Terug naar Babel

Terugkeer naar Babel – over digitaal en computer-lichaamstaal

De val van de toren van Babel maakte een einde aan de verstaanbaarheid van elkaar. Tenminste dat vertelt de bijbel in een prachtig verhaal: God komt eens kijken waar de mensen mee bezig zijn en ziet dan dat ze een toren bouwen. André Neher, een Franse filosoof en schrijver, merkt hierover op: het was de periode dat een steen voor de bouw van de toren meer waarde had dan een mensenleven. Daarom verstoort God dit experiment om een toren te bouwen die tot in de hemel zou gaan reiken. De volken kunnen elkaar niet meer verstaan, de ene taal is veeltaligheid geworden. De mensen werden verspreid over de aarde.

Nu kan het lijken alsof dit verhaal eigenlijk een verklaring biedt voor het feit dat er zoveel volken en talen zijn op deze aarde. Waarschijnlijk speelt dat mee en bevat deze opvatting een kern van waarheid. Maar dat is het volgens mij niet alleen. Want goed beschouwd is veeltaligheid geen nadeel maar een voordeel. En wel omdat elke taal zijn specifieke kijk op de werkelijkheid ontwikkelt en daarmee de mensen gedifferentieerder en genuanceerder kan laten ervaren. Dat is winst in mijn ogen.

Toch zijn we nu hard op weg om de situatie voor de val van de toren van Babel te herstellen. Niet door het verplicht opleggen van een taal, of door het stellen van nieuwe regels, maar door de ontwikkeling van de computertalen. De digitaal is in feite een overkoepelende taal die door haar combinaties alle talen mogelijk maakt. “Google Translate” laten we maar even buiten beschouwing. Maar er komt een tijd dat elke Chinees elke niet Chinees zal kunnen verstaan en begrijpen zonder dat er veel vertaald moet worden in ons eigen brein. Ik vermoed dat het niet zo heel lang zal duren voordat er een universele computertaal komt die door iedereen geleerd en toegepast kan worden. Zoals het huidige Chinees al in een slim systeem gebruikt kan worden voor communicatie per computer, zo zullen alle talen de weg vinden naar een universele taal. En als er dan nog hindernissen zijn zal de computer heel snel een aantal alternatieven aanbieden waaruit je kunt kiezen. Het gebruik van deze taal door iedereen zal er snel toe leiden dat de praktijk de theorie gaat bepalen en dat de regels afgeleid worden op basis van het concrete gebruik door de consumenten van de taal.

Nu is het in feite niet anders. De taal past zich aan aan de omstandigheden en vormt zich naarmate ervan gebruik wordt gemaakt. Als iedereen dezelfde computertaal gebruikt is dat snel een feit. Wanneer is het zover? Zo gauw die taal ontwikkeld is en wordt voorgesteld. Want het zal een grote verlokking zijn om met andere mensen te communiceren die je eerst totaal niet verstond of begreep.

Maar de ontwikkeling blijft niet staan bij een nieuwe computertaal. Ik vermoed dat het lichaam meer en meer gekoppeld gaat worden aan de computer. Nu leven we nog in een maatschappij waar men tracht zoveel mogelijk informatie op te slaan in grote data-bestanden. Daarvoor zijn grote servers nodig en heel veel energie. Maar het blijft frusterend dat de hoeveelheid informatie zich razendsnel vermenigvuldigt, en dat je daarom altijd achter de feiten aanloopt als je een gegevensverzamelaar bent. Geheime diensten, overheden, wetenschappelijke instellingen komen altijd te laat – ze kunnen het niet bijhouden. Dat is maar goed ook. Teveel controle leidt tot teveel machtsmisbruik. En het is een illusie om te denken dat je alles kunt controleren.

In plaats van grote data-verzamelingen aan te leggen en die voortdurend te onderzoeken met behulp van allerlei logaritmes om zo informatie te vinden waar je naar op zoek bent kun je ook ertoe overgaan om dit idee grotendeels los te laten. Een alternatief zou kunnen zijn om in elk lichaam een chip of een computersysteem te plaatsen dat informatie verzamelt en opslaat en dat bij bepaalde gelegenheden kan worden afgelezen door scanners of door in te loggen. Zo draagt elk mens zijn eigen informatie met zich mee – en is zijn eigen data-bank. Waaruit bestaat die informatie dan?

Dat kan van alles zijn: lichamelijke gesteldheid, genetische constitutie, houdbaarheid, aangeboren talenten en creativiteit, intelligentie, sociale intelligentie, adaptatie en transformatievermogen, ook met het oog op het samenspel tussen hersenen en computer (snelheid, hoeveelheid, en vorm waarin informatie wordt verwerkt en toegepast). Bij elkaar opgeteld wordt een individu dus een waardevol instrument voor de samenleving. Het is afleesbaar, beïnvloedbaar, inzetbaar en het kan meedoen aan nieuwe ontwikkelingen. Het kan als individu een investering zijn om je creativiteit zo te gelde te maken. Maar het geld zoals we nu kennen en het systeem van banken zal dan al lang zijn afgeschaft. Te omslachtig en te gevoelig voor corruptie en te bevorderlijk voor het scheppen van ongelijkheid in de maatschappij. Nee, elk individu zal op basis van een optelsom van kosten, vermogens en toepasbaarheid in bepaalde systemen een bepaald bedrag waard zijn. Bedrag is niet het goede woord maar ik heb even niets beters. Je kunt waarde toevoegen door die waarde te verdienen en je kunt waarde verminderen door gebruik te maken van diensten. Allemaal op basis van je afleesbaarheid. Maar misschien is dat laatste ook nog teveel gekoppeld aan het materiële denken dat nu onze wereld beheerst en is het betalen voor en het ontvangen van een beloning ook achterhaald. Je krijgt gewoon voeding en inspiratie op basis van wat je nodig hebt. En je geeft aan het systeem dat je leven stuurt en regelt datgene wat het systeem nodig heeft. Geen discussie, geen eigen keuzes, geen vrijheid, geen eigen wil meer. Dus ook geen afwijkingen en geen uit de pas lopen op zoek naar eigen voordelen. Als dit moment is aangebroken bepaalt digitaal alles en vallen virtueel en reëel samen. Het lichaam is een machine en de mens is deel van het machinepark dat door de computers wordt bestuurd. Zijn we dan gelukkiger?

Op deze vraag valt geen antwoord te geven want het is een slechts een fantasie: een waar utopia in de ogen van menig computer science-fiction auteur. Deze nieuwe machinemens kan door zijn creativiteit zijn passiviteit en activiteit goed verdelen zodat zijn conditie goed blijft. Waarom leeft hij dan? Wat is de zin van zijn leven? Het opheffen van de uiteindelijke dood? Eeuwigheid? Een einde aan de entropie? Het verkennen van de onmetelijke kosmos? Wie zal het zeggen. Het zal nog even duren voor het zover is en wij maken het in ieder geval niet meer mee want ons lichaam heeft ons dan al lang vaarwel gezegd.

John Hacking

dinsdag 7 januari 2014