelijke situatie waarin ze hun leven gestalte geven. Waarom zou je racistische opvattingen er op na moeten houden, alsof jouw huid beter is dan de huid van een ander, ook al is er een kleurverschil. Waarom zou je moeten zweren bij je mannelijkheid terwijl er theoretisch/praktisch gezien meer dan twintig overgangsvarianten zijn tussen mannen en vrouwen? Waarom van mening zijn dat jouw stukje land waar jouw huis staat, waar je bent opgegroeid, het beste is ter wereld alsof er ergens anders geen mogelijkheden zijn om te ontplooien? De uitdrukking “Blut und Boden” vat dit samen: jouw bloed en jouw grond zijn als het ware “heilig”, met andere woorden – de rest is minder waard en daarom in jouw ogen minderwaardig. Dat is een heel kortzichtige manier van denken en van handelen. We hebben de resultaten gezien tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bloed vloeide voor de bodem, de grond en niemand werd er beter van. Over bleven ruïnes, materiële en geestelijke ruïnes. Europa en delen van Azië, Afrika, een grote puinhoop met miljoenen en nog eens miljoenen doden. “Prachtige” ideologie, en dat bedoel ik heel cynisch en heel ironisch, die dood en verderf zaait – een versnelling – acceleratie van een proces dat toch eens zal plaatsvinden: sterven. Of het nou terroristische aanslagen zijn, radicalisme van religieus gemotiveerde groepen, van rechts/links radicalen, conservatief of revolutionair, (trouwens wat zeggen al die etiketten), de uitkomst is een pot nat: de dood lacht het laatst en niet alleen in zijn vuistje. Over blijven de nabestaanden die hun leven ondergedompeld zien in rouw en verdriet.

Hoe kan het dat mensen letterlijk niet verder kijken dan hun neus lang is? Waar komt die kortzichtigheid vandaan? Vanwaar dat radicale in hun gedrag en opvattingen? Ik vermoed dat het te  maken heeft met het feit dat ze lichamelijk zijn, een lichaam zijn en hebben en dat ze vanuit dat besef denken en ageren. Het menselijke zelf manifesteert zich via het lichaam, want het “bewoont” als het ware het lichaam alsof het lichaam een soort van huis is. Maar je hebt niet alleen een lichaam, jouw lichaam, je bent het ook. Dat dubbele brengt ook veel ambivalentie met zich mee. Je kunt niet los existeren van je lichaam, je kunt een haat-liefde verhouding hebben met je lichaam omdat het niet aan je verwachtingen voldoet bijvoorbeeld. Maar hoe het ook zij, je zult het ermee moeten doen. De verheerlijking van het eigen lichaam, de eigen situatie is een manier om je zelf wat extra ‘feel-good’-momenten te geven, want dan ben je bijzonder. Het zelf dat in het lichaam woont en dat het lichaam bewoont, heb ik beschreven als een auto-topie. Het lichaam is een zelf-plaats. Je groeit op, ergens op een plek die je ‘thuis’ gaat noemen, de omgeving is je vertrouwd, de ruimte bekend. Maar in de ontwikkeling ontdek je ook dat er om dat thuis, die bekende ruimte, ook andere ruimtes zijn om te verkennen. Je leert ze kennen door letterlijk uit het vertrouwde weg te gaan en te ervaren hoe die andere ruimtes, die hetero-topiën, zijn. Je gaat naar school, je brengt behoorlijk wat tijd door in andere ruimtes dan thuis en dat doet iets met je. Je leert ervan. Je eigen beperkte ruimte wordt als het ware aangevuld, uitgebreid, verrijkt en wint aan kwaliteit want je doet nieuwe ervaringen op en daardoor verander je. Het is dan ook behoorlijk vreemd in mijn ogen om je eigen stukje land waar je woont, je dorp, stad, en zelfs je land tot de meest bevoorrechte plaats ter wereld te bombarderen alsof er daarbuiten niks anders is wat de moeite waard is. Racisme is net als nationalisme de overdrijving, de bevooroordeling van het eigene, de auto-topos ten koste van de hetero-topos. In feite heb je dus niks geleerd. In feite ben je gewoon heel bang gebleven en beschouw je al het andere dat niet zelf is, als vreemd, niet-eigen, als bedreiging van het eigene. Alsof kennismaking met het andere niet meer voordelen heeft dan nadelen. Letterlijk kortzichtig dus.

Het idee dat je zelf het meest belangrijk bent, en niet alleen wie je bent als persoon, maar vooral ook de buitenkant, je hebben en houden, je huis, je huidskleur, je eigenschappen, en alles wat je jezelf toedicht aan (positieve) eigenschappen, je geschiedenis en alles wat daarbij komt kijken, is eigenlijk een vorm van simplisme. Alsof de mieren in het bos het idee hebben dat zij het allerbelangrijkste zijn en dat alle andere groepen van mieren er niet toe doen, of er minder toe doen, of er helemaal niet toe doen. Alsof eerst alle andere mieren bestreden moeten worden om uiteindelijk de eindheerschappij aan te treden. In die trant denken de ideologen van IS, de Islamitische Staat: mieren die het hele bos willen veroveren en als dat niet lukt – zo te keer gaan – zoveel mogelijk onschuldige burgers afslachten – zonder onderscheid – dat iedereen hen moet gaan vrezen. Terreur roept terreur op: tegenmaatregelen, geweld roept geweld op. En als dan met tegenterreur wordt gereageerd, of met nog meer controle en agressie, dan zijn de terroristen waar ze willen zijn: een soort van ‘verelendungstheorie’ à la Marx: als de armoede zo groot en ondraaglijk wordt komen de massa’s in opstand tegen hun onderdrukkers – of in deze variant: als er zoveel aanslagen zijn en zoveel terreur en tegen-terreur komen de ‘ware gelovigen’ in opstand en geven ze massaal hun leven voor ‘de goede zaak’, en wordt de definitieve afrekening, de uiteindelijke apocalyps, een feit. De aanhangers van IS denken zo – (hen wordt zelfs een nieuw lichaam beloofd als ze zich zelf opblazen – alsof die ergens klaar hangen) maar ook mensen als Steve Bannon en tal van andere rechtsradicalen in de VS en elders in de wereld: chaos, zinloos geweld, het einde aan de redelijkheid, de macht aan de wapens en aan de opvlammende emoties, dat is koren op hun molen. De eindstrijd, de eindtijd, Het ‘armageddon’, komt dan met rasse schreden dichterbij. Alsof er nog een daarna zal zijn, een tijd na al dat zinloze doden.

President Humpty Dumpty Trumpty is niet in staat kritisch naar zichzelf te kijken want hij zit op dezelfde golflengte. Hoe harder en ongenuanceerder hij schreeuwt via Twitter, hoe banger hij is. Hij hoeft geen mutsje van de Klu Klux Klan te dragen, om te weten aan welke kant hij staat en waar zijn sympathie ligt. Deze ‘witte ridders’ van de onverdraagzaamheid zijn predikers van de haat, van het geweld tegen niet blanken, niet protestanten, niet Amerikanen, alsof Amerika niet een grote verzameling is van geïmporteerde volksstammen. De echte Amerikanen doen in Amerika nog steeds niet mee en worden door velen als tweede en derde rangs beschouwd. Ik blijf me dan ook verbazen dat de politieke leiders een dergelijke man tot eerste burger laten kiezen en dat zijn familie een kleptocratie kan vestigen in de burelen van de macht. Is het omdat al die senatoren delen in de macht? Omdat al die senatoren allemaal steenrijk zijn? Omdat ze geen maar dan ook geen band hebben met de ‘gewone’ burger? Hoe kan het zijn dat de grootste ‘democratie’ ter wereld een dergelijke nar zijn gang laat gaan die politiek bedrijft via Twitter? Dat valt aan niemand uit te leggen want het is meer dan absurd. Zij die het hardste schreeuwen – holle vaten – hebben het minste zelfvertrouwen. Alle energie gaat zitten in de zelfmanifestatie. Het land, de samenleving, de politiek, het is allemaal in eigen belang. Dat is niet alleen narcisme, maar het is ook de meest totalitaire vorm van een auto-topie, die letterlijk als het andere benut en gebruikt voor eigen gewin. De zonnekoning Lodewijk de 14e is er eigenlijk niks bij. Ook toen had je dergelijke leiders, maar nu is de wereld aan elkaar gesmeed met virtuele en letterlijke banden en als de een in Noord-Korea iets roept, reageert de ander aan de andere kant van de wereld. De auto-topie, het feit dat jouw wereld bestaat uit een zelf in een lichaam zou je eigenlijk aan moeten zetten tot nadenken. Op het totale geheel van de wereld, de mensheid, stel je minder voor dan een mier in het bos. Al woon je in een wit huis, ben je eerste burger, betekent dat niet dat je mag roepen wat je wilt ongeacht de consequenties.

In de virtuele wereld die momenteel net ze relevant is als de materiële wereld, ben je een minuscuul stipje op de landkaart, een zelf-knooppunt – een auto-nodus. Maar tegelijk ben je niet zoals in de reële wereld denkbeeldig gescheiden als auto-topie van andere heterotopieën, zodat je prat kunt gaan op je eigen geschiedenis en je eigen vorm van manifesteren, maar val je samen met alle andere heteronodussen, want je bent tegelijk autonodus en heteronodus in een. Er is geen onderscheid meer, hoogstens in het aantal bits en de volgorde waarin die worden weergegeven. In de virtuele wereld ben je een product geworden, kneedbaar, manipuleerbaar, veranderbaar als nog nooit tevoren. Alles gaat door jou heen en als knooppunt ben je verzamelpunt, doorgeefluik, schepper en ontvanger tegelijk. Wie ben je nou? Wie ben je werkelijk? Weet je dat nog?

Wie ben je in de ‘echte wereld’? Wat is nog de echte wereld? Als de materiële wereld en de virtuele wereld zo steeds meer in elkaar overgaan en met elkaar samenhangen? Wat zie je dan ook: de angst staat op de gezichten van de racisten en radicalen getekend. Ze zijn bang voor het vreemde, het niet eigene, het onbekende. Wat doen ze? Ze grijpen naar de wapens. In de VS lopen allerlei groepen rond die zwaar bewapend zijn en die zeggen op te komen voor ‘volk en vaderland’ , d.w.z. hun eigen ‘witte gelijkgestemde soortgenoten’.  De verstrengeling van de materiële wereld en de virtuele wereld roept ook de sluimerende angsten en bedreigingen op bij de religieus geïnspireerde radicale stromingen. Met inzet van ouderwetse technieken zoals het zaaien van terreur, wapengeweld, oorlog, willen zij het tij keren en terug naar de middeleeuwen, met een moraliteit van toen en dito gedrag. Alleen weten ze niet wat dat is en hoe een ideale samenleving eruit zou moeten zien. Dus improviseren ze maar wat en doen ze wat hun goed lijkt. Dat is de tragiek van de domheid. Kortzichtigheid en gepreoccupeerdheid leidt zo tot dood en verderf. Daar helpt geen enkel ‘heilig’ boek aan.

Is er een uitweg? Kan het verstand, de ratio nog winnen? Zijn angstige fanaten nog te bekeren of te overtuigen van hun ongelijk? Welke wapens kun je inzetten om het tij ten goede te keren en een einde te maken aan de terreur? Is het een kwestie van ‘bewapening’ om deze retoriek te gebruiken? Ik vermoed al dat hier een van de problemen schuilt. Denken in termen van wapens, van vrienden en vijanden is het begin van radicalisering en van uiteindelijk geweld als de machteloosheid het overneemt. Maar kun je redelijk zijn tegenover een zelfopblaas-terrorist, een automobilist die moedwillig mensen omver rijdt? Moet je ze niet eerder vastspijkeren aan het hout midden op een plein? Als toonbeeld voor alle anderen? Ook dat hebben we al in de geschiedenis gezien: de kruisigingen van de Romeinen. Heeft het geholpen? Er is wel voor een deel een religie uit voortgekomen maar ook deze religie heeft de uitwassen van de radicalen niet kunnen bedwingen. De andere wang toekeren dan? Ik geloof er niet in. Maar terreur beantwoorden met terreur is ook niet het antwoord. Dan trap je in een zorgvuldig uitgezette valkuil en ben je net zo erg als de terrorist ook al gebeurt dit in naam van de veiligheid en de staat.

Misschien begint het bij de opvoeding, de gezonde en kritische kijk op het eigen lichaam, de eigen existentie, de relatie met alles wat niet eigen is, de openheid voor het andere en niet minder belangrijk aandacht voor bestrijding van armoede en onderdrukking. Mensen willen dromen en een droom waarmaken. Als je arm bent en geen kansen krijgt is radicalisme een aanlokkelijk antwoord, een mooie droom, te mooi om waar te zijn. Daarom zal dit ook nooit echt lukken, maar het leed is dan al geschied en vis je achter het net met al je goede bedoelingen. Zelf het goede voorbeeld geven en je niet laten ondersneeuwen door al het geweld – niet moedeloos worden en zonder vertrouwen, de tijd zal het leren.

 

John Hacking

18 augustus 2017

Man under a Pyramid 1996 by Anselm Kiefer born 1945
Man under a Pyramid 1996 Anselm Kiefer born 1945 ARTIST ROOMS Acquired jointly with the National Galleries of Scotland through The d’Offay Donation with assistance from the National Heritage Memorial Fund and the Art Fund 2008 http://www.tate.org.uk/art/work/AR00037