Het Niets bewonen

mist in de bergen
mist in de bergen – drieluik – pigment op hout

»Das Wort ist das Mittel des Geistes, sich im Nichts zu vervielfachen … «

Paul Valery

Ik verbaas me er vaker over hoe de menselijke evolutie in zijn werk is gegaan. De ontdekking van de kracht van het vuur, het roosteren van vlees in plaats van het rauw van de botten te knagen. De aanpassing aan de koude van de winter door dierenvellen te gebruiken als kleding. Het zingen van een melodie dat een lied wordt, het ontdekken van de taal als manier om met elkaar te communiceren naast alle andere manieren van contact. Het weergeven van dieren op de wanden en het begraven van de overledenen in graven. Misschien zijn deze eerste ‘uitvindingen’ wel een van de meest belangrijke stappen geweest in de ontwikkeling van de vroege mens. Alle vormen van cultuur die daarna zijn ontstaan kwamen pas toen de mens zijn nomadenbestaan verruilde voor een leven in een nederzetting en later in een stad. Een surplus aan arbeiders maakte de bouw van de piramiden mogelijk. Een standenmaatschappij creëerde tempels, paleizen en andere opvallende gebouwen met speciale functies. Dan is er inmiddels ook een geschreven taal en worden verhalen opgetekend en gelezen. Niet dat iedereen over die vaardigheden beschikte maar het begin is gemaakt. Taal is een onlosmakelijk bestanddeel van het mensenbestaan geworden. Met de taal kwam ook het abstracte denken. Abstracties werden onderdeel van het dagelijks leven zonder dat precies helder was wat de inhoud van dergelijke woorden was. Kunst is zo’n woord, net als winter en zomer. Wat bedoelen we als we kunst zeggen? Wat versta je onder winter, of onder zomer. Veelvuldig en betekenisvol zijn de beschrijvingen die wij kunnen gebruiken om dergelijke abstracta te beschrijven en een (in)vulling te geven. Maar de invulling van zomer voor de een is niet hetzelfde als voor de ander. En toch communiceren we met behulp van deze abstracta en doen we daar niet moeilijk over en accepteren dat ieder daarbij zijn eigen invulling geeft. Met kunst ligt dat soms anders. Omdat kunst ook een commerciële waarde heeft en omdat kunstuitingen ook weerstand en bevestiging kunnen oproepen, en dus ook vaker een politieke lading hebben, is er discussie en verschillen we van mening hierover. Meestal laat het ons niet koud dat er verschillende opvattingen over kunst bestaan omdat ze ook aan ons leven raken. Anselm Kiefer probeert in een aantal colleges in Parijs hierover zijn gedachten te formuleren. Zijn opvattingen zijn de moeite waard om te overdenken. Kiefer is eigenlijk een filosoof die denkt met zijn schilderijen en beeldhouwwerken. Zijn werk is een poging om zijn filosofische opvattingen weer te geven en tot uitdrukking te brengen. In die zin is hij bijzonder want hij is in staat zijn trachten en zijn pogen op een inspirerende wijze te verwoorden. Kiefer sluit daarbij aan bij het denken over de evolutie. Hij zegt:

Wir werden sehen, dass es verschiedenste Berührungspunkte zwischen der Evolutionstheorie und der >Geburt< eines Kunstwerkes, der Entstehung eines neuen Bildes gibt; beide sind vom glücklichen Zusammenspiel unendlich vieler Komponenten abhängig. Drei Voraussetzungen sind notwendig, damit eine neue Art entstehe: der Zufall, die generische Variabilität und natürlich die Selektion. Zunächst ist alles möglich: Der Zufall, das genetische Spiel schaffen durch Mutationen eine unendliche Anzahl von Ergebnissen, die aber anfangs nicht mehr als Möglichkeiten sind. Die Selektion entscheidet dann, welche der Varianten zum Erfolg, das heißt zum Überleben führt. Nur eine kleine Zahl van Möglichkeiten setzt sich durch. Manche Arten, die bereits überlebt hatten, sterben plötzlich aus, weil sie sich nicht durchsetzen können oder weil eine extreme Umweltkatastrophe eingetreten ist. Der Einschlag eines Meteoriten etwa oder ein Klimawechsel, etc.

Als ich mich in die Evolutionstheorie von Darwin und die natürliche Selektion vertieft habe, erkannte ich plötzlich: Sie illustriert im Grunde genau das, was bei der Entstehung eines Bildes geschieht. Der Maler, der ein Werk erschaffen mochte, hat die leere, weiße Leinwand vor  sich. Diese Leere soll nicht bleiben. Das Weiße, das unbeschriebene Blatt, die Leinwand rufen, sie wollen, dass Etwas auf ihnen erschaffen wird. Dieses Rechteck, diese Ausgrenzung, dieses Begrenzte ist der weißen Leinwand ungenügend, denn es zeigt nur einen Ausschnitt, nicht die Fülle. Es entspricht nicht der Sehnsucht nach dem Unendlichen, nach der Totalität. Das versetzt den Künstler in den Zustand der Erwartung. Irgendwann kommt es dann zu einem Schock, entweder durch ein unvorhergesehenes Ereignis, ein Erlebnis, durch eine Stimmung oder ein Gedicht oder… die Möglichkeiten sind endlos. (Pag. 70)

Verwondering staat aan de basis van elke nieuw proces dat tot een werk, een werk van een kunstenaar kan leiden. Ben je nu zelf niet iemand die schildert, beeldhouwt of anderszins kunstzinnig bezig is, dan blijft deze beschrijving misschien te abstract. Verlangen en verwondering omzetten in een concreet werk veronderstelt niet alleen durf en kennis van zaken, maar ook loslaten. Loslaten van je verwachting, loslaten dat er een bepaald eindresultaat uit moet komen. Trouwens weet je van te voren wat er uit zou moeten komen? Is in het evolutieproces bekend wat de uitkomst is? Veel is toeval, valt samen, valt je toe. En daar moet je het mee doen. Staan voor een leeg doek of vel papier kan spannend zijn maar ook heel inspirerend want je weet niet wat zich gaat ontwikkelen. Wat zich in je geest afspeelt en hoe je reageert op wat je doet.

Kiefer gaat nog iets nader in op de relatie tussen kunst en evolutie, ook naar aanleiding van hoe hij zelf in dit proces staat. Hij zegt:

Aber sehen wir uns die Analogien zwischen der Evolution und der Kunst etwas naher an.

DIE VARIABILITAT. Etwas kommt dem Künstler in den Sinn, und er will eine Form dafür finden. Dieses Etwas entspricht irgendwie einem Schock. Es kommt zu den ersten Schritten, unsicher wählt man aus den gerade zur Verfügung stehenden Mitteln aus: Farben, Substanzen, Gegenstande, Verfahren… und das Spiel kann beginnen.

DER ZUFALL. Der Zufall will, dass uns dies oder das gerade zur Verfügung steht, je nachdem, wo wir uns im entscheidenden Moment befinden. Dieses >Sich-Befinden< meine ich nicht nur im räumlichen, sondern auch im zeitlichen Sinn, das heißt, wo man sich gerade persönlich oder auch im kunsthistorischen Kontext aufhält. Vergessen wir nicht, dass ein Künstler, im Steinbruch der Geschichte agierend spielt. Verschiedenste Gene treffen da aufeinander, kommunizieren, schließen sich gegenseitig aus, verbünden sich zu neuen Kombinationen. Die Variationen sind unendlich. Es ist keine Parthenogenese, keine Jungfrauengeburt, sondern der Zusammenprall van Widersprüchen. Die gegensätzlichsten Elemente sind zugleich die produktivsten.

DIE SELEKTION. Nun kommt der schwierigste, der unangenehmste Moment: Denn es muss ausgewählt, ausgemustert, es muss selektiert werden. Und vieles geht dabei unter. Die schönsten, die vielversprechendsten Ansätze zu Bildern müssen aufgegeben werden. Und wenn das geschehen ist, trauert man sogleich dem Verlorenen nach; besonders dann, wenn zum Schluss nichts mehr übrig bleibt. (Pag. 70)

In een van zijn ateliers heeft Kiefer een groot aantal stalen containers geplaats. In deze staan werken opgeborgen. Misschien blijven ze daar voor altijd, misschien worden ze tevoorschijn gehaald om opnieuw bewerkt te worden. Kunstwerken in ruste, in statu nascendi. Dit tekent de wijze waarop Kiefer werkt. Hij is voortdurend bezig met een groot aantal werken. Op bepaalde momenten stopt hij en besluit hij werk in deze container op te bergen. De toekomst ervan is ongewis. Hij zou het werk ook kunnen vernietigen, maar wie weet, misschien ontstaat nog iets moois in de donkerte van de container. Misschien kijkt hij na jaren met heel andere ogen naar dit werk. Misschien wordt het door bewerking een volslagen nieuw werk.

Eigenlijk is kunst een manier van scheppen die uit leegte, uit (het) niets iets tot stand komt door de hand van de kunstenaar. Een leeg vel papier, een leeg doek, een lege ruimte die wordt gevuld. Kiefer probeert dit creatieve proces zo te beschrijven zodat de toeschouwer, lezer, mee kan ervaren hoe dit in zijn werk gaat. Maar je moet misschien het werk van Kiefer zelf een beetje kennen om echt te ervaren hoe hij hierin staat en wat dit scheppen precies inhoudt. Het is bij hem ook een vorm van passie en van betrokkenheid op wat zich in zijn wereld afspeelt. De reflectie komt vaak achteraf en de zoektocht levert heel vaak niet op wat hij heeft gehoopt. In zijn colleges maakt hij dit duidelijk als hij ook spreekt over de verbanden die soms pas in een heel laat stadium van het proces zichtbaar worden. Ervaringen uit zijn jeugd treden op nieuwe wijze aan het licht in zijn werk. Zaken waardoor hij werd gegrepen in een andere periode van zijn leven komen op een nieuwe manier terug in schilderen en beeldhouwen. De kunstenaar is deel van een lange geschiedenis. Uniciteit is eigenlijk een halve waarheid want uniciteit bestaat eigenlijk niet. Als kind speelde hij al met bakstenen van gebouwen die in puin waren geschoten in de Tweede Wereldoorlog. In zijn latere leven als kunstenaar bouwt hij verwoed aan nieuwe installaties en bouwt hij boven en onder de grond. Zijn leven en zijn ervaringen keren terug in datgene wat hij maakt. Het besef komt soms achteraf. In het licht van zijn nadenken over de evolutie en het werk van de kunstenaar stoot hij op verassende analogieën. Ook de religieuze connotatie ontbreekt niet als hij zegt:

Der Künstler sieht sich nunmehr nicht als ein Endprodukt dieser, sondern er geht die Evolutionsleiter hinauf und hinunter, wie die Engel auf der Jakobsleiter. Er hat erkannt, dass alle Wissenschaft und jeder Fortschritt im Grunde nur gezeigt haben, dass unsere Vorstellung von der Welt nicht mehr als eine Hypothese ist. Jeder weitere Schritt in Richtung Erkenntnis fuhrt noch lange nicht zu einem besseren Verständnis, was die Welt an sich sei. Die Wahrheit bleibt unerreichbar. Und weil das so ist, gab es seit allem Anfang an die Kunst und die Mythologie; beide haben das Unsagbare, das nicht Festlegbare mit anderen Mitteln als der Logik und der Wissenschaft auszudrücken versucht.

Die Geschichte vom brennenden Dornbusch hat mich seit der Kindheit. als ich sie zum ersten Mal hörte, nicht mehr losgelassen. Das »Ich bin der Ich bin« besagt, dass Gott sich nicht in der dinglichen Welt festmachen lasst. Der Theologe Dietrich Bonhoeffer hat gesagt: »Einen Gott, den es gibt, gibt es nicht.« Damit sind wir ganz nahe bei der Kunst. Wir haben in der Antrittsvorlesung erkannt, wie schwierig es ist, über Kunst zu sprechen. Dass sie sich uns entzieht, sobald wir sie dingfest machen wollen. Sie erinnern sich, wie schwer es mir fiel, van den sich widersprechenden Definitionen zu sprechen, die die Kunst zu fassen versuchen. Es ist wie in der Fabel vom Hasen und dem Igel: Man müht sich ab, man will sich an die Kunst heranmachen, sie überholen, aber es ist alles umsonst, denn sie ist immer schon da. Sie geriert sich wie die Evolution, sie ist ein merkwürdiges Produkt aus Gesetz und Zufall.

Ab und zu gelingt es einem Künstler, sich selbst zu überraschen. Ab und zu wird er von tiefster Motivation bewegt, die Mühsal auf sich zu nehmen, etwas zu erschaffen; dabei kann es ihm passieren, dass er – wie in der Evolution – zum Objekt einer Mutation wird. Wir haben ja gesehen: Eine Kunst, die ist, ist nicht. Ich werde versuchen, Ihnen dies anschaulich zu machen, wenn wir eines meiner Ateliers in Barjac besuchen (siehe Vorlesung >Barjac<). Dort habe ich mehrere Gebäude für meine Kunstwerke errichtet und diese dann teils unterirdisch mit Tunneln, teils  überirdisch mit Brücken verbunden. Meine ursprüngliche Idee: Man sollte das Dazwischenliegende, die aus dem Boden, aus der Erde hervortretenden Werke, vergessen. Wir werden etwas Ähnliches in der Vorlesung über Victor Hugos Tuschezeichnung Ma destinée kennenlernen. Werke, die scheinbar aus dem Boden hervorwachsen, den Bereich des Materiellen, des Diesseitigen transzendieren und einen leeren Raum schaffen, in den sich eine Schöpfung ergießen kann. Es ist dies Ausdruck meiner Beschäftigung mit dem Geheimnis, welches unsere Welt mit der jenseitigen, unaussprechlichen Wirklichkeit verbindet.

Durch die Entdeckung der Evolution erkannte man, dass es dieses Zusammenspiel von Diesseits und Jenseits nicht nur ein einziges Mal, bei der Erschaffung der Welt, im Abgrund der Geschichte gegeben hat, sondern dass diese Transzendierung immer wieder stattgefunden hat, dank der Dialektik von Gesetz und Zufall. Ein Phänomen, das, wir haben es gesehen, von Zeit zu Zeit auch im Atelier des Künstlers zu beobachten ist. Die Vorstellung von einer Materie, in welcher die Elementarteilchen des Atoms und überhaupt alle mathematischen Abstraktionen hinfällig werden, zeigt uns, dass die Grenze dieses Raums zu dem unendlich viel größeren Teil des Weltalls zwar eine absolute ist, dass sie aber durch einen mutigen Künstler überschritten werden kann. Diese Form der Transzendenz unterscheidet sich von jener der Theologen. Denn meine Transzendenz liegt nicht jenseits der Welt, sondern in der Welt. Wir wissen, dass die Evolution der Übergang von einem Zustand in einen anderen ist. Ein Übergang, der im Verlauf von rund vier Milliarden Jahren vonstattenging. (Pag. 76)

Als je bedenkt dat wij mensen resultaat zijn van een lange ontwikkeling waarin telkens nieuwe ouders aan de basis liggen – een stamboom die terugvoert tot in de oertijd – dan kun je versteld staan van datgene wat heeft plaatsgevonden en wat in al die eeuwen is doorgegeven. Biologisch, genetisch maar ook als idee en als vorm van bewustzijn en werkelijkheidservaring. Al schrijvend schep je als mens werkelijkheid. Al schrijvend bezin ik mij op dit lange proces in de geschiedenis en probeer ik mijn verwondering zichtbaar te maken. Als lezer kun je misschien hierin mee gaan en deze verwondering delen. Het grootste wonder is in mijn ogen het feit dat woorden wereld oproepen, werelden verwoorden en daarmee ervaarbaar maken. Uit niets ontstaat via het woord een gedachte, een beeld, een werkelijkheid, een feit, een kunstwerk. Transcendentie in een notendop binnen de immanente wereld. De kunstenaar die in zijn werk en zijn denken verbanden legt die het alledaagse overstijgen en die de ervaring grondvesten in een besef van een universum, een kosmos, waarvan wij deel uit maken – ook al zijn we klein, machteloos, sprakeloos. Wij hebben taal om dit wonderbaarlijke tot uitdrukking te brengen en dat op vele manieren.

John Hacking 8 juli 2021

Bron:

Kiefer, Anselm, Die Kunst geht knapp nicht unter. Vorlesungen am Collège de France, 2020 (Edition Heiner Bastian im Schirmer/Mosel Verlag)