Zelfbeeld

Het beeld regeert ook het zelfbeeld

 

“Alles ist möglich, wenn die Zeitbremsen dir entglitten sind.”

Cioran450

 

“Het wezen van de Moderne Tijd is de verovering van de wereld als beeld. Het woord beeld betekent nu: het product van het voorstellende voortbrengen” aldus Martin Heidegger die door Peter Sloterdijk wordt geciteerd in “Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering”451

Je kunt concluderen dat wij het lichaam niet meer kunnen denken zonder besef van het feit dat wij als man en vrouw en als bewoners van deze aarde allemaal dezelfde globe bewonen en dat het gedrag van de een effect zal hebben op veel anderen. De politiek van de grote staten maakt dat duidelijk en daarbij denk ik niet alleen maar aan economie, productie en afzet van waren, verkeer van goederen en van geld. Het lichaam gaat samen met de uitbreiding ervan over de wereld, het lichaam is niet meer los te denken van de globe, niet meer van de beeldspraak en de beelden die de ronde doen. Gender, gedrag en identiteitsaspecten van het man-vrouw zijn hebben eeuwenlang hun stempel gedrukt op de samenleving en doen dat (vaak niet onderkend) nog steeds, in de beeldtaal komen ze voortdurend aan de orde.452 Pornografie, taal van beelden, op afstand, is een van de grootste conglomeraten op internet: niet alleen de gebruikte netruimte maar ook de financiële omzetten zijn groot. En daaraan vast hangt een hele industrie van “mensenhandel” (legaal en illegaal). Hans Paasche, vermoord door de nazi’s, beschrijft met veel humor en zelfrelativering in “Die Forschungsreise des Afrikaners Lukanga Mukara ins innerste Deutschand” hoe een inwoner uit Afrika de situatie in Duitsland ervaart en laat hem hierover brieven schrijven naar het thuisland.453 Zo maken we het eens van de andere kant mee – hoe Europa en de heersende mentaliteit vanuit Afrika wordt ervaren, een tekst trouwens die makkelijk via internet is te downloaden en die nog altijd actueel is omdat ze ons een spiegel voorhoudt ook anno 2011. “Xenofobie” en angst voor vluchtelingen en asielzoekers zijn nog aan de orde van de dag vanuit de kleingeestige houding dat het eigen land kern van de wereld zou zijn en middelpunt van alle activiteit – een vorm van kortzichtigheid die niet in de gaten heeft dat het egoïstische nationalisme en het welbegrepen eigenbelang niet meer van deze tijd zijn. (Ook al wordt dit eigenbelang eufemistisch vermomd als ‘vrijheid’).

Het moderne lichaam draagt de sporen van een ontheemding, een niet-thuis-bij-zichzelf-zijn in een veilige vertrouwde wereld. Sloterdijk wijt dit aan twee factoren: “De latente metafysische boodschap van de aardglobe aan zijn gebruikers luidde van meet af aan dat alle wezens die zijn oppervlak bevolken in absolute zin buiten zijn, ook al proberen ze nog steeds de geborgenheid te zoeken in paren, woningen en collectieve symboolomhulsels – systeemtheoretici zouden zeggen: in vormen van communicatie. Zolang de denkers geconfronteerd met de open hemel, de kosmos nog als een gewelf konden zien – onmetelijk maar gesloten – liepen ze niet het gevaar in de uitwendigheid kou te vatten. Nog was hun wereld het huis dat niets verliest. Maar sinds ze de planeet, de dwaalster die planten, dieren en culturen draagt omvaren hebben, gaapt er boven hen een afgrond, zodat ze als ze omhoog kijken, in een bodemloos buiten staren. Een tweede afgrond wordt gevormd door de vreemde culturen, die na de etnologische verlichting aantonen dat op een andere plaats alles ook heel anders kan zijn. Wat wij voor de eeuwige orde der dingen hielden, is alleen maar een lokale betekenissamenhang waardoor we gedragen worden – laat die achter je en je zult zien dat er ook heel andere geconstrueerde ordeningsvlotten op de chaos drijven. Beide afgronden, zowel de kosmologische als de etnologische, confronteren de beschouwers met de toevalligheid van hun bestaan. Samen maken ze duidelijk dat het niet het ‘verlies van het midden’ is dat de immunologische catastrofe van de moderniteit heeft veroorzaakt, maar het verlies van de periferie. De uiterste grenzen zijn niet meer wat ze eens leken te zijn; het houvast dat ze boden was een illusie die we zelf hebben gecreëerd; de bekendmaking van dit verlies (technisch gesproken: de de-ontologisering van de vaste randen) is het dysevangelie van de moderniteit, dat zich tegelijk met het evangelie van de ontdekking van de nieuwe kansen in nieuwe ruimten verspreidt. Een van de kenmerken van dit tijdperk is dat het goede nieuws door het slechte gedragen wordt.”454

 

Met deze ontheemding gaat een andere ontwikkeling samen: het zelfbeeld van de mens verandert. Het is in transformatie zou je kunnen zeggen, het wordt getransformeerd, telkens als het zich spiegelt aan de omstandigheden. In de middeleeuwen was het waarschijnlijk minder sterk ontwikkeld en maakte het individu deel uit van een groep of klasse. Daarvan lagen de grenzen vast. Met de opkomst van de steden, het ontstaan van de gilden, verzamelingen van werklieden, en de middenstand komt er beweging in de culturele patronen. De nieuwe mogelijkheden om de wereld te ontdekken, het ontwrichtende effect van (godsdienst)oorlogen, de pest en de hongersnood, de opkomst van de staten, het zijn allemaal factoren die hun stempel hebben gedrukt op het zelfbeeld van de mens. Misschien kun je naast transformatie van de inhouden van het zelfbeeld, bijvoorbeeld de nadruk in de 18e eeuw op passie, ziel, creativiteit en karakter, in de moderne tijd op verstand, argument en intenties, en in de postmoderne tijd op fragmentatie, pluriformiteit en meerstemmigheid,455 ook spreken van transgressie van het zelfbeeld als zodanig. Dat is de overtreding of grensoverschrijding van het zelfbeeld omdat het lichaam waar dit zelfbeeld aan gekoppeld is en het wereldbeeld waarvan het deel uitmaakt onderhevig zijn aan grote veranderingen veroorzaakt door de technische mogelijkheden. Het centrum van het zelf verdwijnt als het ware en is zwevend geworden zodat we kunnen spreken van een zwevend zelf dat bestookt wordt met allerlei impulsen op sociaal en cultureel gebied.456 In een netwerk van relaties moet het niet alleen zichzelf staande zien te houden (staat het nog wel als het zweeft?) maar ook moet het proberen vanuit een houvast of basis de kracht op te brengen om de eigen positie te kunnen bepalen om te kunnen handelen en oordelen. Kortom het moet weet hebben van zijn uitgangspunt om een perspectief te kunnen innemen en te ervaren dat er nog op de een of andere wijze een zelf-centrerende kracht aanwezig is die het zelf bijeenhoudt. Alle vormen van verleiding waar het zelf door de moderne communicatiemiddelen aan bloot staat en waarmee het als het ware ingebed is in een nieuwe wereld van techniek moet het op de een of andere wijze “managen”  want anders verliest het zelf het zicht op zichzelf en wordt het een geleefd zelf dat nauwelijks meer echt kan kiezen. Interessant is dan ook de vraag wat de kern is van dit zelf. Is dat de beleving van subjectiviteit? Is dat de ervaring ook van het lichaam in de wereld? Onze opvatting van subjectiviteit is aan het verschuiven. Peter Sloterdijk koppelt deze subjectiviteit in de geschiedenis aan ontremming, aan de praxis, waarbij het subject het idee heeft dat hij zelf de zaken stuurt vanuit een autonome positie. Hij plaatst de ontdekking van deze vorm van subjectiviteit in de geschiedenis aan het begin van de moderniteit: “‘Subject-zijn’ betekent een positie innemen van waaruit een speler van de theorie op de praktijk kan overstappen. Deze overstap vindt gewoonlijk plaats wanneer die persoon het motief heeft gevonden dat hem van zijn aarzelingen verlost en de remmingen voor zijn daad wegneemt. Van oudsher blijkt de gebiedende dwang – of die nu innerlijk en affectief of uiterlijk en sociaal  van aard is – de krachtigste agens van de ontremming te zijn. Maar omdat de activiteitscultuur van de moderniteit zich tegen de heteronomie afzet, zal ze methodes zoeken en vinden om het gebiedende in de ontvanger van het gebod zelf te projecteren, zodat die, als hij toegeeft, slechts aan zijn innerlijke stem lijkt te gehoorzamen. Hierdoor wordt de feitelijke toestand ‘subjectiviteit’  opgeroepen, geschapen en vervuld. Het is dus de bedoeling dat het individu een stem heeft in de bepaling van de instantie die hem mag gebieden. Deze organisatie van de ontremming blijft in de regel onzichtbaar doordat ze het doet voorkomen alsof de handelende persoon zich op het moment van de overgang naar de handeling niet laten leiden door stormachtige hartstochten en onontkoombare dwang maar door gehoorzaamheid aan erkend goede redenen en zinvolle belangen.”457

Deze “ontmaskering”  van de subjectiviteit die zich achter de stem van de rede en de redelijkheid verbergt om eigen doeleinden na te streven ook al zijn die doeleinden vaker opgelegd omdat de situatie dat vraagt (Sloterdijk noemt het voorbeeld van de ondernemer) haalt het idealisme van de westerse filosofie onderuit die het subject op de troon van de mensheid heeft gezet. Het subject is in dit licht een ontremd zelf dat zich gesanctioneerd weet door een beroep op de rede maar dat tegelijk aan de teugels loopt van hogere “machten”. En daarmee zitten we midden in de huidige tijd. In het programma Tegenlicht van de VPRO op maandag 25 januari 2011 werd het effect van het handelen van Wikileaks tegen het licht gehouden onder de titel: “De wereld na Wikileaks”. De organisatie Wikileaks blijkt in het bezit te zijn van 250.000 documenten die verslag doen van allerlei diplomatieke conversaties en elektronische correspondentie tussen overheidsambtenaren van verschillende landen. Vaak betreft het “classified” en geheime informatie die niet voor het grote publiek bestemd is. Het lekken van deze gegevens heeft veel losgemaakt bij de betreffende overheden en bij het publiek. De daad van de mensen van Wikileaks wordt in het programma beschouwd als een vorm van protest tegen het establishment. Wat hier aan het licht komt is dat informatie en in het kielzog daarvan privacy open en bloot komt te liggen voor allen die aangesloten zijn op de communicatiekanalen. Wat deze ontwikkeling ook laat zien is dat privacy als subjectief goed van voorbijgaande aard is in de ontwikkeling en dat de datastroom die nu al plaatsvindt waarbij persoonlijke gegevens aan het net worden afgestaan niet meer is tegen te houden. Het individu dat niet als nummer, niet als onderdeel van, maar als subject wil worden aangesproken door allerlei instanties zal daarvoor een prijs moeten betalen: namelijk het prijsgeven van veel persoonlijke informatie. Een totale transparantie wordt gevraagd aldus een van de geïnterviewden. Het subject zal er niet in slagen om de informatie zodanig te bewaren en te bewaken dat hij daar zeggenschap over houdt. Ze ontglipt noodzakelijker wijs aan zijn handen en wordt of hij het wil of niet speelbal van andere partijen die deze informatie aanwenden voor eigen doeleinden. We zien op de sociale netwerken dan ook een vorm van subjectiviteit die zich kenbaar maakt, die kond doet van belevenissen en ervaringen, die meningen spuit. Het is een vorm van subjectiviteit waarbij het zelf zich verspreidt over het net in plaats van te verzamelen, in te keren in zichzelf en te reflecteren over zichzelf. Met de controle over het expanderende zelf zou het wel eens zo kunnen zijn dat ook de controle over het lichaam verloren gaat. De moderne ontwikkelingen gaan vaak de kant uit van aanpassing van de techniek aan het lichaam458, zoals bijvoorbeeld beeldschermen met toetsen die aanvoelen als de toetsen van een echte piano om tegemoet te komen aan het leren spelen van piano. De echte piano wordt zo overbodig en kan in zakformaat overal mee naar toe. Maar omgekeerd kunnen we vragen in hoeverre het lichaam moet worden aangepast aan de moderne techniek om de nieuwe ontwikkelingen niet alleen te kunnen volgen maar ook te kunnen gebruiken.459

 

Hoe ver daarin gegaan wordt laten moderne kunstenaars zien zoals Stelarc: “Stelarc is a performance artist who has visually probed and acoustically amplified his body. He has made three films of the inside of his body. Between 1976-1988 he completed 25 body suspension performances with hooks into the skin. He has used medical instruments, prosthetics, robotics, Virtual Reality systems, the Internet and biotechnology to explore alternate, intimate and involuntary interfaces with the body.”460

De schilderijen Terry Rodgers laten een andere kant zien van de moderne ontwikkelingen namelijk de verveling die toeslaat als alles binnen handbereik ligt wat de moderne consumptiemaatschappij als maatgevend in de reclame en muziekclips laat zien: feest, contacten, gezelligheid, drank, genot, sex als hoogste vervulling. We zien echter feestende sexy mensen in gedachten verzonken, onvervuld verlangen; het lichaam is net als kleding koopwaar, maakbaar, uitwisselbaar.461

Het lichaam en lichaam gerelateerde onderwerpen spelen een hoofdrol in toekomstige ontwikkelingen waarbij de beleving van de realiteit in het geding is. Nieuwe organisaties verkennen de weg door deskundigen bijeen te brengen om over nieuwe thema’s gedachten en plannen te formuleren zoals de organisatie Hybrid Reality. Een greep uit hun nieuwe programma dat een breed scala van ontwikkelingen bestrijkt:

“Hybrid Reality and Science House together convened a salon to discuss the impact of technology on citizen activism and innovations in governance. Among the many topics debated were the emergent forms of “We-Government,” new trade-offs between openness and privacy, gaps between educational preparedness and digital opportunity, and multiplying types of identity.

Breakthroughs in modern medicine will allow us to enhance our bodies and minds beyond what is considered “human” today. What are the medical technologies on the horizon that might turn us into superhumans, and  how should we grapple with the ethical issues that accompany such developments?  Science House and Hybrid Reality hosted a salon on the impact of our increasing interactions in cyberspace – from making ‘friends’ on Facebook to having romantic liaisons in Second Life – on our relationships in the physical world. We debated how our behavior in cyberspace is changing our conceptions of friendship, romance, and marriage.

A group of neurologists, educators, and researchers met at Science House to discuss the effects of our growing technological immersion on the brain, and the implications of this trend for our education models.” 462

Tenslotte zijn er nog de utopisten die dromen over onsterfelijkheid, vertegenwoordigers van een technofuturisme die de mens beschouwen als een wezen dat verbetering behoeft of dat kan worden afgeschaft. Zowel de aanhangers van het Cryonisme, mensen die klinisch dood zijn worden ingevroren in de hoop dat ze als de techniek het toestaat opnieuw tot leven kunnen worden gewekt, (of gekloond in een nieuw lichaam), uitgaande van het feit dat hun hersenen deze procedure overleven463 als de transhumanisten en posthumanisten die beiden het menselijke stadium achter zich willen laten met behulp van de techniek, nemen het voortouw. Ouderdom en dood staan niet op het programma en horen volgens hen niet bij het leven dat in hun ogen uitgelopen is op een mislukking omdat de dood nog niet is overwonnen. Opvattingen over het lichaam uit deze diverse groeperingen verdienen aandacht omdat ze uitgaan van nieuwe technische ontwikkelingen gebaseerd op uitgangspunten en doelstellingen met betrekking tot het lichaam.464

Dit is een excerpt uit tekst met noten: http://wereld-zelfbeeld-lichaam.canandanann.nl