Allerzielen

allerzielen

Allerzielen

Dag van de zielen, nacht van verdriet en herinneringen die hieraan vastkleven. 2 november, elk jaar weer in de Rooms-Katholieke traditie. Dag ook waarop de namen van de overledenen van afgelopen jaar klinken in de kerk. Zij zijn uit ons midden weggevallen, prijsgegeven aan de dood. Het is een dag van gedenken en van stil staan bij onze sterfelijkheid. In Mexico bij uitstek een gebeurtenis die veel emoties losmaakt. Schedels en botten trekken de aandacht, de dood is overal. Zo lijkt het.  Bloemversieringen op de graven, bij ons chrysanten, picknick op het kerkhof en zegening van de graven. In de katholieke kerk is en was het ook een bidden voor de overledenen die nu nog in het vagevuur verblijven. Hun ziel moet worden bevrijd en dat kan alleen maar door gebed. Deze ‘mythologische’ invulling van het Allerzielengebed zal velen heden ten dage vreemd in de oren klinken. Het is theologie uit de 12e en 13e eeuw van de kerk. Een tijdperk waarin het vagevuur als het ware werd uitgevonden als tussenfase of overbrugging. De zwart-wit keuze van hemel of hel na de dood wordt hiermee genuanceerd. Maar Allerzielen en ook Allerheiligen, de dag ervoor hebben beiden een Keltische oorsprong. Ze zijn door de kerk gechristianiseerd. Wikipedia schrijft: “De naam “Halloween” is afgeleid van Hallow-e’en, oftewel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen, 1 november. In de Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudejaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgende jaar lag klaar en dus was er even tijd voor een vrije dag, het Keltische Nieuwjaar of Samhain (uitspraak Saun, het Ierse woord voor de maand november). Samhain was ook nog om een andere reden zeer bijzonder. De Kelten geloofden namelijk dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar. Op het eiland Groot-Brittannië werd Halloween vooral door de Kelten gevierd. De geesten die uit dode mensen op zouden rijzen, werden aangetrokken door voedsel voor hen neer te leggen voor de deuren. Om echter de boze geesten af te weren droegen de Kelten maskers. Toen de Romeinen Groot-Brittannië binnenvielen, vermengden ze de Keltische traditie met hun eigen tradities, die eind oktober natuurlijk de viering van de oogst betroffen en ook het eren van de doden. In de negende eeuw van de huidige tijdrekening stak een Europees christelijk gebruik de zee over en vermengde zich met het halloweenfeest. Op Allerzielen – 2 november – gingen in lompen gehulde christenen in de dorpen rond en bedelden om zielencake (brood met krenten). Voor elk brood beloofden ze een gebed te zeggen voor de dode verwanten van de schenker, om op die manier zijn bevrijding uit de tijdelijke straffen van het vagevuur te versnellen en zodoende zijn opname in de hemel te bespoedigen.”(einde citaat)

Hoe het ook zij met deze Keltische oorsprong, feit is dat de dood een onuitwisbare streep heeft getrokken tussen ons de levenden, en hen, die wij uit handen moesten geven. Hierbij jaarlijks stilstaan is niet verkeerd. Het beantwoordt ook een aan behoefte om onze dierbaren samen te eren, te vernoemen en hen in het licht te zetten. Op die wijze is het ritueel van Allerzielen een ritus die ons kan helpen om het verdriet stem te geven. Want wij zitten aan de andere kant van de scheidingslijn. En wat we ook mogen vinden over het effect van deze ritus voor de doden, (bevrijding uit het vagevuur), het maakt eigenlijk niet zoveel uit. Allerzielen kan je helpen je te concentreren op het hier en nu, je sterfelijkheid en je leven hier op aarde in het licht van je eindigheid. Alle herinneringen, de goede en de minder goede, alle pijn en verdriet mogen en kunnen er zijn. Het kan je helpen om je verlieservaringen die toch al niet zo’n belangrijke plek krijgen in onze samenleving te beleven en eraan toe te geven. Het verdriet is er, wegstoppen heeft geen zin. Daarom is het uiten ervan, hoe ritueel ook vormgegeven, een goede zaak. De dichters hebben hier weet van en spelen hierop in met woorden van waarheid. Metaforisch weliswaar, maar niet minder waar. Zoals dit gedicht dat terugblikt op een groot verlies, en hiermee sluit ik af:

Zelfportret in zwarte lijst

De verte lijkt vandaag zo vol

alsof alles van mij wijkt.

Alleen de zon blijft in zijn rol

en vult het veld met gouden rijp.

Daar zie ik al mijn doden

jou weer vorm en schaduw krijgen

al is zoiets mij vaak verboden –

men moet hier realistisch blijven.

Wat mis ik je toch, lieveling.

Als vijf jaar staat elk uurwerk stil

als een kapot en zinloos ding.

Soms hoor ik in de nacht gegil

en elke keer ben ik het zelf.

Dan sta ik op en zie het zwarte veld

en ruik het in de haard verkoolde hout.

En heb je lief, nog steeds, en heb het koud.

Pieter Boskma

Uit de bundel: Pieter Boskma, Zelf, Amsterdam 2014 (De Bezige Bij)

Allerzielen
Herdenking overledenen Radboud Universiteit