Kerstavond 24december 2011

Toen de Franse filosoof Michel Foucault wist dat hij niet zo lang meer zou leven als gevolg van de ziekte aids hield hij in 1984 een aantal colleges die onder de titel “De moed tot waarheid” zijn uitgegeven.  Foucault beschrijft op het einde van zijn leven hoe deze moed tot waarheid eruit kan zien:

vrijmoedigheid boven vaste overtuiging, waarheid boven leugens of stilzwijgen,  het risico van de dood boven leven in zekerheid, kritiek boven vleierij,  en morele plicht boven eigenbelang en morele onverschilligheid.

Dat is heel wat! Daar is ook heel wat durf voor nodig. Maar wat mij persoonlijk het meest verbaasde was het feit dat in het slotcollege God ter sprake kwam, iets wat ik bij Foucault, deze filosoof die veel heeft nagedacht over de macht, het geweld en de samenleving, niet had verwacht.

Hij onderscheidt twee houdingen: de mystieke en de ascetische. De mystieke houding beschrijft hij zo: wie voldoende vertrouwen in God heeft, wiens hart zuiver genoeg is om zich naar God te openen, die zal God leren kennen. De ascetische houding schrijft voor dat de relatie tot de waarheid alleen tot stand kan komen in de vreesachtige en eerbiedige gehoorzaamheid aan God en in de vorm van een wantrouwend zelfonderzoek doormiddel van verzoekingen en beproevingen.

Deze houding van wantrouwen tegenover zichzelf en daarbij de vrees voor God is belangrijk in de menselijke geschiedenis, zo Foucault, want alle pastorale instituties van het christendom hebben zich hieromtrent gevormd. Gevolg van deze ontwikkeling is dat de zelfkennis basisvoorwaarde is geworden voor de zuivering van de ziel en het moment waarop men een vertrouwensrelatie met God kan bereiken. Eerst jezelf kennen, grondig analyseren, en bekritiseren misschien. Pas dan zet je stappen op de weg naar het ware leven, is de weg vrij voor een leven in waarheid, een leven  met God.

Dat staat bijna haaks op het vertrouwen in de mystiek overgave aan God. De weg van de ascese die bouwt op kritische zelfreflectie en wantrouwen zou ook wel eens kunnen betekenen dat je de relatie met God  in de hand zou kunnen hebben als je maar genoeg je best doet, genoeg kritisch bent, genoeg beproevingen ondergaat.

Afgelopen maandag lazen wij met de geloofsgroep van studenten de tekst uit de Bergrede bij Matheus dat je je geen zorgen moet maken over de dag van morgen, en dat je niet twee heren kunt dienen, niet God en de mammon. Sommige studenten vonden dat erg makkelijk gezegd – vooral dat van die zorgen. Maar het gaat hier om een grondhouding: durf jij je over te geven of maak jij je voortdurend druk, wil je graag alles in de hand hebben? Het is een grondhouding die je leven kan bepalen, het zijn niet zomaar vormen van gedrag die je even wel of niet kunt aanpassen.

Misschien heb je wel een leven lang nodig om de grondhouding van overgave je eigen te maken, om te leren hoe het werkelijk zit in het leven, ook in relatie tot God. Je bent niet de baas over je leven en de dingen die je overkomen.

Een mooi voorbeeld van de moed tot waarheid kwam de dag daarna in de rouwgroep met studenten naar voren. Een meisje dat jarenlang haar verdriet om de dood van haar moeder had weggestopt beschreef in een brief aan haar moeder hoe zij zich voelde. En ander beschreef gedetailleerd hoeveel pijn het haar deed om haar moeder te zien lijden en sterven. De opdracht om een brief aan de overleden ouder of partner te schrijven is een oproep om de waarheid te laten klinken. Om onbekommerd en eerlijk te spreken. De waarheid ten aanzien van zichzelf, de  eigen gevoelens van pijn en verdriet. Pas dan kan er een vorm van katharsis optreden, een omkeer, een nieuw begin. Pas dan kun je als mens opnieuw worden geboren uit het duister dat je vasthoudt.

De herders in het veld hebben misschien hetzelfde beleefd toen een aankondigengel hen op weg zette naar het kind in de kribbe: om te zien hoe het woord Gods tot vervulling kwam in dit kleine kind vol belofte – als redder, verlosser en bevrijder van het volk. In de miseria van het alledaagse en harde bestaan van de herders is er opeens gloria en de herders van hun stuk gebracht vrezen met grote vreze want zoveel gloria kunnen ze niet aan, dat hebben ze nog nooit meegemaakt. Daarom is het eerste ook wat de aankondigengel zegt: “vrees niet!”Maar hoe zit het met ons? Kan er ook kerstlicht, hemels licht, Gloria in onze miseria schijnen? Is er ook voor ons een nieuwe geboorte mogelijk als we gevangen zitten? Licht is een fascinerend fenomeen.  Licht en donker versterken elkaar.

In het donker trekt elk licht de aandacht hoe klein het ook is. Als je zelf in het donker zit kan een klein lichtje hoop bieden, maar doet het dat ook werkelijk? Als je Hans en Grietje heet, of Henk en Ingrid, zou het lichtje in de verte ook wel eens het huisje van de heks kunnen zijn.

Onze aarde en de naties worden door duister bedekt, zegt  Jesaja. Voorlopig zal dat zo blijven vermoed ik. Een jaar van rampen voor velen hebben we  achter de rug, Tsunami´s, overstromingen en een kernramp in Japan. De dood van Bin Laden, van Gadaffi en Kim-jong II kwamen in het nieuws, de nieuwe macht van de Talibaan in  Afghanistan,  de moord op jongeren in Noorwegen door een fanaat, de verkiezingsfraude in Rusland, Kongo, Ivoorkust, de onderdrukking in Zimbabwe, Noord Korea, Syrië, China en tal van andere landen, weggestuurde asielzoekerskinderen omdat het regeerakkoord onverbiddelijk is, 10.000 en meer slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk, de doofpot, het zwijgen!

Misschien voor velen nog ver van ons bed, maar de eurocrisis en de dreigende opwarming van de aarde brengt de duisternis een stuk dichterbij. Het wordt al meer tastbaar, voelbaar, deze op ons toekomende dreigingen. En nog meer op de huid, hoe zit het met onszelf, onze relaties, ons werk,  de dreigingen die ons misschien boven het hoofd hangen door ziekte,  ongemak, werkeloosheid, onmacht? Steeds meer mensen maken soms noodgedwongen gebruik van de pakketten van de voedselbank. Ook uit onze gemeenschap werden 30 dozen gevuld voor gezinnen en alleenstaanden, vluchtelingen en anderen. Hoe ontplooien wij ons en welke kansen zien wij nog voor onszelf in een wereld  die ook om ons heen soms donkere kanten heeft? Agressie op straat, geweld, etc. Hoeveel moed tot waarheid hebben wij om ons eigen leven en onze mogelijkheden onder ogen te zien opdat wij hierop kunnen reageren – anticiperen, erover communiceren? Dan heb ik het vooral over  een stukje kritische reflectie op de keuzes die wij maken: Staan we aan de kant en roepen we maar wat omdat we ontevreden zijn? Of zetten we ons in om onze stem, ook politiek, te laten klinken.

Studenten die in een gesprek vertellen over plichten, druk van buiten, prestatiedwang, en stress, en hoe ze hier onder lijden probeer ik vaak een spiegel voor te houden. “Hoe vrij ben je zelf, wat heb je zelf in je mars, waarom kies je niet wat meer voor jezelf?” vraag ik dan. Of “van wie moet dat allemaal wat je nu opnoemt.” Dan blijkt dat de stevigste gevangenissen met de dichtste tralies vaak door hen zelf  in stand worden gehouden omdat ze denken dat het zo moet, of van hen verwacht wordt. Maar heb je ook de moed om eens goed naar jezelf te kijken?  Om jouw waarheid en jouw persoonlijke miseria onder ogen te zien? Maar dan nog heb je het niet in de hand, ontbreekt je de macht om je leven te sturen.

Dat betekent dat je toch misschien een andere houding moet gaan ontwikkelen. Want er blijft een groot deel van je leven onbeheersbaar. We leven bijna in de maatschappij van de ongekende mogelijkheden. We hebben ons lichaam nauwelijks nog nodig om ergens te zijn.  Virtueel kunnen we op elke plek van de wereld terecht. En alles gaat sneller en sneller. Het is onmogelijk nog te overzien. En alles blijft bewaard, elk woord op internet. Daarom ontstaan er ook tegenbewegingen, Slow food, langzaam eten…als reactie op de fast-food industrie. Het lichaam krijgt meer aandacht, bijvoorbeeld via sport, maar ook via een tatoeage geven mensen hun eigen lichaam meer accent – dat is bij jongeren nu sterk in de mode. En buiten onze landsgrenzen staan er mensen op in Noord Afrika, Syrië, Rusland die de onderdrukking en de dictatuur van weinigen niet meer pikken. Het kost hun het leven. Hun moed tot waarheid kost heel veel offers.

Het verhaal en waarheid omtrent Jezus is in één zin samen te vatten: met kerst wordt hij in het goddelijk licht gezet; zijn leven daarna is een en al getuigenis van dit licht, en hij houdt alles in zijn leven tegen het goddelijke licht. Dat kost hem de kop. Maar hoe meer dreiging en duisternis, hoe meer getuigen van het licht er nodig zijn. De herders  hebben mogen aanschouwen dat het woord waar was dat tot hen werd gesproken, zij stonden op en gingen kijken.  Het licht van deze waarheid heeft hen vrij gemaakt. Als nieuwe herboren mensen vertellen zij deze blijde boodschap aan allen die het willen Horen.

“Sta op en word verlicht, want je licht is gekomen, de glorie van de Ene Is over je opgegaan!”  roept Jesaja uit.  Durven we dat te geloven, hierop vertrouwen, hiernaar te handelen, met alle moed tot waarheid die in ons is? Van harte een zalig, lichtvol en warme inspirerende kerst. Amen.

 John Hacking