Ik heb u vaak vermoed – Alice Nahon

 


Ik heb U vaak vermoed

Ik heb U vaak vermoed
wanneer ik aan mijn venster
in late avond nog te dromen zat,
‘t was altijd of er ginder bij de mensen,
een verre lieve ziel
stil met me mede bad.

Ik heb U vaak verwacht,
als in mijn ziele-tuinen,
de loze woekerplant van doornentwijfel rees.
‘t was altijd of de hand van een die diep geloofde
mij sprakeloos, ginder hoog
de sterrenhemel wees.

Ik heb U vaak gezocht
in radeloze nachten,
toen iemand op mijn hoofd
zijn trouwe handen lei.
Toch kwam bij schemering
een stem als uit de hemel,
die me voor ‘t slapengaan
“Goenacht m’n kindje” zei.

Ik heb u vaak gemist
wanneer de bloemen stierven
en zo de broosheid van mijn eigen leven ried.
Toch is ‘t of één van ver
met mij heeft meegezongen
de bangste strofe
van mijn stervenslied.

Waart gij die lieve stem,
waart gij die trouwe handen,
waart gij die verre hoop
die glom daar onbewust;
en voor mijn ziel in storm,
die boot die niet kon landen -
was goedheid van uw hart
mijn lichtje langs de kust?

Ik heb U vaak gezocht
en nu ‘k U heb gevonden
is ‘t avond in mijn ziel
en ‘k ben zo moe, zo moe -
En is mijn moeë ziel aan harde strijd gebonden,
toch kom ik als een kind
naar ‘t kleine lichtje toe.

Ik heb geen kracht genoeg
voor blije, lieve klanken,
maar aan de Lieve Heer,
die alle armoe sust,
vraag ik een simpel hart,
om u te mogen danken,
gij die me brengen wilt
ter lang gedroomde rust.

Alice Nahon

uit: Maart-april Nagelaten gedichten
in:
A.Nahon, Verzamelde Gedichten
Antwerpen 1983 (Stichting Mercatore-Plantijn)