Wonder en wonderen

Wonder en wonderen…

‘De dag begint en het is alweer nacht…’ zo schrijft de Franse rabbijn Marc Alain Ouaknin. Geluk is niet voor iedereen weggelegd en als het komt duurt het slechts kort. Duurzaam geluk en duurzaam gelukkig zijn, zo lijkt het een ‘contradictio in terminis.’ Maar het feit dat je toch zo af en toe geluk kunt ervaren is eigenlijk al een wonder. In deze soms donkere wereld waar geweld en de roes van macht vele harten aanzet tot gruwelijke daden lijkt het licht ver weg, de verlossing een onmogelijk gegeven. De verklaring dat mensen door omstandigheden veranderen in monsters is slechts gedeeltelijk waar. Het is minder dan een halve waarheid. Alfred North Whitehead schreef al: “Er zijn geen hele waarheden; alle waarheden zijn halve waarheden. Proberen ze te behandelen als hele waarheden is waardoor de chaos ontstaat.” (geciteerd in P. Watson, Ideeën, Utrecht 2005 (spectrum) pag. 5). Als het negatieve en gewelddadige gedrag van mensen niet echt verklaard kan worden uit de context, hun levensgeschiedenis en hun ouders en voorouders, waar komt het dan vandaan? En wat hopen ze ermee te bereiken? Is het een machteloze en daardoor extra grimmige poging om via geweld gelukkig te worden voor een moment? Even genieten van de roes, de kick van hun daden? En dan weer over gaan tot de orde van de dag? Wat houdt een dictator naast zijn argwaan en ziekelijke achterdocht in leven? Het ene massacre na het andere? Wie kan in de ziel van de machtswellusteling kijken, in het hart van de beul, in de gedachtenstromen van de psychopaat en sociopaat? En wat tref je daar aan? Is het allemaal nacht?

Tegenover de nacht staat het licht. Tegenover de nacht de ochtend. Die breekt telkens weer aan. De nacht maakt plaats, ze wijkt voor het nieuwe licht. Daarom zijn daden van licht overmachtig. Geen nacht kan ze doven. Ze duren en duren en geen nacht krijgt ze klein. Eeuwenlang werkt dit licht door in de harten van mensen. Ware het niet zo, de religies bijvoorbeeld zouden enkele jaren na de dood van hun stichter een snelle dood sterven. Toch blijven die verhalen doorgaan, ze inspireren mensen, ze houden hen in leven. Dat kan enkel omdat ze betekenisvol zijn, enkel omdat hun betekenissen het individuele leven en de individuele daden overstijgen. Autonomie kan deze betekenisvolle inhoud van de verhalen niet inperken, niet opeisen voor zichzelf alleen. Betekenisvolle verhalen gekoppeld aan betekenisvolle mensen, dat zijn mensen die belangrijk voor je zijn, duiden op een werkelijkheid die groter is dan het autonome individu, ze duiden op heteronomie. Ze overstijgen alles en iedereen en dat gedurende eeuwen. Dat is wonderbaarlijk, zelfs in een voortdurend veranderende wereld waarin telkens nieuwe betekenissen ontstaan. Maar deze nieuwe betekenisvolle verhalen verdringen niet de oude. Ze geven er hoogstens een nieuwe dimensie aan. Zo lees ik dan ook de verhalen uit de bijbel. Door alle nieuwe feiten en ontdekkingen verliezen ze niets van hun kracht en inspirerende betekenisvolheid. Daar is echter een maar aan verbonden: je moet de moeite doen, de energie erin steken, om deze verhalen te bestuderen, tot de kern ervan proberen te gaan. En dat telkens weer. Het is nooit afgesloten. De betekenissen staan nooit stil als een stroom die tot stilstand komt in een meer. Betekenissen zijn als rivieren die nooit ophouden met stromen. Dat is een wonder. Het wonder van de taal en het wonder van de semiose, het proces van betekenisgeven. Dat geeft ook ruimte, je hoeft niet te vertwijfelen, steeds zijn er uitwegen, nieuwe invalshoeken, diepere lagen.

Poëzie kan deze kracht schitterend tot uitdrukking brengen. De kracht van betekenissen, het geven en ontdekken van betekenissen. Zelfs in een concentratiekamp. Dat blijkt uit het volgende citaat:

‘In het goelagkamp in Siberië waar Mandelstam zijn laatste jaren doorbracht, zou hij voor de andere gevangenen gedichten van Petrarca hebben voorgedragen. Ze luisterden ondanks de honger en kou, net zoals de zwarte vogels, die even ophielden met rond de dood te cirkelen, de enige bevrijding voor de gedeporteerden. God weet dat er niets verder verwijderd is van de schitterende Petrarca dan die mannen in lompen. Maar, voegt hij eraan toe, de poëzie was in dat geval een beetje wat een druppel water is voor een man die door de woestijn loopt, iets wat onverwachts een oneindig gewicht krijgt en je helpt door het ergste heen te komen. Verhalen uit Kolyma, de hel van de Russische kampen, vertellen dat poëzie soms een veilige burcht was en helemaal geen uitlaatklep. Poëzie spreekt altijd in naam van het leven.’

 

Philippe Jaccottet  in: Ouaknin, Marc-Alain, ¿, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo)

Licht heeft vele gestalten, veel gezichten. Een ervan zou je ook betekenis kunnen noemen; het licht zelf betekent, het is betekenis en wel zo dat het niet in een omschrijving is te vangen. Vanuit taalkundig oogpunt kijkt dit een vreemde stelling dat licht = betekenis. Maar vanuit de mystiek en vanuit het hart dat ervaring heeft met mystieke dimensies klinkt het niet zo vreemd. God als licht, de ervaring van het sacrale als licht, dat betekenis geeft aan het leven. Licht dat zelfs de grenzen doeet overstijgen. Betekenisvolle grenzen in een nieuw licht zet. De grens tussen licht en donker is betekenisvol, de grens tussen goedheid en het kwade idem. Dag en nacht gaan pas langzaam in elkaar over. Zo zijn er ook veel schakeringen in het licht en in de betekenissen. Zwart en wit zijn eigenlijk leugens als ze aanspraak maken op autonomie en op alleenrecht. In elk wit zit zwart bijgemengd en omgekeerd, volgens de zenfilosofie. Marc Alain Ouakin citeert de Baal Shem Tov, de meester van de goede naam die wijst naar het licht, de vonken van licht die in elke schepsel aanwezig zijn. Een tekst om eens op te kauwen. Een wonder van licht als je durft het toe te laten.

 

“Ik zal je een geheim vertellen, zegt mijn Meester. Er bestaan verschillende soorten licht en elk licht heeft een naam. Wanneer je de naam kent van een licht, kun je het roepen (je moet het heel zachtjes roepen) en het komt. Het hart begint daarop een treurige en vrolijke melodie te zingen, heerlijke mengeling van torment en vrede, en het hart wordt bloem, en de bloem wordt vogel en vastgemaakt aan zijn vleugels kan de bezitter van het hart de hele wereld afreizen, want afstanden zijn dan opgeheven.

 

Het is mogelijk om dicht bij iemand te gaan zitten die dezelfde naam draagt als het licht, zijn hand te nemen en hem woorden in te fluisteren die, rondom zijn ogen, vlinders laten dansen met vleugels van inkt.

 

Mijn Meester staat op en voor we uit mekaar gaan, geeft hij me een klein blaadje papier met een tekst van de Baal Or Tov:

– Lees en je zult begrijpen! Nee, niet nu, later! En zoals gewoonlijk glimlacht hij en verdwijnt in de nacht zonder zich om te keren.

 

Als je het wilt, zul je het kunnen. Kijk!

Beschouw het licht van de Aanwezigheid dat woont in alles wat bestaat.

Beschouw de vrolijke kracht van het leven van de werelden hierboven.’

Zie hoe de kracht neerdaalt en elk levensdeeltje dat je kunt zien met de ogen van je lichaam en de ogen van je geest doordrenkt.

Beschouw de wonderen van de Schepping en de Bron van alles wat leeft, die het ritme aangeeft van elk schepsel.

Leer jezelf kennen.

Leer de wereld kennen, jouw wereld.

Ontdek de logica van je hart en de gevoelens van je verstand!

Word de trillingen gewaar van de bron van het leven die in het diepste van jezelf zit, en boven jou en rondom jou.

De liefde die brandt in jou, laat ze opklimmen naar haar krachtige oorsprong.

Spreid de liefde uit naar elke ziel van alle werelden.

Kijk naar de lichten.

Kijk aan de binnenkant van de lichten.

Stijg en stijg, want je bezit een sterke kracht.

Je hebt vleugels van wind, de nobele vleugels van de arend…

Verloochen hen niet uit angst dat ze jou verloochenen.

Zoek ze, en onmiddellijk zullen ze je vinden.”

 

Ouaknin, Marc-Alain, ¿, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo)

 

 

John Hacking

14 november 2017

 

IMG_3674