“In God we trust” ***

 

Op een dag gaf mijn Meester mij, beneden aan de trap waarlangs je via de Square du Vert Galant naar de Pont Neuf kunt gaan, een metroticket. Er stonden drie woorden op geschreven: ‘God is fragiel!’ Pas jaren later probeerde ik te begrijpen wat hij me had willen zeggen. Dit zijn enkele ideeën, maar misschien wilde hij me ook andere wegen aanwijzen.

‘Fragiel’ en ‘fragiliteit’ komen van het Latijnse frangilis en frangere, wat in het Frans het woord ‘fracture’ (breuk), ‘fragment’ (gedeelte), ‘fraction’ (breking) enzovoort oplevert. Zo is ‘fragiel’ datgene wat breekt en gemakkelijk breekt. Woordenboeken leren ons ook dat de Indo- Europese wortel bregh (vregh, fregh) is wat je in het Engelse break en het Nederlandse breken, het Duitse brechen, het Franse briser terugvindt.

Ik hoor graag de woorden onder de woorden, de klanken onder de klanken, stamelende ‘hypogrammen’ die spelen van de ene taal naar de andere. Zoals Valere Novarina zo prachtig schrijft: ‘De woorden werken ook door qui pro quo, door te resoneren in de verbale ondergrond; ze hebben hun trillingen, hun fonetisch over-en-weer-van-plaats-verwisselen, hun ondergrondse spelletjes, hun dubbelzinnig leven; onder de woorden zijn er rivieren die inwerken door nabijheid en hen een schaduwrijke diepte geven. ‘

uit: Marc Alain Ouaknin,
¿, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo), pag. 210

 

De macht, verkregen door de toepassing van digitale technieken en het verzamelen van data, lijkt ongekend te zijn. We staan voor een nieuw tijdperk. Nieuw omdat een dergelijke wijze van verzamelen van gegevens nog nooit vertoond is. Data als het nieuwe ‘goud’ van deze eeuw, zo wordt het wel genoemd. Degene over de data beschikt, beschikt over de mensen. En mensen, dat zijn potentiële klanten als je iets wilt verkopen (Amazon, Google, Facebook, Alibaba). Of het zijn potentiële aanhangers voor bepaalde politieke systemen als je op zoek bent naar instemming met het beleid van de overheid of een partij (Alt-Right in de VS bv.). Zwart-wit denken geldt in deze: je hebt voor- en je hebt tegenstanders, dat is wel net zo makkelijk als de digitale 0 en 1. Potentiële en mogelijke tegenstanders heb je liever niet en het is dan goed om die vooraf al goed in beeld te krijgen want dan kun je het effect van hun acties tot een minimum beperken. Deze vorm van denken is verder verspreid dan we misschien zouden denken: kijk naar de behandeling van kritische journalisten in tal van landen (Turkije bijvoorbeeld), de moord op politieke tegenstanders (Rusland bijvoorbeeld), het laten verdwijnen van ongewenste oppositieleden door ze voor jaren in de gevangenis te stoppen (Syrië, Soedan, Ethiopië, Noord Korea, China etc. etc.). Of kijk naar het verspreiden van nepnieuws door ‘trolle’n op internet door het zwartmaken van mensen (bijvoorbeeld de studenten, slachtoffers van een (wapen)gek, die protesteren tegen de macht de NRA, de Amerikaanse wapenlobby, die politici geld toestopt om de lobby te steunen door strengere wapenwetten tegen te houden) – (De senatoren zijn bekend, meneer Trumop is een van de grootste ontvangers van geld van deze dubbieuze club: wie is hier corrupt?, en wat is corruptie anders?)

De Chinese overheid heeft tot adagium gemaakt dat controle door en met behulp van digitale middelen de manier bij uitstek is om data van de burgers te verzamelen. Dat allemaal in naam van een stabiele en beheersbare maatschappij. Elementen die dit wankel evenwicht verstoren kunnen, moeten bij voorbaat in toom worden gehouden. Daartoe wordt een ‘sociale krediet systeem’ geïmplementeerd. Je kunt bonus- en je kunt strafpunten krijgen voor je gedrag en dat op elk terrein. Verkeersovertredingen horen daar ook bij, het bezoeken van door de overheid verboden internetsites idem. Sommige informatie is nu voor de burgers volgens deze overheid niet toegestaan omdat ze de mensen maar op verkeerde gedachten kan brengen. Een aanzienlijk aan tal controleurs moet dit waarborgen. Dus alle digitale middelen inclusief een ‘muur’ om buitenlandse digitale invloeden te weren, worden ingezet om dit doel te bereiken.
In het programma Tegenlicht (VPRO 25 februari 2018) kwam dit uitgebreid aan bod. De Chinese maatschappij kent nog geen digitale identiteitsysteem zoals wij dat nu in Nederland kennen, de burger heeft nog geen burgerschapsnummer (BSN) en geen ‘digid’, digitale identiteit. Misschien is het de wet van de remmende voorsprong (die dan bijvoorbeeld in Nederland geldt tegenover het streven van China) om zoveel mogelijk greep op haar burgers te krijgen. De Chinese overheid probeert een inhaalslag te maken en plaatst veiligheid en controle boven privacy en persoonlijke vrijheid om inzicht te krijgen in het gedrag van de burgers en om daarmee bijvoorbeeld fraude en corruptie te voorkomen. Net zo makkelijk voor de belastingen, als je al je burgers en hun inkomsten in beeld hebt.

In Nederland lopen we misschien achter op dit terrein als je dit vergelijkt met China, maar de schijn bedriegt. Wij zijn door onze digitale verknopingen aan diverse instanties verbonden: de overheid (identiteit (paspoort, identiteitskaar) belastingen, politiek (stempas), vergunningen, bezit), de verzekeringen (van de wieg tot het graf), het onderwijs (opleiding en diplomas), de ziekenhuizen en artsen, de organisaties waar we vrijwillig lid van zijn, en de grote sociale media bedrijven aan wie we alles afstaan met betrekking tot wensen en voorkeuren. Misschien lopen we als land nog achter omdat nog niet alle databanken met elkaar verbonden zijn, maar dat is vermoed ik, slechts een kwestie van jaren. Het gepruts bij de politie ten spijt om een gezamenlijke databank op te richten en al die andere overheidsinstellingen die niet in staat blijken om adequaat in te spelen oop de eisen van de moderne digitale tijd.

Maar hoe wenselijk is het om alle data van je burgers te verzamelen? Hoe belangrijk is het om zoveel mogelijk data bij elkaar te brengen van en over je burgers omwille van veiligheid, het voorkomen van aanslagen, het goed in beeld brengen van de denk- en handelingspatronen van je burgers? En wat is de prijs van deze ontwikkelingen?
Op het eerste gezicht lijkt het alsof er heel veel voordelen aan een dergelijke manier van overheidshandelen verbonden zitten. De ambtenaren smullen van de macht die ze zo over hun burgers verkrijgen. De burgers worden steeds angstiger en voorzichtiger om zich te uiten, om het achterste van hun tong te laten zien want alles kan tegen je worden gebruikt: je krijgt geen huis, geen vergunning, je mag niet reizen, je krijgt geen paspoort en in het ergste geval beland je in de gevangenis of een strafkamp.

Deze vorm van macht lijkt me contraproductief. Wat doe je als overheid als de groep overtreders zo groot is dat ze niet meer in de gevangenis passen? Als er zoveel mensen minpunten krijgen en daardoor allerlei belemmeringen in hun maatschappelijk gedrag dat ze geen kant meer opkunnen omdat ze geen tweede kans of derde kans meer krijgen? Als je uiteindelijk niets te verliezen hebt kan dat betekenen dat het niet meer uitmaakt wat je doet: een nieuwe vorm van terrorisme is dan geboren. Dan krijg je een expliciete maatschappij van de goeden tegenover de slechten. Science fiction wordt realiteit.
De vrijheid is dan een sprookje geworden, iets uit een ver verleden. Daar is onze roep om privacy en ons verlangen om niet gevolgd en niet gestoord te worden niets bij. Je bent dan of je wilt of niet vanaf je geboorte gevangene van het systeem, de staat, de overheid en haar controlemechanismen. De volgende stap voor de overheid is de tevreden en ontevreden burgers af te leiden, bezig te houden, te plezieren met afleiding. Sport, muziek, consumptie liggen voor de hand, maar iedereen weet dat je daarmee, zeker niet met het laatste, een leven kunt vullen zonder af te stompen. Toch zijn we met zijn allen al aardig op deze ingeslagen weg: kijk naar alle dagelijkse aandacht die de smartphone krijgt. Deze slimme telefoon is ‘de verbinding’ met de wereld, zo lijkt het wel.

Fundamenteel in dit handelen en denken is het gebrek aan vertrouwen: vertrouwen in de medemens, in de burger, in de politieke opponent. Een samenleving die enkel inzet op controle en op voorgebakken richtlijnen met betrekking tot gedrag en denken, communiceren en levensinvulling, wordt en is een dictatuur. Erger dan de dictaturen die afgelopen eeuwen hebben plaatsgevonden. Want nu dreigt een bijna absoluut totalitaire macht te worden uitgeoefend door het gebruik van de digitale werkelijkheid waarin we verkeren. Een nieuwe god is geboren. Vreeswekkender en angstaanjagender dan alle goden daarvoor. De bijbelse God werd en wordt wel als vreeswekkend afgeschilderd, maar wie daar niet in gelooft heeft er weinig van te vrezen en wie er wel in gelooft merkt er meestal niks van. Die God is veelal afwezig, onkenbaar en het is verboden Hem vast te leggen of te benoemen. Het blijft een God op afstand en daarom een God die zo onze vrijheid garandeert.
Dit aspect van de religie, namelijk waarborg zijn voor de menselijke vrijheid, wordt mijns inziens veel te weinig belicht.
De nieuwe digitale ‘religies’ of ideologieën kennen geen vrijheid. Vrijheid is voor de controlerende machthebbers maar een lastig en overbodig fenomeen want zij weten wat goed is voor de mensen. Daarvoor hebben ze geen God en geen andere instantie buiten hen voor nodig. Ziehier in een notendop het hele probleem: hybris, overmoed, macht en controle, het einde van de menselijke vrijheid, en dus ook van creativiteit en van liefde uiteindelijk, als vrucht van de op hol geslagen digitalisering.

Marc Alain Ouaknin schrijft in ¿, God en de kunst van het vissen, dat het gelaat van de mens het bewijs is van het bestaan van God. Een God die net zo fragiel is als een mens, net zo kwetsbaar en eindig. Maar precies daarin schuilt zijn kracht. De eindigheid maakt vrijheid en maakt liefde pas mogelijk. Eindigheid is de voorwaarde voor geluk, voor alles wat het leven de moeite waard maakt. Deze grens willen overschrijden door zoveel mogelijk macht te willen krijgen over het tijdelijke, het beperkte, het hier en nu waarin mensen hun leven gestalte geven, leidt volgens mij naar een doodse en statische samenleving waarin niemand uiteindelijk meer wil wonen. Het is de greep naar een aardse paradijs dat uiteindelijk een hel blijk te zijn. De hel is nabij omdat we niet onze eigen grenzen respecteren en nog minder die van onze naasten. Dat is de conclusie die hieruit valt te trekken als we vertrouwen in elkaar inleveren voor controle. Tragisch is dit. Er staat veel op het spel. Hoe creatief kunnen we en durven we te zijn om deze nefaste ontwikkelingen een halt toe te roepen en zo te begeleiden dat vrijheid en uiteindelijk ook vertrouwen de kern blijven vormen van ons samenleven?

John Hacking
26 februari 2018

 

img_1138